Onder het wakend oog Gods

Geplaatst op 18 maart 2010 door Nienke Feis onder Podcasts, Zonder categorie

slaapzaal Don Rua Klooster 's Heerenberg (Foto: (c) St. Agatha)Het schandaal over geweld tegen en seksueel misbruik van kinderen in katholieke jongerentehuizen neemt hand over hand toe.
De getuigenissen zijn vaak vreselijk, maar ook al lang bekend. In 1992 zond Het Spoor Terug de vierdelige  documentaire serie ‘ Onder het wakend oog Gods’ uit, waarin voormalige kostschoolleerlingen, onder wie acteur Albert Mol, vertellen over hun jeugd en religieuze vorming binnen de muren van katholieke internaten. Daaronder ook getuigenissen over dienaren Gods die voor meer belangstelling hadden dan alleen de vorming van de geest.
De serie werd samengesteld door  Jacqueline Maris en Henk van Middelaar.

Vooral in de derde aflevering, van 24 maart 1992, Kameraden en Hartsvriendinnen, gaat het over de seksuele driften van zowel de jongetjes en meisjes, maar ook van de paters en nonnen. En over hoe daarmee werd omgegaan.
Beluister een fragment uit deze derde aflevering, waarin Vincent Roef en Albert Siebelink vertellen over paters die bij hen de intimiteit opzochten:

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.


Tienduizenden katholieke jongens en meisjes werden klaargestoomd voor een katholiek wereldburgerschap. Sommigen voelden de vlam der roeping branden en stelden hun hele leven in dienst van de zaak Gods. Een groot aantal voormalige kostschoolleerlingen, onder wie acteur Albert Mol, vertellen in deze serie over hun jeugd en religieuze vorming binnen de muren van de Katholieke Kostschool, over heimwee, orde en tucht, bijzondere vriendschappen en over hoe het hen verder verging.

Beluister Onder het wakend oog Gods, aflevering 1, van 10-03-1992: Heimwee

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Beluister Onder het wakend oog Gods, aflevering 2, van 17-03-1992: Orde en tucht

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Beluister Onder het wakend oog Gods, aflevering 3, van 24-03-1992: Kameraden en hartsvriendinnen

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Beluister Onder het wakend oog Gods, aflevering 4, van 31-03-1992: De wereld in

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

 

Om de uitzendingen te kunnen doorzoeken naar de fragmenten die u zoekt, voeg ik hieronder de teksten toe die presentator Arie Kleijwegt heeft uitgesproken.

Onder het wakend oog Gods, Afl. 1: Heimwee, 10-03-1992

Deel één van de vierdelige serie ‘Onder het wakend oog Gods’ over katholieke kostscholen, de heimwee, de orde en tucht, bijzondere vriendschappen en de afloop.
Tienduizenden katholieke jongens en meisjes werden klaargestoomd voor een katholiek wereldburgerschap. Sommigen voelden de vlam der roeping branden en stelden hun hele leven in dienst van de zaak Gods.
In deze aflevering: over de aankomst in een internaat en de heimwee.
Interviews met:
- Marianne Janssen-Smits, in 1945 op kostschool Sint Josef in Etten Leur;
- acteur Albert Mol, 1927 op kostschool Saint Louis te Amersfoort);
- Mia Freijns, 1937 op kostschool Maria Regina in Blerick;
- Tillie van Gelder, 1943 op kostschool La Providence in Venlo;
- Wim Reckman, 1943 Dominicuscollege te Nijmegen;
- Ria Huijbers, 1956 Franciscanessen in Veghel;
- Jan Ruijs, 1951 Sint Jozef in Zeist, 1951;
- Vincent Roef, 1962 Norbertijnen seminarie in Heeswijk-Dinther;
- Piet van Middelaar 1953 Kleinseminarie in Apeldoorn.

