Jacqueline Maris

ZAMBIA: Weer thuis zindert Zambia nog na…

dinsdag, april 1st, 2008

Ik ben alweer een paar weken thuis en weer helemaal in de stroom van het grote buitenlandse nieuws meegesleept. Toch bereiken me af en toe nog berichten van mijn nieuwe Zambiaanse kennissen. Zambia, waar ik een maandlang in het mijnstadje Chambishi voor Mr. Li de Chinese invloed tot op de millimeter mocht onderzoeken.

Ik was nog niet weg uit Zambia of het gonsde van de Chinees-Zambiaanse activiteiten. Eerst kwam er een 20-koppige handelsdelegatie onder leiding van de Chinese vice-minister van Handel Gao Hucheng op bezoek. Na een rondleiding over de geplande economische zone bij Lusaka reisden ze door naar de Copperbelt. Naar Chambishi waar rondom de mijn de Multi Facility Economic Zone wordt gebouwd en waar ik drie weken vandaan heb bericht.

De kranten - van regerings- en oppositiezijde - stonden vol foto’s en nieuws. De Chinezen beloven scholen en ziekenhuizen op het platteland te bouwen. Er worden verdragen gesloten tussen Chinese en Zambiaanse bedrijven. De Zambiaanse regering belooft de eigendomsrechten van de Chinese investeerders te koesteren. Ambassadeur Li Baodong prijst het nieuwe handelsprogramma tussen de twee landen. Volgens hem zijn er tweehonderd Chinese bedrijven in Zambia actief; China is een van de grootste investeerders, zegt hij in een kranteninterview. Kortom, de nauwe banden tussen de ‘all weather friends’ worden van alle kanten in het zonnetje gezet. Al worden de Chinezen wel gemaand om eindelijk meer Zambianen in dienst te nemen.

In de aanloop naar het bezoek verschijnen er advertenties dat Zambianen voortaan goederen in China kunnen importeren zonder daarvoor importbelasting te betalen. En op de kopersmelter in aanbouw - de grootste van Afrika - die in 2009 moet gaan werken, breekt een staking uit. Ja hoor, heb ik weken op actie gewacht, gebeurt het als ik net weg ben. Van alle kanten komen mailtjes binnen. Meer dan vijfhonderd - waarschijnlijk - Zambiaanse bouwvakkers leggen het werk neer. (Ik denk niet dat de arme Chinese boeren die geïmporteerd zijn om de deadline te halen meededen trouwens.) Rellen breken uit en de Chinese bazen worden in elkaar geslagen. Er zouden voor 200.ooo dollar vernielingen zijn aangericht (volgens Chinese cijfers).

Het ging de stakers om onveiligheid op het werk en veel te lage salarissen. Ik heb er in de derde uitzending van Mr. Li in Zambia uitvoerig over bericht. Met timmerman Chanda die maar vijftig dollar verdiende voor dagen van tien uur of langer. Die geen veiligheidskleren had en wiens overwerk niet werd uitbetaald.

Het Chinese management maakte korte metten: vijfhonderd werkers worden ontslagen. En de Zambiaanse regering staat achter het ontslag. Tot grote verontwaardiging van mijn nieuwe kennissen in Zambia. Jammer dat ik niet even met Chanda kan praten en weer een paar dagen in de parochie in Chambishi bij Father Felix en Father Paul kan logeren om het laatste nieuws nauwlettend te volgen. Onder het genot van een koud Zuid-Afrikaans biertje.

Laatste dagen in ‘vriendelijk Ndola’

maandag, februari 25th, 2008

ndola.jpg

Nu we eindelijk internet hebben in het huis waar ik verblijf, ga ik weg. Maar ja, de powercuts volgen elkaar steeds sneller op en dan werkt dat internet toch niet.

In de oppositiekrant wordt beweerd dat Zambia stroom levert aan Zuid-Afrika en Botswana en dat er daarom te weinig is. Een opvallend feit is dat mijn stringer Jack in het centrum van Ndola nooit stroomuitval heeft en wij bijna elke dag. Ik vermoed dat Zesco ons, toch maar een woonwijk, gewoon af en toe uitzet om genoeg stroom te hebben voor het ‘business-centrum’ van Ndola. Want dit is toch wel erg toevallig dat wij al een maand lang telkens de dupe zijn.

Na een maand in Zambia ben ik geen snars verder gekomen met het doorgronden van de ondernemende Chinees.

ndola2.jpg

In de duisternis rukt de wildernis op. Drie dagen geleden was het licht net weer aangesprongen toen ik mijn slaapkamer binnenging. Bij mijn bed zag ik een opgerolde slang van zo’n 80 cm lang. Met zo’n lief klein hagedisje tegen de muur is te leven maar een slang…..Ik trok gauw mijn hoge schoenen aan en rende door het huis. Elfjarige Mwalja sprong uit bed, pakte een golfclub van Mary en we betraden stoer de kamer. Weg slang. Mary arriveerde en we schoven het bed weg. Daar was hij. Opgerold onder mijn bed. Het leidde tot een bloedbad. De laatste, beslissende klap heb ik gegeven. Niemand kan me zeggen of het echt een giftige slang was.

Soms vergeet je dat je in de Copperbelt met alle industrie en het zware verkeer toch nog in de bush zit. Dat er in afgelegen eethuisjes Daiky op tafel wordt gezet – antilopenvlees. En waarschijnlijk kun je er ook wel ander bushmeat bestellen. Dat er in het bos apen zitten. En zelfs slangen in onze mooie tuin. Zeker als het zo heet is als afgelopen week.

