Op een avond lag ik op mijn veldbed in de hut te lezen (ik herlees hier Het proces van Franz Kafka) en ik was de tijd dus snel vergeten.
Ineens zag ik op mijn horloge dat het al kwart voor twee in de nacht was. Ik stond op om de deur op slot te doen, maar bleef aan de grond genageld staan. Een beeld uit een horrorfilm! Over de wanden rond mijn bed en over het houten plafond kropen honderden dieren.
Mijn hut was veroverd door een leger pissebedden.
Als een wildeman ging ik de aanvallers met twee spuitbussen anti-mug te lijf, maar er was geen beginnen aan. De pissebedden kropen vrolijk verder en ik zag ze zich nu ook door een kier boven de deur naar binnen wurmen.
Ik schudde mijn bovenkleren uit, trok ze overhaast aan en vluchtte naar buiten. Tijdens een urenlange wandeling onderging ik de macht van echte duisternis. Af en toe belichtte ik het duinpad met de zaklaantaarn-app van mijn iPhone.
Bij het ochtendgloren betrad ik de hut weer en tot mijn grote verrassing was er geen pissebed meer te bekennen. Had ik de belegering gedroomd?
Nee, leerde me alle internet-informatie. Pissebedden zijn nachtdieren, bij licht trekken ze zich terug. Wat een onschuldige, interessante en lieve beesten!
Om één pikante bijzonderheid te noemen (lekker om door te vertellen): mannetjespissebedden hebben twee penissen en de vrouwtjes twee vagina’s. De moeders tonen broedzorg voor hun eitjes.
Op de NMC-todolist staat nu bovenaan: meer begrip kweken voor en bescherming bieden aan een verontachtzaamde en gediscrimineerde, maar niet weg te denken Nederlandse diersoort: de pissebed.