Tekst 1
Tot zover Marianne Janssen die in 1945 als 12-jarige naar het meisjespensionaat St Jozef te Etten Leur vertrekt.
De komende vier weken staat het Spoor Terug in het teken van de Katholieke Kostschool. Over heimwee, orde en tucht, bijzondere vriendschappen en de afloop. Bij het Rijke Roomse leven van de jaren dertig hoorde een deugdelijke kostschoolopvoeding. Tienduizenden katholieke jongens en meisjes werden klaargestoomd voor een katholiek wereldburgerschap. De echte uitverkorenen voelden de vlam der roeping branden. Zij stelden hun hele leven in dienst van de zaak Gods.
Hoewel allen strijden voor hetzelfde ideaal bestaat er voor elke bevolkingsgroep een eigen kostschool. Boerenmeisjes gaan naar de nonnen en bekwamen zich in huishoudelijke deugden. Chique jongedames leren bij de mères hun talen en de etiquette. Voor de jongens is er de priesteropleiding of het gewone internaat.
Na de oorlog taant de macht van de katholieke kerk maar toch groeit het aantal  kostscholen. De jongeren met roeping staan echter niet meer voor de poort te dringen. Steeds meer scholen moeten zich voor externen openstellen. De buitenwereld die aan grote veranderingen onderhevig is dringt binnen in het afgeschermde kostschoolbestaan. Priesters treden uit, jongeren willen gemengde scholen en veel internaten moeten hun deuren sluiten.
In 1944 wordt het zuiden bevrijd. Bij Marianne thuis krijgen ze Engelse soldaten ingekwartierd. Voor het 12-jarige meisje een groot avontuur.
Tekst 2
In 1927 is Albert Mol tien jaar oud. Hij woont met zijn moeder en een tante driehoog in een Amsterdamse volksbuurt. Kostschoolleven staat ver van hem af.
Tekst 3
Mia Freijns is vijf als haar moeder doodgaat. De eerste jaren woont ze alleen met haar vader en een huishoudster. Als haar vader onder druk van de pastoor hertrouwt gaat het fout. Mia kan niet met haar stiefmoeder opschieten en op zeven januari 1937 brengt haar vader haar naar het pensionaat Maria Regina in Blerick.
Tekst 4
Tillie van Gelder groeit op in een groot gezin. Ze woont in een klein dorp met alleen een lagere school. Voor ouders van betere komaf is dat in die jaren reden om hun dochters naar het pensionaat te sturen. Het is 1943 als Tillie als derde meisje naar La Providence van de orde van Ursulinen in Venlo vertrekt.
Tekst 5
Het katholieke leven is zwaar en vol verantwoordelijkheden, aldus deze brochure uit 1932. Voor de jongen bestaat er geen groter geluk dan het vlammetje der roeping te voelen branden. Voor het meisje is de dienstbaarheid als moeder en als echtgenote het hoogste ideaal. Mia Freijns is pas negen als haar vader haar in 1937 naar kostschool brengt. Zij is zich nergens van bewust en wordt overweldigd door het enorme gebouw, dat de jaren daarna haar thuis zal zijn.
Tekst 6
Op een mooie zomerdag wordt Albert Mol door zijn moeder naar het chique internaat Saint Louis in Amersfoort gebracht.
Tekst 7
