Archief van maart 2008

Stelling: geen Chinees ontkomt aan de lange arm van Peking

28 maart 2008 door redactie Mr. Li

stelling.jpgVoor Peking maakt het niet uit waar iemand woont of geboren is. Een Chinees met een buitenlands paspoort wordt automatisch als Chinees staatsburger behandeld.

door Karen Meirik

Vandaar dat tientallen etnisch Chinese zakenlieden met een buitenlands paspoort in China konden worden opgepakt door de politie, en vastzitten zonder dat ze hun ambassades kunnen benaderen. “Maakt niet uit, je blijft hoe dan ook Chinees,” zei de politie tegen vrienden uit Singapore, toen ze bij een controle hun paspoort lieten zien.

Waar Chinezen wonen, regeert Peking. Dat concludeerde Willem Jacob Oudendijk al, een Nederlands diplomaat die van 1896 tot 1931 in Peking woonde. Volgens hem wilde het keizerlijk hof, anders dan de westerse imperialisten uit die tijd, geen gebied veroveren of beheersen, maar wél dat de Chinezen overzee de belangen van Peking voor ogen hielden.

Veel lijkt er niet veranderd. Zo’n 40 miljoen houders van een Chinees paspoort wonen buiten China. Dat steekt mager af tegen de 180 miljoen migranten die binnen de landsgrenzen op drift zijn. Maar als je bij de ‘overzeese Chinezen’ iedereen van Chinese afkomst in met name Zuidoost-Azië en Noord-Amerika optelt, kom je tot een behoorlijke invloedssfeer.

Als president Hu Jintao zich richt tot “de Chinese natie”, doelt hij op alle Chinezen over de hele wereld. Bij het laatste Partijcongres herhaalde Hu dat de zonen en dochters van de Chinese natie zich onvoorwaardelijk dienen te scharen achter de Pekingse opvatting dat Taiwan een opstandige provincie is die bij China hoort.

Ook de Singaporese premier Lee Hsien-loong voelde de lange arm van Peking, toen hij in 2004 een privé-bezoek aan Taiwan bracht. China dreigde met maatregelen en speelde in op zijn gebrek aan patriottisme. Onmiddellijk verontschuldigde Lee zich.

Hoe lang het Pekingse hof dit nog vol kan houden is de vraag. In Chinese ‘kolonies’ als Singapore en Hong Kong voelen steeds meer twintigers en dertigers zich Singaporees of Hongkonger. Ze halen hun schouders op voor de directieven uit Peking.

Karen Meirik - Correspondent van de Wereldomroep in Peking.

Voorbereiding op India vervolg

27 maart 2008 door Djoeke Veeninga

De eerste secretaris legt me eerst de verhouding tussen China en India op de wereldmarkt uit. De landen vullen elkaar aan en zijn niet met elkaar in competitie. China fabriceert en is op de export gericht. India verleent diensten en is op de binnenlandse markt gericht. Ze zijn ongeveer even groot in bevolkingsomvang en in groei, dat is de overeenkomst.

En ze zijn schuchter vrienden aan het worden. Of ik dat proces welwillend wil filmen. Ik zeg de secretaris dat ik Mr Li alleen in geluid en tekst ga zoeken, niet op bewegend beeld.

China fabriceert en is op de export gericht. India verleent diensten en is op de binnenlandse markt gericht.

We bekijken de kaart die aan de wand hangt. Die grillige grens. In Sikkim (indertijd door India tot een deelstaat gemaakt, tegen de wil van de Chinezen) zijn er sinds enige jaren bergpassen open voor personenverkeer. Je kan dit gebied alleen in met een speciale permit, maar dat is volgens de eerste secretaris in Delhi te regelen. Als ik zou willen. Maar ik weet niet of ik dat wil. Ik zie het voor me: een lange reis om op een bergpas te eindigen. Romantisch einde van een zoektocht naar Mr Li. Maar misschien niet zo erg zinvol. Voorlopig vestig ik me in Delhi, om van daaruit het nieuwe India te portretteren en de Chinese invloed te onderzoeken.

