Venezuela

Zwijgen over China

8 april 2008 door redactie Mr. Li

depers.jpgVerslaggever Marijke van den Berg bericht wekelijks vanuit Venezuela in dagblad De Pers.

Als het over olie gaat is alles in Venezuela politiek. “Alles gaat hier heel goed met de Chinezen’, zegt Argenis Hernández, een Venezolaan in dienst van China Petroleum Venezuela Technical Services. Dit bedrijfje voert op contractbasis proefboringen uit voor oliemaatschappijen. Hij is hoofd operaties en marketing. ‘Chinezen hebben veel vertrouwen in de Venezolanen. Dat ik deze functie heb, bewijst dat.’

venezuela-hernandez.jpg

President Hugo Chávez ziet graag dat China meer olie van Venezuela koopt. Hij wil zo onafhankelijker worden van ‘de duivel’ Amerika. Ongeveer 65 procent van de Venezolaanse olie gaat naar de VS. Dat maakt Chávez kwetsbaar, want zijn economie leunt zwaar op de olie-dollar. Bovendien heeft Chávez grote behoefte aan nieuwe technologie en ook hier hoopt hij op Chinese steun.

Lees verder….

Aflevering 10 - Een volle tank voor nog geen 2 euro

7 april 2008 door Redactie Mr. li

ipod.jpgIn Venezuela betaal je drie cent voor een liter benzine, dat is nog geen 2 euro voor een volle tank. Dat is zelfs voor een olierijk land als Venezuela onder de kostprijs. Volgens de oppositie een slecht gekozen cadeautje van president Hugo Chavez aan de bevolking. In deze aflevering van Looking for Mr. Li rijdt verslaggever Marijke van den Berg rond in Maracaibo, de oliehoofdstad van Venezuela waar inmiddels ook Chinese oliekopers zijn neergestreken.

http://download.omroep.nl/vpro/39458276.mp3

Uitzending: dinsdag om 11:00 uur op Radio 1 (Bureau Buitenland van De Ochtenden) en om 18:35 op de Wereldomroep (de Vrije Wereld). Alle uitzending zijn naderhand terug te luisteren als mp3.

Hoe Chinees is een Venezolaan?

3 april 2008 door Marijke van den Berg

la_chinita.jpg
Foto: Flickr

Maracaibo is de oliehoofdstad van Venezuela. Bijna driekwart van de olie komt uit dit gebied. Wanneer je aankomt in de stad valt op hoe groot het verschil is met Caracas. De drukke, lawaaierige, rommelige staten van Caracas maken plaats voor de zinderende hitte van een keurige stad met brede wegen, lage huizen en enorme winkelcentra.

De sloppenwijken liggen hier ver verwijderd van het stadscentrum, uit het zicht van de vluchtige bezoeker. Het meeste lawaai lijken vooral de vele airconditioners te veroorzaken. Gekscherend wordt Maracaibo daarom wel de koudste stad van Venezuela genoemd. Dit is een regio met geld, dat is duidelijk.

In deze stad wordt de maagd Maria vereerd, net zoals in zoveel andere katholieke steden. Maar hier heeft de maagd wel een heel bijzondere naam. Ze heet namelijk La Chinita, het Chineesje.

Aan deze Maria is een bijzonder verhaal verbonden. In het jaar 1709 vond een boerenmeisje in het meer van Maracaibo een houten plank met daarop de maagd Maria geschilderd. De plank was waarschijnlijk door Nederlandse piraten - die in die tijd de wateren voor Venezuela en Colombia onveilig maakten - uit een dorpje aan de kust gestolen en later als oud vuil in het meer gedumpt. Het meisje nam de plank mee naar huis, waar de afbeelding begon te stralen. Eenmaal neergezet in de plaatselijke kerk zouden er zelfs wonderen zijn gebeurd. In 1942 werd La Chinita officieel de heilige van de provincie Zulia, waar Maracaibo ligt.

Bijzonder aan de afbeelding op de plank is dat Maria is afgebeeld met de ogen naar het evenbeeld van de oorspronkelijke bevolking van dit gebied. En die ogen lijken op die van Chinezen. Want deze bewoners zouden Chinees, of in ieder geval Oost-Aziatisch bloed hebben gehad. De theorie is dat deze Aziaten 12-duizend jaar geleden via de Beringstraat, de zeestraat tussen de Grote Oceaan en de Noordelijke IJszee, via Amerika naar Venezuela zijn gekomen.