Mijn laatste dagen in Zambia breken aan. Man en kinderen arriveren dit weekend om daarna nog een korte vakantie te hebben in Livingstone bij de Victoria Falls. Wereldomroep collega Hans Jaap Melissen neemt het vanuit de Verenigde Staten voor een maand over.

Ook de ontknoping van de Mr. Gao-story vond vandaag plaats. We zijn tot groot ongenoegen van zijn evenknie Mr. Xu tot in het hoofdkwartier doorgedrongen. Ik had via Mr. Gao’s assistent zijn mobiel nummer gekregen en belde hem vanaf de poort of ik even langs mocht komen. Ja hoor, zei hij zomaar. En dus gingen we samen met zijn assistent op pad naar het kantoor. Toen we de trap opliepen zagen we twee mannen, naar bleek de onderdirecteuren Mr. Xu en Mr Gao, over de gang rennen. Mr Gao bleef abrupt staan, bekeek me van top tot teen en voegde me toe: see you in my office in ten minutes. Rende toen door.

ndola3.jpg

Een half uur later na een spoedoverleg bij de hoogste CEO stormde de strenge Mr. Xu als de bad cop binnen en schreeuwde tegen onze Zambiaanse begeleider: whose guests are these? De Zambiaan schrompelde ineen: Yes sir, No sir. Achteraf besef ik dat het allemaal een spelletje was omdat Mr. Xu ons al op de trap moet hebben gezien. Hij maakte op barse toon duidelijk dat het company policy was om geen journalisten te ontvangen. Dat er een tijdje geleden een hele groep was die hij een halve dag buiten voor de poort had laten wachten voor hij erheen ging om te zeggen dat ze geen interviews gaven.

Na spoedoverleg met de hoogste CEO stormde de strenge Mr. Xu als de bad cop binnen en schreeuwde tegen onze Zambiaanse begeleider: whose guests are these?

Toen ik de enorme lengte en diepgang van ons Mr. Li project uiteenzette en benadrukte dat het juist een mogelijkheid voor de Chinezen zou zijn om hun stem op een serieuze manier te laten horen en dat ik ook al met Mr. Chow van de Chinese Ambassade had gepraat kalmeerde hij. Alles draait erom dat ze in het verleden ‘open’ waren en dat hun vertrouwen toen is beschaamd door de media. Mr. Xu verzuchtte: that hurts. Alweer de ‘wij zielige Chinezen’-houding, net als Mr Chow op de ambassade. Mr Gao kwam ook binnen. Een heel vriendelijke man, the good cop zogezegd. Hij zei sorry en dat het hun beslissing niet was. Mr. Xu voegde er zacht aan toe: we could be fired. Dus of we maar zo snel mogelijk wilden vertrekken. Einde hoofdstuk. Hopelijk krijgt de Zambiaanse assistent geen problemen dat hij mij Mr. Gao’s mobiel heeft gegeven.

Na een maand in Zambia ben ik geen snars verder gekomen met het doorgronden van de ondernemende Chinees. De paar gelegenheden dat ik ze van dichtbij meemaakte, heb ik me goed vermaakt. Het verhaal van de andere kant, de mensen die voor de Chinezen werken, is zwart en deprimerend; een beeld dat nauwelijks te rijmen valt met het (opppervlakkige) beeld dat ik aan mijn ontmoetingen met de Chinezen heb overgehouden. Misschien moet ik voor mijn vertrek Mr. Gao nog maar eens bellen om samen een biertje te drinken en gewoon wat over het leven te praten. De dingen die hen echt bezighouden krijg je toch niet te horen; die zitten achter een eeuwige glimlach verborgen.

No horseplay - geen gestoei!

maandag, februari 18th, 2008

mijn02.jpg

De stroomuitval wordt met de dag erger. De regelmaat was ’s avonds van zes tot tien. En dan om de dag. Maar sinds vorige week zondag is het ook ’s ochtends raak. Dacht ik nog even dat we dan in elk geval ’s avonds gespaard zouden blijven maar gisteren was het zowel ochtend als avond stroomloos met tussendoor een paar uur om alles weer op te laden. Wat een land. Het zal nog in duisternis ten onder gaan.

electriciteit.jpgDe mijnbedrijven beginnen ook al te klagen (terwijl zij stroom tegen gereduceerd tarief krijgen, één van de lokkertjes, net als decennialange ‘tax holidays’. Sommige bedrijven willen gaan investeren in eigen stroomvoorzieningen.

Internet is ook weer een stapje verder. We hebben nu een inbel-verbinding hier bij Mary in huis maar haar fossiele computer is zo verstopt dat het tien minuten duurt voordat ik op hotmail ben. Heb ik net een mail getypt, valt hotmail eruit. We blijven hopen.

Omdat het nog allerminst zeker is dat ik ooit een opname zal mogen maken op het fabrieksterrein van de Chinezen (laat staan in de mijn) zijn we vorige week naar de Mopanimijn in Kitwe gestapt. Om in elk geval een idee te krijgen hoe het is om anderhalve kilometer onder de grond te werken.

Omdat het onzeker is of ik ooit een opname zal mogen maken op het fabrieksterrein van de Chinezen - laat staan in de mijn - zijn we vorige week naar de Mopanimijn in Kitwe gestapt.