Het is 1943. De oorlogsomstandigheden leiden de 12 jarige Wim Reckman niet af van zijn roeping. Hij wil pater worden. Toch valt het vertrek naar het Dominicuscollege in Nijmegen hem zwaar.
Tekst 8
Het is 1956 als Ria Huijbers als zevende dochter uit het gezin naar de Franciscanessen in Veghel vertrekt.
Tekst 9
Terug naar Marianne Jansen die u aan het begin van deze uitzending hoorde. Zij verlangt naar haar moeder die in Helmond achter is gebleven. Na een paar dagen al schrijft ze een brief naar huis.
Tekst 10
Marianne heeft heimwee. Maar haar vader en streng-katholieke oma in Breda vinden dat ze te slap wordt opgevoed door haar moeder in Venlo. Daarom besluiten de familieleden dat het beter is het meisje tijdens de vakantie in Breda te houden. Mariannes vader vraagt in een brief de medewerking van de Mère Prefete van het pensionaat, soeur Celestine. Die geeft per ommegaande antwoord.
Tekst 11
In 1951 wordt de tienjarige Jan Ruijs naar Sint Jozef in Zeist gestuurd. Op Sint Jozef zitten vooral jongens uit de betere middenstand. Opscheppen is een geliefde bezigheid.
Tekst 12
Vincent Roef is een nakomer en wordt door zijn moeder opgevoed. Omdat zij vindt dat hij ook mannelijke leiding nodig heeft stuurt ze hem in 1962 naar het seminarie van de Norbertijnen in Heeswijk-Dinther.
Tekst 13
In de vakantie moet Albert Mol van het chique Saint Louis terug naar driehoog in Amsterdam.
Tekst 14
Tillie van Gelder heeft het naar haar zin bij de Ursulinen in Venlo. Ze is een haantje de voorste en aanvoerster van een grote vriendinnengroep. Toch is zij liever thuis dan op het pensionaat.
Tekst 15
Piet van Middelaar is in 1953 naar het kleinseminarie in Apeldoorn gegaan. Hij wil priester worden en heeft daarvoor, nauwelijks 12 jaren oud, de boerderij en het grote gezin in Hoogland verlaten. Met kerstmis heeft hij zijn eerste vakantie.
Tekst 16
Tot zover Tillie van Gelder. Tussen de gewone kostschool en het seminarie bestaat een groot verschil. Hoe jong ook, de seminarist wordt met gepast respect behandeld want wie naar het seminarie gaat geeft zichzelf aan God. Hij laat zijn thuis voorgoed achter zich. Daarom zijn de brieven van zijn moeder voor de 12-jarige Piet van Middelaar zo belangrijk.
Tekst 17
Als de vader van Mia Freijns in 1940 doodgaat is ze 12 jaar. Haar stiefmoeder wil haar niet thuis hebben, dus blijft ze op het internaat. Daar heeft Mia het naar haar zin. Ze houdt van studeren en handwerken en de zuster zijn lief voor haar. Maar toch herinnert ook Mia zich vooral de kilheid van de kostschool.
Tekst 17
Marianne Janssen die u aan het begin van dit programma hoorde wordt in 1947, anderhalf jaar na ze op kostschool is gekomen, ernstig ziek. Ze heeft bloedarmoede en een  vreemde infectie aan haar ogen. Het is bijna te laat als de nonnen van St. Jozef in Etten-Leur haar naar een specialist sturen. Zo komt ze eindelijk weer in Venlo bij haar moeder terecht, die zegt dat ze niet meer terug hoeft naar kostschool. Als ze al een paar maanden thuis in bed ligt krijgt Marianne een brief van de Mère Prefete Soeur Celestine.

