Archief van februari 2008

Mr Li is een Cubaan

27 februari 2008 door Hans Jaap Melissen

“I docked at Ellis Island
In the city of Light and Spire
I wandered to the valley of red hot steel and fire….
And I made my home in the American Land.”

(Bruce Springsteen)

ellis_island.jpg

Foto: Flickr

“De Chinezen gebruikten New York om Amerika binnen te komen, als het aan de westkust was mislukt. Zeker na de invoering in 1882 van de anti-immigratie wet voor Chinezen haalden ze trucs uit,” vertelt de dame van de informatiebalie van Ellis Island, het eilandje voor de kust van Manhattan waar vele miljoenen “Amerikanen in de dop” hun immigratieprocedure doorliepen.

“Een zo’n truc was dat de Chinezen eerst staatsburger werden van een ander land dan de Verenigde Staten. Zo zijn er hier veel Chinezen die bij het land van herkomst ‘Cuba’ achter hun naam hebben staan. Deze Cubaanse, of Canadese, of Haïtiaanse Chinezen hadden op deze manier veel meer kans om toegelaten te worden in Amerika dan wanneer ze op het immigratiepunt Angel Island terechtkwamen bij San Francisco.”

Aan de buitenmuur van een gebouw aan Canal Street schalt uit een luidspreker een wonderlijke cursus Engels-Chinees.

Een paar kilometer van Ellis Island verwijderd, ligt op Manhattan New York’s bekendste Chinatown (er zijn er meerdere, o.a. in Brooklyn) waar je op het eerste gezicht niets meer merkt van de ‘Cubaanse’ herkomst van sommigen.

Aan de buitenmuur van een gebouw aan Canal Street schalt uit een luidspreker een wonderlijke cursus Engels-Chinees: gericht op de straat waar alle passanten stevig doorlopen, diep weggedoken in hun winterjassen. Het is reclame voor een taleninstituut in het gebouw.

“De Chinezen rukken op. Er blijft niet veel over van ons buurtje.” Anna, een oudere, zwaar opgemaakte Italiaanse dame, staat voor het restaurant van haar schoonzoon. Haar buurt “Little Italy” grenst aan Chinatown. Maar de laatste jaren duiken er steeds meer Chinese winkels op tussen de Italiaanse zaken. “Ze kopen alles op. Zij hebben meer geld dan wij,” verzucht Anna, voordat zij weer een sigaret opsteekt. “Maar wat kunnen we er tegen doen?”

Chinatown biedt ook nog een “Museum for the Chinese in the Americas.” Maar daar blijk ik net zo welkom als een Chinees in San Francisco na de invoering van de Anti-Chinezenwet. “Het museum is eigenlijk voor groepen scholieren. Als u als journalist naar binnen wilt, dan moet we daar eerst uitgebreid over overleggen.”

De straat dus weer op waar ik al gauw Allen Xu tegenkom. Hij verkoopt handtassen en kettingen. Acht jaar geleden is hij vanuit Shanghai naar New York gekomen. Het bevalt hem goed in de Verenigde Staten, maar hij hoopt ooit wel terug te gaan naar China. “Maar pas als mijn dochter Amy op de juiste universiteit terecht is gekomen. Ze gaat binnenkort naar de middelbare school, maar daarna hoop ik dat ze wordt aangenomen op een goede universiteit, zoals Princeton, Yale of Harvard.”

Mocht het ooit Harvard worden, dan kan Xu zijn dochter op een goedkope manier bezoeken: vanuit Chinatown rijdt de “Fungwah” bus voor 15 dollar naar Boston. Dat is ook precies de bus die ik morgen neem. Ik hoop tussen de Chinezen te belanden die het inderdaad is gelukt om aan Harvard te studeren. Ze worden daar met open armen ontvangen. Niemand heeft een omweg hoeven maken via een communistisch eiland voor de kust van Florida. Misschien roken de Chinezen in Harvard’s ‘debating club’ hooguit wel eens een zware Havanna.

Chinezen geven geen antwoord

26 februari 2008 door Redactie Mr. li

depers.jpgVerslaggever Jacqueline Maris schrijft elke dinsdag een bijdrage voor dagblad De Pers.

De poort voor het Chinese bedrijfsterrein NFC-A in de Zambiaanse Copperbelt zit potdicht. Af en toe gaat het ijzeren hek open voor een busje mijnwerkers of een vrachtwagen met onduidelijke lading. Met trillende vingers toets ik het via via verkregen nummer van onderdirecteur Gao in. Al vier weken probeer ik toestemming te krijgen om de mijn en de kopersmelter in aanbouw, die de grootste van Afrika moet worden, te bezoeken. Tot mijn grote verbazing mag ik zo het terrein op.

