Het Positieve Denken verziekt de wereld

Het woord doemdenken wordt altijd als negatief afgeschilderd. Doemdenken is nooit goed. Is het tegenovergestelde, het posi-denken, dan wel zo fijn?

Een bron van ellende, vindt Barbara Ehrenreich. De moderne terreur van het positieve denken - ruim een jaar geleden was dat de werkelijke oorzaak van de financiële crisis, schrijft ze in haar boek Smile Or Die: How Positive Thinking Fooled America and the World.                                                                                                                                                                     ehrenreichbarbara

Het geloof dat alles wel goedkomt als we maar optimistisch blijven, is een bedrieglijke waanvoorstelling, kwakzalverij. Begonnen in de 19e eeuw werd het een overheersende manier van denken in Amerika. En in iets mindere mate ook hier. Het beïnvloedt alles, van het zakenleven tot de behandeling van kanker.

In de highfive-cultuur van de banken werden medewerkers die in 2008 waarschuwden voor een financiële ramp afgeserveerd als ‘negatieve denkers’, doemdenkers dus.

In 2000 werd bij Ehrenreich borstkanker geconstateerd, waarna zij de positieve-denk-industrie ging onderzoeken - de websites waarop patiënten dringend werd aangeraden hun ziekte toch vooral te zien als ‘leven-verbeterend’. Zo’n positieve opstelling is goed voor het immuunsysteem, namelijk.

Het wijdverspreide idee dat positief denken het immuunsysteem verbetert, is nergens op gebaseerd. En het is ook niet bewezen dat het immuunsysteem iets van doen heeft met preventie of herstel van kanker.

‘Mij werd voortdurend aangeraden positief te zijn, vrolijk, zelfs moest ik de ziekte omarmen als een cadeau. Nou, als het een cadeautje is, schrap mij dan maar van het verlanglijstje.’

Is dat niet een ‘leuk’ onderwerp voor een volgende SIRE-campagne? Het dempen van al te vrolijke reclamespotjes, openbaar feestgedruis en politieke campagnes?

‘Hee joh, trek die stomme grijns van je gezicht.’
‘Alleen lachen als er iets te lachen valt, ja?’
‘Samen leven, samen regeren? Waar slaat dat nou op. Hou alsjeblieft je loze praatjes voor je, wil je?’