VPRO logo Omroep logo BG Jansen en Jansen

Hoe klimaatvriendelijk zijn bedrijven echt?

In de reclame tonen bedrijven zich graag van hun meest klimaatvriendelijke kant. Maar hoe verhoudt de reclame zich tot de werkelijkheid? Het duurzaamheidsverslag kan inzicht verschaffen.

Veel bedrijven en organisaties publiceren tegenwoordig naast het traditionele financiële jaarverslag ook een duurzaamheidsverslag waarin hun milieu- en sociale prestaties centraal staan. Door duurzaamheidsverslagen te vergelijken, ontdekten Jansen&Janssen (uitzending 13 september) dat energiegigant Nuon, die ons zo graag CO2ok wil maken, tussen 2005 en 2006 zelf juist meer CO2 is gaan uitstoten. Op de site http://www.duurzaamheidsverslag.nl/is een overzicht te vinden van duurzaamheidsverslagen van Nederlandse en Vlaamse bedrijven en organisaties.

Voor een aantal sectoren hebben milieuorganisaties de milieuprestaties van bedrijven met elkaar vergeleken. Als onderdeel van de campagne ‘niet met mijn geld’ onderzocht Milieudefensie de klimaatvriendelijkheid van de Nederlandse banken. De Triodos Bank en ASN Bank scoorden het beste, ABN AMRO kwam als minst klimaatvriendelijk uit de bus. Greenpeace schreef een rapport over de klimaatprestaties van de Nederlandse energiebedrijven. Volgens dit rapport produceren RWE en Essent relatief de schoonste energie.



Klimaatneutraal: (hoe) werkt het?

“Het grappige is dat klimaatneutraal niet echt moeilijk is”, aldus de website van klimaatcampagne Hier. En inderdaad, het is simpel: wie wil, kan klimaatneutraal worden door tegen betaling zijn eigen CO2-uitstoot en daarmee zijn bijdrage aan het broeikaseffect te laten compenseren.

Hoe word je klimaatneutraal?
Een weekendje naar Barcelona met het vliegtuig? Voor zo’n vijftien euro kun je je CO2-schuldgevoel afkopen. Met dit geld wordt de CO2 die dankzij jouw vliegreis in de lucht komt, gecompenseerd door bomen te planten of door te investeren in duurzame energieprojecten. Klimaatneutraal draait dus om CO2-compensatie en wordt daarom ook wel aangeduid als CO2-neutraal. Op de site van Milieucentraal kun je lezen welke manieren van compensatie er zijn en hoe ze werken.

Alles kan klimaatneutraal gemaakt worden: reizen, solliciteren, betalen, popconcerten geven, etc.. Een selecte groep klimaatneutrale producten heeft de officiële goedkeuring van de Hier-campagne en mag het “Hier klimaatneutraal” logo voeren. In de uitzending van 13 september onderzoeken Jansen&Janssen onder andere hoeveel waarde aan dit logo gehecht moet worden.

Wie regelen dat voor jou?
Bedrijven besteden het klimaatneutraal maken van hun product vaak uit aan gespecialiseerde compensatie-aanbieders zoals Trees for Travel, de Klimaatneutraalgroep of het Hivos Klimaatfonds. Deze organisaties berekenen hoeveel CO2-uitstoot een product of een activiteit veroorzaakt en investeren vervolgens in projecten die de berekende CO2-uitstoot met een zelfde hoeveelheid compenseren.

Wat en hoe precies gecompenseerd wordt, is niet altijd even duidelijk. Om meer helderheid aan de consument te bieden werken de belangrijkste aanbieders van klimaatcompensatie sinds kort samen. Onderling hebben zij afgesproken dat zij alleen werken met goed gecontroleerde projecten en dat zij in een boekhouding heel precies bijhouden waar, hoeveel CO2 gecompenseerd wordt. Op hun gezamenlijke site klimaatcompensatie.nl is een overzicht te vinden van de controlesystemen en keurmerken waarmee deze aanbieders werken.

