VPRO logo Omroep logo BG Jansen en Jansen

Wat doet een bedrijf met mijn gegevens? Gewoon vragen!

We staan allerlei gegevens af aan bedrijven zonder precies te weten wat er vervolgens mee gebeurt. Jansen & Janssen laten in hun uitzending van 23 augustus zien dat het risico bestaat dat deze gegevens een eigen leven gaan leiden. Niets tegen te doen? Edward Hasbrouck, een Amerikaanse globetrotter die zich inzet voor privacybescherming, doet een suggestie.

Nadat Hasbrouck onlangs een vlucht met KLM had geboekt, verzocht hij de maatschappij inzage te geven in welke gegevens over hem waren verzameld en wat de KLM daar vervolgens mee had gedaan. Na drie maanden wachten, een stuk langer dan officieel toegestaan, gaf de KLM een reactie: ze wisten niet wat er precies met zijn data gebeurd was, want ze hadden deze afgedragen aan partner Northwest Airlines. Met deze afdracht eindigde volgens KLM ook hun verantwoordelijkheid. En, sorry voor het late antwoord, ze zijn dergelijke verzoeken niet gewend.

Volgens KLM was Hasbrouck’s verzoek het eerste in zijn soort dat een Europese luchtvaartmaatschappij ooit had ontvangen. Blijkbaar hebben Europese burgers er veel vertrouwen in dat bedrijven zorgvuldig met hun gegevens zullen omspringen. Of dit terecht is? Lees de opmerkelijke briefwisseling die Hasbrouck had met de KLM op zijn blog “The Practical Nomad” en oordeel zelf. Lees daar ook zijn oproep aan ons Europeanen om de stoute schoenen aan te trekken en zelf na te vragen aan wie jouw gegevens allemaal doorgespeeld zijn.



Hoeveel kantoorruimte staat er leeg?

Hoeveel kantoorruimte staat er leeg?
Begin 2007 werd er voor zo’n zes miljoen vierkante meter kantoorruimte een huurder of koper gezocht. Dat is dertien procent van het totale aanbod aan kantoorruimte. De oppervlakte is vergelijkbaar met 1000 voetbalvelden of 46.000 eengezinswoningen. Amsterdam kampt met de grootste leegstand, bijna een miljoen vierkante meter wacht in de hoofdstad op een nieuwe eigenaar. Met name voor verouderde en onaantrekkelijke kantoorgebieden als Amsterdam Zuid-Oost (de zogenaamde ‘kansloze meters’) wordt geen opleving meer verwacht.

Is de huidige leegstand ‘gezond’?
In de vastgoedwereld wordt ervan uitgegaan dat een leegstand van zo’n vijf procent gezond is. Met dertien procent zit de huidige leegstand daar flink boven. De aantrekkende economie lijkt ook voorlopig het aantal meters niet te doen afnemen. In 2007 ligt de verhouding tussen aanbod en vraag op 3,3: dat betekent dat tegen elke 1000 vierkante meter die dit jaar aangeboden wordt er vorig jaar slechts 300 meter is opgenomen. Een gezonde situatie gaat uit van een verhouding aanbod-vraag van 1,5.

Al sinds 2001 is er op de kantorenmarkt sprake van ongezonde leegstand. Dat komt omdat er eind jaren negentig, terwijl de economie flink aantrok, nog een tekort was en men op dat moment is gaan bouwen. Het duurt altijd een paar jaar voordat een kantoorgebouw af is, en toen de nieuwgebouwde kantoren op de markt kwamen verkeerde de economie in een recessie.

Maar met zoveel overaanbod zal er dan toch wel minder gebouwd worden?
Dat blijkt niet het geval. In totaal ligt er nog een enorme planvoorraad van zo’n tien miljoen vierkante meter op de schappen. Weliswaar heeft Amsterdam, goed voor zo’n twintig procent van de landelijke leegstand, een bouwstop afgekondigd, maar die bouwstop geldt weer niet voor de prestigieuze Zuidas. Een echte bouwstop voor heel Nederland zit er niet in, omdat de overheid de kantorenmarkt niet beschouwd als een markt waarin ze regie zou moeten voeren.

