Op Scherp: Paul Verhoeven

29 september 2009 | door j.schot | in de categorie: Archief, Bewegend beeld, Op Scherp

Zowel tijdens de beginjaren van zijn carrière in Nederland als in Hollywood werd Paul Verhoeven vereerd en verguisd. In eigen land groeide hij met Turks Fruit en Soldaat van Oranje uit tot de belangrijkste en meest geliefde speelfilmregisseur, maar de subsidiegevers ‘met hun calvinistische stupiditeiten’ bleven hem altijd tegenwerken. In Amerika werd hij geroemd als een heuse auteur van baanbrekende sciencefictionfilms als RoboCop, maar ook genadeloos afgekraakt naar aanleiding van Showgirls. In de rubriek Op Scherp een multimediaal portret van het boegbeeld van de Nederlandse cinema.

De feiten
Geboren: 18 juli 1938, Amsterdam.

Actief als: regisseur

Eerste film: Wat zien ik (1971)

Prijzen: won een Gouden Kalf voor beste regie met Flesh+Blood (1985) en Zwartboek (2006); ontving op het Nederlands Film Festival in 1992 de Cultuurprijs en won met Turks fruit (1973) in 1999 de prijs voor de Beste Nederlandse Film van de Eeuw; werd met Turks Fruit en Soldaat van Oranje (1977) genomineerd voor respectievelijk een Oscar en een Golden Globe voor beste buitenlandse film; werd in 1983 door internationale filmcritici op het Filmfestival van Toronto bekroond voor De vierde man; won een Razzie voor slechtste regisseur met Showgirls (1995), hij was de eerste ‘prijswinnaar’ die de award zelf kwam ophalen.

Beste film
Soldaat van Oranje. De oorlogsfilm die de carrières van Verhoeven, Rutger Hauer en Jeroen Krabbé richting Hollywood stuurde. De vaderlandse klassieker, gebaseerd op de memoires van Erik Hazelhoff Roelfzema, heeft alles (actie, spannend plot, humor) wat een goede publieksfilm in zich moet hebben. Maar bovenal heeft de film twee fantastische hoofdrolspelers en een aantal heerlijke bijrollen, met als hoogtepunt Rijk de Gooyer als de weerzinwekkende, perverse Sicherheitsdienst-agent Breitner.
Ook zien: Turks Fruit, Robocop, Total Recall, Starship Troopers.

Slechtste film
Showgirls. De tweede samenwerking tussen Verhoeven en schrijver Joe Eszterhas – eerder maakten ze samen Basic Instinct – werd na vernietigende recensies (impossibly vulgar, tawdry and coarse … akin to being keelhauled in a cesspool –Variety) een enorme flop. Op video groeide de film toch nog uit tot een heuse cultklassieker. Dankzij het al snel humoristisch wordende ‘acteren’ van hoofdrolspeelster Elizabeth Berkley en de legendarisch slechte dialogen wordt Showgirls beschouwd als een van de beste slechte films aller tijden.

Handelsmerk:
Staat vooral bekend om zijn controversiële seks- en geweldscènes, die in Amerika tot veel discussie én aandacht leidden, maar ook in Nederland door critici en beleidsmakers werden veroordeeld. Veel van zijn ogenschijnlijk platte, gewelddadige films bleken achteraf toch een diepere, maatschappijkritische laag te hebben, met als belangrijkste voorbeeld Starship Troopers. Verhoevens sciencefictionfilm kreeg vernietigende kritieken vanwege het vermeende fascistische karakter, maar was juist bedoeld als kritiek op de totalitaire trekjes van de Amerikaanse samenleving.


Paul Verhoeven over seksscènes

Verhoeven over Verhoeven
(Waarom hij naar Amerika ‘moest’) ‘Omdat de situatie in Nederland in 1985 zo onhoudbaar was, existentieel zo beangstigend, dat het mij naar de keel vloog. De hele Nederlandse filmkliek, de filmcommissies enzo, plus de critici, iedereen was er alleen op uit mij te stoppen, vanwege mijn zogenaamde vuiligheid en gebrek aan engagement, sociale diepgang, whatever. Dat je bij iemand als Jan Blokker van het Productiefonds op de knieën moest, iemand die ik beschouw als een totale oetlul als het over film gaat, was verschrikkelijk. Alles wat de Nederlandse film in de jaren zeventig had opgebouwd heeft hij, met Koolhaas, om zeep geholpen. Ze moesten er om gekruisigd worden.’
(Cinema.nl, 2002)

‘Prijzen zijn mooi, maar ik ben op mijn best als ik mensen op stang jaag.’
(na het winnen van de oeuvreprijs van het Festival van de Fantastische Film, 2002)

‘Ik ga filmkunst maken, dat kan je niet zeggen. Laten we films gaan maken wel. Je moet voortdurend een dialectiek hanteren tussen het commerciële en het artistieke. Soms ontstaat dan iets dat over twintig of dertig jaar nog belangrijk is. Dat noem je kunst, als iets blijvende waarde heeft.’
(Volkskrant, 2004)

(Over Zwartboek) ‘17 Miljoen is fors, ja. Maar de film maken voor minder geld was onmogelijk. Dan was er maar één oplossing geweest: de film helemaal niet maken. Als het budget te hoog uitvalt, dan moet je het gewoon niet doen. In Nederland wordt vaak gedacht: dan schrappen we wat en dan draaien we gewoon voor wat minder. Dat kan dus niet. Daar krijg je niet zulke beste films van.’
Volkskrant, 2006)
‘Ik heb in Amerika geleerd hoe belangrijk het narratief is. Als je naar mijn Nederlandse films kijkt zal je zien dat ze niet echt door het narratief worden voortgedreven.’
(About.com, 2006)

(over de stap naar Hollywood) ‘Veel Europese regisseurs zijn er heen gegaan en faalden, volgens mij vooral omdat ze persoonlijke films probeerden te maken. Ok, dacht ik, als ik probeer persoonlijk te zijn, dan ben ik volgend jaar weer weg. Ik doe het op hun manier, en sciencefiction is voor mij het veiligst: er is veel actie en beweging, de dialogen zijn meestal niet het belangrijkst en de cultuur is een nieuwe cultuur die niet identiek hoeft te zijn aan de Amerikaanse.’
(Time Out London, 2007)

(over het vermeende fascistische karakter van Starship Troopers) ‘Achteraf kun je stellen dat hoe fascistischer het land vroeger was, hoe bozer ze waren over StarshipTroopers. Je kunt wel raden wie nummer één was: Duitsland. Nummer twee was Italië en nummer drie was Frankrijk, haha. Duitsland was echt vreselijk, daar werd ik als een tweede Leni Riefenstahl onder schot genomen. Maar er zijn ook mensen zijn die het wél willen zien. In Amerika zijn er tal van universiteiten waar stukken over Starship troopers zijn geschreven. Van hen krijg ik ook voortdurend verzoeken om over de film te komen praten.”
(De Filmkrant, 2000)

Laat een reactie achter