Lees Verder…

Win een prachtig ‘Mr. Li’ T-shirt of iPod!

26 februari 2008 door Redactie

t-shirt.jpgElke week stellen we drie vragen aan de luisteraars van ‘Looking for Mr. Li’. Daar kun je bijzondere prijzen mee winnen: we loven wekelijks drie unieke Mr. Li T-shirts uit. En we geven één iPod aan de winnaar van de maand. De vragen bij de vierde uitzending over Mr. Li in Zambia zijn:

1) Hoeveel dollar per week verdiende de ‘bullet man’ uit de reportage toen hij nog dagen van twaalf uur maakte in de mijn?
2) Op welke leeftijd beginnen Chinese kinderen met Engelse les?
3) Welke conclusie trekt u als luisteraar nu de zoektocht naar Mr Li in Zambia is afgesloten? Licht uw antwoord kort toe in maximaal 250 woorden.

Stuur uw reactie vóór maandag 3 maart a.s. naar misterli@vpro.nl en win een origineel T-shirt of iPod. Vermeld duidelijk “prijsvraag 26 februari” en je naam, adres en telefoonnummer. De goede antwoorden op vraag 1 en 2 staan vanaf volgende week dinsdag op de website.

Winnaars prijsvraag dinsdag 19 februari!

25 februari 2008 door Redactie

tshirt.jpgHarold Nijenkamp, Linda Verhoog en Suze van de Graaf zijn deze week de gelukkige winnaars van een Mr. Li T-shirt. Dit waren de antwoorden op onze prijsvraag van dinsdag 19 februari:

1) De duizend Zambiaanse mijnwerkers moeten het doen met twee toiletten.

2) China heeft in de jaren zeventig zo’n 500 miljoen dollar betaald voor de spoorlijn tussen Zambia en Tanzania.

Aflevering 4: The Bullet Man

25 februari 2008 door Redactie

ipod.jpgAflevering 4 van Looking for Mr. Li in Zambia. Hoe komt het dat de Chinezen zo weinig geliefd zijn onder de Zambiaanse mijnwerkers? Jacqueline Maris spreekt mijnwerkers en probeert nogmaals het Chinese hoofdkwartier van de Chambishimijn binnen te dringen.

http://download.omroep.nl/vpro/39287111.mp3

RSS Podcast (RSS-feed) van Looking for Mr. Li.

Laatste dagen in ‘vriendelijk Ndola’

25 februari 2008 door Jacqueline Maris

ndola.jpg

Nu we eindelijk internet hebben in het huis waar ik verblijf, ga ik weg. Maar ja, de powercuts volgen elkaar steeds sneller op en dan werkt dat internet toch niet.

In de oppositiekrant wordt beweerd dat Zambia stroom levert aan Zuid-Afrika en Botswana en dat er daarom te weinig is. Een opvallend feit is dat mijn stringer Jack in het centrum van Ndola nooit stroomuitval heeft en wij bijna elke dag. Ik vermoed dat Zesco ons, toch maar een woonwijk, gewoon af en toe uitzet om genoeg stroom te hebben voor het ‘business-centrum’ van Ndola. Want dit is toch wel erg toevallig dat wij al een maand lang telkens de dupe zijn.

Na een maand in Zambia ben ik geen snars verder gekomen met het doorgronden van de ondernemende Chinees.

ndola2.jpg

In de duisternis rukt de wildernis op. Drie dagen geleden was het licht net weer aangesprongen toen ik mijn slaapkamer binnenging. Bij mijn bed zag ik een opgerolde slang van zo’n 80 cm lang. Met zo’n lief klein hagedisje tegen de muur is te leven maar een slang…..Ik trok gauw mijn hoge schoenen aan en rende door het huis. Elfjarige Mwalja sprong uit bed, pakte een golfclub van Mary en we betraden stoer de kamer. Weg slang. Mary arriveerde en we schoven het bed weg. Daar was hij. Opgerold onder mijn bed. Het leidde tot een bloedbad. De laatste, beslissende klap heb ik gegeven. Niemand kan me zeggen of het echt een giftige slang was.