Maar waarom zou je bouwen als de kans groot is dat het kantoor leeg komt te staan?
Beleggen in vastgoed is lucratief. Heel lucratief zelfs. De meeste kantoorpanden zijn in handen van investeerders: van individuele beleggers tot grote pensioenfondsen. Op de enorme beleggingsportefeuilles van een groot pensioenfonds maakt het niet veel uit of er een paar jaar geen inkomsten uit een kantoorpand komen. Als het pand een keer gevuld wordt, is het ook meteen kassa.

Hoeveel geld kost die leegstand?
Vastgoedprofessor Ed Nozeman van de Universiteit van Amsterdam heeft uitgerekend dat huidige leegstand 500 miljoen euro per jaar kost. Hij gaat er dan van uit dat van de kantoren van de beleggers vijf miljoen vierkante meter kantoorruimte leeg staat/niet verhuurd wordt: ruim dertien procent. Uitgaande van een huurprijs van 100-120 euro per vierkante meter per jaar (die schatting is aan de lage kant) en een rendement van acht procent, lopen de eigenaren nu dus 500 miljoen euro per jaar mis.

Deze cijfers zijn onder meer ontleend aan de “Thermometer Kantoren winter 2006/2007” van de Nederlandse Vereniging ontwikkelaars & bouwondernemers (NVB)



Wethouder moedigt kraakbeweging aan


Van Poelgeest: “Kraken effectief middel tegen leegstand kantoorgebouwen”

De Amsterdamse wethouder van Ruimtelijke Ordening Maarten van Poelgeest hoopt dat er meer leegstaande kantoorgebouwen worden gekraakt in de hoofdstad. Op dit moment staat er bijna een miljoen vierkante meter aan kantoorruimte leeg in Amsterdam.

In het VPRO-programma Jansen & Janssen zegt de wethouder: “Je kan extra laten betalen bij leegstand. Maar veel effectiever is als dat soort panden gewoon gekraakt wordt. Ik denk dat een belegger dat veel vervelender vindt dan zo’n leegstandsbelasting die hij misschien moet betalen.”

Van Poelgeest windt zich op over de grote leegstand van kantoorgebouwen in de hoofdstad. Maar hij geeft aan niet veel middelen te hebben om het probleem aan te pakken. Het invoeren van een leegstandsbelasting, zoals leden uit de Amsterdamse gemeenteraad eerder dit jaar hebben voorgesteld, ziet de wethouder niet als een oplossing. Wel heeft de stad een bouwstop afgekondigd voor grote delen van Amsterdam. Er mag nog maar op een paar plekken gebouwd worden, bijvoorbeeld op de prestigieuze Zuidas.

De leegstand van kantoorgebouwen komt landelijk op 13 procent van alle kantooroppervlak, ongeveer 6 miljoen vierkante meter. Piet Eichholtz, professor vastgoedfinanciering in Maastricht, verwacht ook niet dat al die kantoorruimte nog wordt verhuurd als de economie verder aantrekt: “Dat was vroeger wel zo, maar we hebben eigenlijk al helemaal geen werkloosheid meer. In een groeimarkt kan je een kippenhok langs de A2 zetten en zeggen dat het een kantoor is. Maar nu blijken het toch echt kippenhokken te zijn, en wil niemand er meer in zitten.”

Jansen & Janssen gaat donderdagavond over de vraag: “Waarom staan er zoveel kantoorgebouwen leeg?”. Tjeerd Bijman en Martijn Kieft zoeken uit waarom er nog steeds bijgebouwd wordt, terwijl de markt al meer dan verzadigd is.

Uitzending: 30 augustus 2007, 21.55 uur, Nederland 3

Lees ook:
Aflevering 6: “Waarom staan er zoveel kantoorgebouwen leeg?”