Maar helaas doen ze in Maracaibo hun legende niet langer helemaal eer aan. Als je naar het gezicht van La Chinita kijkt, zijn het blauwe ogen die je aanstaren. Misschien zijn ze toch niet zo blij met het Aziatische bloed in hun aderen.

Frustraties

2 april 2008 door Marijke van den Berg

onidex.jpg

Er is één ding waar de officiële instanties hier in Venezuela uitermate goed in zijn. En dat is mensen van het kastje naar de muur sturen.

Bijvoorbeeld in het gebouw van Onidex, de plek waar je moet zijn voor je visum, werkvergunning, verblijfsvergunning, etc. Het bracht een Chinese student in ieder geval tot grote vertwijfeling: “Ik word steeds weer naar boven en dan weer naar beneden en dan weer naar boven en dan nog eens naar beneden gestuurd. En ik weet niet eens waarom!”

Dezelfde ervaring viel mij ten deel. Ik dacht een eenvoudige, statistische vraag te hebben: Hoeveel Chinezen wonen er officieel in Venezuela? Bijna alle kantoortjes heb ik van binnen gezien, maar een antwoord kreeg ik nergens. Niet dat ze moeite gedaan hebben om het uit te vinden, trouwens. Eigenlijk nog voordat ik mijn vraag had gesteld, was steeds het antwoord er al: ik moet ‘niet op deze afdeling zijn, maar een verdieping hoger of lager’, al naar gelang het uitkomt. En wanneer de aangegeven verdieping al door mij bezocht bleek te zijn, dan wisten ze altijd nog wel een ander kantoortje verstopt in een hoekje aan te wijzen. Alles om maar niet serieus te hoeven in gaan op de gestelde vraag.

Telefonisch gaat het al niet anders. Zelfs al heb je de instantie in kwestie al vaker aan de lijn gehad en heb je de bewuste medewerker al vaker gesproken. Het tiende telefoongesprek met een instantie verloopt ongeveer als volgt:

- “Hallo, ja daar ben ik weer van de Nederlandse radio.”

Secretaresse: “Ja, hallo, alles goed?”

-“Ja hoor, alles prima. Zeg, de vorige keer zei u dat ik vandaag terug kon bellen en dat u dan meer weet over een afspraak met de directeur.”

Secretaresse: “Klopt, maar het blijkt dat u toch niet bij deze afdeling moet zijn, ik verbind u door…

Andere medewerkster: “Ja hallo… een gesprek met wie? En heeft u al een brief gestuurd? Nou, daar weet ik niets van. Ik verbind u door…”

De volgende medewerker: “Wat? Wacht maar even, ik verbind u door…”

- “Ja maar…”

Terug bij de eerste secretaresse: “O jij weer…”

- “Ja daar ben ik weer. Ik moet toch echt bij u zijn!”

Secretaresse: “Maar heeft u dan al een brief gestuurd om uw aanvraag te bevestigen?

-“Ja, en ook al een e-mail. Kan ik nu niet even met de directeur spreken?

Secretaresse: “Nee, die is in vergadering. Stuur de brief nu nog maar een keer, dan nemen we de aanvraag echt in behandeling. Dat duurt ongeveer vijf dagen. Dan gaat het echt lukken. Bel dan maar weer.”

- “Ja, maar ik…” Tuut, tuut, tuut.

pdvsa.jpg

Er is één instelling die het wel heel bont maakt, en dat is de PdVSA, de nationale Venezolaanse oliemaatschappij. Via deze organisatie lopen de contacten met de enige Chinese oliemaatschappij hier in Venezuela. Rechtstreeks bellen met deze CNPC is niet mogelijk. Jammer genoeg. Rechtstreeks contact met de als terughoudend bekendstaande Chinezen zou waarschijnlijk makkelijker zijn geweest, maar het is de Venezolaanse oliemaatschappij waar ik zaken mee moet doen.

Na het bovenstaande telefonische ritueel tot het oneindige toe te hebben herhaald, werd ik opeens uitgenodigd in het hoofdkantoor in Caracas voor een informeel gesprek. Geen interview, maar om te verduidelijken wat nu eigenlijk de bedoeling was. Of al die telefoontjes en e-mails niet duidelijk genoeg waren. Maar goed, een persoonlijk gesprek kan geen kwaad om een voet tussen de deur te krijgen, denk je dan. Het gesprek met de twee persvoorlichters verliep uitermate vriendelijk en vol interesse van hun kant. Want ‘ja, ze zijn eigenlijk ook journalisten’ en begrepen mijn verzoek dus volkomen. En ja, ‘ze zouden wel wat kunnen regelen, dat moest toch geen probleem zijn.’ Een kwestie van even overleggen met de directie.

