NPOX ONJO: Onderzoeksjournalistiek zoals het hoort
Een goede onderzoeksjournalist kan niet alleen heel goed nieuwe dingen vertellen, maar moet ook goed luisteren en opletten of er nieuws is. Dat is altijd zo geweest en is nu niet anders.
(zie hier foto’s)
‘Per ongeluk’ was het door technische tekortkomingen een tijdje zo, dat verhalenvertellen eenrichtingsverkeer was, waarbij alleen de mensen met de dure camera’s, uitzendstraten, zenders en grote onderzoeksteams een stem hadden. Dat was jammer, want een verhaal is natuurlijker wanneer het is ingebed in sociale netwerken.
Gelukkig was dit enkel een toevallige en tijdelijk tekortkoming. Door de komst van internet is de journalist van tegenwoordig, en dus ook de onderzoeksjournalist, een onderdeel van een genetwerkte samenleving. Journalistiek bedrijven is niet meer eenrichtingsverkeer, maar gebeurt genetwerkt, waar een onderwerp van de uitzending in een cluster voorbij komt en de onderzoeksjournalist laat zien wat er al is, waar het over gaat, en hoe er door het netwerk verdieping aan wordt gegeven.
Het is nog zoeken, dat ontkent niemand, hoe een onderzoeksjournalist het web precies kan inzetten om een verhaal te verdiepen en te verbeteren. Er is zelfs nog iemand in de zaal die het aandurft om het internet een ‘hype’ te noemen. Internet zal zeker nog vele vormen aannemen, maar verdwijnen zal het niet, daarover zijn de sprekers van de NPOX en ONJO bijeenkomst over “Crossmediaal werken en publiceren in de onderzoeksjournalistiek” het eens.
Henk van Ess, Tim Overdiek en Jaap Stronks laten, onder begeleiding van Twan Huys, de zaal vol onderzoeksjournalisten van onder andere Zembla, Argos, Reporter, de NOS en Tegenlicht zien waarom het loont moeite te doen voor dit nieuwe medium, hoe je ‘the wisdom of the crowds’ kan inzetten, en met welke tools, slimme vragen en samenwerkingen je een leidende onderzoeksjournalist kunt zijn binnen deze nieuwe media ecologie.
Laten we beginnen bij het Waarom. Nieuwsconsumptie is veranderd. Mensen komen niet meer naar jou, dus jij moet naar de mensen toe. Door als nieuwsmaker aanwezig te zijn binnen de groep mensen die met hetzelfde onderwerp bezig is, bereik je twee doelen. Ten eerste weet de groep dan dat jij bezig bent met het onderwerp en dat je werkt aan een radio item, artikel of televisieprogramma dat hen interesseert. Door je aanwezigheid op ’t web vinden mensen ook je materiaal.
Ten tweede zorgt jouw aanwezigheid binnen het sociale netwerk voor verdieping en een beter journalistiek verhaal. Het gaat er juist niet om zoveel mogelijk mensen bij elkaar te vinden, maar het gaat om het maken van goede verhalen, gebruik het publiek, leidt de conversatie binnen het netwerk en verdiep daarmee je verhaal.
“Mijn hemel! Hoe doe ik dat dan? Moet ik leren Twitteren en elke uitzending opknippen voor YouTube en hoeveel mensen kijken zo’n filmpje eigenlijk uit en is het onze taak dan wel om aan de hand van al die reacties nog een follow-up te doen?”
De uitdaging van crossmediaal werken in de onderzoekjournalistiek is om het te verhaal op verschillende platforms te verweven: voor de uitzending maak je mensen warm en doe je onderzoek op internet, door mee te praten in fora, je onderzoeksvraag voor te leggen op je blog en vragen te stellen via Twitter. Dan volgt de uitzending op radio of televisie of je schrijft een artikel. Tot slot doe je de follow up: wat was het resultaat? Heeft jouw onderzoek politici slapeloze nachten bezorgd? Zijn er meer misstanden aan het licht gekomen? Is er zoveel nieuws aan het licht gekomen dat je er nog een uitzending aan besteed?
Om je te begeven op het web zijn er ontzettend veel mediatools die het de welwillende journalist gemakkelijk maken.
Live audio kan al op het web, en met niet al teveel moeite kan je een eigen radiostation starten met M-Audio of Radionomy. Spreker Jaap Stronks heeft op zijn weblog online gear nog meer handige tips voor voor de journalist. Maar ook live video gaat goed met services als Ustream (live 1 camera) of Mogulus (live schakelen tussen meerdere camera’s mogelijk op meerdere locaties).