Onder het wakend oog Gods, 2: Orde en tucht, 17-03-1992.

In deze aflevering: de orde en tucht in een kostschool.
Interviews met:
- Augusta van der Zande, van 1924-1929 op kostschool Notre Dame in het Belgische Wavre;
- Frans Godfroy, 1961 Seminarie van de Paters Salezianen in ’s-Heerenberg;
- Marianne Janssen-Smits, in 1945 op kostschool Sint Josef in Etten Leur;
- Tillie van Gelder, 1943La Providence in Venlo;
- Hans Vermeulen, Fraters van Tilburg in Medemblik, jaren ‘50;
- Elsje, in 1927 Ursulinen in Sittard;
- acteur Albert Mol, 1927 Saint Louis te Amersfoort;
- Mia Freijns, 1937 Maria Regina in Blerick.

Tekst 1
Tot zover Augusta van der Zande, die van 1924 tot 1929 op het meisjespensionaat Notre Dame in het Belgische Wavere verbleef. Vandaag gaat het in deel twee van Onder Het Wakend Oog Gods over het dagelijks leven op de katholieke kostschool. Over de regels van het huis, het verzet daartegen en natuurlijk de rol van de religie.
Wat voor de een een klemmend harnas van normen en zeden is is voor de ander juist een mogelijkheid de gesloten wereld van thuis achter te laten. Augusta van der Zande vindt het prachtig op kostschool. Zij komt in 1924 vanuit een klein Brabants dorp ineens in een mondaine wereld terecht. Ze heeft er meer vrijheid dan thuis. De meisjes mogen de mode volgen als ze maar wel in het zwart gekleed gaan. Ze dansen en spelen toneel. Alles staat in het teken van de wellevendheid en de etiquette.
Tekst 2
Tot zover Fiat Lux, een documentaire uit 1949 over het Canisiuscollege in Nijmegen. Frans Godfroy is 12 jaar oud als hij in 1961 naar het seminarie van de Paters Salezianen in het Gelderse ’s Heerenberg gaat. Don Bosco, de stichter van deze orde, is de favoriete heilige van Frans’ moeder. Deze Italiaanse geestelijke zette zich in voor de straatjongens van Turijn. Omdat de Salezianen arm zijn moeten de jongens op kostschool allerlei huishoudelijke taken verrichten als aardappelen pitten, ramen wassen en wc’s schoonmaken. Daarnaast dienen deze werkzaamheden ook een ander doel.
Tekst 3
Een schoon gelaat weerspiegelt een rein geweten. Dat is de moraal van deze tekst uit het handboek voor de pensionair. Marianne Smits wordt in 1945 als 12-jarige naar Sint Jozef in Etten Leur gestuurd. Marianne over de hygiëne aldaar:
Tekst 4
Tot zover het schoollied van meisjespensionaat La Providence van de orde van Ursulinen in Venlo. Het pensionaat biedt onderdak aan welgestelde meisjes die er een deugdelijke opvoeding genieten. Tillie van Gelder wordt in 1943 als derde meisje uit het gezin pensionaire op La Providence.
Tekst 5
Ergens in de jaren vijftig zit Hans Vermeulen op kostschool bij de fraters van Tilburg in Medemblik. Wanneer precies weet hij niet meer; hij heeft die periode verdrongen, zegt hij. Wel herinnert hij zich de enorme censuur op brieven, boeken en tijdschriften.
Tekst 6