Soms vergeet je dat je in de Copperbelt met alle industrie en het zware verkeer toch nog in de bush zit. Dat er in afgelegen eethuisjes Daiky op tafel wordt gezet – antilopenvlees. En waarschijnlijk kun je er ook wel ander bushmeat bestellen. Dat er in het bos apen zitten. En zelfs slangen in onze mooie tuin. Zeker als het zo heet is als afgelopen week.

Mijn laatste dagen in Zambia breken aan. Man en kinderen arriveren dit weekend om daarna nog een korte vakantie te hebben in Livingstone bij de Victoria Falls. Wereldomroep collega Hans Jaap Melissen neemt het vanuit de Verenigde Staten voor een maand over.

Ook de ontknoping van de Mr. Gao-story vond vandaag plaats. We zijn tot groot ongenoegen van zijn evenknie Mr. Xu tot in het hoofdkwartier doorgedrongen. Ik had via Mr. Gao’s assistent zijn mobiel nummer gekregen en belde hem vanaf de poort of ik even langs mocht komen. Ja hoor, zei hij zomaar. En dus gingen we samen met zijn assistent op pad naar het kantoor. Toen we de trap opliepen zagen we twee mannen, naar bleek de onderdirecteuren Mr. Xu en Mr Gao, over de gang rennen. Mr Gao bleef abrupt staan, bekeek me van top tot teen en voegde me toe: see you in my office in ten minutes. Rende toen door.

ndola3.jpg

Een half uur later na een spoedoverleg bij de hoogste CEO stormde de strenge Mr. Xu als de bad cop binnen en schreeuwde tegen onze Zambiaanse begeleider: whose guests are these? De Zambiaan schrompelde ineen: Yes sir, No sir. Achteraf besef ik dat het allemaal een spelletje was omdat Mr. Xu ons al op de trap moet hebben gezien. Hij maakte op barse toon duidelijk dat het company policy was om geen journalisten te ontvangen. Dat er een tijdje geleden een hele groep was die hij een halve dag buiten voor de poort had laten wachten voor hij erheen ging om te zeggen dat ze geen interviews gaven.

Na spoedoverleg met de hoogste CEO stormde de strenge Mr. Xu als de bad cop binnen en schreeuwde tegen onze Zambiaanse begeleider: whose guests are these?

Toen ik de enorme lengte en diepgang van ons Mr. Li project uiteenzette en benadrukte dat het juist een mogelijkheid voor de Chinezen zou zijn om hun stem op een serieuze manier te laten horen en dat ik ook al met Mr. Chow van de Chinese Ambassade had gepraat kalmeerde hij. Alles draait erom dat ze in het verleden ‘open’ waren en dat hun vertrouwen toen is beschaamd door de media. Mr. Xu verzuchtte: that hurts. Alweer de ‘wij zielige Chinezen’-houding, net als Mr Chow op de ambassade. Mr Gao kwam ook binnen. Een heel vriendelijke man, the good cop zogezegd. Hij zei sorry en dat het hun beslissing niet was. Mr. Xu voegde er zacht aan toe: we could be fired. Dus of we maar zo snel mogelijk wilden vertrekken. Einde hoofdstuk. Hopelijk krijgt de Zambiaanse assistent geen problemen dat hij mij Mr. Gao’s mobiel heeft gegeven.

Na een maand in Zambia ben ik geen snars verder gekomen met het doorgronden van de ondernemende Chinees. De paar gelegenheden dat ik ze van dichtbij meemaakte, heb ik me goed vermaakt. Het verhaal van de andere kant, de mensen die voor de Chinezen werken, is zwart en deprimerend; een beeld dat nauwelijks te rijmen valt met het (opppervlakkige) beeld dat ik aan mijn ontmoetingen met de Chinezen heb overgehouden. Misschien moet ik voor mijn vertrek Mr. Gao nog maar eens bellen om samen een biertje te drinken en gewoon wat over het leven te praten. De dingen die hen echt bezighouden krijg je toch niet te horen; die zitten achter een eeuwige glimlach verborgen.

Chinees domino in Afrika

20 februari 2008 door Redactie Mr. li

volkskrant.jpgKenia dreigt Zimbabwe achterna te gaan: het neemt westerse kritiek minder serieus dan geld uit China. Kees Broere ziet de dreiging van een Chinese koloniale tijd.

door Kees Broere

Dit weekeinde gebeurde het dan. De Amerikaanse en Britse vlag gingen in vlammen op, in Nyeri, in het hart van het leefgebied voor het Keniaanse Kikuyu-volk waar president Mwai Kibaki, de man die zegt ‘eerlijk’ de verkiezingen te hebben gewonnen, de meeste steun heeft. ‘We verbranden ons koloniale verleden’, zei een demonstrant. Het was een fraaie, ingestudeerde zin. Maar wat betekent dit voor de toekomst, van Kenia en van Afrika?

