Wat kost ons de grutto?
Wat kost dat nou, zo’n grutto?
De Nederlandse overheid gaf in de periode 2000-2005 in totaal 120 miljoen uit aan de bescherming van weidevogels, waaronder de grutto. Programma’s voor het agrarisch natuurbeheer bestaan echter al langer dan zeven jaar, en er zijn ook in de jaren negentig al tientallen miljoenen euro’s naar de grutto gegaan. Omdat er meerdere soorten weidevogels (zoals de kieviet, de tureluur en de veldleeuwerik) met subsidiegeld beschermd worden, is het lastig precies te berekenen hoeveel een enkele grutto kost. Ook al omdat er veel te doen is over de precieze aantallen grutto’s.
Weten we dan niet hoeveel grutto’s er zijn?
Niet precies. Een vogelpopulatie laat zich moeilijk tellen, en de aantalscijfers zijn altijd stof voor flinke discussie. De officiele schattingen van het CBS en vogeltelbureau SOVON gaan ervan uit dat er in 1990 nog 100.000 broedparen in Nederland het voorjaar en de zomer doorbrachten. In 2004 was het aantal grutto’s teruggelopen tot zo’n 60.000 paren. Sindsdien is de gruttostand nog verder teruggelopen: onderzoeker Wolf Teunissen van SOVON schat het huidige getal op zo’n 38.000 paren. Nog somberder is natuurfotograaf en gruttokenner Danny Ellinger, die op basis van zijn inschatting meent dat er niet meer dan 20.000 paren over zijn. Vast staat dat de gruttopopulatie – ondanks alle inspanningen van boeren en natuurbeheerders en ondanks miljoenen aan subsidiegeld – nog altijd hard achteruit gaat. De grutto staat dan ook op de mondiale lijst van meest bedreigde dieren, in gezelschap van de ijsbeer.
Hebben alle inspanningen om de grutto te redden dan geen zin gehad?
In ieder geval heeft het niet genoeg opgeleverd. In de jaren tachtig ontstond het idee om boeren naast boter, kaas en eieren ook natuur te laten produceren. Na een wat moeizame start – veel boeren voelden er weinig voor productie in te leveren tegen natuur – gingen steeds meer boeren in het midden van de jaren negentig over op het tegen betaling ‘maken’ of beschermen van natuur op hun boerenland. Daarbij werd vooral ingezet op het creeeren van meer biodiversiteit in bijvoorbeeld slootkanten en grasstroken en het beschermen van weidevogels als de grutto.
De eerste kritische geluiden over het effect van het agrarisch natuurbeheer voor de weidevogels dateren van 2001. In dat jaar onderzochten de Wageningse onderzoekers David Kleijn en Frank Berendse een aantal gebieden waar weidevogels broedden, zowel in gesubsidieerd gebied als daarbuiten. Het onderzoek, waarvan de resultaten in Nature werden gepubliceerd, kenden een opvallende conclusie: het subsidieren van de boer om weidevogels te ‘produceren’ bleek niet meer weidevogels op te leveren. In sommige gevallen bleek de vogelsoort na toekenning van subsidie zelfs achteruit te gaan.
Stoppen dus met die subsidie?
Nee, daarvan was geen sprake. Niet alleen kwam er felle kritiek op het onderzoek van de Wageningse onderzoekers, ook werd de inspanning om de grutto voor het boerenland te behouden flink opgevoerd. In 2003 startte het project “Nederland Gruttoland”, waarbij 53 speciale ‘gruttoboerderijen’ werden aangewezen, waarin met het zogenaamde mozaiekbeheer geexperimenteerd werd. Maar ook deze experimenten leverde niet het gewenste resultaat op.
Is de teruggang van de grutto alleen de boer te verwijten?
Nee. Hoewel veel onderzoekers betwijfelen of hele intensieve landbouw en weidevogelbeheer wel samen kunnen gaan, wijzen ze ook op andere omstandigheden die slecht uitpakken voor de grutto. Zo worden er regelmatig jonge grutto’s door roofdieren overmeesterd. Maar ook wordt er in landen als Portugal en Frankrijk, waar de grutto voorbijtrekt, nog steeds op de vogel gejaagd.
En nu?
Voorlopig blijft het ministerie inzetten op het maken van natuur op boerenland. Vorig jaar verscheen het ‘actieplan weidevogels’, waarin minister Veerman samen met provincies, gemeenten, boerenorganisaties, natuurbeheerders en vrijwilligers afsprak dat de teruggang van de grutto in 2010 tot staan te brengen en om te buigen in een stijging van het aantal broedparen. Mozaiekbeheer blijft het toverwoord, hoewel de onderzoeksresultaten van dat beheer tot nu toe niet bemoedigend waren.
De kritiek op het agrarisch natuurbeheer blijft intussen aanzwellen. In mei 2007 verscheen er een kritische evaluatie van het agrarisch natuurbeheer van de hand van het Milieu en Natuur Planbureau (MNP), waarin gesteld wordt dat de natuurkwaliteit op het boerenland nog steeds te wensen overlaat en dat de regelingen voor agrarisch natuurbeheer onvoldoende transparant zijn.
Haalt de grutto 2010?
Het lijkt erop dat het gouden ei nog altijd niet gevonden is. De oplossingen die worden aangedragen varieren van het aanpassen van de boerenbedrijfsvoering waarin de grutto hoofdproduct wordt, tot het nabootsen van de jaren vijftig-landbouw in speciale reservaatgebieden voor de grutto, tot en met het experimenteren met een Grutto Positioning System.
Een Grutto Positioning System?
Jazeker, een gps-systeem, speciaal ingericht om de grutto te ontzien. Maar voorlopig klinkt ook bij dit laatste lumineuze idee om de grutto voor het boerenland te behouden hetzelfde refrein als bij de eerdere pogingen: het leek zo’n mooi plan, maar “it wurket noch net sa geweldich”, aldus Jaap Dijkstra van de boerenorganisatie Boerennatuur in het Friesch Dagblad.