Hij concludeert dat in India er eigenlijk geen regels zijn – that’s our freedom without limitation.

Verder smalltalken we nog wat. De eerste secretaris is een aardige, vrolijke man. Hij vindt een paar dingen van Nederland. Dat we buitenlanders niet welkom heten, door niets van ons Journaal en vooral ook het weerbericht in het Engels aan te bieden op de publieke televisie (hier heeft hij een punt, vind ik). Dat we vrijheid zonder grenzen kennen, want dat een film die niemand wil uitzenden toch uitgezonden kan worden in de zendtijd van politieke partijen waar de regering niets over te zeggen heeft. Dat dit land over-gereguleerd is, want als je hier een stukje beef koopt, dan kan je lezen waar de koe is opgegroeid en wat ie bij leven gegeten heeft. Terwijl het er toch om gaat dat je gewoon een stukje smakelijk vlees eet. (De eerste secretaris is christen, denk ik). Hij concludeert dat er in India eigenlijk geen regels zijn – that’s our freedom without limitation. Zo nemen we afscheid. Ik heb er zin in.

Voorbereiding op India

26 maart 2008 door Djoeke Veeninga

Een aantal landen steunt China bij de aanpak van het Tibetaanse verzet, hoorde ik vandaag een correspondente op de radio vertellen. Waar China mee pocht: zie je wel, we staan niet helemaal alleen in dit beleid.

‘Een onderminister in Kazachstan’, en nog wat andere niet al te indrukwekkende steunbetuigers, zei ze, zoals de president van Zambia en ook de president van Venezuela, Chàvez. Twee landen waar wij ook op zoek waren/zijn naar Mr Li, en waar de economische banden met China zo warm zijn dat ze in ruil deze politieke steun geven. Het land waar ik over een paar weken naar toe reis, India, zit wat dat betreft in een interessant dilemma. India en China zijn wezensvreemde landen, ze kennen elkaar niet door die enorme onneembare Himalaya-bergrug tussen hen in. Er zijn grensgeschillen, er is wantrouwen. En er is Tibet, waar ze ruim drieduizend kilometer grens mee delen. Op Indiaas grondgebied wonen grote groepen Tibetaanse vluchtelingen, en de regering in ballingschap en de Dalai Lama huizen er.

India en China zijn wezensvreemde landen, ze kennen elkaar niet door die enorme onneembare Himalaya-bergrug tussen hen in.

Maar nu India en China allebei op het pad van de grote groei en het veroveren van de geglobaliseerde economie zijn, zijn ze vriendelijk tegen elkaar. Sluiten ze overeenkomsten. Moeten de verschillen en geschillen ondergeschikt worden aan de gezamenlijke belangen. En het is niet de bedoeling dat ik roet in het eten kom gooien.

Wie? Ik?? Ja, ik. Het is de voorwaarde waaronder ik mijn visum heb gekregen. Permission is granted subject to the condition that programma/coverage conducted by Ms.Veeninga should not under any circumstance be prejudicial to India-China relations. Het staat letterlijk in de toewijzingsbrief. En of ik even een kopje thee wil komen drinken met de eerste secretaris.

Daar zit ik achter een kopje en een Indian sweet, tegenover de eerste secretaris die er uitziet, ik kan het niet anders omschrijven, als een neef van Mr Li himself! Hij heeft het algemeen Aziatische uiterlijk van een man die Koreaan kan zijn, of Laotiaan, of Chinees. ‘Politiek gesproken honderd procent Indiaas’, zoals hij zelf zegt, en verder cultureel een mix.
Hij komt uit een van de deelstaten in het noordoosten, dat ballonnetje van zeven staten dat achter Bangladesh aan India hangt. Manipur heet zijn deelstaat, ze zijn daar voor de helft christen en half hindoe, ook een ongebruikelijke mix, en de bevolking ziet eruit zoals hij.

Waarover spraken zij daar bij dat kopje thee?

kaart_india.jpg

Win een Mr Li t-shirt of een I-pod

25 maart 2008 door redactie Mr. Li

t-shirt.jpgElke week stellen we drie vragen aan de luisteraars van ‘Looking for Mr. Li’. Daar kun je bijzondere prijzen mee winnen: we loven wekelijks drie unieke Mr. Li t-shirts uit. En we geven één iPod aan de winnaar van de maand.