Waar betaal je precies voor?
Eén ton CO2 compenseren kost tussen de tien en twinitg euro. Dit bedrag gaat op aan:
(i) De kosten van het planten en beheren van bos, of het bouwen van bijvoorbeeld windmolens of biogasinstallaties voor het opwekken van duurzame energie;
(ii) Certificering- en controlekosten. Om onafhankelijk te kunnen bepalen of het project inderdaad de beloofde CO2-compensatie oplevert, worden deze projecten gecertificeerd door onafhankelijke adviesbureaus.
(iii) Administratiekosten. Om te garanderen dat elke ton CO2-compensatie maar een keer verkocht wordt, houdt een onafhankelijk ‘clearing house’ een administratie bij. In Nederland wordt dit gedaan door de Triodos Bank. Zij brengen voor deze administratie provisie in rekening.
(iv) Overheadkosten van aanbieders zoals de Klimaatneutraalgroep en Trees for Travel (bij deze organisatie bedroeg het overheadpercentage in 2006 22 procent).

Er komt dus nogal wat bij kijken om je vliegreis of autokilometers klimaatneutraal te maken. En, daar hangt een stevig prijskaartje aan: de Volkskrant becijferde dat van een certificaat dat 16 euro kost, uiteindelijk maar 4,85 euro (30 procent) daadwerkelijk wordt besteed aan de aanplant van bomen.

Wel of geen bomen te planten?
Steeds meer milieuorganisaties, zoals WNF en Greenpeace, roepen op om niet langer te compenseren door middel van bomen. Hierbij wordt vooral gewezen op het feit dat bomen planten een tijdelijke oplossing is. Tijdens het groeien wordt de CO2 weliswaar opgeslagen in de boom, maar zodra die dood gaat of verwerkt wordt, komt de CO2 alsnog vrij. Daarnaast moeten we om al onze CO2-uitstoot te compenseren veel meer bomen planten dan dat er ruimte is. In de uitzending van Jansen&Janssen becijfert Wiert Wiertsema van Both ENDS dat, om alleen al de jaarlijkse uitstoot van het Nederlandse wagenpark te compenseren, een gebied groter dan Nederland zou moeten worden vol geplant. Bovendien is het moeilijk om te garanderen dat een boom na aanplant ook daadwerkelijk lang genoeg blijft staan om de beloofde hoeveelheid CO2 op te nemen. Recent was een vijftien jaar geleden gestart bomenplantproject in een natuurpark in Oeganda in het nieuws. Oegandezen die eerst in dit natuurpark woonden, claimen hun grond nu terug en zouden op grote schaal de toen aangeplante bomen hebben gekapt.

De andere vorm van klimaatcompensatie, investeren in duurzame energie, wint dan ook snel terrein. Door bijvoorbeeld een windenergiepark aan te leggen of te investeren in kleine waterkrachtcentrales in ontwikkelingslanden, wordt CO2-uitstoot voorkomen: een meer structurele oplossing dus. Voorwaarde is dan wel dat duurzame energieopwekking daadwerkelijk energieopwekking met fossiele (CO2-uitstoot veroorzakende) brandstof vervangt.

Een oplossing voor de klimaatverandering?
“Klimaatneutraal” worden door middel van CO2-compensatie is natuurlijk niet verkeerd: het kan helpen om consumenten en bedrijven bewust te maken van hun energiegedrag. Maar, legt hoogleraar duurzaam ondernemen Gerard Keijzers aan Jansen&Janssen uit, CO2-compensatie kan ook een verkeerd signaal geven. Om klimaatverandering tegen te gaan moeten we in de komende tien jaar ons energiegebruik met 50procent terugdringen. Dat betekent volgens Keijzers dat we dringend moeten investeren in radicale nieuwe technologie voor wonen, eten en reizen. Het promoten van “gemakkelijke” oplossingen, zoals je CO2-schuld afkopen door compensatie, leidt alleen maar af van de echte oplossingen. Niet compenseren maar reduceren, is het motto van Keijzers.

Dat we ons energiegedrag, ondanks alle aandacht voor het klimaatprobleem, nog niet radicaal hebben veranderd, blijkt uit de onlangs gepresenteerde Milieubalans 2007. Het Milieu en Natuur Planbureau stelt in dit rapport dat het belang van milieu in de publieke opinie weliswaar is toegenomen, maar dat het energiegebruik van consumenten door meer reizen en meer elektrische apparaten nog steeds toeneemt. Ten opzichte van 1990, is onze CO2-uitstoot dan ook, ondanks allerlei maatregelen, gestegen.



