De Ziekte Homophilie

Geplaatst op 19 januari 2012 door Nienke Feis onder Podcasts, Zonder categorie

gayprideart248bis-moet-weg bron anpHomofilie is te genezen. Althans dat vindt een handjevol rabbijnen. En er zijn therapieën op de markt waarbij je voor die genezing terecht kan. Die blijken dan ook nog eens vergoed te worden door zorgverzekeraars.
Dat homofilie een ziekte is, en dus kan worden genezen is niet nieuw.
Om besmetting met ‘de ziekte homophilie‘ te voorkomen voert de wetgever in 1911 in het Wetboek van Strafrecht het artikel 248bis in. Dit artikel verbiedt de seksuele omgang van een meerderjarige met een minderjarige van hetzelfde geslacht. Tienduizenden mannen worden in de jaren ‘60 vervolgd, velen krijgen TBR en voor bijna vierhonderd van hen eindigt de TBR met castratie, in de hoop daarmee het libido onderdrukt te hebben. Pas dan worden ze genezen verklaard. Uiteidelijk wordt het gewraakte artikel in 1971 afgeschaft.
In 1987 zond Het Spoor Terug een tweeluik uit over de houding van overheid ten aanzien van homofilie, die in 1990 werd aangevuld met een derde aflevering: de emancipatie.

Beluister de hele driedelige serie, die werd gemaakt door Marnix Koolhaas en Jacqueline Maris:

Afl. 1: de vervolgingen, uitgezonden op 26 september 1987:

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Podcast

Afl. 2, de genezing, uitgezonden op 3 oktober 1987:

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Podcast

Afl. 3, de emancipatie, uitgezonden op 25 september 1990:

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Podcast

Uitgebreide beschrijvingen van de inhoud:

