Aandacht is schaars en informatie is er in overvloed. Om een keuze te kunnen maken in dat enorme aanbod luister je enkel nog naar de mensen die je vertrouwt. Het ouderwetse ‘Word of mouth’ is belangrijker dan ooit.
Voor reclamemakers als spreker Tom de Bruyne van Boondoggle, maar ook voor verhalenvertellers, rijst de vraag: “Hoe kunnen we een merk (of programma) zo interessant maken dat mensen erover gaan praten?”
Hoe zorgen we ervoor dat niet alleen verhalen worden verteld via de daarvoor geschikte media (crossmediaal), maar ook dat het verhaal wordt opgepikt en wordt doorverteld? (transmediaal). En is het dan transmedia storytelling of transmedia story directing? Je vertelt een bepaald verhaal, maar hoe regiseer je hoe het verhaal verder gaat?
Tom geeft een zestal tips aan de hand van een reclamecampagne die Boondoggle maakte voor een televisieprogramma over de dierentuin van Antwerpen. In de Antwerpse Zoo zou een baby olifantje geboren worden en die gebeurtenis werd gebruikt om aandacht te genereren voor het televisieprogramma en de dierentuin.

Tips voor transmediaal verhalenvertellen:
1. Maak bite-size chunks
Denk aan clips van ‘Idols’ of ‘Britains got talent’, waarbij de gekste fragmenten worden aangereikt aan de fans, zodat ze dit makkelijk kunnen doorsturen via Facebook, Hyves of YouTube. Onder het mom van ‘Dit moet je zien!’ zorgen de hapklare brokken voor meer aandacht voor het uiteindelijke programma. ‘Word of mouth’ op internet gaat niet alleen over doorvertellen, maar over het delen van content in ‘Bite-Size Chunks’.
Voorafgaand aan de geboorte van het olifantje werden persberichten verstuurd over de livestream waarop de geboorte live te volgen zou zijn. Ook werd er een actie opgezet waarbij men een naam mocht verzinnen voor de baby olifant.
2. Opbouwen van buzz
Conversatie rond programma opbouwen; zorg dat mensen gaan praten over het programma. In heel Antwerpen werd op grote gebouwen een echo van de zwangere olifantenmoeder geprojecteerd met ‘Zwanger?’
3. Ontwerp plannen voor die-hard fans
De fanschare van televisieprogramma’s, waar reclamemakers vaak jaloers op zijn, gaan vaak een stapje verder om je merk of verhaal te promoten of te verdiepen. Denk aan mensen die naar het glazen huis van 3FM komen of de duizenden mensen die aan de voorrondes van Idols meedoen. Het is goed om die harde kern te faciliteren. In de olifantencase zorgde Boondoggle ervoor dat mensen hun Facebook profielfoto konden ‘elefantizen’, oftewel een slurfje konden toevoegen aan hun avatar en daaronder verscheen de tekst ‘Ik wacht op Baby K’ en een link naar de site van de baby olifant.
4. Duik op in communities
Rond programma’s of grote merken ontstaan vaak fanbases, hetzij positieve, hetzij negatieve fanbases, hang daar rond en beïnvloed of stimuleer het gesprek.Tom toont de negatieve fanbase van het programma Survivor. Hier kwamen kritische kijkers bij elkaar om het programma te ontmaskeren, onderzoek te doen naar wie de winnaar zou kunnen zijn en de makers van het programma wisten dat en gingen die achterdocht voeden door te infiltreren en net verkeerde informatie te delen, waardoor de discussie over de echtheid van het programma nog vuriger werd.
5. Plan voor onverwachtheid
Zorg dat je financiële en redactionele ruimte hebt om te reageren op wat er gebeurt met je verhaal of merk. De Bruyne vertelt over het onstaansproces van het ‘nieuwe’ rood met witte logo van de populaire radiozender ‘Studio Brussel’. De liefhebbers van Studio Brussel waren gewend aan het grungy logo van Studio Brussel en vonden het nieuwe gladde logo niks. Er ontstonden allerlei tegenbewegingen, maar de makers geloofden in het nieuwe logo en om de haat tegen te gaan plakten ze stickers met het logo in allerlei urinoirs in de stad, met daarbij de tekst “Dit is je laatste kans om er nog eens op te zeiken!”.
6. Plan voor beweging
Hoe kun je mensen aanzetten om iets te doen? Hoe zorg je voor beweging in je verhaal of rondom je merk? Bij de olifantencase konden mensen een widget op hun site zetten waarin je het progresteron gehalte van de mama olifant kon bekijken en kon zien of het al bijna zover was. Ook kon je een SMS ontvangen wanneer het bijna tijd was. Dit zorgde ervoor dat tijdens de bevalling 1.2 miljoen mensen naar de livestream keken.
7. Plan zonder plot
Je kan als verhalenverteller nog een stapje verder gaan en de regie volledig uit handen geven en het programma baseren op wat er in een community gebeurt. Ook daarvoor moet je wel blijven sturen en voorproduceren. Denk aan ‘Media Me’ van Bert Kommerij of het voorbeeld dat Tom aanhaalt van de site ‘I am Cherry girl’ waarbij Cherry Girl voor MTV dagelijks goede voorbeelden van positive living zoekt op het web en dat ’s avonds uitzendt. Wat gebeurt er als je een tv programma baseert op wat er in community gebeurt en welke verhaallijnen kan je voorzien?
8. Opbouwen van contact strategie
Voor publieke omroepen is het een beetje een ‘no go area’, maar door een database met gegevens bij te houden is het mogelijk om een waardevolle lange termijn relatie op te bouwen met bezoekers/kijkers of fans en kan je ze telkens bij het verhaal betrekken. Tom geeft als voorbeeld dat een van studenten ooit werd gesmst door de programmamakers van Big Brother, toen Kelly, één van de hoofdpersonen, het huis moest verlaten. Zij had het gevoel een scoop te hebben en leefde helemaal mee met de het verhaal. Ook met nieuwsbrieven, tweets of een blogpost kan je de liefhebbers op de hoogte houden van het laatste nieuws van het verhaal.
Na de geboorte van het kleine olifantje Kai Mook stuurde de Antwerpse dierentuin vier miljoen geboortekaartjes aan alle mensen, die mee hadden gedaan met het verhaal. Daarna begon ook het televisieprogramma ‘’t Leven zoals ’t is’ over de dierentuin van Antwerpen, uiteraard met een wekelijkse update over het olifantje.
Door samen het verhaal van de baby olifant te beleven, de liefhebbers te betrekken bij het (her)vertellen van het verhaal, blijkt het dus mogelijk om die wedstrijd om de aandacht te winnen en is het jouw verhaal, merk of programma dat letterlijk het meest spraakmakend wordt.
- Geschreven door Redactie | maandag, 23 november 2009 | ARG , Storytelling , npox