Weekje later een telefoontje: “Hallo, hoe gaat het ermee. Ik heb nieuws over je verzoek,” zegt de persvoorlichter met opgewekte stem. Het gaat lukken, denk je dan meteen. “Sorry, maar het gaat niet door. Nee, geen gesprek met de Chinezen. Nee, ook geen gesprek op kantoor met iemand van PdVSA. Nee, geen verklaring. Het gaat gewoon niet door. Prettige dag nog.”

Ik zit nu nog te wachten op een afwijzing van Buitenlandse Zaken, de Chinese ambassade, de directeur van Onidex, de Chinese computerfabriek in Punto Fijo en alle andere instanties en mogelijke gesprekspartners die nog volgen. Je zou er gefrustreerd van raken!

Al is er altijd ook weer een lichtpuntje. Want als ik door een straat in Caracas loop met mijn fotocamera in de aanslag op zoek naar Chinezen, schieten twee Venezolanen spontaan te hulp. Ze maken van hun ogen spleetjes: “Kijk hier heb je je Chinezen!” En ik heb mijn foto.

Win een Mr Li t-shirt of een I-pod

1 april 2008 door redactie Mr. Li

t-shirt.jpgElke week stellen we drie vragen aan de luisteraars van ‘Looking for Mr. Li’. Daar kun je bijzondere prijzen mee winnen: we loven wekelijks drie unieke Mr. Li t-shirts uit. En we geven één iPod aan de winnaar van de maand.

De vragen bij de eerste uitzending vanuit Venezuela zijn:

1) Waarom wonen er geen Chinezen meer in de vroegere Chinese buurt van Caracas?

2) Waarom hoeft Venezuela zich - in tegenstelling tot andere Latijns-Amerikaanse landen - niet bedreigd te voelen door de grote hoeveelheid Chinese importartikelen?

3) Vind je het een goed streven van Venezuela om minder afhankelijk van de VS te worden en meer te leunen op China? Licht je antwoord in maximaal 250 woorden toe.

Stuur je reactie vóór maandag 7 april a.s. naar misterli@vpro.nl en win een origineel t-shirt of iPod. Vermeld duidelijk “prijsvraag 7 april” , je naam, adres en telefoonnummer en je t-shirt-maat. De goede antwoorden op vraag 1 en 2 staan vanaf volgende week dinsdag op de website.

Aflevering 9: Waar zijn de Chinezen in Caracas?

1 april 2008 door Redactie

ipod.jpgIn de eerste aflevering van Mr Li in Venezuela arriveert Wereldomroepcollega Marijke van den Berg in hoofdstad Caracas. Gedreven door de groeiende behoefte aan olie klopten de Chinezen bij president Hugo Chavez aan. Maar waar zijn ze?

http://download.omroep.nl/vpro/39433451.mp3

RSS Podcast (RSS-feed) van Looking for Mr. Li.

Ze zijn rustig en werken hard

1 april 2008 door redactie Mr. Li

depers.jpgVerslaggever Marijke van den Berg bericht wekelijks vanuit Venezuela in dagblad De Pers.

Sinds de Venezolaanse president Chávez China heeft gekozen als zijn nieuwe grote vriend, trekken er veel Chinezen naar het Zuid-Amerikaanse land. En ze doen het goed.

‘Dit was vroeger de Chinese wijk van Caracas, El Barrio Chino’, zegt Raul Espinoza, een bewoner van de arme volkswijk in de Venezolaanse hoofdstad, stellig: ‘Hier woonden veel Chinezen, maar die zijn rijker geworden en vertrokken. Alleen beneden in de grote straat hebben nog een paar Chinezen een winkel.’

Lees door…

Achter tralies in Caracas

24 maart 2008 door Marijke van den Berg

mannen_barrio.jpg

De afgelopen dagen lag alles plat in Venezuela. Want anders dan in Nederland wordt Pasen hier vooral vooraf gevierd, tijdens Semana Santa.