Om zeven uur stonden we op een leeg parkeerterrein voor het hoofdkantoor. De PR-dame in kwestie kwam om kwart voor acht aanrijden. Zonder ontbijt doste ik me in een witte overall, grote rubberlaarzen en ik kreeg een helm met licht op. De laatste keer dat ik in een mijn was, was in Pennsylvania (zie voor een foto Addicted to oil op onze Ochtenden website). Die Amerikaanse mijn was zo verschrikkelijk koud dat ik nu mijn vest had meegenomen. Dat was niet nodig zei de PR dame.

explosives.jpgMopani is een van de grootste mijnen en in bezit van twee consortiums met voornamelijk aandeelhouders uit Zwitserland en Australië. Het management is grotendeels Zambiaans en de hoogste baas is een Zambiaan. Ze krijgen van de eigenaren een jaarlijks budget dat ze vrij kunnen besteden. In ruil daarvoor moeten ze targets halen. De koperprijs is hoog: 7000 dollar per ton. In het gedolven kopererts dat op het fabrieksterrein verder wordt verwerkt, zit zo’n drie procent koper. Andere waardevolle mineralen als kobalt zijn bijproducten.
Terwijl ik hier zit te typen gebeurt het weer. De tweede keer vandaag: POWERCUT. En we hadden pas net een paar uur weer stroom. Dit is echt heel erg raar voor Zambia, is mij verzekerd. De president blijft beweren dat er sabotage in het spel is maar volgens mij wil hij gewoon de verantwoordelijkheid voor het functioneren van staatsbedrijf Zesco niet nemen. Ik hou er even mee op, want ik kan mijn aantekeningen niet meer lezen. En die arme Mary en nicht Ethel moeten weer een houtskoolvuurtje maken om voor iedereen te koken.

Op tafel staat een grote doos condooms. Gratis, want het bedrijf heeft een uitgebreid anti-HIV-programma.

Met twee kaarsen bij de computer typ ik verder:
We gingen met een aardige manager naar beneden. Als de stroom uitvalt schakelt de generator voor de pomp aan, zegt hij. De mannen kunnen niet meer werken maar er móet gepompt worden; de mijn mag niet vollopen. Mopani gebruikt nog de liftschacht van de ZCCM , het staatsmijnbedrijf dat in de jaren negentig in de verkoop werd gedaan. Tussen zestig mannen sta ik in de liftkabine gepropt. Er hangen bordjes No horseplay (geen gestoei) en Do not insert your fingers into ventilation holes. Het is erg verleidelijk om je vingers in zo’n gat in de wand van de voortrazende liftkooi te steken.

We hadden al gehoord dat Mopani zijn werknemers goed betaalt (in tegenstelling tot de Chinezen) en dat de voorzieningen en extra uitkeringen voor huisvesting, onderwijs etc. goed zijn. Er werken drieduizend mannen tegelijk ondergronds. Een aantal heeft een degelijk contract van Mopani. Maar helaas, zegt de manager, dwingen de eigenaren ons om ook met contracters te werken, bedrijven die goedkoop mankracht leveren. En dan kun je niet controleren of ze goed betaald krijgen.

In sommige gevallen, als zo’n contracter zijn werkers niet uitbetaalt, doet Mopani het en krijgt de contracter zijn geld niet.

Overal zijn telefoons om onraad te melden. En er is een ondergrondse kliniek die dag en nacht bemand is. Op tafel staat een grote doos condooms. Gratis, want het bedrijf heeft een uitgebreid anti-HIV-programma. De verpleger heeft de meeste aanloop van mannen die condooms willen, zegt hij; met gewonden valt het wel mee.
Naarmate we verder de mijngang ingaan, wordt het steeds heter. Jack en de manager hebben hun overalls over hun blote lijf aangetrokken zie ik nu. Dat had de PR dame me wel even kunnen vertellen. Dus duik ik een donkere zijgang in om me van overbodige kleding te ontdoen. Ik kan mijn t-shirt uitwringen; zo heet is het.

delivered.jpgWe gaan nog dieper de mijn in en via een zijgang komen we bij een doodlopend stuk waar mannen aan het boren zijn. Een natte, hete sauna; zo benauwd dat mijn adem stokt. Dit is dus het werk dat mannen in de mijn doen. En Mopani staat als een goed bedrijf bekend. Hoe moet het dan bij de Chinezen zijn? Ik hoorde dat er alleen vervuild drinkwater is en dat er ondergronds maar twee wc’s zijn voor duizend man. Geen wc-papier en twee droge broodjes voor lunch. En dat voor een loon dat een fractie is van wat ze bij Mopani verdienen.

De boorman schroeft een boor van meer dan een meter op zijn machine. Zijn overall is doorweekt van het rondspattende water; zijn gezicht vertrokken van inspanning. Ik denk alleen nog maar aan omdraaien en terugkeren naar de relatieve koelte in de hoofdgang. Naar het daglicht boven. Weg uit de mijn. De enthousiaste manager wil me nog meer laten zien van de koperproductie. Als hij mijn gezicht ziet, zegt hij: Mining is for men!

Chambishi Revisited

woensdag, februari 13th, 2008

chambishi.jpg

Ons bezoek aan Chambishi van vorige week roept vele vragen op. In zo’n stadje geboren te worden met als lot de mijn….

Iedereen werkt er in de Chinese mijn of in een van de Chinese fabrieken. Dan wordt zo’n fabriek de moordenaar van je kind (ontploffing explosievenfabriek april 2005 toen 46 mensen omkwamen – uitzending 2 van Mr. Li) en moet je toch nog voor de Chinezen blijven werken. Ander werk is er niet.

Waarom verhuizen ze niet massaal? Er zijn genoeg mijnen in de andere mijnsteden. Uiteindelijk hebben ze meer ervaring met mijnwerk en koper dan de vele werkzoekenden die uit het hele land toestromen. Sommigen trekken inderdaad weg; zeker de jongere mensen die de fuik - want zo voelt het als je de doodlopende weg naar Chambishi inrijdt - zat zijn.
Ze slaan mij als journalist en buitenlander kennelijk hoog aan.