Sinds het aantreden van Kibaki in 2001 verviervoudigde de handel met China.

Even los van het feit dat de Britten een lang en soms wreed, maar de Amerikanen geen echt koloniaal verleden in Kenia hebben, is het onmiskenbaar dat westerse landen dezer weken een bijzonder grote aandacht voor de Keniaanse crisis aan de dag leggen. Of het nu gaat om EU-commissaris Louis Michel, de Nederlandse minister van Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders, of de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice: zij zijn naar Kenia getogen om oplossingen te vinden voor het conflict. Juist ook omdat zij daarbij zelf baat hebben.

Na de onafhankelijkheid in 1963 bleek Kenia al snel de kant van het Westen te kiezen in de Koude Oorlog — heel anders bijvoorbeeld dan buurland Tanzania, dat ging experimenteren met het ‘dorpssocialisme’ van Julius Nyerere. De politieke loyaliteit lag bij de Verenigde Staten. Economisch vertaalde dat zich in een Afrikaanse vorm van kapitalisme, door buurlanden omschreven als een harde, ‘man-eat-man’-samenleving. Dat zorgde er ook voor dat Kenia, meer dan andere Afrikaanse landen, zich niet alleen op het Westen en zijn producten oriënteerde, maar daarbij voor het Westen zelf ook van belang werd. Over Afrikaanse mensenrechten sprak Washington in die tijd niet.

De Koude Oorlog ging, de strijd tegen het internationaal terrorisme kwam. Kenia bleek bereid Amerikaanse militairen toe te laten (Britten waren er nog). Met de opkomst van de politieke islam in buurland Somalië, en met de Arabische wereld in de buurt, bleek Kenia van groot strategisch belang.

Intussen veranderde in Kenia, net als elders in Afrika, wel een aantal economische parameters. Sinds het aantreden van Kibaki in 2001 verviervoudigde de handel met China. Niemand in het Westen leek hier problemen mee te hebben. Totdat zich een nieuwe politieke werkelijkheid begon af te tekenen.

Wat China voor Afrika zo interessant maakt, is dat het er veel grondstoffen koopt, maar ook dat het voor zijn hulp aan Afrika nauwelijks politieke voorwaarden stelt. Eisen als ‘democratisering’ en ‘goed bestuur’ klinken vanuit China eenvoudig niet. En dat komt nu iemand als Kibaki goed van pas.

In dit verband is het zinvol te kijken naar wat acht jaar geleden gebeurde in Zimbabwe. Toen president Mugabe daar zijn beleid van landonteigeningen op gang bracht, leverde hem dat veel kritiek op van onder meer de Britten en de Amerikanen. Een van hun sancties was een visaverbod voor Zimbabwaanse politieke leiders en hun familie. Mugabe reageerde met zijn ‘Kijk naar het Oosten’-politiek. Hij was een van de eersten in Afrika die de economische banden met China aanhaalde. En al hebben de Chinese leiders met Mugabe weinig op, voor de Zimbabwaanse delfstoffen tonen zij nog steeds belangsteling. China is zo een kurk geworden waarop een corrupt Afrikaans bewind kan drijven, ten koste van zijn onderdanen.

Daar zit de kern. Iets dergelijks kan namelijk ook voor Kenia gaan gelden, en in het kielzog daarvan voor andere Afrikaanse landen waarvan de leiders zich weinig aantrekken van ‘de wil van het volk’. Over grondstoffen beschikt Kenia nauwelijks. Maar regionaal speelt het een grote economische rol, als doorvoerhaven van producten uit buurlanden als Rwanda, Oeganda, Soedan en vooral Congo.

Minister Martha Karua van Justitie, een van de haviken in de regering-Kibaki, liet zich onlangs uit over het Amerikaanse dreigement om politieke leiders en hun familie (studerende kinderen), geen visa meer te geven. Amerikanen moeten beseffen, aldus Karua, dat ‘de hemel’ hier in Kenia is, en niet in de VS. En, kan daaraan toegevoegd worden, ook in China zal het in de toekomst niet ontbreken aan, bijvoorbeeld, top-universiteiten.

