Vanmiddag even bij Binnenlandse Zaken aangewipt. Eens in de twee weken coach ik de minister op haar mediagedrag. Dit is een fragment uit ons gesprek:
- Wat we nog wel even moeten doornemen is je interview in Het Parool van zaterdag. Je weet ik vind het een rot woord, maar wat was in dat gesprek nou precies ‘je insteek’?
‘In PS, de bijlage? Dat was een gesprek met Frénk van der Linden. Zo’n interview duurt een uur en dan gaat’ie van hot naar her, in hoog tempo.’
- Ja, dat kun je wel zeggen. Want hoe zat jij daar: als minister Ter Horst, of als de mens Guusje die ’s lekker leegloopt over de liefde? Je hebt je helemaal binnenstebuiten gekeerd!
‘Nou dat viel toch wel mee? Ja, ik ben verliefd en dat zette de toon. Dat is toch leuker dan een leedverhaal met erge overlijdens in m’n familie of zo?
- Ik citeer: ‘Als de fase van pure verliefdheid over is en er echt een relatie moet worden aangegaan, wanneer je je echt moet binden, wordt het ingewikkeld voor me.’ En: ‘…ben ik, net als andere kinderen van gescheiden ouders, continu bang voor liefdesverlies’ enzovoorts enzovoorts. Sorry hoor, maar dat hoort toch in de Libelle? Nou, in de Linda dan.
‘Het is voor een weekendbijlage en dan mag er toch wel wat human interest in? Ik zeg het toch ook in het interview: ik wil nu wel eens aardig gevonden worden. Warm. Dat ze zeggen: wat een aardig, lekker, gevoelig mens is dat! Echt iemand om verliefd op te worden!’
- En dan schakel je tussen al je warme liefdesverhalen - dat je vriend zo galant en invoelend is - moeiteloos even over op de oorlog in Afghanistan en dat we wat jou betreft met de Taliban moeten onderhandelen.
‘Ja, dat de lezers die smullen van de verliefde Guusje ook nog wat politiek meekrijgen.’
- Sorry, hoor. Ik wilde je voorstellen dat toch strikt gescheiden te houden. Ga als Guusje met je nieuwe liefde in de glossy’s en serveer als minister Ter Horst je politieke opvattingen luid en duidelijk in de krant. Het is maar een advies, doe ermee wat je wilt.
‘Ok, ik zal het m’n voorlichter vertellen. Die was erbij, hoor, bij dat interview, maar hij zei niks.’
- Daar was ik al bang voor. Hoi, Guus, tot de volgende keer!






