
Ik heb het al deze weken weten te vermijden, maar nu moest ik eraan geloven: ik heb dat helgele Tshirt aangetrokken. En Anoop gedwongen het ook te doen. We gingen op Chinezenjacht bij de Taj Mahal.
Het wordt wel het mooiste gebouw van de wereld genoemd. Een mogul vorst liet het wit marmeren mausoleum voor zijn overleden vrouw bouwen in de zeventiende eeuw. Alpana, de vrouw van Anoop, is met ons mee. Ze zegt dat ze iedere keer dat ze de Taj ziet weer geëmotioneerd is. Het is een sentimenteel ding om de Taj te zien. Door het superromantische verhaal. Tenminste, voor wie romantic at heart is, zegt ze erbij, zoals zij zelf. Ik had de Taj nooit eerder gezien. Het is waar. Het is een wonder van schoonheid.

Maar natuurlijk was ik afgeleid door onze missie. Chinezen vinden. Omdat ik iets maakte over toerisme tussen China en India, leek het ons vanzelfsprekend daar een paar toeristen uit China te vinden die ons iets zouden vertellen over hun ervaringen in India.

We hebben ons best gedaan. Iedereen die er een beetje Chinees uitzag aangesproken. Japanners, ja. Koreanen, ja. Zelfs een groepje Taiwanezen. Een man schreeuwde in m’n oor: Cambodja! Maar hij was, geloof ik, een beetje hardhorend. Dan iemand uit het oosten van India. Geen enkele Chinees gevonden! Geen een!

Wel heel blij dat ik de Taj gezien heb. En in een schommelende kamelenkar heb gezeten van de parkeerplaats naar de ingang.

Hoe dat zit met die Chinezen en toerisme - luister naar aflevering 4. Heeft te maken met aantrekkelijk ontwikkeld China en achtergebleven India. Dat is gewoon waar. Ik was 20 jaar geleden in India. Hier zit ik met Mary en mijn dochter die nu dus twintig jaar ouder is.

Ik heb me de laatste weken bezig gehouden met de veranderingen. Maar opvallender is wat hetzelfde gebleven is. Het stond me af en toe flink tegen, deze keer.
Onbegrip dat er enerzijds zoveel groei is, en dat het toch zo hetzelfde is - al die arme mensen die er buiten blijven. Doordat ik er af en toe door Chinese ogen naar keek, werd het scherper misschien.
De Chinezen die allemaal zeggen: waarom hebben jullie het steeds over onze mensenrechten terwijl wij wel voor ontwikkeling zorgen, voor betere leefomstandigheden voor onze bevolking? Ik heb een hoop Indiërs gesproken die het daar mee eens zijn. Die begrip beginnen te krijgen voor wat China doet. Die niet alleen maar zeggen, zoals heel veel andere Indiërs wel doen: ja maar je mag daar je mond niet opendoen.
Het is een discussie waar geen eenduidig antwoord op is. Die wel interessant is. Want bijna alle Indiërs klagen enorm over de overheid. De gebrekkig functionerende overheid. De democratie die maar gedeeltelijk als democratie functioneert. Waardoor al die arme mensen er ook zo buiten blijven. Dat klagen mag. In alle toonaarden, in alle vormen. Protesteren mag. Alles mag. Maar heel veel mensen arm laten zijn, mag dus ook.
Uiteindelijk is het antwoord misschien dat de democratie van India sterk moet worden. Dat het antwoord niet is, zoals sommige Chinezen zeggen: India heeft een meer centralistische regering nodig. En hopelijk hebben al die optimistische mensen die ik sprak gelijk die zeiden: uiteindelijk zal India qua ontwikkeling op gelijke voet met China komen. En dat zal uiteindelijk een betere en stabielere ontwikkeling zijn, gefundeerd op democratie en vrijheid. Heerlijke gedachte. Ik gun het iedereen hier.