Als Elsjes moeder overlijdt moet het negenjarige meisje naar kostschool. In 1927 komt ze bij de Ursulinen in Sittard. Ze wil eigenlijk stewardess worden en veel reizen maar haar vader, een zakenman, houdt dat tegen. Pianolerares lijkt hem beter.
Tekst 7
Het handboek der Wellevendheid is de leidraad voor een fatsoenlijk leven. De regels zijn streng. Wie ze goed navolgt kan een Preuve d’Honneur, een bewijs van goed gedrag of een gekleurde kaart of sjerp verdienen. De vroomste meisjes mogen zelfs toetreden tot de Maria-congregatie, een geheim genootschap ter ere van de heilige Maagd.
Albert Mol, in de jaren twintig op Saint Louis in Amersfoort, waar hij het enorm naar zijn zin heeft, vertelt hoe aldaar goed gedrag beloond en slecht gedrag bestraft wordt.
Tekst 8
Hans Vermeulen is uit vrije wil naar kostschool gegaan. Hij is de jongste zoon van een gezin van tien kinderen en wil de drukte ontvluchten. Wat hij in Medemblik bij de fraters van Tilburg aantreft verbijstert hem. Absolute orde en tucht, geen tegenspraak; maar wel klappen en veel straf.
Tekst 9
Op kostschool heb je niet alleen met leraren te maken, maar ook met surveillanten. Dat zijn waakhonden en pedagogen tegelijk die de kinderen buiten de lestijd in de gaten houden en opvangen. Ties van het Erven is in de jaren zestig surveillant op het aartsbisschoppelijk seminarie in Apeldoorn. De derde en vierde klassen, de zogeheten middencour, vallen onder zijn verantwoordelijkheid. De jongens zijn soms moeilijk in toom te houden.
Tekst 10
U hoorde nogmaals een fragment uit 1949 uit de documentaire over het Canisiuscollege. Het dagelijks leven op kostschool is doordrenkt van religie. Veel kapelbezoek en veel bidden. Regelmatig heiligenfeesten en natuurlijk af en toe een retraite.
Albert Mol:
Tekst 11
Voor de kleine Mia Freijns is het kostschoolleven minder vrolijk dan voor Albert Mol. Zij wordt in 1940 wees en weet dat ze voorlopig op het pensionaat Maria Regina zal moeten blijven. De ijzeren regelmaat van het internaatsleven en vooral het vroege opstaan vallen haar zwaar. Ze valt regelmatig flauw, lijdt aan wormpjes en geeft vaak over.
Tekst 12
De paters Salezianen om ’s Heerenberg gaan heel ver in de religieuze vorming van hun jongens. Zij worden geacht voortdurend in staat van genade te zijn, zodat ze ten allen tijde klaar zijn voor de hemel. De oefeningen van de goede dood maken op de kleine Frans Godfroy grote indruk.
Tekst 13
Ook bij Tillie van Gelder staan de religieuze gebeurtenissen in haar geheugen gegrift. Ieder jaar na de grote vakantie
gaan de pensionaires in retraite. De meisjes mogen alleen met de biechtvader spreken; de rest van de tijd moeten ze zwijgen. Naast verplicht gebed is handwerken toegestaan. Verder lezen ze de hele dag boeken over heiligenlevens. Zo worden de wereldse vermaken van de vakantie door godsdienstige bezinning afgeschud.