Big Brother in je portefeuille

Je anoniem door de wereld bewegen wordt dankzij de technologie steeds moeilijker. 

Door Elja Looijestijn, VPRO Gids 33

Jansen en Janssen zoeken vanavond uit hoe ver de Amerikaanse overheid gaat in het opslaan en gebruiken van persoonsgegevens. Ook Nederlanders kunnen zonder dat ze het weten door de Amerikanen in de gaten gehouden worden. Maar dit geldt ook voor ons eigen land. Dankzij RFID, oftewel Radio Frequency Identification, zijn we overal te volgen.

Christian van ’t Hof doet voor het Rathenau Instituut onderzoek naar het gebruik van deze chips en de gevolgen daarvan.  ‘RIFD zijn kleine op afstand uitleesbare chips, die tot nu toe vooral werden toegepast in de logistiek om goederen te identificeren. Nu wordt RFID massaal ingevoerd in het publieke domein om mensen te herkennen: toegangspasjes voor kantoren, clubs en voetbalstadions, de ov-chipkaart, het biometrisch paspoort, volgsystemen in pretparken en lokale betalingssystemen. De meeste mensen gebruiken de pasjes als sleutel of portemonnee.’

In principe is het gewoon handig, zo’n pasje om mee te tanken of je kantoorgebouw in te komen. Maar hoe algemener het gebruik wordt, hoe meer de overheid en bedrijven met de gegevens kunnen. Van ’t Hof: ‘De gegevens kunnen opgeslagen worden in een database en aan elkaar gekoppeld. We zijn geen gevallen van misbruik tegen gekomen, maar het gebruik van RFID is nog pril en de gegevens zijn gefragmenteerd. Het wordt pas echt spannend als je een totaalbeeld krijgt, als je er niet meer voor kan kiezen om wel of niet een chip te gebruiken. Dan kan het wel eens eng worden.’

Een belangrijke toepassing van RFID is de OV-chipkaart. De NS en lokale vervoersbedrijven voeren deze in ter vervanging van de strippen- en treinkaartjes. Je kunt kiezen voor een gepersonaliseerd of anoniem exemplaar. ‘Er zijn nog veel technische problemen, maar op zich is het een goed en handig systeem,’ zegt Van ‘t Hof. ‘De NS wil echter de gegevens van de gepersonaliseerde chipkaarten ook voor marketingdoeleinden gebruiken, en dat deugt wat mij betreft niet. De druk om voor een persoonlijke kaart te kiezen wordt opgevoerd. Ik heb daar op zich geen problemen mee, maar dan moet er wat mij betreft wel iets tegenover staan wat betreft gebruiksgemak. Aanbiedingen op basis van reisgegevens wekken alleen maar irritatie op.‘

De meeste vraagtekens heeft Van ’t Hof echter bij het biometrische paspoort, een jaar geleden ingevoerd is. Daarbij hoort een chip met alle gegevens plus een gedigitaliseerde foto en later ook de vingerafdrukken van de houder. ‘Straks heeft de overheid een database met heel duidelijke foto’s van alle burgers. Die gegevens worden centraal opgeslagen, om duplicatie te voorkomen. Maar dit is natuurlijk ook heel handig voor opsporingsdoeleinden.’

De technologie is er, en misschien straks ook de juridische mogelijkheden. ‘Daarom is het zaak nu de discussie te voeren of we dit wel willen,’ zegt Van ‘t Hof. ‘Anders is het straks te laat. Duitsland en Italië hebben al besloten dat ze geen database zullen aanleggen. Daarom hebben we een publieksonderzoek uitgezet met de vraag of de gegevens uit het biometrische paspoort voor opsporingsdoeleinden gebruikt mogen worden. De uitkomsten worden in oktober verwacht.’