Tegelijkertijd zijn alle Chinezen die ik tegenkom stuk voor stuk erg vriendelijk. Hoe denken Chinezen eigenlijk? Het is niet op ras gebaseerd geloof ik, meer op status. Ze slaan mij als journalist en buitenlander kennelijk hoog aan. Wat een Zambiaanse arbeider vertelde is dat de gewone Chinezen met wie hij de kopersmelter bouwt hun bazen niet durven aan te spreken. Het zijn net goden voor hen; de bazen die in de compound in Chambishi wonen. In goede huizen. De honderden arme Chinese boeren - en naar men zegt ook gevangenen wiens straf in een jarenlang durend Afrikaans werkkamp is omgezet - slapen op de bouwplaats in barakken met stapelbedden. Ze komen het terrein niet af, spreken geen Engels en drinken het lokale zeer alcoholische brouwsel Kachasu als ze zich willen ontspannen.

Ook vermoed ik dat die 46 mensen die in de B-Grimm explosie omkwamen voor de Chinezen niet zoveel voorstellen. Want hoeveel mijnwerkers en andere arbeiders komen er niet jaarlijks in China om? In het belang van de vooruitgang vallen er slachtoffers; waar gehakt wordt vallen spaanders zogezegd. En dat dat de reden is waarom de Chinezen geen persoonlijk medeleven hebben getoond en de getroffen families tot op heden niet hebben gecompenseerd. In Europa ben je erg verontwaardigd als zo’n ramp plaatsvindt, en de schuld ligt volledig bij de eigenaar van de fabriek. Het wordt tot de bodem uitgediept. Hoe lang is er niet onderzocht wie verantwoordelijk was voor de vuurwerkramp in Enschede of de nieuwjaarsbrand in Volendam?

De honderden arme Chinese boeren - en naar men zegt ook gevangenen wiens straf in een jarenlang durend Afrikaans werkkamp is omgezet - slapen op de bouwplaats in barakken met stapelbedden.

En in Zambia? De regering heeft twee gezichten. Het rapport van de commissie die zelfs in China onderzoek deed, is klaar maar niet openbaar gemaakt. Na de aanvankelijke verontwaardiging en het medeleven voor de families gaf president Mwanawasa - tijdens een onderonsje met de Chinese president Hu Jintao die vorig jaar door Afrika reisde - de Chinezen carte blanche om van Chambishi een Multi Facility Economic Zone te maken. Inclusief de heropening van de explosievenfabriek B-Grimm. En er zullen meer Chinese bedrijven neerstrijken.

Dan heb je het nog niet over de arbeidsvoorwaarden gehad! Die zijn abominabel slecht. Ook op dat gebied laat de regering het maar waaien terwijl de Chinezen zich absoluut niet aan de Zambiaanse arbeidswetten houden. Wat ik hoorde verdient een gewone werkman zo’n 300.000 Kw (3.800 Kw = 1 usd. Dus 300.000 Kw is 79 dollar). De katholieke kerk rekent elke maand uit wat de mensen per maand voor hun basisbehoeften nodig hebben (eten, huur, elektriciteit; dus geen schoolgeld, transport etc) en dat ligt voor februari drie keer hoger dan wat de arbeiders bij de Chinezen verdienen.
Vandaag vertrekken Jack en ik weer naar onze bondgenoten in de strijd Father Felix en Father Paul in Chambishi. We zullen het in Chambishi allemaal haarfijn uitzoeken. En we gaan bij onze nieuwe kennissen mr. Wang en mr. Li langs om te zien of ze leuke foto’s van het nieuwjaarsfeestje hebben (zie ook De Pers van deze week).

Onze belangrijkste missie: op naar de poorten van het fabrieksterrein om de door mr. Wang en mr. Li aangeraden mr. Gao te spreken te krijgen die ons misschien toestemming kan geven om het terrein – mét microfoon en fototoestel – te betreden. Ik zou ook wel eens willen kijken bij de bouw van de grootste kopersmelter van Afrika waar al dat Chinese werkvolk voor is geïmporteerd.
Mr. Gao moet het vast eerst met zijn hoogste bazen bespreken.

De Copperbelt

zondag, februari 10th, 2008

coppermine.jpg

Zondagochtend vroeg. Mary’s nicht Ethel die met haar 11-jarige zoon in huis woont staat met houtskool te prutsen. Ja hoor: geen stroom. En dus voorlopig geen thee. Meestal hebben we zo tussen 18.00 en 22.00 uur geen elektriciteit dus dit is wel heel vreemd. En ik moet mijn tweede uitzending nog mixen.

Nu ja, desnoods vertrek ik naar mijn nieuwe vrienden in de katholieke parochie hier in Ndola waar ik vrijdag bij de vijf zeer politieke priesters heb gedineerd en waar ze hopelijk nog stroom hebben. Ik had toch al afgesproken dat ik bij eventuele stroomuitval vanavond de finale van de Africa Cup of Nations zou komen kijken (Egypte - Kameroen. Ik heb 2-1 voor Egypte gewed)

De radioprogramma’s verstuur ik vanaf de persoonlijke computer van de technisch manager van Zambia’s beste provider Coppernet - vanuit het hol van de leeuw.

Maar verder gaat het leven in een opwaartse spiraal. De televisie doet het weer met tientallen kanalen, zelfs een Chinese variatie op CNN. Het weer was deze week ’s-zomers mooi en ik kon zwemmen in Mary’s zwembad.

