No horseplay - geen gestoei!
18 februari 2008 door Jacqueline Maris
De stroomuitval wordt met de dag erger. De regelmaat was ’s avonds van zes tot tien. En dan om de dag. Maar sinds vorige week zondag is het ook ’s ochtends raak. Dacht ik nog even dat we dan in elk geval ’s avonds gespaard zouden blijven maar gisteren was het zowel ochtend als avond stroomloos met tussendoor een paar uur om alles weer op te laden. Wat een land. Het zal nog in duisternis ten onder gaan.
De mijnbedrijven beginnen ook al te klagen (terwijl zij stroom tegen gereduceerd tarief krijgen, één van de lokkertjes, net als decennialange ‘tax holidays’. Sommige bedrijven willen gaan investeren in eigen stroomvoorzieningen.
Internet is ook weer een stapje verder. We hebben nu een inbel-verbinding hier bij Mary in huis maar haar fossiele computer is zo verstopt dat het tien minuten duurt voordat ik op hotmail ben. Heb ik net een mail getypt, valt hotmail eruit. We blijven hopen.
Omdat het nog allerminst zeker is dat ik ooit een opname zal mogen maken op het fabrieksterrein van de Chinezen (laat staan in de mijn) zijn we vorige week naar de Mopanimijn in Kitwe gestapt. Om in elk geval een idee te krijgen hoe het is om anderhalve kilometer onder de grond te werken.
Omdat het onzeker is of ik ooit een opname zal mogen maken op het fabrieksterrein van de Chinezen - laat staan in de mijn - zijn we vorige week naar de Mopanimijn in Kitwe gestapt.
Om zeven uur stonden we op een leeg parkeerterrein voor het hoofdkantoor. De PR-dame in kwestie kwam om kwart voor acht aanrijden. Zonder ontbijt doste ik me in een witte overall, grote rubberlaarzen en ik kreeg een helm met licht op. De laatste keer dat ik in een mijn was, was in Pennsylvania (zie voor een foto Addicted to oil op onze Ochtenden website). Die Amerikaanse mijn was zo verschrikkelijk koud dat ik nu mijn vest had meegenomen. Dat was niet nodig zei de PR dame.
Mopani is een van de grootste mijnen en in bezit van twee consortiums met voornamelijk aandeelhouders uit Zwitserland en Australië. Het management is grotendeels Zambiaans en de hoogste baas is een Zambiaan. Ze krijgen van de eigenaren een jaarlijks budget dat ze vrij kunnen besteden. In ruil daarvoor moeten ze targets halen. De koperprijs is hoog: 7000 dollar per ton. In het gedolven kopererts dat op het fabrieksterrein verder wordt verwerkt, zit zo’n drie procent koper. Andere waardevolle mineralen als kobalt zijn bijproducten.
Terwijl ik hier zit te typen gebeurt het weer. De tweede keer vandaag: POWERCUT. En we hadden pas net een paar uur weer stroom. Dit is echt heel erg raar voor Zambia, is mij verzekerd. De president blijft beweren dat er sabotage in het spel is maar volgens mij wil hij gewoon de verantwoordelijkheid voor het functioneren van staatsbedrijf Zesco niet nemen. Ik hou er even mee op, want ik kan mijn aantekeningen niet meer lezen. En die arme Mary en nicht Ethel moeten weer een houtskoolvuurtje maken om voor iedereen te koken.
Op tafel staat een grote doos condooms. Gratis, want het bedrijf heeft een uitgebreid anti-HIV-programma.
Met twee kaarsen bij de computer typ ik verder:
We gingen met een aardige manager naar beneden. Als de stroom uitvalt schakelt de generator voor de pomp aan, zegt hij. De mannen kunnen niet meer werken maar er móet gepompt worden; de mijn mag niet vollopen. Mopani gebruikt nog de liftschacht van de ZCCM , het staatsmijnbedrijf dat in de jaren negentig in de verkoop werd gedaan. Tussen zestig mannen sta ik in de liftkabine gepropt. Er hangen bordjes No horseplay (geen gestoei) en Do not insert your fingers into ventilation holes. Het is erg verleidelijk om je vingers in zo’n gat in de wand van de voortrazende liftkooi te steken.
We hadden al gehoord dat Mopani zijn werknemers goed betaalt (in tegenstelling tot de Chinezen) en dat de voorzieningen en extra uitkeringen voor huisvesting, onderwijs etc. goed zijn. Er werken drieduizend mannen tegelijk ondergronds. Een aantal heeft een degelijk contract van Mopani. Maar helaas, zegt de manager, dwingen de eigenaren ons om ook met contracters te werken, bedrijven die goedkoop mankracht leveren. En dan kun je niet controleren of ze goed betaald krijgen.
In sommige gevallen, als zo’n contracter zijn werkers niet uitbetaalt, doet Mopani het en krijgt de contracter zijn geld niet.
Overal zijn telefoons om onraad te melden. En er is een ondergrondse kliniek die dag en nacht bemand is. Op tafel staat een grote doos condooms. Gratis, want het bedrijf heeft een uitgebreid anti-HIV-programma. De verpleger heeft de meeste aanloop van mannen die condooms willen, zegt hij; met gewonden valt het wel mee.
Naarmate we verder de mijngang ingaan, wordt het steeds heter. Jack en de manager hebben hun overalls over hun blote lijf aangetrokken zie ik nu. Dat had de PR dame me wel even kunnen vertellen. Dus duik ik een donkere zijgang in om me van overbodige kleding te ontdoen. Ik kan mijn t-shirt uitwringen; zo heet is het.
We gaan nog dieper de mijn in en via een zijgang komen we bij een doodlopend stuk waar mannen aan het boren zijn. Een natte, hete sauna; zo benauwd dat mijn adem stokt. Dit is dus het werk dat mannen in de mijn doen. En Mopani staat als een goed bedrijf bekend. Hoe moet het dan bij de Chinezen zijn? Ik hoorde dat er alleen vervuild drinkwater is en dat er ondergronds maar twee wc’s zijn voor duizend man. Geen wc-papier en twee droge broodjes voor lunch. En dat voor een loon dat een fractie is van wat ze bij Mopani verdienen.
De boorman schroeft een boor van meer dan een meter op zijn machine. Zijn overall is doorweekt van het rondspattende water; zijn gezicht vertrokken van inspanning. Ik denk alleen nog maar aan omdraaien en terugkeren naar de relatieve koelte in de hoofdgang. Naar het daglicht boven. Weg uit de mijn. De enthousiaste manager wil me nog meer laten zien van de koperproductie. Als hij mijn gezicht ziet, zegt hij: Mining is for men!


Gradie Vierhuis, Imke van Dongen en Sander Pas zijn de gelukkige winnaars van een Mr. Li T-shirt.
Wereldnet is het dagelijks radioprogramma van VPRO en RNW met het ‘lokale wereldnieuws’ van Nederlanders in den vreemde. Speciaal voor “Looking for Mr. Li” berichten deze Nederlandse expats over de Chinezen in hun land. Joëlle Glas woont in Australië.

Aflevering 2 van Looking for Mr. Li in Zambia. Jacqueline Maris belandt op een Chinees nieuwjaarsfeestje in de Copperbelt en zoekt naar overlevenden van de ramp met de Chinese kruitfabriek.
Elke week stellen we drie vragen aan de luisteraars van ‘Looking for Mr. Li’. Daar kunt u bijzondere prijzen mee winnen: we loven wekelijks drie unieke Mr. Li T-shirts uit. En we geven één iPod aan de winnaar van de maand.