Klimaatneutraal kamperen

Bewust, klimaatneutraal, milieuvriendelijk en duurzaam zijn termen die garant staan voor commercieel succes. Hoe eerlijk gaan grote bedrijven hiermee om? En welk goed voorbeeld geeft de kleine ondernemer?

Door Elja Looijestijn, VPRO Gids 36

De klimaathype is op zijn hoogtepunt. Plak ergens een groene sticker op en het vliegt over de toonbank. Grote bedrijven zijn hier natuurlijk ook achter en bieden allerlei klimaatneutrale diensten en producten aan. In de laatste aflevering van Jansen en Janssen bekijkt het onderzoeksduo kritisch in hoeverre hun claims op waarheid berusten.

In het Drentse Hooghalen runnen Paul en Marjo Tienkamp een klimaatneutrale camping. ‘Ik erger me aan de multinationals die met zogenaamde compensatiemaatregelen schuldgevoel afkopen’, zegt Paul Tienkamp. ‘Het compenseren van zoveel schade aan het milieu kan eigenlijk niet. Dan heb je aan een aardbol niet genoeg om al die bomen te planten. Het gaat erom dat mensen hun gedrag veranderen en beginnen bij zichzelf.’

Klimaatverantwoord leven is volgens Tienkamp eigenlijk een verplichting voor iedereen. ‘Wat mij betreft hoeft het niet allemaal zo vrijblijvend te zijn. De hype is over een jaar over, terwijl er nog heel wat moet veranderen om de wereld te redden. Vooral grote bedrijven moeten hun instelling veranderen. Het is goed mogelijk om klimaatvriendelijk te ondernemen, kijk maar naar onze camping.’

Hoe gaat het er op camping Thyencamp dan aan toe? ‘We besparen ten eerste heel veel energie door bijvoorbeeld spaarlampen te gebruiken. Verder wekken we zelf energie op met zonnepanelen. We vangen regenwater op om de toiletten mee door te spoelen. Voor de rest gebruiken we groene stroom en groen gas en alleen als het echt niet anders kan, zoals bij de auto, doen we aan compensatie.’

Schoonmaken gebeurt met verantwoorde producten en in de brandblussers zit ecofoam. In de bar drinkt men klimaatneutraal bier en ecokoffie. Op deze manier oefent de camping geen invloed uit op het klimaat en voldoet daarmee aan de voorwaarden van de HIER campagne voor klimaatverandering. Ook heeft de camping de Gouden Greenkey en is hij partner van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.

Het komt voor Tienkamp mooi uit dat het klimaat tegenwoordig hot is. ‘Onze manier van werken komt voort uit idealisme,’ zegt hij. ‘Privé waren we altijd al veel met energiebesparing bezig en toen de camping ruim drie jaar geleden open ging, zetten we dit als vanzelfsprekend door. Aan de andere kant ben ik ook gewoon ondernemer. Het is voordelig om weinig stroom te gebruiken. En natuurlijk surf ik graag mee op de klimaathype.’

De echte milieufreaks stonden afgelopen zomer dus met hun tent in Drente. ‘Tachtig procent van onze gasten kiest inderdaad speciaal voor onze camping vanwege het klimaatneutrale beleid. Bij ons staan geen groepen jongeren die een muur bouwen van bierkratjes. Airconditioning in de caravan is onmogelijk omdat we maar 6 ampère stroom aanbieden. Maar met de TT staan we ook helemaal vol, en dat zijn echt niet allemaal ecofreaks.’

Zelfs de superbewuste Tienkamp wordt wel eens op zijn vingers getikt. ‘Voor sommige mensen gaat het nog niet ver genoeg. Er komen bijvoorbeeld strenge vegetariërs die niet kunnen begrijpen dat onze schapen op een gegeven moment geslacht worden. En als ik veel last van distels heb, spuit ik wel eens met gif.’



Aflevering 8: “Hoe word ik klimaatneutraal?”

Vliegreizen, autokilometers, een bezoek aan een congres, een nieuw maatpak of een kratje bier: je kunt het zo gek niet bedenken of het is tegenwoordig ‘klimaatneutraal’ te krijgen. Het klimaat is hot en dus is er een industrie ontstaan van bedrijven die je tegen betaling van je schuldgevoel kunnen verlossen. Maar hoe oprecht zijn de bedoelingen van de bedrijven die ons klimaatneutraal willen maken, en wat zijn de motieven van de milieubeweging om dit te steunen? En welke rol speelt ontwikkelingssamenwerking in het hele verhaal? Jansen & Janssen gaan op zoek naar de zin en onzin van de klimaataflaat.