Internet is een geschiedenis met veel hoofdstukken, maar we maken vorderingen. Ik zou het nu eindelijk hier thuis moeten kunnen uittesten maar nu is er weer geen power. This is Africa! De radioprogramma’s verstuur ik vanaf de persoonlijke computer van de technisch manager van Zambia’s beste provider Coppernet, vanuit het hol van de leeuw. Alles heeft zijn plek gekregen en dat geeft rust. De reiziger is aangekomen.

zambia2e.jpgDe stroomstoringen zijn begonnen tijdens de hevige regens in januari en ontregelen alles. Verder is dit land erg georganiseerd. Een beetje saai zelfs. Of liever braaf. In de bus bijvoorbeeld gaat er keurig een plastic prullenbakje van voor naar achter als iedereen tijdens de stop een snack heeft gehaald. En als je dan per ongeluk een pakje drinken erin gooit waar nog wat uit druppelt kijkt iedereen je verschrikt aan. Wie in de auto mobiel belt staat keurig langs de weg. De kortste kerkdienst duurt hier 2 1/2 uur.

Maar even over Zambia: Zambia is 29 keer groter dan Nederland. En de Copperbelt is - samen met Lusaka - de kleinste van negen provinciën. Als ik op de kaart kijk, is de Copperbelt zo’n 100 bij 150 kilometer. Niemand van de Zambianen kon het me precies vertellen. Zambia heeft ruim elf miljoen inwoners. De Copperbelt en Lusaka zijn het meest ontwikkeld. Het land ziet eruit als een verbogen zandloper. De noordoostelijke bovenste helft die om Congo (DRC) heen gebogen zit, bestaat grotendeels uit platteland.

In de Copperbelt liggen acht mijnsteden, sommigen niet groter dan een township. En er zijn zo’n twintig mijnen. Er worden nog steeds nieuwe mijnen geopend, zoals onlangs een Kobaltmijn in Chilabombwe bij de grens met Congo’s provinie Katanga die als een soort Limburg Zambia penetreert. De brede asfaltweg door de Copperbelt leidt naar Lumumbashi in Congo want over de grens loopt het kopergebied gewoon door. Je rijdt er altijd in een stoet van vrachtwagens die allemaal met koper te maken hebben.

In de aangrenzende North Western Province in Solwezi (zie kaart) is een Canadees/Australisch bedrijf al tien jaar bezig met de constructie van de grootste kopermijn ter wereld. Als Lumwana eind dit jaar gaat draaien, zal de koperproductie volgend jaar vergeleken met 2006 verdubbeld zijn. Meer dan een miljoen ton koper is de verwachting. De marktwaarde van puur koper is op dit moment 7000 dollar per ton.

zambia_kaart.jpg

Onder de eerste president Kenneth Kaunda werd een socialisme ingevoerd dat betaald werd met de winst uit de kopermijnen. Iedere mijn had gratis scholen en klinieken. Kaunda raakte bevriend met China en schudde zelfs handen met Voorzitter Mao. Hij ontkent tot op de dag van vandaag dat China Zambia een systeem oplegde. Kaunda ontwikkelde zijn eigen ‘humanistisch socialisme’. In de jaren zeventig daalde de koperprijs drastisch en moest hij gaan lenen om zijn ´paradijs´ staande te houden.

zambia-afl3.jpg

Dus verkocht Chiluba, toen die in 1991 het roer overnam, onder druk van het IMF en de wereldbank de staatsbedrijven. De staatsmijnen van het ZCCM wilde hij niet verkopen omdat hij besefte dat die de spaarpot van Zambia vormden maar de druk werd steeds groter. Er zou sprake zijn geweest van een verlies van zo’n 100.000 dollar per dag. Dus uiteindelijk zwichtte Chiluba en verkocht ook de kopermijnen die ooit een kwart van het BNP hadden binnengebracht.

Chiluba haalde de banden met China weer aan en ging in 1993 al op staatbezoek. Vijf jaar later kochten de Chinezen voor twintig miljoen dollar de Chambishimijn die toen al een decennium stil lag. Met investeringen van 200 miljoen dollar (Chinese cijfers) werd de mijn in 2003 feestelijk geopend.

Er waren duizend nieuwe banen (alweer Chinese cijfers). De twee landen zijn nog steeds dik bevriend. En vorig jaar is afgesproken dat de Chinezen in Chambishi een Multi Facility Economic Zone mogen maken. Een van de vijf die ze op het Afrikaanse continent plannen. Ze hebben beloofd achthonderd miljoen dollar te investeren en zesduizend banen te creëren. Officieel zijn er nu 2300 chinezen in Zambia maar officieus zouden er wel tachtigduizend zijn. In de grote aan de Chinese staat gelieerde bedrijven, maar ook in kleine bedrijfjes, winkeltjes en restaurants. President Hu Jintao zegde vorig jaar tijdens zijn rondgang door Afrika toe de investeringen in het continent te verdubbelen.

Tot zover Zambia.

Hectische dagen in Lusaka

maandag, februari 4th, 2008

dr-li02.jpgMijn eerste Mr. Li bleek een Ms. Li te zijn. Een vrouwelijke dokter die in 1998 als vrijwilliger door de Chinese regering naar Zambia werd gestuurd. Zij vindt de naam van ons project Looking for Mr. Li hilarisch. En ik moest meteen de Chinese versie leren: Wen tjen tsjao Li chenchen. Of zoiets.

De eerste week voelde het alsof we tegen dikke deuren stonden te beuken. Geen beweging in te krijgen. Een bezoek aan de mijn in Chambishi die wordt geëxploiteerd door het Chinese NFC-A had tot niks geleid. De BBC heeft er vorig jaar een negatieve reportage gemaakt en Mr. Xu, die op dit moment in China zit en degene is die over toegang beslist, had geen zin meer in journalisten. Aldus zijn waarnemer.