Voor de Amerikaanse regering ontstaat zo een drievoudige kopzorg. Zij dreigt een oude en binnen de Afrikaanse context belangrijke economische vriend te verliezen. Zeker zo groot is daarnaast de zorg om het mogelijk verlies van een politieke bondgenoot, een land dat uiterst poreuze grenzen kent met Somalië, en lang bekend stond als regionaal vredesstichter. De laatste zorg is er een uit de Koude Oorlog: Wat als andere Afrikaanse landen als dominostenen ómgaan?

De reis in Afrika van president Bush deze week komt daarom op een cruciaal moment, voor Kenia, maar ook voor de Amerikaanse belangen in Afrika. Bush zelf doet Kenia (vooralsnog) niet aan. Maar dat hij Rice stuurt, is veelzeggend. Haar opdracht is om in Kenia duidelijk te maken dat de VS een einde aan het geweld willen, maar ook vooruitgang willen zien in het ‘delen van de macht’ tussen regering en oppositie. Daarmee kiest Bush opnieuw voor de begrijpelijke westerse combinatie van ontwikkeling met democratie. China daarentegen houdt zich stil en is in Kenia niet verder gegaan dan een oproep tot ‘dialoog en beraad’.

Daarmee kunnen de komende weken van grote betekenis blijken. Voor de directe toekomst van Kenia, maar ook voor de toekomst op langere termijn van Afrika als continent. Het verbranden van vlaggen mag dan een afscheid zijn van een koloniaal verleden: met de blik op China gericht kan in het zo grondstofrijke Afrika een tweede, neo-koloniale toekomst beginnen.

Kees Broere is correspondent van de Volkskrant in Kenia.

Dit artikel verscheen dinsdag 19 februari 2008 op de opiniepagina van de Volkskrant.

China wil Afrika slechts vooruithelpen

19 februari 2008 door Redactie Mr. li

depers.jpgVerslaggever Jacqueline Maris schrijft elke dinsdag een bijdrage voor dagblad De Pers.

Ambassadeur Li ergerde zich al een tijdje aan de enorme bomen voor de Chinese ambassade in Lusaka. En daarom staan er in de vroege ochtend vier haveloze Zambianen aan de overkant van de weg aan een touw te trekken, terwijl een vijfde met een kettingzaag een reus van een meter doorsnee te lijf gaat. Lees verder…

Aflevering 3: Een pottenkijker uit Nederland

19 februari 2008 door Redactie Mr. li

ipod.jpgAflevering 3 van Looking for Mr. Li in Zambia. Vandaag probeert verslaggever Jacqueline Maris de Chinese kopermijn in het noorden van Zambia binnen te komen. Maar of de Chinezen zitten te wachten op een pottenkijker uit Nederland…

De banden tussen China en Zambia zijn niet van de laatste tijd. Al in de jaren zestig steunden beide landen elkaar, vertelt Kenneth Kaunda, de eerste president van Zambia.

Uitzending: dinsdag om 11:00 uur op Radio 1 (Bureau Buitenland van De Ochtenden) en om 18:35 op de Wereldomroep (de Vrije Wereld). Alle uitzending zijn naderhand terug te luisteren als mp3.

http://download.omroep.nl/vpro/39270880.mp3

RSS Podcast (RSS-feed) van Looking for Mr. Li.

Win een prachtig ‘Mr. Li’ T-shirt of iPod!

19 februari 2008 door Redactie Mr. li

t-shirt.jpgElke week stellen we drie vragen aan de luisteraars van ‘Looking for Mr. Li’. Daar kun je bijzondere prijzen mee winnen: we loven wekelijks drie unieke Mr. Li T-shirts uit. En we geven één iPod aan de winnaar van de maand.

De vragen bij de derde uitzending over Mr. Li in Zambia zijn:

1) Hoeveel toiletten zijn er ondergronds beschikbaar voor de 1.000 Zambiaanse arbeiders in de kopermijn uit de reportage?

2) Hoeveel heeft China in de jaren zeventig betaald voor de spoorlijn tussen Zambia en Tanzania?

3) Vind jij dat de Zambiaanse overheid moet stimuleren dat de Chinezen bijdragen aan de locale economie? Licht je antwoord kort toe in maximaal 250 woorden.

Stuur je reactie vóór maandag 25 februari a.s. naar misterli@vpro.nl en win een origineel T-shirt of iPod. Vermeld duidelijk “prijsvraag 19 februari” en je naam, adres en telefoonnummer.

De goede antwoorden op vraag 1 en 2 staan vanaf volgende week dinsdag op de website.