Mensenrechten en journalistiek


Door Ruth Hopkins, onderzoeksjournalist

‘Peter kan doen wat wij niet mogen,’ zie een woordvoerder van de politie onlangs tegen mij over de zaak van Natalee Holloway.  Hij was verantwoordelijk voor de woordvoering rondom de zaak ten tijde van haar verdwijning op Aruba. Het onderzoekswerk van journalist Peter R. de Vries vond de agent prima. Sterker nog, volgens hem zat de wet de politie alleen maar in de weg. Peter kon en mocht meer dan de opsporingsambtenaren. De agent had ‘een heel sterk gevoel’ dat Joran van der Sloot schuldig was aan de verdwijning, misschien zelfs de dood van Holloway. Tja, alleen het bewijs, dat was er niet. Zijn opmerkingen zijn tekenend voor hoe de Nederlandse rechtsstaat verandert. De rechter is niet langer een onaantastbaar instituut dat op afstand en met gezag recht spreekt over haar burgers. Justitiële blunders zoals de Puttense moordzaak en de Schiedammer parkmoord hebben de reputatie van de rechterlijke macht weinig goeds gedaan. Burgers, journalisten, wetenschappers bemoeien zich met aanzwellende urgentie met lopende rechtszaken.

Dat agenten de wet maar een lastig obstakel vinden, is van alle tijden. Redelijk nieuw zijn de onderzoeksmethoden van Peter R. de Vries in de genoemde zaak. ‘Hij heeft het gedaan en zal hangen’, lijkt de hypothese en doelstelling van de Vries. Andere journalisten kunnen zich vinden in zijn aanpak, getuige bijvoorbeeld de foto van Joran op de omslag van het jaarboek 2008 van de Vereniging van onderzoeksjournalisten, de VVOJ.

Maar hoe verhouden de onderzoeksmethoden van de Vries zich eigenlijk tot de mensenrechten van Joran? Schendt de Vries niet het recht op een fair trial, een eerlijk proces van Joran? “Ach, zo denken juristen, daar hebben wij niets mee te maken,’ beslechte oud-hoofdredacteur van het NOS journaal Nico Haasbroek het dilemma dat ik hem voorlegde. De journalist als rechtenschender bestaat niet in zijn beleving.

Mensenrechten? Wat moet een journalist überhaupt met mensenrechten, met die verre verdragen en vage beloften? Mensenrechten? Dat is toch net zoiets als bomenknuffelen, vatte een student journalistiek onlangs zijn denkbeelden hierover samen. Boeiuh.

Docent aan de school voor journalistiek en oud hoofdredacteur van de Waarheid, Gijs Schreuders, ontwaarde zes verschillende kruispunten waarop mensenrechten en journalistiek samenkomen: 1) journalisten hebben een taak de mensenrechten uit te leggen aan een breed publiek, 2) ze dienen de mensenrechten van anderen te respecteren, 3) ze hebben recht op de vrijheid van meningsuiting, 4) journalisten hebben het recht op toegang tot informatie, 5) ze mogen niet zorgen voor of deelnemen aan zogenoemde ‘hate speech’ en als laatste: 6) journalisten kunnen ook bijdragen aan de bescherming van mensenrechten, door diepgaand onderzoek te doen naar misstanden, het zogenoemde ‘human rights reporting’, meestal een vorm van onderzoeksjournalistiek.

Van die zes functies is de vrijheid van meningsuiting van de journalist zelf het meest besproken en verdedigd recht. Het Nederlandse journaille staat op zijn achterste poten als er wordt getornd aan ‘misschien wel het belangrijkste recht ooit’. Meest recentelijk verhitte de mogelijke vervolging van cartoonist Gregorius Nekschot de gemoederen. Het leidde tot ludieke taferelen aan tafel bij Pauw en Witteman, waarbij de in burka gehulde spotprententekenaar zijn gal spuwde vanachter het gaas. Theo van Gogh, de Deense cartoonisten, politici als Ayaan Hirsi Ali, Ehsan Jami, Geert Wilders: zij gingen hem voor. Met een verwijzing naar de Verlichting, een periode waarin het cement van onze beschaving zou zijn gevormd, verdedigen deze beschermheren,- en dames het recht ‘te zeggen wat je denkt’. Gemakshalve wordt vergeten dat vrouwen, arbeiders en slaven geen beroep konden doen op die revolutionaire rechten. Niet voor niets heet de in de Bastille bevochten mensenrechtenverklaring La declaration des droits de l’homme.

De andere aspecten van mensenrechten en journalistiek krijgen beduidend minder aandacht. De verantwoordelijkheid van journalisten om niet de mensenrechten van anderen te schenden verdient meer aandacht. Waar bleef de discussie onder journalisten toen de Vries zijn missie Joran aan het kruis te nagelen voortdreef door hem toen maar te beschuldigen van vrouwenhandel, gebaseerd op flinterdun bewijs?

Human rights reporting, het zesde door Schreuders gesignaleerde kruispunt van mensenrechten en journalistiek, komt meestal neer op grondige onderzoeksjournalistiek.  Denk aan de reportages van Arnold Karskens en andere journalisten over de gevolgen van de ISAF bombardementen voor de Afghaanse burgers, of de Netwerkreportages over teruggekeerde Congolese asielzoekers. De controlerende functie die de journalist op die wijze uitoefent op de handel en wandel van de overheid, is essentieel in een democratische rechtsstaat. Daarom wordt onderzoeksjournalistiek ook wel als de meest fundamentele vorm van journalistiek beschouwd. Maar die taak kan alleen volledig tot zijn recht komen in een journalistieke gemeenschap waar ook de andere relaties tussen de journalist en mensenrechten serieus worden genomen. Een correcte en informatieve berichtgeving rondom mensenrechten voedt bijvoorbeeld het bewustzijn over de mensrechten van de journalist zelf, maar biedt ook een kader voor de verantwoordelijkheid de rechten van anderen niet te schaden.

Met andere woorden, onderzoeksjournalisten die de overheid ter verantwoording roepen vanwege de veronachtzaming van de rechten van gewone mensen, kunnen zichzelf alleen serieus noemen en nemen als met gelijke kritische blik wordt gekeken naar de eigen machtsuitoefening ten opzichte van diezelfde burgers.

Informatie en Links

Draag bij door te reageren, bij te houden wat anderen te zeggen hebben, of naar dit blog te linken vanuit een eigen blog.


Andere berichten
Argos en Europa - door Kees van den Bosch
Richtsnoer CBP bemoeilijkt onderzoeksjournalistiek

Schrijf een reactie

Neem even de tijd om je mening of opmerking toe te voegen, eenvoudige HTML is toegestaan.

Reacties van bezoekers

De stelling aan het eind van je stuk lijkt me een goed ethisch uitgangspunt Ruth. Maar zonder de invalshoek van de mensenrechten is ook al duidelijk dat in de Holloway case iets mis is gegaan. Het journalistieke punt had niet moeten zijn dat Joran van der Sloot schuldig is, maar, bijvoorbeeld, dat het OM tekort is geschoten. En dan hebben we het nog niet eens over de toegepaste methoden, zoals het inzetten van een onbetrouwbare’deep throat’.