
Bij terugkomst uit Maracaibo zie ik bij het betonnen sportveld opeens een bord met de mededeling dat het wordt opgeknapt. Groot staat er: “Socialismo son Hechos”, wat zoveel betekent als: socialisme zijn daden.
Om wat meer van die daden te zien ga ik met de Chavistische buurtleider Oscar Negrin de wijk in. Wat merken mijn buurtbewoners van dat socialisme van de 21ste eeuw in Venezuela?
Volgens Oscar veel, want de bewoners zijn nu georganiseerd in wijkraden en comités. Waren mensen voor het tijdperk-Chávez vooral bezig hun eigen zaakjes op orde te krijgen, nu doen ze dat georganiseerd. En dat is veel beter, stelt hij.

Hij neemt mij mee naar het armere deel van de wijk, de barrio Manicomio. Het armere deel betekent het hoger gelegen deel. Want Caracas ligt in een nauw dal en op de onbegaanbare hellingen wonen de armen. Smalle paden en trappen verbinden de huizen. Een lange trap wordt opgeknapt, dankzij de inzet van het wijkcomité van Yolanda de Santiago. Haar ogen lichten op als Chávez ter sprake komt. Want ja, dit heeft de buurt aan de president te danken.
De wandeling door de barrio gaat verder met een bezoek aan een gaarkeuken. Honderdtwintig mensen krijgen hier elke dag wat te eten. Ook alweer dankzij Chávez. Het menu van deze dag ziet er goed uit: kip, aardappelsalade, rijst, gebakken banaan en als middagsnack koekjes, vruchtensap en fruit.
Oscar praat over wijkraden, buurtcomités, de stem van het volk. Het doet me allemaal erg denken aan het socialisme van China. Oscar staat niet onwelwillend tegenover die vergelijking: “Ik vind dat het socialisme het leven hier verbetert. Maar het is een proces en het kan zijn dat we naar een communistische staat toegaan zoals ze die in China hebben. Waar het ook op uitdraait, het is belangrijk dat het volk de macht heeft en houdt.” ‘El pueblo unido’, is een socialistisch strijdlied dat door Oscar geschreven zou kunnen zijn. Hij vertelt het met overtuiging en ik geloof zijn goede bedoelingen.
Terug in het lagere deel van mijn wijk, raak ik aan de praat met Manuel Moreno. Hij heeft een klein winkeltje bij mij op de hoek. Als niet-Chavist voelt hij zich niet gehoord: “Er is geen communicatie. Als er verkiezingen worden gehouden voor een wijkraad, worden wij daar een beetje buitengehouden. Het kan zijn dat er beslissingen worden genomen die ten goede komen aan de wijk, maar over het algemeen nemen ze beslissingen die alleen henzelf ten goede komen.”
Toch zegt Moreno niet van de oppostitie te zijn. Hij spreekt zelfs over ‘mijn president’. Hij vertegenwoordigt een beetje het politieke midden, waarvan ik niet wist dat die bestond in dit gepolariseerde land. Want bij iedereen die ik tot nu toe sprak was het duidelijk: óf Chávez is geweldig óf hij is een nachtmerrie voor dit land. Moreno zit daar tussen in, hij heeft kritiek en uit die ook. Maar dat moet kunnen, stelt hij: “Ieders mening moet gerespecteerd worden.” Volgens Moreno komt de scherpe tegenstelling door Chávez zelf. “Wie niet voor me is, is tegen me”, zegt El Presidente en dat maakt discussie onmogelijk.