Er zit geld in het klimaatprobleem. Grote bedrijven buitelen over elkaar heen om zichzelf en hun producten in hun campagnes groener dan groen te verklaren. Het automerk Daihatsu adverteert met de slogan: “Daihatsu is het eerste automerk waarmee u CO2-neutraal autorijdt.”. Wie een Daihatsu koopt, hoeft zich dus geen zorgen te maken over zijn aandeel in de opwarming van de aarde. Of moeten we de kleine lettertjes beter lezen? Energiebedrijf Nuon is een campagne gestart om ons “CO2-ok” te maken. Maar hoe CO2-ok is Nuon eigenlijk zelf?

De milieubeweging geeft aan dit soort initiatieven een stempel van goedkeuring via de “Hier”-campagne. Wat zijn de motieven om samen te werken met dit soort grote bedrijven? Hoe geloofwaardig is het klimaatneutrale pact tussen bedrijfsleven en milieubeweging?

Bekijk hier de uitzending

Lees ook:
“Klimaatneutraal: (Hoe) werkt het?”
“Hoe klimaatvriendelijk zijn bedrijven echt?”
“CO2-uitstoot sinds 1990 gestegen” (NOS journaal)
“Klimaatneutraal kamperen” uit VPRO Gids 36



Hugo Priemus: “Kabinet heeft fatwa afgezegend over de woningmarkt”

Hoogleraar hekelt lakse houding kabinet met betrekking tot de woningmarkt.

Hugo Priemus, scheidend hoogleraar aan de TU in Delft, vindt dat dit kabinet dringend iets moet doen aan de woningmarkt. Dat zegt hij vanavond in het VPRO-programma Jansen  & Janssen. “Als het gaat om de grondmarkt en de woningmarkt is dit kabinet stilstaand water”, zo zegt Priemus. “Er staat nadrukkelijk dat de hypotheekrenteaftrek in tact blijft, de huren volgen de inflatie, er worden geen wijzigingen voorbereid. Er gaat ook geen onderzoek gebeuren ter voorbereiding daarvan. Irak mogen we niet onderzoeken, en dit ook niet. Dat zijn de twee fatwa’s die het Rijk over ons heeft afgezegend.”

600.000 starters op de woningmarkt
Volgens onderzoek van de Vereniging Eigen Huis willen ongeveer 600.000 mensen de komende twee jaar toetreden tot de woningmarkt. Directrice Marlies Pernot: ”Die kunnen het wel vergeten. Een starter die net de Staatsloterij heeft gewonnen komt een heel  stuk, maar voor de rest wordt het een stuk moeilijker.“ De gemiddelde woningprijs is nu rond de 260.000 euro. Een starter met een modaal inkomen kan over het algemeen geen hypotheek van meer dan 150.000 euro afsluiten.

Volgens Priemus zijn er klemmende redenen voor het kabinet om eens goed te kijken naar het grondbeleid. “Op dit moment hebben de drie grootste bouwondernemingen in Nederland voldoende grond in handen voor een hele jaarproductie woningen. Dat lijkt prachtig, maar er zitten allerlei strategieën achter waardoor het aantal woningen wat gebouwd wordt, heel bescheiden is.” Het tekort aan woningen zorgt ervoor dat vooral starters niet meer kunnen toetreden tot de woningmarkt.

Vanavond gaan Jansen & Janssen op zoek naar een betaalbare starterswoning. Zij praten onder andere met de Vereniging van Bouwers en Ontwikkelaars, en kijken bij een project in Bladel, waar starters voor rond de 130.000 euro zelf huizen bouwden.



Aflevering 7: “Hoe kom ik aan een betaalbare starterswoning?”

Wie in Nederland zijn eerste huis koopt, moet tegenwoordig al snel een slordige 250.000 euro neertellen. Als je niet met z’n tweeën bent en meer dan het gemiddelde verdient, is dat een bedrag dat met geen mogelijkheid is op te brengen. Jansen & Janssen gaan op zoek naar een betaalbare starterswoning.