Out of office

Zonde, al die lege kantoren. De gemeente Amsterdam doet haar best om ze een nieuwe functie te geven. 
Door Elja Looijestijn, VPRO Gids 34

Jansen en Janssen zien als ze in hun Peugeot over de snelweg rijden tientallen kantoorgebouwen te huur staan. Ondertussen worden er steeds meer bij gebouwd. Het onderzoeksjournalistenduo zocht uit hoe dit mogelijk is.

Leegstaande kantoorpanden kunnen ook van functie veranderen en bijvoorbeeld een appartementencomplex of cultureel centrum worden. Een kwart van de leegstaande panden in Nederland komt in aanmerking voor zo’n transformatie. In Amsterdam houdt Cor Brandsema zich hiermee bezig.

‘Sinds een half jaar ben ik de kantorenloods van de gemeente Amsterdam. Mijn functie is in het leven geroepen omdat er de laatste tijd veel structureel leegstaande kantoorruimte is. Er staan altijd wel kantoorpanden leeg, maar nu is er extra veel ruimte die ook in de toekomst niet meer geschikt is als kantoor, omdat het pand of de locatie niet meer voldoet. Het gaat in Amsterdam om maar liefst 1 tot 1,2 miljoen vierkante meters. Zonde, want op andere vlakken is er een tekort. Mijn taak is om de transformatie van kantoorpanden te versnellen.’

Dat transformatieproces kent allerlei praktische en bureaucratische haken en ogen. ‘De panden zijn meestal eigendom van beleggings- of investeringsmaatschappijen,’ zegt Brandsema. ‘Die willen niet altijd meewerken aan een transformatie, omdat kantoorruimte het meeste oplevert van alle bestemmingen, althans buiten de binnenstad van Amsterdam. Er moet bij een verandering van functie heel wat van de boekwaarde af. Ze nemen soms liever het risico om een pand een paar jaar leeg te laten staan dan er een nieuwe functie aan te geven.’

In Amsterdam is de meeste grond eigendom van de gemeente en wordt verpacht aan projectontwikkelaars. Die moeten een nieuw contract krijgen als er een nieuwe functie komt. ‘Omdat kantoorgrond zoveel oplevert moet de gemeente dan meestal wat water bij de wijn doen.’

Vervolgens komt de kwestie van het bestemmingsplan. ‘Dat moet vaak gewijzigd worden. Daarbij heeft in Amsterdam vaak ook het betreffende stadsdeel wat in te brengen. Vooral met het stadsdeel Centrum hebben we vaak discussies. Zij willen eigenlijk geen kantoorpanden van meer dan 1000 vierkante meter transformeren, omdat ze in de binnenstand een mengeling willen houden van wonen, werken, uitgaan en dergelijke. Maar Amsterdam heeft 9000 tot 10.000 hotelkamers te weinig. Een deel van die lege kantoren in de binnenstad zou daar ideaal voor zijn.’

Niet alle panden zijn natuurlijk geschikt om iets anders te worden dan een kantoor. ‘Een pand moet aan allerlei bouw- en milieueisen voldoen. Er is bijvoorbeeld veel leegstand rond de A10 west, maar daar heb je te maken met geluidsoverlast en luchtvervuiling. Bij omzetting naar een woonfunctie moet hiervoor een oplossing worden gevonden.’ Toch ziet Brandsema af en toe een transformatie lukken. ‘Een mooi voorbeeld vind ik het Scheepvaarthuis aan de Prins Hendrikkade. Dat was tot voor kort in gebruik als kantoor van het GVB, nu is het een hotel. Door dit soort voorbeelden wordt ook de bereidheid van de eigenaren om mee te werken aan een transformatieproject steeds groter.’



Aflevering 6: “Waarom staan er zoveel kantoorgebouwen leeg?”

Er is veel te veel kantoorruimte in Nederland, en er komt alleen maar meer bij. En dat terwijl je in een stad als Amsterdam tien jaar wacht op een huurwoning of drie ton neer mag tellen voor een krap flatje. Waarom bouwen we wel kantoren en geen huizen?

