ZAMBIA: Weer thuis zindert Zambia nog na…
dinsdag, april 1st, 2008Ik ben alweer een paar weken thuis en weer helemaal in de stroom van het grote buitenlandse nieuws meegesleept. Toch bereiken me af en toe nog berichten van mijn nieuwe Zambiaanse kennissen. Zambia, waar ik een maandlang in het mijnstadje Chambishi voor Mr. Li de Chinese invloed tot op de millimeter mocht onderzoeken.
Ik was nog niet weg uit Zambia of het gonsde van de Chinees-Zambiaanse activiteiten. Eerst kwam er een 20-koppige handelsdelegatie onder leiding van de Chinese vice-minister van Handel Gao Hucheng op bezoek. Na een rondleiding over de geplande economische zone bij Lusaka reisden ze door naar de Copperbelt. Naar Chambishi waar rondom de mijn de Multi Facility Economic Zone wordt gebouwd en waar ik drie weken vandaan heb bericht.
De kranten - van regerings- en oppositiezijde - stonden vol foto’s en nieuws. De Chinezen beloven scholen en ziekenhuizen op het platteland te bouwen. Er worden verdragen gesloten tussen Chinese en Zambiaanse bedrijven. De Zambiaanse regering belooft de eigendomsrechten van de Chinese investeerders te koesteren. Ambassadeur Li Baodong prijst het nieuwe handelsprogramma tussen de twee landen. Volgens hem zijn er tweehonderd Chinese bedrijven in Zambia actief; China is een van de grootste investeerders, zegt hij in een kranteninterview. Kortom, de nauwe banden tussen de ‘all weather friends’ worden van alle kanten in het zonnetje gezet. Al worden de Chinezen wel gemaand om eindelijk meer Zambianen in dienst te nemen.
In de aanloop naar het bezoek verschijnen er advertenties dat Zambianen voortaan goederen in China kunnen importeren zonder daarvoor importbelasting te betalen. En op de kopersmelter in aanbouw - de grootste van Afrika - die in 2009 moet gaan werken, breekt een staking uit. Ja hoor, heb ik weken op actie gewacht, gebeurt het als ik net weg ben. Van alle kanten komen mailtjes binnen. Meer dan vijfhonderd - waarschijnlijk - Zambiaanse bouwvakkers leggen het werk neer. (Ik denk niet dat de arme Chinese boeren die geïmporteerd zijn om de deadline te halen meededen trouwens.) Rellen breken uit en de Chinese bazen worden in elkaar geslagen. Er zouden voor 200.ooo dollar vernielingen zijn aangericht (volgens Chinese cijfers).
Het ging de stakers om onveiligheid op het werk en veel te lage salarissen. Ik heb er in de derde uitzending van Mr. Li in Zambia uitvoerig over bericht. Met timmerman Chanda die maar vijftig dollar verdiende voor dagen van tien uur of langer. Die geen veiligheidskleren had en wiens overwerk niet werd uitbetaald.
Het Chinese management maakte korte metten: vijfhonderd werkers worden ontslagen. En de Zambiaanse regering staat achter het ontslag. Tot grote verontwaardiging van mijn nieuwe kennissen in Zambia. Jammer dat ik niet even met Chanda kan praten en weer een paar dagen in de parochie in Chambishi bij Father Felix en Father Paul kan logeren om het laatste nieuws nauwlettend te volgen. Onder het genot van een koud Zuid-Afrikaans biertje.





De mijnbedrijven beginnen ook al te klagen (terwijl zij stroom tegen gereduceerd tarief krijgen, één van de lokkertjes, net als decennialange ‘tax holidays’. Sommige bedrijven willen gaan investeren in eigen stroomvoorzieningen.
Mopani is een van de grootste mijnen en in bezit van twee consortiums met voornamelijk aandeelhouders uit Zwitserland en Australië. Het management is grotendeels Zambiaans en de hoogste baas is een Zambiaan. Ze krijgen van de eigenaren een jaarlijks budget dat ze vrij kunnen besteden. In ruil daarvoor moeten ze targets halen. De koperprijs is hoog: 7000 dollar per ton. In het gedolven kopererts dat op het fabrieksterrein verder wordt verwerkt, zit zo’n drie procent koper. Andere waardevolle mineralen als kobalt zijn bijproducten.
We gaan nog dieper de mijn in en via een zijgang komen we bij een doodlopend stuk waar mannen aan het boren zijn. Een natte, hete sauna; zo benauwd dat mijn adem stokt. Dit is dus het werk dat mannen in de mijn doen. En Mopani staat als een goed bedrijf bekend. Hoe moet het dan bij de Chinezen zijn? Ik hoorde dat er alleen vervuild drinkwater is en dat er ondergronds maar twee wc’s zijn voor duizend man. Geen wc-papier en twee droge broodjes voor lunch. En dat voor een loon dat een fractie is van wat ze bij Mopani verdienen.

De stroomstoringen zijn begonnen tijdens de hevige regens in januari en ontregelen alles. Verder is dit land erg georganiseerd. Een beetje saai zelfs. Of liever braaf. In de bus bijvoorbeeld gaat er keurig een plastic prullenbakje van voor naar achter als iedereen tijdens de stop een snack heeft gehaald. En als je dan per ongeluk een pakje drinken erin gooit waar nog wat uit druppelt kijkt iedereen je verschrikt aan. Wie in de auto mobiel belt staat keurig langs de weg. De kortste kerkdienst duurt hier 2 1/2 uur.

Mijn eerste Mr. Li bleek een Ms. Li te zijn. Een vrouwelijke dokter die in 1998 als vrijwilliger door de Chinese regering naar Zambia werd gestuurd. Zij vindt de naam van ons project Looking for Mr. Li hilarisch. En ik moest meteen de Chinese versie leren: Wen tjen tsjao Li chenchen. Of zoiets.
De mijnen gingen voor een appel en een ei weg en het was afgelopen met de gratis scholing en medische zorg. In 1998 werden de Chinezen voor 20 miljoen dollar eigenaar van de Chambishimijn.
De volgende op ons lijstje is oppositieleider Michael Sata. Onder Kaunda was hij minister van volksgezondheid en in 2006 stelde hij zich kandidaat voor het presidentschap. Hij verloor. ‘Wat wil je als ze Chinese computers gebruiken!’, zei hij na het interview. Hij ziet de Chinese ‘invasie’ van 80.000 man (volgens Sata althans) als een vloek voor het land.
Ik ben er! In Zambia. In een prachtig gasthuis in Ndola met zwembadje en tropische palmen bij de uiterst vriendelijke Mary Watts. Maar geen internet aansluiting. Dus dat wordt lastig: ik moet immers mijn reportages naar Nederland doorsturen.