aflevering 1, de vervolgingen:
Tekst 1
Een op de twintig is homofiel, is de boodschap die Gerard Reve eind jaren zestig voor het COC op de plaat zet. Het is de tijd dat de dappersten onder de homo’s uit het schemerduister naar voren durven treden. Voor hen lijkt de tijd van valse namen en dubbellevens voorgoed voorbij. Eindelijk ook begint de discussie rond het discriminerende artikel 248bis in het wetboek van Strafrecht, dat de seksuele omgang tussen meerderjarigen en minderjarigen van hetzelfde geslacht verbiedt.
Voor hetero’s ligt de grens van het seksuele zelfbeschikkingsrecht bij zestien. Vandaag gaat het Spoor over artikel 248bis, de overtreders en de vervolgers en over de uiteindelijke afschaffing van het artikel in 1971.
Het Spoor en de ziekte homophilie.
Tekst 2
Op jeugdige leeftijd al maakt de kapelaan van het dorp Peter wegwijs in de herenliefde. Als Peter achter in de twintig is, vele vriendjes later, ontmoet hij Hans van achttien. Een romance bloeit op.
Tekst 3
Peter is geen uitzondering. Met hem leiden een half miljoen homoseksuelen een verborgen en opgejaagd liefdesleven.
Voortdurend op de vlucht voor de fatsoensrakkers van justitie, die met wetsartikel 248 bis in de hand, jacht maken op elke homoseksueel met een minderjarig vriendje. Waar hetero’s vanaf hun zestiende, althans van de wetgever, hun gang kunnen gaan, mogen homo’s dat pas vanaf hun eenentwintigste. Ooit, bij de oude Grieken, vormen homoseksuele relaties het hoogste dat in de liefdesethiek te bereiken is. Zonder knapenliefde word je geen plichtsgetrouwe, volwassen man. Pas bij de opkomst van de Christelijke moraal wordt de seksualiteit, en in het bijzonder de homoseksualiteit, voor het eerst ter discussie gesteld. De lusten moeten voortdurend gewantrouwd worden, hel en verdoemenis is het lot voor wie zich niet aan de regels wil houden. De Victoriaanse moraal probeert in de 19e eeuw elke vorm van genot uit de seksualiteit te bannen. Biechtvaders controleren het seksleven tot in detail, en trekken de kuisheidsgordel steeds strakker aan. Ook psychiaters doen bij de ondervraging over de seksualiteit steeds meer hun best. Voor het eerst in de Westelijke Cultuur is de seks de meest bepalende, en meest gewantrouwde factor in het leven. Voor homo’s is dan al helemaal geen plaats. Onthouding, en hopen op genezing, is het devies. In 1911 gaat in Nederland ook de staat zich actief bemoeien met de homovervolging. Dan maakt de godsvruchtige  minister van Justitie Regout, plaatsvervanger van de wegens ziekte afgetreden Nelissen, handig gebruik van een wetsontwerp over zedenkwesties van zijn voorganger. Stiekem voegt hij artikel 248 bis toe, en is de discriminatie van homoseksuelen gelegaliseerd. De klopjacht kan beginnen.
Een anonieme rechercheur van de zedenpolitie vertelt over zijn werk in een provinciehoofdstad tot 1960:
Tekst 4
De zaak van de hoge ambtenaar wordt in 1947 onder strikte geheimhouding behandeld en resulteert in een beroepsverbod van vijf jaar en drie maanden gevangenis. Per jaar worden honderden mannen opgepakt. Op heterdaad betrapt of van het bed gelicht na een klacht van de buren. Sommigen worden met een voorwaardelijke straf naar huis gestuurd, anderen verdwijnen achter de tralies. Een topjaar is 1957 met 169 daadwerkelijke veroordelingen. Nogmaals de rechercheur uit de provinciestad over zijn dagelijks bezigheden.
Tekst 5
Terug naar Brabant, waar Peter geregeld een katholieke psychiater bezoekt. Hij woont in huis bij zijn broer, die een oogje op hem moet houden en alles aan de zielknijper rapporteert. Nijmegen is verboden gebied en een stiekeme poging om Hans toch te zien mislukt omdat Hans continu wordt bewaakt door zijn moeder.
Tekst 6 A
Het artikel diende om de minderjarige tegen de ziekte der homophilie te beschermen. Eenmaal verleid, voor altijd besmet, zo dacht men. Deze verleidingstheorie ging er vanuit dat het altijd de oudere was die de jongere met snode listen verleidde. Dat dat niet altijd het geval was, blijkt uit het volgende arrest uit 1953.
Tekst 6 B
In eerste instantie spreekt de rechtbank de dader vrij, maar in beroep besluit de Hoge Raad toch dat de jongere koste wat het kost beschermd moet worden en nooit medeplichtig kan zijn aan overtreding van artikel 248bis. Kees, die in die jaren in het noorden van het land woont, wordt op een goede dag door een mooie jongen verleid.
Tekst 7
Dr. F.J. Tolsma: in de jaren na de oorlog een naam die vele homoseksuelen doet huiveren. Zijn in 1946 verschenen boek ‘Homosexualiteit en Homoerotiek’ blijft jarenlang een standaardwerk in Christelijke kring. Ruim 40 jaar later is Tolsma bereid dit ook voor hem “grijze” verleden op te rakelen, na benadrukt te hebben dat hij inmiddels met z’n tijd is meegegaan. Nu erkent ook hij homoseksuelen als zijn gelijke. In 1946 is hij daar nog niet aan toe, net zo min als zijn collega-medici, die de homofiel als medisch studieobject proberen te ontrafelen.
Tekst 8
Anale fixatie, hormonale storing, een neurose of gewoon een erfelijkheidskwestie: alle mogelijke oorzaken worden bekeken. De bioloog Magnus Hirschfeld rekent de homoseksueel, evenals de hermafrodiet, zelfs tot het “Derde Geslacht”. Zogenaamde “omslag-mannen” die genetisch gelijk zijn aan een vrouw. Zielig, maar niets aan te doen. De meeste onderzoekers zijn niet zo berustend. In hun enthousiasme verzinnen de meest fantastische experimenten om van de homo weer een hetero te maken. Een voorvechter van gelijke behandeling voor homofielen, de seksuoloog Van Emde Boas, neemt in 1968 Tolsma en zijn collega-medici op de korrel.
Tekst 9
Jaap is nu zestig. Hij is pas een paar jaar actief in het homowereldje, hoewel hij al heel jong met zijn neus op de feiten gedrukt werd.
Tekst 10
Jaap begon pas een paar jaar geleden echt te leven. Niet iedereen doet er zo lang over. Volgens de politieverslagen uit 1947 gaat Herman R. er vrat op dat hij homo is, en als hij in datzelfde jaar na een gevangenisstraf vrijkomt en zijn baan kwijt is, schrijft hij de minister van justitie de volgende brief.
Tekst 11
Het COC, verblind door een felle strijd om koninklijke goedkeuring, heeft geen tijd om zich te bemoeien met de strijd om afschaffing van artikel 248 bis. De Amsterdamse rechter Van de Waerden is de eerste die zich in 1967 uitlaat voor afschaffing. Hij kan het niet langer met zijn geweten overeen brengen om mensen te veroordelen voor iets dat hij niet als misdadig ziet. Ook de Tweede Kamer gaat zich ermee bemoeien en stelt de commissie-Speyer in om bet artikel te beoordelen. Na een onderzoek komt de commissie eensgezind tot het oordeel dat de verleidingstheorie, de basis van het artikel, niet wetenschappelijk is aangetoond. Homofilie is geen besmettelijke ziekte meer.
Op 8 april 1971 wordt het artikel met 5 stemmen tegen vervallen verklaard.