De eerste week voelde het alsof we tegen dikke deuren stonden te beuken. Geen beweging in te krijgen. Dus besloten mijn stringer Jack en ik om naar Lusaka te gaan om het ultieme lobbywerk in het hol van de leeuw - de Chinese ambassade - te verrichten. We moeten aan zoveel mogelijk touwtjes trekken. We hadden al telefonisch contact gehad met Mr. Bo, de persoonlijke assistent van ambassadeur Li.

De andere kant van het verhaal over de mijnwerkers in Chambishi loopt wel. Onder andere via de Zambiaanse mijnwerkersbond MUZ. Al gaat het wel op zijn Afrikaans met veel vergeefse bezoekjes aan het kantoor in Kitwe. Een van onze onderwerpen is een ongeluk in de explosievenfabriek op het terrein van NFC-A. In 2004 kwamen daarbij 42 Zambianen om. Of meer want niemand weet het zeker: de ledematen lagen overal verspreid. De woordvoerder van de achtergebleven gezinnen die een rechtzaak tegen de Chinezen hebben aangespannen gaf ons al twee namen in Chambishi. En we zitten achter de lokale priester aan die alle mijnwerkers in de township kent. Maar Father Felix blijkt in Lusaka een conferentie bij te wonen. Dus op naar Lusaka.

mijn.jpgDe mijnen gingen voor een appel en een ei weg en het was afgelopen met de gratis scholing en medische zorg. In 1998 werden de Chinezen voor 20 miljoen dollar eigenaar van de Chambishimijn.

We zitten om zeven uur al in de bus. Omdat de bus pas vertrekt als hij vol is, wachten we nog tot half negen. Vier en een half uur in de bus. Op de video gospelclips en melige Nigeriaanse films. Bellen met Mr. Bo van de ambassade. Hij belt terug dat ik Mr. Yan van de commerciële sector voor een afspraak kan bellen. Mr. Yan schrikt zo van de buitenlandse journalist die een interview wil dat hij me naar zijn meerdere Mr. Chow verwijst. Maar die is net in vergadering.

Ondertussen ontmoeten we Father Felix uit Chambishi die godzijdank zijn medewerking toezegt. We kunnen volgende week in de parochie slapen, maar ik moet wel het lokale voedsel chima eten, een bal van maïsmeel die in heel Afrika op het menu staat volgens mij. Ander eten is er niet. Ook zitten we achter de eerste Zambiaanse president dr Kenneth Kaunda aan. Na de onafhankelijkheid van 1964 voerde hij een Afrikaans socialisme door dat hij financierde met de winst uit de kopermijnen. Overal in het land opende hij fabrieken en onderwijs en medische zorg werden voor iedereen toegankelijk. The old man of KK zoals hij wordt genoemd, is voor bijna elke Zambiaan een held. Oppositieleider Michael Sata ziet de Chinese ‘invasie’ van 80.000 man als een vloek voor het land.

kaunda.jpg

In 1991 werd Kaunda na de invoering van het meerpartijenstelsel van zijn troon gestoten door Chiluba die de staatsbedrijven – onder druk van het westen – al snel in de verkoop deed. De mijnen gingen voor een appel en een ei weg en het was afgelopen met de gratis scholing en medische zorg. In 1998 werden de Chinezen voor 20 miljoen dollar eigenaar van de Chambishimijn.

sata-for-president02.jpgDe volgende op ons lijstje is oppositieleider Michael Sata. Onder Kaunda was hij minister van volksgezondheid en in 2006 stelde hij zich kandidaat voor het presidentschap. Hij verloor. ‘Wat wil je als ze Chinese computers gebruiken!’, zei hij na het interview. Hij ziet de Chinese ‘invasie’ van 80.000 man (volgens Sata althans) als een vloek voor het land.

Om zes uur ’s avonds heb ik Mr. Chow te pakken. Helaas heeft hij de volgende ochtend een ontmoeting met de Zambiaanse regering. Kan het niet over twee weken? Met mijn laatste energie en overredingskracht haal ik hem – ondanks een slechte telefoonlijn en Chinees Engels dat ik maar half versta – over om me toch te ontmoeten. Eindelijk hoor ik hem ‘make it two thirty’ mompelen. Ik hang de telefoon op. Ik hoop dat ik een verpletterende indruk op hem maak en dat ik zo de deur naar de Chambishimijn een beetje open kan wrikken.

In zambia

maandag, januari 28th, 2008

li.jpgIk ben er! In Zambia. In een prachtig gasthuis in Ndola met zwembadje en tropische palmen bij de uiterst vriendelijke Mary Watts. Maar geen internet aansluiting. Dus dat wordt lastig: ik moet immers mijn reportages naar Nederland doorsturen.

Na mijn meest recente reizen naar wartorn west-Afrika in oktober waar alles nog kapot is en vorige zomer naar Kenia, Nairobi, waar ik een vers lijk met afgeschoten gezicht op straat zag liggen, was mijn aankomst in Zambia een bijna ‘zalige’ ervaring (het land is dan ook zeer, zeer christelijk, maar dit terzijde). Alles werkte, de bus naar de Copperbelt reed op tijd en de koffie is er goed. Het enige minpuntje leek de alsmaar neerstortende regen.

Ik zit in een perfect ogend gasthuis waar de stroom elke dag uitvalt en waar de televisie - áls er stroom is - alleen maar vlekkerige worstelwedstrijden laat zien. Het is een nationale ramp.

