Op 5000 meter is de hoeveelheid zuurstof in de atmosfeer 50 procent van die op zeeniveau. En dat merk je. Waar uw verslaggeefster op 4300 meter heus nog wel een sigaretje durfde op te steken en daar buitengemeen van kon genieten, op 5000 meter is dat toch even anders.
Los van het feit dat het niet heel verstandig is om met een spuitbus puur zuurstofgas in je ene hand een sigaretje aan te steken met de andere, is het zo goed als onmogelijk om de fijne handmotoriek die nodig is om een sjekkie te rollen, op 5000 meter boven zeeniveau uit je brein te voorschijn te trekken. Net zo goed als het onmogelijk is om losgeraakte schoenveters opnieuw te strikken - lang leve het klitteband - of de beslissing te nemen om een kruiskop- of een gewone schroevendraaier in te zetten voor een klusje. Zo vertelt projectmanager Tony Beasly later die dag dat hij bij zijn eerste tocht naar het Chajnantorplateau minuten lang naar de twee schroevendraaiers in zijn handen heeft staan kijken. “I had no idea what to do with them.” En dat snap je pas als je er bent geweest.
Je dankt namelijk eerst god op je knietjes dat je het überhaupt hebt gehaald, die 5000 meter, en je leent je wijsvinger zonder morren als Valentina opnieuw met de knijper het zuurstofgehalte in je bloed komt meten. Stoer, vind je jezelf vooral, als een van je veel jongere collega’s wél van die bejaarde zuurstofslangetjes in zijn neus krijgt aangemeten omdat ie onder de zestig zat en jij, ouwe tevreden roker, niet. Een beetje duizelig af en toe en niet te snel lopen, maar met een pufje zuurstof op zijn tijd gaat alles goed. Toch?
Pas later zie je de foto’s die je daarboven hebt gemaakt. Twee maal de APEX*-telescoop - dat ding waar we voor kwamen - en verder tientallen plaatjes van de bizarre sneeuwformaties ter plekke. Penitenten heten ze, en ze zijn reuzeinteressant want ze komen alleen in de kurkdroge omstandigheden hier hoog in de Andes voor, maar daar kwam ik niet voor. En aantekeningen? Voorzover ik die al gemaakt heb, zijn ze zo goed als onleesbaar. Ik zie een raar, hoekig handschrift dat ik nauwelijks als het mijne herken.
Echte hoogteziekte - HAPE en HACE, uittredend vocht in je longen of je hersenen - is levensbedreigend en de enige remedie is afdalen, en wel zo snel mogelijk. Maar al lang daarvoor laten je cognitieve vermogens je in de steek en sta je te tutten met dingen die je voorheen vanzelfsprekend achtte. Schoenveters, schroevendraaiers en sjekkies dus.
Of telescopen. En dat is mooi onhandig voor de astronomen die juist deze plek hebben uitgezocht om het heelal in te kijken. Je wilt namelijk wel een beetje helder kunnen denken als je een telescoop bestuurt.
Astronoom Andreas Lundgren staat ons te woord in een kleine cabine met extra zuurstof (”And please close the door”) en uitzicht op de APEX*-telescoop, een soort proefmodel voor de 66 ALMA**-telescopen die hier over 5 jaar zullen staan. De extra zuurstof in de cabine - vergelijkbaar met de hoeveelheid op 4000 meter - is weldadig, maar langer dan acht uur achter elkaar mag hij hier niet blijven, vertelt Lundgren. En dan alleen overdag: overnachten op deze hoogte is uit den boze.
De APEX-telescoop, en over vijf jaar ook de ALMA-telescopen, worden dan ook niet vanaf hier bestuurd. Dat gebeurt vanuit het 2000 meter lager gelegen OSF, het barakkendorpje op de bergflank waar we net vandaan komen. Een telescoop met afstandsbediening dus, en dat is wel heel ver verwijderd van het romantische plaatje van de eenzame astronoom die in een verduisterde koepel door de lens kijkt.
Lundgren maakt zich trouwens klaar om vroegtijdig naar beneden af te reizen, want het weer is de laatste twee uur behoorlijk verslechterd. Negen maanden per jaar mag het dan kurkdroog zijn op deze hoogte, vandaag benemen sneeuw en wolken ons alle zicht. Geen bergtoppen, geen vulkanen, en we zien ook niks van de nu nog lege hoogvlakte waar de ALMA-telescopen moeten verrijzen. “Daar ergens,” wijst iemand de sneeuw in.
Lundgren gaat nog even naar buiten om de tanks met vloeibaar helium bij te vullen, een dagelijks ritueel bedoeld om de APEX-detector op temperatuur te houden. Twee zuurstofslangetjes prijken in zijn neus, want ook Lundgren is niet immuun voor de cognitieve mist die op deze hoogte op kan treden. En met vloeibaar helium - temperatuur zo’n 270 graden onder nul - kan je beter geen fouten maken. We lopen achter hem aan de trappen op naar het hart van de telescoop. “Niet te snel, niet te snel”, klinkt het nog waarschuwend maar het blijft moeilijk om m’n zeetempo aan te passen aan de zuurstofarme omstandigheden hier. Duizelig grijp ik de reling, en leen van iemand een zuurstoffles. Pfff. Dat scheelt
De televisieploeg van RTL doet onder barre omstandigheden zijn werk - hier interviewt verslaggever Bart Hettema journalist Govert Schilling - en na een uur sneeuw- en zuurstofhappen gaan we weer terug naar beneden. Tegen die tijd is de zuurstofverzadiging van mijn bloed - en dat van mijn collega’s - vervaarlijk dicht in de buurt van 60 procent gekomen.
Als we weer beneden zijn, bekent Claus Madsen, public affairs manager van ESO, er een hard hoofd in te hebben gehad of het zou lukken, de terugreis. Dat is altijd fijn om te horen, als je weer terugbent.
Oh ja. En zo schijnt het uitzicht te zijn op het Chajnantorplateau, waar in 2012 dus 66 telescopen zullen staan. Maar dat hebben we dus niet gezien. De ESO-fotograaf die onderstaande foto maakte, had meer geluk.
![Dit uitzicht hebben we dus gemist. Panoramafoto van het Chajnantorplateau [Foto: ESO]](http://weblogs.vpro.nl/sterren/files/2007/09/panoramafoto-chajnantor.jpg)
* APEX: Atacama Pathfinder EXperiment
** ALMA: Atacama Large Millimeter Array.