VPRO logo Omroep logo BG Jansen en Jansen

Aflevering 4: “Waarom sterft de grutto uit?”

De laatste jaren neemt het aantal grutto’s in Nederland in rap tempo af. En dat ondanks de tientallen miljoenen euro’s aan subsidiegelden die we de afgelopen vijf jaar in de grutto en andere weidevogels hebben gestoken. Is de grutto nog te redden of kunnen we het beestje maar beter vergeten? Jansen & Janssen zoeken het uit.

untitled-2.jpg

Er zijn weinig vogels waar we ons zo tegenaan bemoeien als de grutto. De grutto broedt bij voorkeur in de Nederlandse weilanden en Nederland heeft dan ook internationale verantwoordelijkheid om het beestje te beschermen. En dus doen we onderzoek, heel veel onderzoek en geven we boeren al sinds de jaren tachtig subsidie om óm de gruttonesten heen te maaien en de vogels met rust te laten.

Ook de laatste jaren is er weer van alles geprobeerd: er is een gruttokaart gekomen, het project ‘Nederland Gruttoland’ zag het licht, er werd zelfs een ‘gruttogala’ gehouden ter ere van onze nationale vogel, maar veel heeft dat niet opgeleverd. De eerste cijfers wijzen uit dat ook 2007 weer een dramatisch jaar is geweest voor de grutto.

Jansen & Janssen trekken het veld in en spreken met onderzoekers, vogelliefhebbers, beleidsmakers, natuurbeschermers en boeren. Gaan grutto’s en het moderne boerenbedrijf eigenlijk wel zo goed samen? En als de subsidie zo weinig oplevert, kunnen we er dan niet beter mee stoppen of het geld anders besteden?

Uitzending: donderdag 16 augustus, 21.45 uur, Ned3
uitzendinggemist_logo.jpgBekijk hier de uitzending

Lees ook:

“Wat kost ons de grutto?”

en: “Domme Grutto” uit VPRO gids 32.




Plastic Heroes: start gescheiden inzameling van plastic flessen en flacons

“Echte helden sparen hun flessen en flacons…en sparen zo het milieu”, zo luidt de slogan van het project Plastic Heroes, waarvoor milieuminister Cramer 26 mei jongstleden in Arnhem het startsein gaf. De bedoeling is dat de Nederlandse burger vanaf nu ook kunststof flessen en flacons apart gaat houden en deze deponeert in één van de knaloranje Plastic Heroes bakken. De bakken worden in eerste instantie als proef in twintig gemeenten geplaatst, maar in het NOS journaal van 15 augustus kondigde Cramer aan dat ze in 2008 overal in Nederland te vinden zullen zijn.

Plastic Heroes is een direct gevolg van het Besluit Verpakkingen, waarin de zogenaamde ‘producentenverantwoordelijkheid’ is vastgelegd. Vanaf 1 januari 2006 zijn bedrijven wettelijk verantwoordelijk voor de preventie, inzameling en recycling van de verpakkingen die zij op de markt brengen. Het besluit regelt verder dat bedrijven zelf de kosten moeten dragen voor de gescheiden inzameling van verpakkingen. De kosten zullen worden doorberekend aan de consument met als gevolg dat, volgens het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel, de prijzen van verpakte producten met 1 procent omhoog gaan.

Minister Cramer heeft grote ambities als het gaat om de recycling van kunststof verpakkingen. Nu is in de wet vastgelegd dat het bedrijfsleven 30% van de kunststof moet recyclen, maar de minister wil dit percentage opschroeven naar 40% in 2012. In de uitzending van Jansen & Janssen over afvalscheiding (9 augustus 2007) geeft de minister aan dat zij verwacht dat het inzamelingsproject Plastic Heroes hier een goede bijdrage aan kan leveren. Zij voelt zich daarbij gesteund door recent onderzoek van TNS-NIPO in opdracht van VROM, waaruit blijkt dat 42% van de bevolking, naast glas en papier, graag meer verpakkingsmaterialen (zoals kunststof) apart wil inzamelen.

