Oase in een betonnen jungle
24 april 2008 door Marijke van den Berg
Wanneer je van de top van de berg de Avila (2175m) naar de stad Caracas kijkt zie je in het midden een groene vlek. Een oase in de betonnen jungle van deze miljoenenstad.
De oase herbergt een 18-hole golfbaan, 12 tennisbanen, manege, speeltuin, gescheiden sportscholen voor mannen en vrouwen, zwembaden met bijbehorend terras en een voornaam clubhuis in oud-Engelse stijl. Welkom in de Country Club, de speeltuin van de superrijken.

Zomaar binnenlopen gaat niet. Daar zorgt de bewaking wel voor. Maar met de juiste contacten, in dit geval Oscar D’Ascoli, schoonzoon van een zeer gewaardeerde familie binnen de club, staat niets meer in de weg om deelgenoot te worden van deze rijkdom.
Al negentig jaar bestaat de Country Club die deze maand haar jubileum viert. Aanvankelijk lagen de velden nog aan de rand van Caracas. Maar de stad heeft de club helemaal ingesloten. Al merk je daar op de uitgestrekte terreinen weinig van. Alleen aan de rand dringt het geluid binnen van auto’s en een enkele sirene. Rust overheerst. Het clubgebouw lijkt uit het Engelse landschap weggeplukt en, inclusief de oud-Engelse adel, hier te zijn neergezet.
Tachtigduizend dollar moet je meebrengen om je in te kunnen kopen. Maar dan ben je er nog niet. Je moet voorgedragen worden door minimaal tien leden van de club en daarna goedgekeurd worden door de directie. De nieuwe rijken, die onder Chavéz hun weg naar het geld hebben gevonden, komen er niet in. “Alleen mensen die hun geld via een eerbare weg hebben verdiend, zijn welkom,” stelt Oscar. Volgens hem hebben de nieuwe rijken hun geld vooral aan de toegenomen corruptie te danken.
Het is lunchtijd wanneer ik er ben en heel langzaam lopen de terrassen vol met voornamelijk keurig geklede mannen. De club is een geëigende plek voor een zakenlunch. Er zit een enkele vrouw. Dit ‘oud-geld’ bestaat voornamelijk uit het blankere gedeelte van de kleurrijke bevolking van Venezuela. Alleen de golfcaddies en de obers zorgen voor wat meer kleur.
Het lijkt zo in tegenspraak. Deze uitspatting van rijkdom in de socialistische heilstaat in wording van Hugo Chavéz. Echt zorgeloos zien de clubleden hun toekomst dan ook niet tegemoet. Twee jaar geleden was er al een burgemeester die de club wilde veranderen in een openbaar park. Maar dat is niet doorgegaan. Oscar: “We weten niet hoe lang we nog bestaan. Tot die tijd moeten we maar gewoon genieten van onze club. Maar ik hoop dat Chavéz eerder weg is dan onze club dicht moet.”