De vragen bij de achtste uitzending zijn:
1) Wat gebeurt er als rijke Chinezen in een Amerikaanse villawijk gaan wonen?

2). China is niet de grootste handelspartner van Amerika. Welk land is dat volgens de geïnterviewde professor wel?

3). Volgens deze professor zijn de Chinezen geen bedreiging voor het zakenleven in de VS, omdat er sprake is van wederzijdse belangen. Ben je het met hem eens? Licht je antwoord in maximaal 250 woorden toe.

Stuur je reactie vóór maandag 31 maart a.s. naar misterli@vpro.nl en win een origineel t-shirt of iPod. Vermeld duidelijk “prijsvraag 25 maart” en je naam, adres en telefoonnummer. De goede antwoorden op vraag 1 en 2 staan vanaf volgende week dinsdag op de website.

Winnaars prijsvraag dinsdag 18 maart

25 maart 2008 door redactie Mr. Li

tshirt.jpgAlbert-Jan Shi, Guust van de Wetering en Sandra Janssen zijn deze week de winnaars van een uniek Mr Li-t-shirt. De goede antwoorden op de vragen van vorige week zijn:

1) Een populaire bijnaam van Californië is: De Golden State.

2) Amerikaanse bedrijven laten hun software vanwege de lage kosten steeds vaker in China ontwikkelen. Een andere reden daarvoor is dat er in de VS niet genoeg programmeurs zijn.

Golfende Chinezen wekken jaloezie

25 maart 2008 door redactie Mr. Li

depers.jpgVerslaggever Hans Jaap Melissen schrijft elke week een bijdrage voor dagblad De Pers.

Ze zijn jong, succesvol en wonen in het Beverly Hills van Chinatown. Met hard werken zijn ze rijk geworden in de VS. Maar nu China groeit neemt de twijfel toe: hadden we niet beter daar kunnen blijven?

Misschien heet hij wel ‘Li’. Maar hij wil zijn achternaam niet zeggen. Voorzichtig legt hij zijn golfclubs in de kofferbak van zijn BMW. ‘Noem me maar Jeff’, zegt hij met zweet op zijn voorhoofd. Hij heeft, om een jetlag te verdrijven, een rondje golfbaan gedaan. ‘Ik heb een bedrijf in onroerend goed in China. Maar ik woon liever hier. Peking is te vervuild.’

Lees verder…

Achter tralies in Caracas

24 maart 2008 door Marijke van den Berg

mannen_barrio.jpg

De afgelopen dagen lag alles plat in Venezuela. Want anders dan in Nederland wordt Pasen hier vooral vooraf gevierd, tijdens Semana Santa.

Van afgelopen donderdag tot eerste Paasdag trok heel Caracas er op uit voor familiebezoek of een dagje aan het strand. Dat betekende dat zo goed als alle winkeltjes gesloten waren en dat maakte het voor mij zo onmisbare internet onbereikbaar. Maar misschien nog wel erger; iedereen was telefonisch onbereikbaar. Veel afspraken heb ik dan ook nog niet kunnen maken.

barrio.jpg

De wijk Manicomio waar ik deze weken woon, blijkt een onvermoede Chinese link te hebben. In de volksmond heette deze barrio vroeger El Barrio Chino, de Chinese wijk. Daar is nu niet veel meer van te zien, op een enkele Chinese winkel aan de voet van de wijk na. De Chinezen zijn allemaal weggetrokken. “Ze werden rijker en zijn vertrokken”, zegt een buurtbewoner. Weg is daarmee ook iets wat voor een “Chinatown’ zou kunnen doorgaan, want een dergelijke wijk heb ik in Caracas niet kunnen vinden.