Met een modaal inkomen (30000 euro per jaar) kun je een hypotheek van anderhalve ton krijgen. Maar zijn er eigenlijk wel huizen van anderhalve ton? Een eerste zoektocht op woningsites levert alleen flats en garageboxen op. Gek genoeg gaan ook nieuwbouwhuizen voor twee tot drie ton van de hand. Overal in Nederland. Dat wil zeggen, bijna overal. Want in het Brabantse Casteren, in de gemeente Bladel hebben 34 jonge starters een huis gebouwd voor minder dan anderhalve ton. Waarom kan het in Casteren blijkbaar wel en in de rest van Nederland niet? Heeft er eigenlijk wel iemand belang bij betaalbaar bouwen?

Jansen & Janssen begeven zich op de bouwplaats en spreken met starters, wethouders, makelaars, projectontwikkelaars en alle mogelijke deskundigen. Want wat moet dat nou helemaal kosten, zo’n stapel stenen?
uitzendinggemist_logo.jpgBekijk hier de uitzending

Lees ook:
“Zelf bouwen. Kan dat?”
Hugo Priemus: “kabinet heeft fatwa afgezegend over de woningmarkt”

“Belgisch bouwen” uit VPRO Gids 35



Zelf een huis bouwen. Kan dat?

Wie in Nederland zijn eerste huis koopt, moet tegenwoordig al snel een slordige 2,5 ton neertellen. Een bedrag dat met een modaal salaris niet is op te brengen. En wie denkt dat dat alleen geldt voor de Randstad, komt bedrogen uit: ook in Brabant of Gelderland zijn betaalbare woningen schaars. Het kan ook helemaal anders, namelijk zélf een huis laten bouwen. Prijs: zo’n 150.000 euro. Benodigdheden: leuke buren, doorzettingsvermogen en een meewerkende gemeente.

In Nederland bouwen gemeenten en projectontwikkelaars de woningen. Zij bepalen hoe de huizen er uit komen te zien, hoe groot ze zijn en wat ze kosten. Het voordeel van die bemoeienis van bovenaf is dat er duizenden woningen tegelijk gebouwd kunnen worden. De keerzijde is echter dat de kopers ook de winst betalen die de projectontwikkelaar en de gemeente op de woningen moeten behalen. Een ander bezwaar is dat mensen nauwelijks zeggenschap hebben over het ontwerp van hun toekomstige woning en maar moeten afwachten wat de ontwikkelaars er van maken.

Heel anders is het in de ons omringende landen. In Vlaanderen bijvoorbeeld, waar het de normaalste zaak van de wereld is dat iedereen zijn eigen huis laat bouwen, het zogenaamde wilde wonen. Hoewel er ook kritiek is op de ‘rommelige lappendeken’ die Vlaanderen zo kenmerkt, hebben bewoners het wel voor het zeggen en betalen ze meestal veel minder voor hun (vrijstaande) huis dan de Nederlanders. Er komt immers geen projectontwikkelaar meer aan te pas. Sterker, Vlaanderen kent nauwelijks projectontwikkelaars. Niet voor niets verhuizen er jaarlijks ruim 5000 Nederlanders naar Vlaanderen. Hetzelfde geldt in groeiende mate voor Duitsland.

Zelf bouwen in Nederland
Ook in Nederland kunnen kopers hun eigen projectontwikkelaar spelen, ‘particulier opdrachtgeverschap’ heet dat hier. Het is alleen nooit echt van de grond gekomen. Uit onderzoek is al regelmatig gebleken dat veel Nederlanders best zelf hun huis zouden willen laten bouwen. Het was eind jaren negentig voor de toenmalige staatssecretaris van VROM, Johan Remkes, zelfs aanleiding om zelfbouw flink te stimuleren. Er kwam een Informatiecentrum Eigen Bouw, een kaveldatabank en er werd een ambitieuze doelstelling gelanceerd: van 2005 tot 2010 moest een derde van alle opgeleverde nieuwbouwwoningen gerealiseerd zijn door eigen bouw, zo’n 120.000 woningen in totaal. Maar in 2006 stond de teller nog maar op 15.000. De zelfbouw-campagne stierf een stille dood.