Maar al de tweede dag liet ook Zambia zijn Afrikaanse gezicht zien: het gezicht van een orde en logica die wij in het westen niet kennen. Niet beter of slechter, maar heel anders. Als je veel in Afrika komt, leer je vanzelf met die African Way om te gaan en er zelfs van te genieten. Als je het maar gewoon over je laat komen dat alles anders is dan je denkt. En dat planning zoals wij in het westen gewend zijn hier vaak niet echt werkt.
Een voorbeeld. Ik had in hoofdstad Lusaka een mobiele telefoon gekocht. Ik bel mijn partner Jimi in Nederland om mijn nieuwe telefoonnummer dat op de simcard staat door te geven. Ik zeg de nummers hardop. Net op het eind beltegoed op. Zegt Jack dat hij een heel ander nummer op zijn scherm krijgt als ik hem bel. Hoe kom je hier achter de werkelijkheid?

En nu zit ik in een perfect ogend gasthuis in Ndola waar de stroom elke dag uitvalt en waar de televisie - áls er stroom is - alleen maar vlekkerige worstelwedstrijden laat zien. Of kerkdiensten. De stroomuitval is waarschijnlijk het gevolg van de vele regens. Het is een nationale ramp. Zeker voor voetballiefhebbers want de wedstrijden van de Africa Cup komen dagelijks op televisie. De regering kreeg de schuld; die had voorzorgsmaatregelen moeten treffen. Waarop de regeringskrant The Times of Zambia schreef dat er sprake is van sabotage. Jack werkt voor die krant. Maar als hij echt iets controversieels kwijt wil, schrijft hij onder pseudoniem voor oppositiekrant The Post. Iedereen doet dat zegt hij. Als je de beide kranten elke dag leest, weet je wat er speelt in Zambia; de waarheid ligt ergens in het midden. Aldus Jack.

Gisteren zijn we vanuit Ndola verder de Copperbelt ingetrokken. Een platte pannenkoek met een snelweg erdoorheen waar een file van vrachtwagens een rookspoor achter zich laat. Veel dicht groen langs het asfalt waaruit bij tijd en wijle enorme zwarte bergen koperafval verrijzen. Bij Kitwe, het hart van de Copperbelt, rokende schoorstenen van de kopersmelter.

koperkaart.jpg

Wat verontrustend is: ik heb nauwelijks Chinezen gezien. In Lusaka niet, in Ndola niet en in Kitwe niet. Ze verschansen zich in hun eigen ommuurde wijken.

Kitwe bruist van leven. Ik vrees dat ik Mary’s gastvrijheid, kookkunsten en rust en ruimte achter moet laten om de komende weken in een krappe hotelkamer in Kitwe mét wireless mijn dagen door te brengen. Dat maakt allemaal niet zoveel uit op een mensenleven maar wat wel verontrustend is: ik heb nauwelijks Chinezen gezien. In Lusaka niet, in Ndola niet en in Kitwe niet. Ze verschansen zich in hun eigen ommuurde wijken. De paar die Engels spreken spoeden zich in het vallend duister naar de supermarkt en keren met vele tassen levensmiddelen snel terug naar hun landgenoten.

Ik hoorde wel dat in Kitwe het grootste Chinese restaurant van Zambia is gevestigd. Een interessante missie voor onze zoektocht naar mr Li. Al heb ik mr. Li - dat moet ik toegeven - de eerste dag al gevonden. Hij woont hier vele decennia en heeft een kliniek die zich aanprijst in zo ongeveer alle medische specialismen die er bestaan. Dus niet echt het soort Chinees waarnaar wij op zoek zijn.

Visum Geheimen….

dinsdag, januari 15th, 2008

visumaccreditatie01.jpg

Vanochtend in alle vroegte klopte de postbode aan bij ons huis in de sompige Betuwse polder. Mijn paspoort met mijn visum. Aangetekend bezorgd.

En ik verklap nu iets dat ik geheim moest houden tot ik het felbegeerde stempeltje binnen zou hebben. Vlak voor Kerst belde ik met een Nederlandse vrouw in Zambia. We praatten honderduit over het leven daar en mogelijke onderwerpen die ik zou kunnen doen. En toen zei ze - zo tussen neus en lippen: ‘Heb je al een workpermit?

Een stilte viel. Gevolgd door vele slapeloze nachten. Want in alle drukte van website, logistiek, inhoud, apparatuur en andere zaken was ik dat ene geheel en al vergeten: het visum c.q. de werkvergunning. Na vijfentwintig jaar reiservaring vergeet ik een visum aan te vragen! De feestdagen stonden voor de deur, in Zambia is het midzomer én grote vakantie, en de Zambiaanse bureaucratie is dusdanig dat je met een één dag verlopen visum al de bajes indraait (werd mij vlak voor Kerst door de Nederlandse ambassade te Lusaka verteld).

Dus tussen Kerst en Oud & Nieuw heeft de onvolprezen Dini Bangma - onze eigen VPRO ’spider in the web’- met mij samen brieven geschreven, formulieren ingevuld, obscure faxen uit Lusaka ontcijferd en na verhit telefonisch overleg met vakantie vierende eindredacteuren handtekeningen verzameld. Door haar inspanningen heb ik nu mijn VISUM. Die buit is binnen maar dat is slechts stap 1.

Stap 2 bestaat uit een pakket papieren dat we op hoop van zegen naar een postbus in hoofdstad Lusaka stuurden. Een postbus waarachter het Zambia Information Services Mass Media Complex schuil zou gaan. Zodra ik in Lusaka aankom vervoeg ik me - met ZJM Jack - bij dat instituut om mijn accreditatie als journalist af te halen. Hoop ik.

Wordt vervolgd.

Jacky meets Jack, Jack meets Jacky

maandag, januari 14th, 2008

Mijn ZJM – mijn Zambiaanse Journalistieke Maatje - heeft zich aangediend: JACK MWEWA. Al voor ik mijn pagina’s tellende job description en vragenlijst had verstuurd, werd ik bestookt met nieuws uit de Copperbelt.

