Regen die geen regen is

- Weer wandelen? Ik heb niet zo’n zin in wandelen. Bovendien regent het.

- Door het Lucernobos naar Trotaria, daar is geloof ik markt. Gezellig. Regenen? Het regent helemaal niet.

- Ja, hoor, het druppelt. Hier, wat zijn dit dan, op mijn hand?

- Spatjes. Minieme spatjes. Kan je toch geen druppels noemen.

- Dus het regent wel.

- Dat is toch geen regen?

- Maar er valt toch water?

- Ach, welnee. Hier word je echt niet nat van.

- Regen waar je niet nat van wordt. Goeie uitvinding, zeg.

- Dus voor zo’n beetje vocht wil jij op de kamer blijven rondhangen?

- Lekker een beetje lezen. Ik ga niet doornat in de regen sjouwen.

- Als je in deze zogenaamde regen vier uur wandelt, ben je nog niet nat.

- Maar wel vochtig. En klam. En daar hou ik niet van, van klam.

- Nou dan doe je toch je poncho aan?

- Moet je ’s goed luisteren: ik ga niet met jou wandelen met een poncho aan.

- O, dus je wilt niet met mij gezien worden met een poncho aan.

- Ik haat poncho’s. De poncho is een jeugdtrauma. Jij hebt poncho’s gekocht, maar ik doe absoluut geen poncho aan. En zeker geen knalgele.

- Ik ook niet, want het regent niet.

- Het druppelt en daar ga ik zonder poncho niet in wandelen.

- Ik wil ineens dolgraag naar huis. Gek, hè?