aflevering 2, de genezing:

Interviews met:
- enkele homoseksuele mannen;
- de heer Rovers, werknemer in kamp Hessen bij Veldzicht, een tussenstation voor bijna genezen verpleegden;
- psychiater in ruste Aimee Wijffels, conservator van het Psychiatrisch Museum van het psychiatrisch centrum St. Willebrord in Heiloo. Wijffels voerde daar in het verleden samen met collega Hartsuiker veel castraties uit. Hij is tevens auteur van het proefschrift ‘Het Castratievraagstuk’ uit 1954;
- advocaat Edgar Brongersma, oud-lid (PvdA) van de Eerste Kamer.

aflevering 3, de emancipatie:

In de jaren ‘60 is het beruchte Art.248bis, dat sexuele omgang van een meerderjarige met een minderjarige van hetzelfde geslacht verbiedt, afgeschaft. Er komt een maatschappelijke discussie op gang. Het COC en andere homo-organisaties worden opgericht. Toch blijft men er in christelijke hoek van overtuigd dat ‘de ziekte der homophilie’ te genezen valt. Over hoe dat ging gaat deze uitzending.
Interviews met o.a.:
- Edith Brehm, streng gereformeerd, getrouwd, lesbisch en uiteindelijk uit de kerk gestapt;
- Johan van der Sluis, van de ‘Evangelische Hulp aan Homofielen’, en (ex-)homosexueel, genezen verklaard en gelukkig getrouwd met een vrouw, in bezit van drie kinderen, schrijver van ‘Ik ben niet meer zo’;
- Marcel, katholiek, wilde niet erkennen homosexueel te zijn, hulp gezocht bij de EHAH.

3 Reacties op “De Ziekte Homophilie”

  1. luckybee zegt:

    Zelf’s God weet dat Homofilie geen ziekte is. Daar om heefthij homofilie als zijn zaak verklaard.In het verhaal van Sodom en Gommorha; heeft hij geen menselijke getuigen willen hebben en verwandeld iedereen die terug blik tot een zout pilaar.
    In de 10 Geboden staat geen enkele wet over homo’s.
    Jezus Christus heeft nooit over homo’s gesproken; hoewel hij wel dageljks hier over tezien kreeg eerst bij de Grieken( soldaten van Alexander de Groote) en later van de Romeinense soldaten
    De Wetten van Noah en van Mozes; en ook van Paulus zijn uitgegeven om hun volk van de ondergang te redden.

  2. Habe diesen Post über Homophilie wirklich sehr gerne gelesen. Danke dafür. Den Blog werde ich ab jetzt öfter besuchen. Gruß, Ann-Kathrin!

  3. Die man van Podcast 2 zou vandaag de dag waarschijnlijk levenslang in de tbs belanden. Inclusief chemische castratie die zorgt voor botontkalking en borstvergroting en depressie.

    De Mengele-artsen gaan gewoon door.
    Met goedkeuring van alles en iedereen inclusief de VPRO.

Laat een reactie achter