Particulier opdrachtgeverschap valt of staat met medewerking van een gemeente. Die moet voldoende (betaalbare) kavels beschikbaar stellen, bouwplannen goedkeuren en het initiatief uit handen durven geven. En aangezien gemeenten gewend zijn om met één ervaren partij om tafel te zitten als het gaat om woningbouw, is het wel even wennen als ze opeens met verschillende burgers over verschillende projectjes moeten praten. Veel gemeenten bedanken daar voor. Aan de andere kant krijgen de zelf bouwende burgers te maken met procedures, regels en kosten waar ze nooit van hebben gehoord en waar ze al snel in verstrikt raken. Tel daar de dure Nederlandse grond bij op - gemiddeld 350 euro per vierkante meter - en het is duidelijk dat het niet alleen maar ‘leuk’ is om je eigen huis te bouwen.

Particulier opdrachtgeverschap heeft als voordelen dat er invloed uitgeoefend kan worden op het ontwerp en dat het meestal veel goedkoper is. Een woning zit gemiddeld tien tot twintig procent onder de marktwaarde, omdat de kopers de winst van de ontwikkelaars niet betalen. Maar het vergt ook veel van de koper, hij moet alles zelf uitzoeken en een lange adem hebben. Bovendien: een vrijstaand huis op een kaveltje bouwen is wel goedkoper dan een bestaande woning kopen, maar een starter kan het niet betalen.

Eigen wijk
Zelf bouwen kan goedkoper als je met meer mensen tegelijk meer woningen bouwt, ‘collectief particulier opdrachtgeverschap’ dus. Het principe: zoek een groep leuke buren bij elkaar, sticht een kopersvereniging, zoek een grote kavel en bouw je eigen wijk. Een vereniging, eventueel bijgestaan door een adviesbureau, doet vaak veel makkelijker zaken met een gemeente. Bovendien kunnen veel (bouw)kosten worden gedeeld of kan er een acceptabeler prijs bedongen worden op de aannemer of de architect. Een andere prettige bijkomstigheid is dat je er zeker van kunt zijn dat je het met je toekomstige buren goed kunt vinden.

In Nederland zijn inmiddels verschillende buurten door groepen kopers gebouwd. Een opvallend voorbeeld is een wijkje in het Brabantse dorp Casteren (gemeente Bladel), gebouwd door 34 jonge mensen. De gemiddelde prijs van de woningen was in 2004 122.000 euro, maar liefst 38 procent onder de taxatiewaarde. Dat kon onder meer omdat er een scherpe prijs werd bedongen met de aannemer, omdat de projectontwikkelaar achterwege kon blijven en omdat de gemeente Bladel bereid was korting te geven op de grond: 200 euro per vierkante meter in plaats van 300. In ruil voor die korting moesten de kopers een koopgarantregeling aangaan, wat inhoudt dat de woningen niet met enorme winsten op de vrije markt verkocht mogen worden. De huizen moeten worden terugverkocht aan de gemeente met een beetje winst, de gemeente zoekt vervolgens een nieuwe bewoner. Zo blijven de woningen door de jaren heen ook betaalbaar voor andere starters.

In Almere is nu een vergelijkbaar project gestart: er worden jaarlijks 1000 bouwkavels verkocht waarop mensen zelf hun huis kunnen bouwen. De gemeente geeft geen korting op de grond, maar wel op andere kosten, zoals advies en begeleiding. Het is op die manier toch mogelijk om een woning te bouwen van rond de 150.000 euro.

Grondexploitatiewet
Collectief bouwen kan dus een goede oplossing zijn voor het startersprobleem en het kan in principe in iedere gemeente. Maar om woningen echt betaalbaar te maken (en te houden) voor starters moeten gemeenten meewerken door mensen (financieel) tegemoet te komen in de kosten. Eventueel in ruil voor een koopgarantregeling. Wie zelf wil bouwen, alleen of met anderen, doet er dus goed aan om binnenkort eens bij zijn gemeente aan te kloppen.

En er is hoop, want dit najaar treedt er een nieuwe wet in werking die gemeenten meer macht geeft over de inrichting van de beschikbare bouwgrond, ook als die grond in handen is van een andere partij: de grondexploitatiewet. Daarmee krijgen gemeenten een middel in handen om projecten beter te sturen. De grondbezitter mag zijn lap grond wel volbouwen, maar de gemeente bepaalt wát er wordt gebouwd. Villa’s bijvoorbeeld, maar ook goedkope woningen of kaveltjes waar mensen zelf hun huis op kunnen bouwen.