Uit onderzoek dat Recycling Netwerk een jaar eerder liet doen, blijkt echter dat de Nederlander de inzameling van kunststof flesjes het liefst via een statiegeldsysteem geregeld zou zien. Robbert van Duin van het Recycling Netwerk legt in de uitzending aan Jansen & Janssen uit dat inzameling via statiegeld effectiever en beter voor het milieu is dan inzameling via de oranje bakken van Plastic Heroes. Het project moet volgens hem dan ook vooral gezien worden als een zoveelste poging van het bedrijfsleven om niet aan het, voor het bedrijfsleven lastige en dure, statiegeld te hoeven.

Lees ook:

Nieuwsbericht gemeente Groningen: “Groningen wil plastic liever niet gescheiden inzamelen”



Steeds minder gft-afval gescheiden ingezameld

In 2006 werd in Nederland per inwoner gemiddeld 81 kg groente-, fruit- en tuinafval (gft-afval) opgehaald. Dit is 3 kg minder dan het jaar ervoor en maar liefst 17 kg minder dan in het recordjaar 1997, toen 98 kg gft-afval per inwoner gescheiden werd ingezameld. Dit blijkt uit onlangs door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gepresenteerde cijfers.

Sinds 1994 zijn gemeenten wettelijk verplicht gft-afval gescheiden in te zamelen. Toen uit milieustudies bleek dat het gft-afval vanuit milieuoogpunt net zo goed samen met het restafval verbrand kon worden, kwam de inzamelplicht ter discussie te staan. Het ministerie van VROM liet zelfs onderzoek doen naar de ‘communiceerbaarheid’ van een afschaffing van de gescheiden inzameling (zie de aflevering van Jansen & Janssen van 9 augustus 2007). Zover zou het uiteindelijk niet komen. Wel deed toenmalig staatssecretaris van VROM, Van Geel, de gemeenten in 2004 de toezegging de inzamelplicht te zullen versoepelen. Hij kondigde aan dat de wet Milieubeheer op dit punt aangepast zou worden. Naar verwachting zal de huidige milieuminister Cramer de versoepeling dit najaar daadwerkelijk bij wet regelen.

Vooruitlopend op deze wetswijziging besloten gemeenten als Rotterdam en Den Haag, geheel of gedeeltelijk, met de gescheiden inzameling van gft-afval te stoppen. Deze ontwikkeling heeft bijgedragen aan de daling van de ingezamelde hoeveelheid in de afgelopen jaren. Overigens laten de CBS-cijfers zien dat de afvalscheiding in Nederland over de gehele linie stagneert: sinds 1998 is het percentage gescheiden ingezameld afval nauwelijks gestegen. In 2006 werd 48% van het huishoudelijk afval gescheiden ingezameld,  beduidend minder dan het streefpercentage van 55% dat door de overheid in het landelijk afvalbeheerplan is vastgesteld.



Lekker warm dankzij vuilnis

Jansen & Janssen doen onderzoek naar afvalscheiding. Maar wat gebeurt er met ons restafval?
Door: Elja Looijestijn, VPRO-gids 31.

Aan de zaak die Jansen en Janssen vanavond behandelen zit een luchtje: het duo doet diepgravend onderzoek naar het scheiden van afval. Ze hebben namelijk gehoord dat het niets uitmaakt of je bananenschillen nu in de biobak of gewoon bij de rest van het vuilnis gooit.