Onder het wakend oog Gods 3: Kameraden en hartsvriendinnen,  24-03-1992.

In deze aflevering: de voorbereiding op het ‘Volle Leven’. In het katholieke ideaal zijn de meisjes bloemen die, eenmaal door hun toekomstige echtgenoot geplukt, het moederschap omarmen. Jongens hoeven in deze visie alleen maar te wachten tot de vrouw gereed is. De angst voor zonde is een wapen om de pubers in het gareel te houden.
Interviews met:
- Wil van Laarhoven, voorheen Zuster Theresia, over de jaren ‘60 op het meisjesinternaat Marienbosch;
- Augusta van der Zande, Notre Dame in het Belgische Wavre, 1924-1929;
- Albert Siebelink, Juvenaat van de priesters van het Heilig Hart, jaren ‘60;
- Ria Huijbers, op kostschool in jaren ‘50;
- Vincent Roef, Norbertijnen seminarie in Heeswijk-Dinther, 1962;
- Mia Freijns, Maria Regina in Blerick, 1937;
- Henk Rientjes, Kleinseminarie, Apeldoorn, jaren ‘50;
- Tillie van Gelder, La Providence in Venlo, 1943;
- acteur Albert Mol, Saint Louis te Amersfoort, 1927.

Tekst 1
Tot zover zuster Theresia, die tot in de jaren zestig op het meisjesinternaat Marienbosch lesgaf. Tegenwoordig heet ze Wil van Laarhoven, want in 1976 liet zij de orde JMJ (Jezus, Maria, Jozef) achter zich.
Vandaag gaat het in deel drie van de serie Onder Het Wakend Oog Gods over de voorbereiding op het Volle Leven. In het katholieke ideaal zijn de meisjes bloemen die - eenmaal door hun toekomstige echtgenoot geplukt - het moederschap omarmen.
Jongens hoeven in deze visie alleen maar te wachten tot de vrouw gereed is. De angst voor zonde is een wapen om de pubers in het gareel te houden. Na iedere vakantie wordt er daarom een paar dagen retraite gehouden, waarin geestelijke bezinning en biecht centraal staan. Voormalig zuster Theresia over deze retraite:
Tekst 2
Augusta van der Zande zit van 1924 tot 1929 op het meisjespensionaat Notre Dame in het Belgische Wavere. Zij heeft goede herinneringen aan haar opleiding.
Tekst 3
Albert Siebelink zit in de jaren zestig op het juvenaat van de priesters van het heilig hart. Hij wordt klaargestoomd voor het celibaat. Daar hoort geen seksuele voorlichting bij, volgens zijn opvoeders. Hij doet zijn kennis op op de boerderij van het seminarie.
Tekst 4
Ook Ria Huijbers, in de jaren vijftig op kostschool, is razend benieuwd naar seks en alles wat daarmee samenhangt.
Tekst 5
Bij Vincent Roef op school is seks ook een groot taboe. Natuurlijk wordt er stiekem gemasturbeerd en overmatig veel gestoeid.
Tekst 6
Tot zover de seksuele driften van de jongens en het grote gevaar dat daarin volgens de priesters schuilt. Bij de meisjes zijn heel andere zaken aan de hand. Zij worden ongesteld. “Krijgen de verandering”, aldus Mia Freijns, die vlak voor de oorlog naar het meisjespensionaat Maria Regina gaat.
Tekst 7
Vlak na de oorlog zit Marianne Jansen bij de nonnen van Sint Jozef in Etten Leur. Lang duurt haar verblijf daar niet want na twee jaar keert ze ziek terug naar huis. Toch is het lang genoeg geweest om nu nog kwaad te worden als het gaat over de moraal die men haar trachtte bij te brengen.
Tekst 8-vervalt
Tekst 9
Op het kleinseminarie in Apeldoorn waar Henk Rientjes eind jaren vijftig naar toe gaat wordt seks - officieel althans - genegeerd.
Tekst 10
Niet alleen de jongens worden in de gaten gehouden. Ook bij de meisjes is men erg bevreesd voor wat de bijzondere vriendschap wordt genoemd. En dat terwijl juist vriendschappen zo belangrijk zijn in die jaren ver van huis.
Tillie van Gelder heeft vanaf 1943 op La Providence van de Ursulinen een echte hartsvriendin die ze nu nog regelmatig ziet.
Tekst 11
Ook Ria Huijbers heeft in de jaren vijftig een hartsvriendin. Ze zijn altijd samen en brengen alle vakanties met elkaar door. Door de nonnen wordt een dergelijke vriendschap als onnatuurlijk en bijzonder gezien.
Tekst 12
De nu 82-jarige Augusta van der Zande fixeerde zich in de jaren twintig niet op een ander meisje maar op een van haar leraressen. Volgens haar had iedereen zo zijn eigen idool.
Tekst 13
Ook Albert Mol die net als Augusta van der Zande in de jaren twintig op kostschool is heeft een idool: Broeder Theoduul.
Tekst 14
Het lijkt erop dat jongeren zich in de loop van de jaren steeds vroeger bewust zijn geworden van hun eigen seksualiteit. Daarom heeft de strenge zedelijke opvoeding bij de laatste kostschoolgeneraties diepere sporen nagelaten.
Voor Albert Siebelink, een kind van de jaren zestig, is seks al heel jong belangrijk. Hij projecteert zijn verlangens - bij gebrek aan meisjes - op jongens.
Tekst 15
Ook al hebben paters gekozen voor het celibaat; ze hebben het er niet altijd gemakkelijk mee. Omringd door al die jonge jongens hebben sommigen van hen zo hun eigen favorieten. U hoort eerst Vincent Roef en aansluitend Albert Siebelink. 

Onder het wakend oog Gods 4: De wereld in, 31-03-1992

In deze aflevering: Hoe het afliep met de seminaries en pensionaten en hoe steeds meer priesters en nonnen de geneugten van het leven ontdekten.
Ook al komt de buitenwereld begin jaren ‘60 in een stroomversnelling terecht, binnen kloosters en internaten blijft het aanvankelijk nog bij het oude. Maar naarmate de jaren voortgaan beginnen ook de dikke kloostermuren te wankelen.
Interviews met:
voormalige kostschooleerlingen Til de Vries, José van der Sman (Sint Marie in Roosendaal), Fred Pubben, Louis Engels, Vincent Roef (Norbertijnen seminarie in Heeswijk-Dinther, 1962) en Frans Godfroy (Seminarie van de Paters Salezianen in ’s-Heerenberg, 1961).