Op de hoek van mijn straat zit bijna elke dag een groepje oudere mannen te praten. Ook zij zijn het erover eens: Chinezen wonen niet meer in deze wijk: “Wel mannen zoals ik: rijk, knap en aantrekkelijk,” grapt een gezette, oudere man luid lachend. De mannen hebben duidelijk lol in een gesprekje met een Hollandse. “Vroeger woonde hier naast een Chinese familie. Vriendelijke mensen. Ze verkochten rijst, maar ook zij zijn weggegaan.”

winkel_barrio.jpg

Het is wel duidelijk dat de Chinezen hier in Venezuela de handelaren zijn en de winkeltjes bezitten. Maar van jaloezie lijkt geen sprake. Mijn overbuurvrouw vindt het logisch: “Het zijn rustige, hardwerkende mensen. De meeste buitenlanders die hier komen, werken een beetje harder dan de gemiddelde Venezuolaan.”

winkel_barrio02.jpg

Het is een gemoedelijk tafereeltje; het groepje oudere mannen op de hoek van mijn straat. Daarmee lijkt deze barrio op een gewone, gezellige volksbuurt. Maar schijn bedriegt. Want kijk je naar de huizen, dan zie je overal tralies voor de ramen en deuren. Zelfs de derde verdieping van de huizen is ermee voorzien. Wil je wat kopen in de winkel pal naast mijn deur, moet je door een traliehek om je producten vragen. Vrij erin lopen gaat niet. Om veiligheidsredenen.

De barrios van Caracas zijn dan ook berucht om de vele inbraken, geweld en gang-ruzies. Elke week vallen er 50 doden in deze sloppenwijken. Caracas staat hoog op de lijst van meest gevaarlijke steden in Latijns-Amerika.

Daarom moet ik drie traliehekken door om in mijn appartementje te komen. En zitten er ook voor mijn ramen tralies. Zo rond negen uur ‘s avonds, wanneer ook de oudjes niet langer voor hun huizen durven te zitten, sluit ik mezelf op, net als al mijn buren, achter de veiligheid van mijn tralies.

Aflevering 8: The Chinese-American Dream

24 maart 2008 door Redactie

ipod.jpgIn deze laatste aflevering van Looking for Mr. Li in de VS toert verslaggever Hans Jaap Melissen rond in het ‘Beverly Hills’ van Chinatown in Los Angeles (Californië) waar de laatste jaren zo veel welgestelde Chinezen zijn neergestreken dat de oude – lees blanke - bevolking zich soms buitengesloten voelt. Al is er een lichtpuntje: dankzij de niet aflatende stroom van Chinezen zijn de huizen meer waard dan ooit.

http://download.omroep.nl/vpro/39404679.mp3

RSS Podcast (RSS-feed) van Looking for Mr. Li.

Filmsterren

24 maart 2008 door Hans Jaap Melissen

Het is een zin die regelmatig in mijn hoofd opkomt in landen waar het leven wat eerder gewelddadig eindigt dan hier in de Verenigde Staten. Op een wrange manier zou je de zin de rode draad kunnen noemen voor de verslaggever in oorlogs-en crisisgebieden. Maar het is vooral een filmklassieker: “I see dead people.”

Oorlogszin en filmzin kwamen heel even samen.

Bij een tankstation in de Mohave woestijn in Californië. Ik wilde wat eten. En stopte bij het eenzame tankstationnetje.
Nou ja, eenzaam: het krioelde er van de mensen. Met koptelefoons op. Overal apparatuur. Een regisseur in een tentje tegen de zon. En een pompbediende: Haley Joel Osment.

Het zei mij niks, die naam. Ik keek een van de dames met headset vragend aan. Natuurlijk ken je hem wel, fluisterde ze. Hij is van “I see dead people”.

Toen zag ik het. Take nummer 28 ging van start en ik keek goed naar zijn gezicht. Je kon er het angstaanjagende jongetje nog in herkennen. Uit de film De Sixth Sense. De beroemde zin spreekt hij uit tegen Bruce Willis. Het jongetje is groot geworden. In april viert Haley zijn 20e verjaardag.