Dat restafval wordt in Amsterdam in ieder geval nuttig verwerkt. Het Afval Energie Bedrijf (AEB) heeft een HoogRendements Centrale ontwikkeld, die met het verwerken van afval extra veel warmte en energie opwekt. Samen met de bestaande afvalenergiecentrale produceert het AEB duurzame elektriciteit en warmte. Deze worden onder meer gebruikt voor de trams en metro’s in Amsterdam, de straatverlichting, Ajax, het Muziektheater, het stadhuis en de stadsverwarming. ‘De gewone afvalverbrandingscentrale heeft een elektrisch rendement van 22%, de HR Centrale van 30%,’ zegt Marcel van Berlo, directieadviseur van het AEB. ‘Voor de HR centrale moesten we een soort puzzel maken van alle onderdelen van het verbrandingsproces die een bijdrage kunnen leveren aan het verhogen van het elektrische rendement. Waar de puzzel niet helemaal paste, hebben we zelf naar nieuwe oplossingen gezocht. We plaatsten onder andere halverwege de turbine een herverhitter, die de stoom nogmaals opwarmt zodat er meer rendement uit gehaald kan worden. Met deze centrale is Amsterdam echt een voorloper in de wereld.’

Afvalverbrandingscentrales zijn niet belastend voor het milieu, daar zorgen de strenge Europese regels wel voor, benadrukt Van Berlo. ‘Het nieuwe concept is wel beter op het gebied van energieopwekking en hergebruik. Ruim 75% van het afval verbrandt werkelijk en zorgt voor de energieopwekking. De onbrandbare materialen die overblijven worden opgevangen, gescheiden en verwerkt tot nieuwe grondstoffen als metalen, zand, granulaat en pekelzout. Uiteindelijk is slechts 1,3% van wat er wordt verbrand onbruikbaar.’

Wat je precies in de afvalcentrale stopt, maakt volgens Van Berlo niet zoveel uit. ‘Chemisch afval moet natuurlijk apart verwerkt worden, maar de centrale is zo gemaakt dat hij alles aankan. Je merkt aan de uitstoot en overblijfselen wel of er bijvoorbeeld veel kantoorafval in is gegaan. In principe is afval een goede brandstof, maar wel een lastige, omdat het moeilijk te beheersen is. Er kan ineens een fiets tussen zitten, dat moet de installatie aankunnen.’

Ondanks de voordelen van de nieuwe verbrandingscentrale vindt Van Berlo afvalscheiding nog steeds zeer nuttig. ‘Scheiding aan de bron heeft zeker zin, vooral op het gebied van papier en glas,’ zegt hij. ‘Wij halen er energie uit, maar hergebruik is zowel uit economisch- als milieuoogpunt nog mooier. Dat gebeurt hier gelukkig ook veel, Nederland heeft een goed beleid op het gebied van afvalmanagement.’



Aflevering 3: “Is afval scheiden goed voor het milieu?”

Groente-, fruit- en tuinafval hoort in de groene biobak. Een kleine moeite, en nog goed voor het milieu ook. Tenminste, dat verhaal is ons altijd verteld. Maar het ministerie van VROM stelt op haar website dat het voor het milieu niet meer uitmaakt of je gft gescheiden inzamelt. Hebben we dan al die jaren voor niets met een groene bak gezeuld? Jansen & Janssen zoeken het uit.

Nederland is niet langer kampioen afvalscheiding. De hoeveelheid ingezameld gft-afval daalt de laatste jaren, en de doelstellingen worden niet gehaald. Geen wonder, want Rotterdam is al gestopt met het ophalen van gft, en in grote delen van Den Haag wordt de groene bak alleen nog opgehaald als je een ‘gratis gft-abonnement’ aanvraagt. Nogal verwarrend, want gemeenten zijn tegelijk wettelijk verplicht om gft op te halen. Blijkbaar zijn het nu de gemeenten die mogen bepalen wat goed is voor het milieu.