Tekst 1
Tot zover Til de Vries, die van 1962 tot 1966 op het meisjespensionaat de Catharinenberg in Oisterwijk zit. Ook al komt de buitenwereld begin jaren zestig in een stroomversnelling terecht; binnen kloosters en internaten blijft het aanvankelijk nog bij het oude. Maar naarmate de jaren voortgaan beginnen ook de dikke kloostermuren te
wankelen. Daarover gaat het vandaag in het laatste deel van de serie ‘Onder Het Wakend Oog Gods’. Over hoe het afliep met seminaries en pensionaten en hoe steeds meer priesters en nonnen de geneugten van het leven ontdekten.
Til de Vries is een opstandige tiener. Volgens haar katholieke ouders kijkt ze teveel naar jongens, dus moet ze maar naar kostschool. Alles wordt er gecontroleerd, zelfs de brieven die ze schrijft naar haar ouders en vriendinnen in Goirle.
Tekst 2
Als de ouders van José van der Sman naar Zwitserland verhuizen, wil José liever in Nederland blijven. Kostschool kent ze alleen uit spannende meisjesboeken. Het lijkt haar wel wat. Zo komt ze in 1969 intern op St. Marie in Roosendaal, een school met ook een externe afdeling. St. Marie zit vast in het tijdsgewricht. Soeur Superiere
Stephanie is een jonge non met moderne opvattingen, de rest van de nonnen is hopeloos ouderwets.
Tekst 3
Fred Pubben vindt zijn kostschool geen gevangenis. Hij vindt het kleinseminarie leuk, vooral omdat hij er volop de gelegenheid krijgt kennis te maken met cultuur die er in zijn dorp niet is: klassieke muziek, literatuur en toneel. Maar de typische jeugdcultuur van de jaren zestig dringt nauwelijks het internaat binnen.
Tekst 4
Ondanks het feit dat de jaren zestig zich afspelen buiten het internaat bespeurt Louis Engels de eerste barstjes in het strakke systeem. Zo lukt het hem om af en toe te ontsnappen om zijn vriend te ontmoeten. En, met de komst van de tv midden jaren zestig komt de wereld letterlijk de internaatsmuren binnen.
Tekst 5
Op het Kleinseminarie Apeldoorn is er nog mogelijkheid de regels te ontduiken. Bij José van der Sman is het regiem zo strak dat ze nauwelijks contact kan leggen met de externe leerlingen.
Tekst 6
De nonnen houden de deur nog stevig op slot; voor Louis Engels wordt die min of meer opengezet. Louis heeft vanaf zijn veertiende een intieme vriendschap buiten het seminarie met een 20-jaar oudere man die hij elke week een keer ziet.
Tekst 7
Het hebben van een relatie buiten de kostschool maakt Louis Engels sterk. Voor Til de Vries is dat ondenkbaar; zij zit van de wereld afgesloten. Daarom schrijft ze met Kees.
Tekst 8
José van der Sman heeft geen Kees om zich in te verliezen. Bovendien moet ze de weekenden binnen blijven omdat haar ouders in het buitenland wonen. Samen met een paar meisjes die ook niet naar huis kunnen.
Tekst 9
Ook op het kleinseminarie in Apeldoorn is er verzet. De maaltijden zijn zo eentonig en karig dat de jongens besluiten het niet langer pikken.
Tekst 10
Het verzet bij José van der Sman op school groeit. Vooral meisjes met ouders in het buitenland houden het niet meer uit.
Tekst 11
Als Til de Vries eindelijk van school komt kan ze thuis niet meer wennen. De kloof tussen haar en haar ouders is te groot geworden. Niet lang daarna trekt ze bij een man in. Vlak voor ze van kostschool vertrekt tekent ze de volgende droom op in haar dagboek.
Tekst 12
De kostscholen hebben het moeilijk in de tweede helft van de jaren zestig. Nonnen en priesters treden uit zodat de scholen moeite hebben om voldoende personeel te houden. Nieuwe aanwas is er niet. Jongens voelen zich niet meer geroepen priester te worden; meisjes worden allang geen non meer. Ook Vincent Roef wil geen priester worden. Omdat hij dit duidelijk laat merken wordt hij in 1966 van school gestuurd.
Tekst 13
Het Kleinseminarie van de paters Salezianen is geen erkend gymnasium. Daarom mogen Frans Godfroy en zijn vriend in hun examenjaar 6667 naar een gemengd gymnasium in Arnhem. Maar ze blijven wel op het seminarie wonen.
Tekst 14
Jongens trouwen met het eerste meisje dat ze zoenen, meisjes werpen zich in de armen van de eerste de beste veroveraar. José van der Sman loopt in 1971 weg van kostschool. Ze kan het niet meer volhouden.
Tekst 15
Tot zover José van der Sman. Samen met Soeur Stephanie, de jonge non, en haar ouders regelt ze een pleeggezin waar ze de laatste maanden tot haar eindexamen verblijft. En waar privacy het hoogste goed is.
Albert Siebelink verlaat het seminarie in de loop van het examenjaar. Hij voelt dat zijn roeping over is maar hij blijft daar wel de lessen volgen om zijn gymnasiumdiploma te halen. Daarna stort hij zich in het studentenleven, waar hij voor het eerst weer dagelijks vrouwen ziet.
Tekst 16
Tegen het eind van de jaren zestig sluiten veel kostscholen de poorten. De maatschappij is veranderd en ouders willen zelf hun kinderen opvoeden. Het katholieke denken heeft een groot deel van haar macht verloren. Bovendien zijn de jongeren te mondig geworden om zich nog aan het ouderwetse kostschoolsysteem te onderwerpen.
Voor de mensen die u de afgelopen vier weken hebt gehoord is de internaatstijd een ingrijpende periode in hun leven geweest. Frans Godfroy droomt er tot op heden nog van.