Even hoopte ik dat de film iets met Chinezen te maken heeft. Ik legde assistent nr 12 uit waarom ik in de VS ben. Ze begon over de vakbond en hoe sommige productiebedrijven subsidie zouden krijg als ze buitenlanders, bv Chinezen, in dienst nemen: of zoiets. Het was een warrig verhaal. En gefluisterd.
“Morgen komt Olympia Dukakis langs.” Die is ook al bekend, ontdekte ik later op internet. Daar zag ik ook wat Haley’s favoriete voedsel is……jaja Chinees…

Het filmen ging maar door. Het spaarzame verkeer op de weg er langs ook. Vreemd eigenlijk: want zo kun je per ongeluk op het witte doek belanden.
Let u dus goed op als “Montana Amazon” uitkomt. Misschien rijdt er bij de scène met het tankstation een witte Toyota-suv naar binnen, met daarin twee roodverbrande Nederlandse hoofden. Dan weet u het: I see red people.

Wonen in een ‘gekkenhuis’

21 maart 2008 door Marijke van den Berg

venezuela-mijn-straat.jpg

“Je gaat wonen in Manicomio, het gekkenhuis.” Toch niet het meest geruststellende antwoord op mijn vraag in welke wijk mijn appartementje staat.

De afgelopen weken is Tessa, mijn contact in Venezuela, op zoek gegaan naar een plek om de komende weken te wonen. Dat bleek nog niet mee te vallen. Caracas kampt met woningnood. Mijn eisen maakten het er ook al niet gemakkelijker op: niet in een onpersoonlijk hotel, niet drie-hoog-achter in een te dure flat in een middenklassewijk. Nee, ik wil tussen de mensen wonen.

En dat is gelukt. Een leeg appartementje op de tweede verdieping midden in een volkswijk. Een simpel vierkant gebouw van rode baksteen met een golfplaten dak. Maar het staat midden in het leven van Manicomio.Vanuit mijn raam kijk ik naar een betonnen basketballveldje, een ontmoetingsplaats voor jongeren. Aan het einde van de straat is een pleintje waar vooral oude mannen samenkomen.

Zoals het in een volksbuurt betaamt, leeft men hier grotendeels op straat, staat de radio overal hard aan, rijden de brommers met afgezaagde uitlaatpijpen voor net dat beetje extra lawaai, is de basdreun uit de auto van grote afstand te horen en hangen de jongeren het liefst ‘gezellig’ de hele nacht rond het basketballveldje, met als grootste tijdverdrijf het laten afgaan van een autoalarm. Mijn eerste nacht beleefde ik letterlijk als in een gekkenhuis. Al het geluid dringt door de dunne wandjes van mijn appartement naar binnen. Mijn eerst volgende aankoop is dan ook een set oordopjes.

Het appartement was helemaal leeg toen ik er in trok. Geen bed, stoel, tafel of kast. Zelfs geen keuken. Een ongezellige open ruimte met in de hoek een hokje met een koude douche en wc. Dus dat betekende ’shoppen’ voor spullen.

mevrouw_chang.jpg

En dat bracht mij in contact met mijn eerste ‘Mister Li’. Of in dit geval een señorita, met de eveneens veel voorkomende Chinese naam Chang. Ze is de eigenaresse van een soort Chinese ‘winkel-van-Sinkel’, met letterlijk van alles te koop. Borden, kopjes, pannen, kooktoestellen, koffiezetters, maar ook shampoo of tandenborstels. Alles van plastic of metaal hoog opgestapeld in rekken of gewoon nog in de doos. Alles ‘made in China’ , uiteraard.

mevrouw_chang02.jpg

Señorita Chang is geboren in China, maar als kind ging ze met haar ouders mee naar Venezuela. Nu runt ze samen met haar Chinese man de winkel. De zaken gaan goed. Het is een komen en gaan in de winkel. Toch is alles volgens Chang veel duurder geworden door de ongunstige dollarkoers.

Señorita Chang spreekt overigens keurig Spaans, maar schakelt net zo gemakkelijk over naar het Chinees om het hulpje een opdracht toe te snauwen. Volgens Chang heeft ze veel Venezuolaanse vrienden, maar van de Venezolaanse mannen is ze niet echt gecharmeerd. Hun huidkleur is haar te donker. Ze heeft ze liever wat blanker.