Jansen & Janssen gaan op zoek naar een antwoord in afvalland en spreken met vuilnismannen, boze burgers en alle andere deskundigen die de grote gft-verwarring kunnen verklaren. Het duo vraagt zich af of het ministerie van VROM zelf nog wél weet wat het beste is voor het milieu. Zeker omdat we binnenkort ook onze plastic flesjes naar een flessenbak mogen gaan brengen. Kan VROM, het milieuministerie, ons ervan verzekeren dat dat wel de allerbeste optie voor het milieu is?

uitzendinggemist_logo.jpgBekijk hier de uitzending

Lees ook:

“Steeds minder gft-afval gescheiden ingezameld”

“Plastic Heroes: start gescheiden inzameling van plastic flessen en flacons”

Nieuwsbericht gemeente Groningen: “Groningen wil plastic liever niet gescheiden inzamelen”

“Lekker warm dankzij vuilnis” uit VPRO-gids 31.



Is mijn Picasso echt?

 

Ben je van plan om op een veiling eindelijk eens dat schilderij te kopen voor boven de bank? Neem dan enkele spelregels van het kunstkopen in acht.

- Schaf de veilingcatalogus aan en lees de voorwaarden en de (betekenis van) de omschrijvingen goed door. Let bijvoorbeeld goed op of de namen van de kunstenaar goed zijn gespeld. Vraag bij twijfel het veilinghuis om uitleg.

- Probeer zelf informatie over de kunstenaar te verzamelen en zoek uit wat een schilderij van diens hand normaal gesproken opbrengt. In de catalogus van het veilinghuis staat altijd een richtprijs. Als die heel laag is, pas dan op. Maar: als het om een onbekende meester gaat en de richtprijs is erg hoog, kan er ook iets aan de hand zijn.

- Ga naar de kijkdagen om het schilderij met eigen ogen te bekijken. Vraag het veilinghuis om meer informatie, zoals de herkomst van het doek. Vraag, indien je het niet vertrouwt, goed door.

- Kijk goed naar de staat van het doek en de lijst. Als een werk uit de negentiende eeuw nieuwe spijkertjes heeft, is het verdacht. Hetzelfde geldt voor het doek: kijk of het er niet te nieuw uit ziet.

- Als je twijfelt aan de verf of de handtekening, vraag het veilinghuis of je er met een UV-lamp naar mag kijken. Niet alles is te zien met zo’n lamp, maar je ziet bijvoorbeeld wel of de verf van de signatuur jonger is dan de rest van de verf. Ook kun je vaak zien of het doek is overgeschilderd.

- Of een schilderij is overgeschilderd, is soms ook te zien aan verschil in licht en donker, het motief van het craquelé of verschil in de verfstreken. Aan het craquelé is vaak te zien of een schilderij nieuw is of oud: nep-craquelé ziet er onnatuurlijk uit en is te regelmatig.

- Het duurt doorgaans erg lang voordat verf is uitgehard en zijn geur kwijt is. Als een schilderij naar verf ruikt, is het waarschijnlijk enkele maanden eerder geschilderd.

- Als het veilinghuis niet kan garanderen dat het schilderij goed is, kun je er van uitgaan dat er iets mis mee is.

- Als de echtheid van het schilderij ‘bewezen’ wordt met een certificaat, wees dan op je hoede. Een goed kunstwerk heeft geen certificaat nodig, meestal zit er dus een luchtje aan zo’n document.

- Als je er na de veiling achter komt dat je toch een vervalsing hebt gekocht, laat dat dan zo snel mogelijk weten aan het veilinghuis. Als het goed is, krijg je je geld terug. Daar is wel een termijn aan verbonden, die per veilinghuis verschilt. In de voorwaarden staat welke termijn; het ene huis hanteert drie weken, het andere vijf jaar. Als het veilinghuis niet bereid is geld terug te geven terwijl de termijn nog niet is verstreken, maak daar dan melding van bij de branchevereniging: de Federatie van Taxateurs, Makelaars en Veilinghouders (TMV).

Deze tips en trucs zijn gebaseerd op het boek ‘Zelf kunst kopen’, van Ard Huiberts en Sander Kooistra, Uitgeverij L.J. Veen, 2004. 



« Previous Page