2 Reacties op “Onder het wakend oog Gods”

  1. Ik heb zelf nooit op een kostschool gezeten. Mijn vader kwam uit een groot katholiek gezin, hij heeft zijn verhaal 10 jaar voor zijn dood aan mijn moeder verteld hij heeft er nooit over gesproken. In Oude Bosch zat mijn vader op de kostschool en dat was in 1912, bij de broeders daar kreeg hij les van. Mijn vertelde dat er broeders waren die niet van de jongens af konden blijven en mijn vader kreeg het er spaans benauwd er van hij vertelde het aan zijn ouders maar wilde daar niets van weten want broeders deden zo iets niets daar keken ze in die tijd er tegen op.Maar ondanks als heeft hij er toch heel wat jaren er mee gelopen .

  2. joke zegt:

    graag wil ik even opal deze berichten reageren
    sexueel misbruik is verschrikkelijk want dat draagt je het verdere leven met je mee weet ik
    maar hoe zit het met de kinderen die min of meer door de nonnen geestelijk worden verkracht (sorry) als ik het zo mag zeggen
    daar praten ze niet over en dat zou wel moeten
    ik heb zelf een aantal jaren bij nonnen gewoond en het leek wel of je in de gevangenis zat bij hun
    ik was daar vanaf mijn 15e tot mijn 18e en ik kan wwel vertellen dat ik nu ik in de 60 ben nog de sporen daarvan meedraag
    het bepaalt je verdere leven
    het zou heel goed zijn,als dat ook eens aan de grote klok werd gehangen nu we toch bezig zijn om
    de beerput te openen
    ik weet dat ik niet de enige ben die dit zo heeft ervaren in die tijd
    we hebben nog met een paar onder elkaar contact
    en ook van hun hoor ik dat
    we hebben door het harde werken wat we daar moesten allemaal lichamelijke en geestelijke
    bokkades opgelopen
    waar je zelfs na al die jaren helemaal niks mee kan
    dit wilde ik even kwijt omdat ik vind,dat dit ook bespreekbaar zou moeten worden
    mensen die dit niet hebben meegemaakt zullen dit nooit kunnen vatten

Laat een reactie achter