
Bijna de helft van alle olie in Venezuela wordt geproduceerd in de provincie Zulia. De hoofdstad Maracaibo kun je dus met recht de oliehoofdstad van Venezuela noemen. Zulia is de belangrijkste provincie en de enige waar de oppositie de touwtjes in handen heeft, met Rosales als gouverneur.
Daar wil de partij van Chavez, de PSUV, natuurlijk graag verandering in brengen. Daarom is net besloten om Rodrigo Cabezas naar voren te schuiven. Hij is aangewezen als belangrijkste man binnen de PSUV in deze provincie en daarmee staat hij net onder Chàvez. Hij moet ervoor zorgen dat zijn partij bij de verkiezingen, eind dit jaar, het gouverneurschap binnenhaalt.
Om zijn toekomstplannen uiteen te zetten geeft hij een persconferentie in het kantoor van de PSUV in Maracaibo. Na afloop wil hij de journaliste uit het verre Nederland wel te woord staan over de relatie Venezuela-China.
De persconferentie wordt gehouden in het te kleine kantoortje van de PSUV in Maracaibo. Buiten staan de in het rood geklede aanhangers van de partij van Chàvez al op de pers te wachten. Ze staan klaar om zich straks, tijdens de toespraak letterlijk achter hun nieuwe provinciale leider op te stellen.
Wanneer de toegesnelde pers, allemaal televisie overigens, hun microfoons hebben opgesteld, begint Cabezas aan zijn toespraak. Tijdens de half uur durende monoloog wordt het steeds warmer in het kleine zaaltje, maar de aanhangers blijven achter hem staan. Er wordt af en toe instemmend geknikt of gemompeld. Ze hangen aan zijn lippen, zo lijkt het.
Na het laatste punt van de toespraak volgt een applaus, waarna er vragen gesteld mogen worden. Ik moet braaf wachten. Cabezas neemt er de tijd voor. Ondanks dat hij herhaaldelijk op zijn horloge kijkt en zegt dat de persconferentie nu toch wel een beetje uitloopt.
Ik moet geduldig wachten. Er zit niets anders op. Eén journalist - of zou het een stagiare zijn? - valt op door zijn stunteligheid en onzekere gedrag. Toch hoeft hij zich niet voor te stellen aan Cabezas en krijgt voorrang boven anderen. Hij zet zijn microfoon op tafel, mompelt iets - een vraag neem ik aan- , waarop Cabezas in een monoloog van ruim een kwartier mag leeglopen.
Er wordt af en toe instemmend geknikt of gemompeld.
De jongen kijkt ondertussen schuchter om zich heen, maakt amper oogcontact met zijn ‘geïnterviewde’, en een verdere vraag komt niet over zijn lippen. Wanneer Cabezas klaar is met zijn rede, pakt de jongen zijn microfoon en zet de camera uit. De jongen heeft zijn ‘interview’ dat zo op de televisie kan. Hij blijkt van de staatstelevisie te zijn.
Als alle andere vragen zijn gesteld, mag ik aan tafel komen zitten. Na een korte introductie steek ik van wal met de vraag hoe hij de relatie Venezuela-China ziet. Nu weet ik uit eerdere gesprekken dat het antwoord op die vraag maar twee mogelijkheden kent; heel erg positief of heel erg negatief.

Is het antwoord de eerste is men pro-Chàvez, ofwel Chavist, is het antwoord negatief dan is men van de oppositie. Het klinkt simpel, maar het is een feit in dit uiterst gepolariseerde land.
En dus antwoordt Cabezas geheel in lijn met de verwachting dat de relatie met China tot op heden een groot succes is. En dat er 300.000 vaten olie per dag naar China geëxporteerd worden. Van problemen wil hij niets weten. Dat de olie-export naar China door de grote afstand te duur is en dat China niet de expertise heeft om Venezuela’s zware soort olie te verwerken en dat daarom de export naar China volgens de oppositie blijft steken op 160.000 vaten per dag, doet hij af als een mythe. Verzinsels van de oppositie.
De export naar China blijft ver achter bij de wens van Chàvez om minder afhankelijk van Amerika te worden voor zijn olie-export.
In dit land zijn feiten moeilijk te achterhalen. En dus is het antwoord op de vraag hoeveel olie er naar China wordt geëxporteerd afhankelijk van met wie men spreekt. En dus krijg je aantallen die variëren tussen de 160.000 en 300.000 vaten per dag. De waarheid zal wel ergens in het midden liggen.
Feit is wel dat de export naar China ver achter blijft bij de wens van Chàvez om minder afhankelijk van Amerika te worden voor zijn olie-export. Nu gaan er 1,5 miljoen vaten olie naar de relatief dichtbij gelegen VS, waar raffinaderijen staan die Venezuela’s ruwe olie kunnen verwerken. Maar Cabezas blijkt een ras-optimist: “In 2012 gaan er 1 miljoen vaten olie per dag naar China.”