Meer informatie over zelf bouwen
Particulier opdrachtgeverschap: http://www.particulieropdrachtgeverschap.nl
Bouwen in eigen Beheer (BIEB): http://www.bouwenineigenbeheer.nl
Adviesbureau De Regie: http://www.deregie.nl
Informatiecentrum Eigen Bouw: http://www.iceb.nl
Bouwkavels zoeken: http://www.bouwkavels.nl/bouwkavels
Kavels in Almere: http://www.ikbouwmijnhuisinalmere.nl
Bouwen in Betrokkenheid, de website van de Bladelse oud-wethouder Frits Pijnenburg: http://www.fritspijnenburg.nl 



Belgisch bouwen

Je eerste eigen huis is tegenwoordig vrijwel onbetaalbaar. Daarom wijken veel mensen uit naar België: daar bouw je voor de helft.

Door Elja Looijestijn, VPRO Gids 35

Jansen en Janssen storten zich deze week op de woningmarkt. Sommige dertigers wonen nog op een studentenkamer, want voor starters is het bijna onmogelijk om een huis te kopen. Geen wonder dat veel mensen hun geluk beproeven over de grens. In België woon je nog altijd stukken goedkoper.

Frank Dingemans is directeur België van de Rabobank Roosendaal-Woensdrecht. Hij adviseert Nederlanders die in België gaan wonen. ‘Vooral in de grensstreek zijn de prijzen van Belgische bestaande koopwoningen de laatste jaren wel omhoog gegaan, al blijven de huizen goedkoper dan in Nederland. Nog veel goedkoper is het bouwen van een eigen huis in België. In onze omgeving betaal je voor een vierkante meter grond zo’n 300 euro, over de grens is dat ongeveer de helft.’

De Belgische grond is veel goedkoper omdat er minder regels wat betreft ruimtelijke ordening zijn. Ook is de Belgische zandgrond op veel meer plekken geschikt om te bebouwen. Al die beschikbare grond leidt tot het bekende ‘rommelige’ Vlaamse dorpsbeeld, waarin de huizen willekeurig over het land uitgestrooid lijken te zijn.

Mensen die in Nederland nog geen appartementje kunnen betalen, kunnen in België in een vrijstaand huis wonen. ‘Het aantal mensen dat de stap zet, groeit,’ merkt ook Dingemans. ‘In een populair dorp als Essen is het aantal Hollanders de afgelopen jaren met twintig procent toegenomen. Veel Nederbelgen noemen als voordelen de rust en ruimte in Vlaanderen. Men roemt de Bourgondische cultuur en de hoge kwaliteit van het onderwijs.’

De meeste Nederlanders die naar België emigreren, blijven wel in Nederland werken. ‘De stap naar een Belgische werkgever is voor velen nog steeds groot,’ zegt Dingemans. ‘Bovendien wordt de infrastructuur tussen de twee landen steeds beter. Het scheelt maar tien minuten of je nu van Roosendaal of de omgeving van Antwerpen naar Rotterdam moet rijden. En iedere keer als de emigranten het Vlaamse land binnenrijden, krijgen ze weer een vakantiegevoel.’

Bij het kopen van een huis in België is echter wel een stuk ingewikkelder verhuizen binnen Nederland. Dingemans: ‘Het is echt een emigratie, sommige mensen staan daar niet bij stil. Er komt een heleboel administratieve rompslomp bij kijken. Veel mensen verkijken zich op de fiscale en juridische zaken die allemaal geregeld moeten worden. Maar de meesten willen als ze eenmaal verhuisd zijn niet meer terug. Je ziet alleen nog wel eens dat mensen als ze ouder worden weer in Nederland gaan wonen om dichter bij de kleinkinderen te zijn. ’

Autochtone Belgen die starten op de woningmarkt zijn echter niet zo blij met al die Nederlandse buren. ‘Voor hen is het net zo moeilijk, of misschien nog wel moeilijker om iets betaalbaars te vinden. Nederlanders hebben met hun kooplust de prijzen in het grensgebied opgedreven. Bovendien hebben Belgen niet het voordeel van de hypotheekrenteaftrek dat de Nederlanders hebben. Om een goedkopere woning te vinden, moeten zij nog weer verder naar het zuiden van België trekken.’