Van afgelopen donderdag tot eerste Paasdag trok heel Caracas er op uit voor familiebezoek of een dagje aan het strand. Dat betekende dat zo goed als alle winkeltjes gesloten waren en dat maakte het voor mij zo onmisbare internet onbereikbaar. Maar misschien nog wel erger; iedereen was telefonisch onbereikbaar. Veel afspraken heb ik dan ook nog niet kunnen maken.

barrio.jpg

De wijk Manicomio waar ik deze weken woon, blijkt een onvermoede Chinese link te hebben. In de volksmond heette deze barrio vroeger El Barrio Chino, de Chinese wijk. Daar is nu niet veel meer van te zien, op een enkele Chinese winkel aan de voet van de wijk na. De Chinezen zijn allemaal weggetrokken. “Ze werden rijker en zijn vertrokken”, zegt een buurtbewoner. Weg is daarmee ook iets wat voor een “Chinatown’ zou kunnen doorgaan, want een dergelijke wijk heb ik in Caracas niet kunnen vinden.

Op de hoek van mijn straat zit bijna elke dag een groepje oudere mannen te praten. Ook zij zijn het erover eens: Chinezen wonen niet meer in deze wijk: “Wel mannen zoals ik: rijk, knap en aantrekkelijk,” grapt een gezette, oudere man luid lachend. De mannen hebben duidelijk lol in een gesprekje met een Hollandse. “Vroeger woonde hier naast een Chinese familie. Vriendelijke mensen. Ze verkochten rijst, maar ook zij zijn weggegaan.”

winkel_barrio.jpg

Het is wel duidelijk dat de Chinezen hier in Venezuela de handelaren zijn en de winkeltjes bezitten. Maar van jaloezie lijkt geen sprake. Mijn overbuurvrouw vindt het logisch: “Het zijn rustige, hardwerkende mensen. De meeste buitenlanders die hier komen, werken een beetje harder dan de gemiddelde Venezuolaan.”

winkel_barrio02.jpg

Het is een gemoedelijk tafereeltje; het groepje oudere mannen op de hoek van mijn straat. Daarmee lijkt deze barrio op een gewone, gezellige volksbuurt. Maar schijn bedriegt. Want kijk je naar de huizen, dan zie je overal tralies voor de ramen en deuren. Zelfs de derde verdieping van de huizen is ermee voorzien. Wil je wat kopen in de winkel pal naast mijn deur, moet je door een traliehek om je producten vragen. Vrij erin lopen gaat niet. Om veiligheidsredenen.

De barrios van Caracas zijn dan ook berucht om de vele inbraken, geweld en gang-ruzies. Elke week vallen er 50 doden in deze sloppenwijken. Caracas staat hoog op de lijst van meest gevaarlijke steden in Latijns-Amerika.

Daarom moet ik drie traliehekken door om in mijn appartementje te komen. En zitten er ook voor mijn ramen tralies. Zo rond negen uur ‘s avonds, wanneer ook de oudjes niet langer voor hun huizen durven te zitten, sluit ik mezelf op, net als al mijn buren, achter de veiligheid van mijn tralies.

Wonen in een ‘gekkenhuis’

21 maart 2008 door Marijke van den Berg

venezuela-mijn-straat.jpg

“Je gaat wonen in Manicomio, het gekkenhuis.” Toch niet het meest geruststellende antwoord op mijn vraag in welke wijk mijn appartementje staat.

De afgelopen weken is Tessa, mijn contact in Venezuela, op zoek gegaan naar een plek om de komende weken te wonen. Dat bleek nog niet mee te vallen. Caracas kampt met woningnood. Mijn eisen maakten het er ook al niet gemakkelijker op: niet in een onpersoonlijk hotel, niet drie-hoog-achter in een te dure flat in een middenklassewijk. Nee, ik wil tussen de mensen wonen.

En dat is gelukt. Een leeg appartementje op de tweede verdieping midden in een volkswijk. Een simpel vierkant gebouw van rode baksteen met een golfplaten dak. Maar het staat midden in het leven van Manicomio.Vanuit mijn raam kijk ik naar een betonnen basketballveldje, een ontmoetingsplaats voor jongeren. Aan het einde van de straat is een pleintje waar vooral oude mannen samenkomen.

Zoals het in een volksbuurt betaamt, leeft men hier grotendeels op straat, staat de radio overal hard aan, rijden de brommers met afgezaagde uitlaatpijpen voor net dat beetje extra lawaai, is de basdreun uit de auto van grote afstand te horen en hangen de jongeren het liefst ‘gezellig’ de hele nacht rond het basketballveldje, met als grootste tijdverdrijf het laten afgaan van een autoalarm. Mijn eerste nacht beleefde ik letterlijk als in een gekkenhuis. Al het geluid dringt door de dunne wandjes van mijn appartement naar binnen. Mijn eerst volgende aankoop is dan ook een set oordopjes.

