Wat is klinisch dood?
Pim van Lommel deed zijn baanbrekende onderzoek bij mensen die, na een hartstilstand, klinisch dood waren verklaard. Na reanimatie kwam een aantal van hen weer bij bewustzijn. Een op de vijf verklaarde later uitzonderlijk heldere herinneringen te hebben aan die ‘bijna-doodervaring’. Mensen spraken over de klassieke tunnel met wit licht aan het eind, over ontmoetingen met overleden dierbaren, en, vaak, over de ultieme verzoening met de dood.
Maar wat is dat eigenlijk, klinisch dood? Volgens comadeskundige Steven Laureys is het een term die vooral verwarring zaait. De term wordt gebruikt als, na een hartstilstand, ademhaling en bloeddruk wegvallen. Het EEG wordt dan na gemiddeld vijftien seconden vlak, en er is geen meetbare hersenactiviteit meer. Als zo’n patiënt niet binnen vijf minuten wordt gereanimeerd, is de dood al snel een feit. De hersenen kunnen maar een paar minuten zonder bloed.
Mensen die klinisch dood zijn, zijn in de opvatting van Laureys en de meesten van zijn collega’s, niet dood. Ze kunnen immers nog gereanimeerd worden. “Er is maar één soort dood: hersendood. En dat is echt onomkeerbaar.”
[youtube:http://www.youtube.com/watch?v=b0u-msK9fno">b0u-msK9fno]
Interview: Rob van Hattum
De ervaringen van patiënten met bijna-doodervaringen neemt Laureys heel serieus, maar Van Lommel’s opvattingen dat die voortkomen uit de non-lokaliteit van het bewustzijn, noemt hij flauwekul. “Veel van die bijna-doodervaringen hebben een neuro-anatomische basis, dat kunnen we zien op hersenscans. Patiënten vertellen vaak dat ze een tunnel hebben gezien, of overleden familieleden. In het brein zie je dan verhoogde activiteit in de visuele schors.”
Ook het wonderlijke fenomeen dat veel patienten met een bijna-doodervaring beschrijven - het gevoel uit hun lichaam te zijn getreden, en daar, bijvoorbeeld van bovenaf op terug te kijken - kan volgens Laureys anatomisch verklaard worden. Uit recent onderzoek, gepubliceerd in het vooraanstaande medische tijdschrift New England Journal of Medicine, blijkt dat je zo’n uittree-ervaring kunt oproepen door een bepaald gebiedje in rechts in de hersenen te stimuleren.
Niets magisch aan, wil Laureys maar zeggen. Hij pleit dan ook voor gedegen wetenschappelijk onderzoek. “We moeten met open geest, wetenschappelijke experimenten uitvoeren en objectieve metingen doen.”