Twitter is een goed middel om snel vragen te kunnen stellen aan mensen en geïnteresseerden te laten weten waar je mee bezig bent. Daarbij gaat het niet om mededelingen als “Ik lees de krant”, maar om “Ontluisterend dat er nu toch echt een JSF gaat komen!” met daarbij mogelijk een link naar het artikel. Ook het zakelijke netwerk LinkedIn is een zeer geschikt middel om jouw professionele netwerk gerichte vragen te stellen.
Henk van Ess geeft aan dat de loslippigheid van het web heel prettig kan zijn. Het woord “AIVD” intikken in LinkedIn geeft een lijstje van 24 mensen die toegeven bij de geheime dienst te werken. Dat is illegaal, maar prettig voor journalisten.
In de WOB-site van het ministerie van Binnenlandse Zaken kun je zoeken op een naam, en dan krijg je indieners bij de zoekresultaten. Maar die is in de PDF weggelakt. Die kun je met ‘kopiëren’ en ‘plakken’ weer tevoorschijn halen. Ook foto’s bevat metadata die je met behelp van software tevoorschijn kunt halen. In Word kun je met behulp van de revisieknop (“wijzigingen bijhouden”) eerdere versies tevoorschijn toveren. Vraag dus altijd een digitale versie!
Er is ook software (Diffdoc Pro) die twee teksten automatisch vergelijkt, interessant als er conceptteksten met uiteindelijke teksten moeten worden vergeleken. Het programma Bitform Discover laat zien welke documenten verborgen informatie bevat.
Wat is de nationaliteit van een e-mail verstuurder? Read Notify (35 dollar per jaar) laat dat zien, en ook 1 op de 10 gevallen kun je zien waar mensen naar doormailen. In de Waybackmachine (archive.org) kun je het oude web terugzien. Domeindelver.nl geeft je alle gegevens van internetadressen, van de eigenaren van de site tot en met de oprichtingsdatum. In de eigenschappen van een document (bijvoorbeeld op de site van MinbuZa) kun je vaak lezen welke ambtenaren de kamervragen in werkelijkheid beantwoorden.
Google Translate kan je wel helpen om in het buitenland bronnen of informatie te vinden. Website Watcher, het programmaatje geeft je welke documenten er verborgen op de site staan.
Google geeft je naar schatting maar 20% van alle bestaande sites. Daarbij willen eigenaren van de informatie vaak niet dat je het echt vindt: met robots.txt sluiten ze het uit in de zoekresultaten. Het zit verscholen in databases. De tip: zoek het verborgen web, zoek de database die je het antwoord geeft. En, probeer met een simpele zoekterm, bijvoorbeeld “zoek ambtenaar” ook jezelf eens te verrassen. Soms is die database er echt.
Tot slot zijn de zoekmachine van Google en Google News uiteraard bekend, maar het is interessant om te weten dat ook YouTube als videosite ook steeds vaker als zoekmachine fungeert en veel mensen via die weg bij jouw programma komen. Het simpelweg integraal overzetten van een radio of televisie uitzending op YouTube heeft daarin geen zin, maar zinvol taggen (dus niet ‘onderzoeksjournalistiek’, maar wel ‘cor strik afghanistan’) of het aanbieden van de meest spraakmakende fragmenten en dan doorverwijzen naar de site werkt goed.
Tot slot: volg de sprekers via Twitter:
@henkvaness
@overdiek
@jaapstronks en uw schrijver @leolovestwtr
of zoek je co(ncu)llega’s op http://media.twittergids.nl/
–
Dit artikel verscheen ook op http://www.npox.nl en is geschreven door Leonieke Verhoog, met een bijdrage van Erik van Heeswijk.



Als je de wereld bekijkt,is het een grote chaos,iedereen rommelt zelf maar aan,als we hier in nederland kijken,het kan allemaal zoveel beter georganiseerd worden.We hebben een grondwet,en
verder zoekt het maar uit.Hoe dan wel.Ik dacht aan
het volgende,werkeloosheid kan opgevangen worden,
door het aantal arbeidsuren flexibel te maken,en
de kosten daarvan door de overheid laten betalen,de uren,die minder gemaakt worden,moeten
ten behoeve van de gemeenten gemaakt worden,dus
gemeentelijke onkosten worden lager.Verder ieder-
een die gezond is moet werken.Alle gevangenissen,
moeten omgebouwd worden,tot werkplaatsen waar
gefabriceerd word,waar alle ned.gemeenten van
kunnen profiteren.Verder is de misdaad te bes-
trijden,door geld waar de eigenaar de herkomst
niet van kan verklaren in beslag te nemen,enz.enz.