Een staking op de kopersmelterij:

Jacky, You may wish to know that workers at a Chinese Smelter in Chambishi on the Copperbelt have gone on strike demanding better working conditions. Workers have rejected the $100 monthly salary they have been receiving, they have also expressed unhappiness by management’s decision to stop them from belonging to labour movement unions.

Dan weer Chinezen die beschuldigd worden van koperdiefstal:

Jacky, There is also a case running in the courts involving Chinese nationals who were arrested with suspected copper which was found buried at in their yard. More later…Bye, Jack.

Even rust en weer een mail:

Jacky, more stolen copper was found in Chambishi.

En zo zijn wij - Jack en Jacqueline - Jack & Jacky geworden. Jack heeft al een huis voor me geregeld, internet en ook een auto. Nu de inhoud van onze programma’s nog. Ik heb me inmiddels door dikke rapporten heen geworsteld over de gevolgen van de privatisering van de Zambiaanse mijnbouw, over de rol van de vakbonden en over wie er nu echt profiteert van al deze ontwikkelingen.

Ik ben erachter gekomen dat China in Afrika vijf Economische Co-operatieve Zones wil creëren. En een van die zones zal Chambishi worden in noordwest Zambia. Dat is een deal die de Chinezen tijdens de Afrika-China top in Beijing eind 2006 met de Zambiaanse overheid hebben gemaakt. Op dit moment is er een kopersmelterij, een mijn en een explosieven fabriek in Chambishi. Door de jaren heen is er rondom de Chambishi-mijn een dorp ontstaan waarvan een paar straten puur Chinees zijn geworden. Met wapperende vlaggen en Chinese karakters. Daar weer omheen wonen de Zambiaanse mijnwerkers. En aan de buitenkant van de gemeenschap bivakkeren de bij de privatisering ontslagen mijnwerkers in zelfgemaakte shelters.

De meeste Chinezen in Afrika spreken alleen Chinees dus dat wordt wel gecompliceerd. Maar met Jack gaat alles lukken denk ik. Toen ik hem vroeg naar onze kansen om écht de mijn binnen te komen, claimde hij een vriendje te hebben die nu de PR doet voor NFC-A, het Chinese bedrijf dat Chambishi exploiteert. We gaan het zien. Hopelijk heeft hij net zulke goede vriendjes bij de lokale politie.

Op zoek naar mijn eigen spider in the web…

donderdag, januari 3rd, 2008

untitled-9.jpg

De feestdagen zijn achter de rug, het is 2008 en over drie weken ga ik weg. Oei! Hoe regel je een huis, een auto, internet en het belangrijkste: een Zambiaans Journalistiek Maatje om met mij dit avontuur aan te gaan???

Ik heb al wel dertig mails verstuurd via de universiteit in the Copperbelt Province, via de Nederlandse ambassade in Lusaka en ook aan Zambiaanse journalisten die ooit bij het Radio Nederland Training Centrum - waar ik af en toe lesgeef - te gast zijn geweest. Sommigen vielen al meteen af als ik een eenregelig mailtje terugkreeg in de stijl van: wat is het budget ik neem wel vrij… Maar ja, Zambia is een arm land met veel werkloosheid. Ik heb er nog VIER over. Ja, vier. Drie mannen en een vrouw. De vrouw is geen journalist helaas, maar een sociaal werkster die opgroeide in de Copperbelt. Ik heb ze alle vier een uitgebreide job description gestuurd en een lijst vragen. Tot nu toe heeft eentje geantwoord, zelfs al met ideeën. Je hebt grote kans dat ze hun mails alleen op hun werk kunnen lezen en het is zomervakantie in Zambia. Afwachten dus. Deze week moet ik de knoop doorhakken. Het is alsof je met de handschoen trouwt zoals vroeger in Nederlands-Indië. Je gaat zes weken heel intens samenwerken, je moet elkaar vertrouwen, alles samen doen, maar de telefoonlijn is zo slecht dat ik niet eens met hem of haar kan praten voor ik in Lusaka aankom 24 januari.

Mijn ‘woonplaats’ wordt waarschijnlijk Ndola omdat Kitwe zelf te duur is met al die ex-pats van bedrijven die een woning met elektriciteit willen. Ndola is zestig kilometer van Kitwe maar de wegen zijn goed. (Overigens is me afgeraden zelf te rijden i.v.m. muggen die tot olifanten worden gemaakt zodra mijn huidskleur in zicht komt. Rijd maar eens een kip of geit dood…. Maar dit terzijde.)

Ndola is wél dichter bij de Chambishimijn, waar ik een paar verhalen wil maken. De Chinezen kochten in 1998 de toen al tien jaar gesloten Chambishimijn bij de Congolese grens op. Het was de eerste keer dat Chinezen zo ver van huis een mijn gingen exploiteren. In 2003 werd de Chambishimijn officieel geopend en direct al kondigde het management aan dat er een tweede schacht bij zou komen en dat er ook een kopersmelterij zou worden gebouwd. Dit alles om de productie zo snel mogelijk te verdubbelen.

In 2005 kwamen er 51 mijnwerkers om bij een explosie diep onder de grond. Volgens de Zambiaanse mijnwerkersbond ZUM was de oorzaak het slechte onderhoud. Een jaar later schoot de politie er zes mijnwerkers dood die hoger loon en veiliger werk eisten. Er gebeurt genoeg in Chambishi maar of je er binnenkomt is nog maar de vraag. En om dat te regelen heb ik nou dat leuke, enthousiaste, handige, Zambiaanse Journalistieke Maatje nodig. Mijn eigen ZJM. Wie zal het worden?