Het appartement was helemaal leeg toen ik er in trok. Geen bed, stoel, tafel of kast. Zelfs geen keuken. Een ongezellige open ruimte met in de hoek een hokje met een koude douche en wc. Dus dat betekende ’shoppen’ voor spullen.

mevrouw_chang.jpg

En dat bracht mij in contact met mijn eerste ‘Mister Li’. Of in dit geval een señorita, met de eveneens veel voorkomende Chinese naam Chang. Ze is de eigenaresse van een soort Chinese ‘winkel-van-Sinkel’, met letterlijk van alles te koop. Borden, kopjes, pannen, kooktoestellen, koffiezetters, maar ook shampoo of tandenborstels. Alles van plastic of metaal hoog opgestapeld in rekken of gewoon nog in de doos. Alles ‘made in China’ , uiteraard.

mevrouw_chang02.jpg

Señorita Chang is geboren in China, maar als kind ging ze met haar ouders mee naar Venezuela. Nu runt ze samen met haar Chinese man de winkel. De zaken gaan goed. Het is een komen en gaan in de winkel. Toch is alles volgens Chang veel duurder geworden door de ongunstige dollarkoers.

Señorita Chang spreekt overigens keurig Spaans, maar schakelt net zo gemakkelijk over naar het Chinees om het hulpje een opdracht toe te snauwen. Volgens Chang heeft ze veel Venezuolaanse vrienden, maar van de Venezolaanse mannen is ze niet echt gecharmeerd. Hun huidkleur is haar te donker. Ze heeft ze liever wat blanker.

Klaar voor Venezuela

14 maart 2008 door Marijke van den Berg

venezuela_vertrek.jpgIn de hoek van mijn werkkamer staat inmiddels een hele stapel aan apparatuur. Het ziet er nu nog uit als een onordelijk warboel, maar het moet straks echt allemaal mee naar Venezuela. Wat de berg zo groot maakt zijn alle extra, uit voorzorg mee te nemen technische zaken in de vorm van extra snoeren, geheugensticks, microfoon, lege dvd’s, opladers, koptelefoon en zelfs een extra opnameset. Want je weet maar nooit. Alles kan kapot gaan, kwijtraken of in het ergste geval gestolen worden. Liever ’safe than sorry’.

Met het inpakken komt ook een einde aan de periode van voorbereiden, inlezen, waardevolle contacten leggen en veel overleggen met mijn contact in Venezuela, Tessa Marsman. Nog lang niet alles is geregeld. Zo blijkt het contact leggen met de Chinese club van Caracas niet eenvoudig en konden nog geen afspraken gemaakt worden met de Chinese ambassade of met de China National Petroleum Corporation. Maar andere contacten lijken hoopvol, zoals die met een Chinese professor aan de Bolivariaanse Universiteit in Caracas of met een Chinese student die net is afgestudeerd op het onderwerp van Chinees-Venezolaanse betrekkingen. Het zal afwachten zijn wat uiteindelijk lukt en bruikbaar is voor de reportages.

venezuela-straat-beeld-cara.jpg

Ik neem mijn intrek in een appartementje in één van de vele barrios, zeg maar volkswijken. Dat is bijzonder want in Caracas heerst woningnood. Daarom is het is knap van Tessa dat zij voor mij daar een appartement heeft weten te bemachtigen. In de wat betere wijken is óf een onderkomen niet te krijgen óf absurd duur. Betaalbaar is eigenlijk alleen de barrio, maar ook daar heerst schaarste en bovendien is het niet de meest veilige plek om te wonen. Maar voor een radioverslaggever wel de meest interessantste plek, zo letterlijk tussen de ‘gewone’ Venezolanen. Want een belangrijke vraag in mijn reportages is hoe de gemiddelde Venezolaan aankijkt tegen de toenadering tussen China en Venezuela. Hopelijk opent mijn verblijf in de barrio deuren.

venezuela-straatbeeld-carac.jpg

Mijn notitieblok staat inmiddels vol met mogelijke onderwerpen, vragen die ik beantwoord wil krijgen, interessante locaties, mogelijke gesprekspartners, te bezoeken steden en dingen die nog uitgezocht moeten worden. Ik zie mijzelf al door de straten van Caracas lopen, langs de olievelden rond de Orinoco, opkijkend naar de grote olietankers met bestemming China in de haven van Maracaibo of Puerto La Cruz. En dat alles voor het vinden van een antwoord op de vraag die de laatste jaren in de steeds verder globaliserende wereld gesteld wordt: is de Chinese expansie een zegen of een vloek? Nog even en ik stap het vliegtuig in, met een tas vol apparatuur en een hoofd vol vragen.