Leegstaande kantoorgebouwenJansen & Janssen gaan op zoek naar de economische logica van de leegstand. Ze spreken met de belegger, de vastgoedprofessor, de projectontwikkelaar, de wethouder en alle mogelijke andere deskundigen. Hoe is het mogelijk dat er doorgebouwd wordt terwijl er tegelijkertijd zoveel kantoren leegstaan? Daar moet toch flink verlies geleden worden? En waarom zakken de huurprijzen van die kantoren eigenlijk niet? Zit daar een truc achter?

Welke rol speelt de overheid? Want gemeentes beconcurreren elkaar om het hardst om hippe, creatieve bedrijven binnen te halen, maar creëren daarmee zelf de overcapaciteit. Door grond bouwrijp te maken en uit te geven en de wegen en leidingen alvast aan te leggen wordt er vaak dubbel werk gedaan. Dat klinkt niet als een erg efficiënte besteding van belastinggeld. Zou daar niet iets aan te doen zijn?

Jansen & Janssen gaan op zoek naar de verantwoordelijke overheid. Wie ziet er op toe dat er niet al te veel kantoren gebouwd worden?

Uitzending: 30 augustus 2007, 21.55 uur, Nederland 3

uitzendinggemist_logo.jpgBekijk hier de uitzending

Lees ook:
Wethouder moedigt kraken aan

Bekijk hier het interview met Maarten van Poelgeest

Hoeveel kantoorruimte staat er leeg?

“Out of office” - over de transformatie van kantoren, uit VPRO-Gids 34



Kohnstamm: ”Ik hoop dat Tweede Kamer tegen akkoord passagiersgegevens stemt”

De voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens, Jacob Kohnstamm, doet in Jansen & Janssen een dringend beroep op de Tweede Kamer om tegen het nieuwe akkoord over de uitwisseling van passagiersgegevens met de Verenigde Staten te stemmen.Het akkoord is omstreden omdat de bewaartermijn van de passagiersgegevens verhoogd is van 3 naar 15 jaar, en er geen bindende afspraken gemaakt zijn over wie er allemaal toegang heeft tot de persoonsgegevens die aan de Amerikaanse overheid worden overgedragen. Kohnstamm: “Je kunt eigenlijk niet anders zeggen dan dat er inmiddels een totaal lachwekkend akkoord ligt.”

De Europese Unie sloot deze zomer een nieuw akkoord met de Verenigde Staten over de overdracht van passagiersgegevens, nadat het Europese Hof van Justitie het vorige verdrag nietig had verklaard. Minister van Jusitie Hirsch Ballin heeft besloten het nieuwe akkoord voor goedkeuring voor te leggen aan de Tweede Kamer. Het parlement zal waarschijnlijk voor eind oktober hierover een besluit nemen.Volgens Kohnstamm zal de Tweede Kamer onder grote druk komen te staan om voor het nieuwe akkoord te stemmen. “Als een land weigert te ratificeren, vervallen al die afspraken. Dan heb je dus een veto. Voordat het Nederlandse parlement dat doet, dan zal de pressie heel groot worden. Ik hoop dat ze het doen, het is een onzinnige affaire.”

Lees ook:
Aflevering 5: “Kan ik nog anoniem zijn?”



Aflevering 5: “Kan ik nog anoniem zijn?”

We laten overal onze sporen na. Of we nu geld overmaken, bellen, e-mailen, gebruikmaken van een zoekmachine of een vliegreis maken, in allerlei databanken worden onze gegevens opgeslagen. Kun je nog anoniem zijn in een tijd waarin alle grenzen vervaagd zijn? Jansen & Janssen gaan op zoek naar je privacy.

Dankzij het digitale tijdperk is het voor overheden steeds eenvoudiger geworden om heel veel persoonsgegevens op te slaan en te koppelen. Sinds 11 september 2001 is vooral de Amerikaanse overheid ‘data hungry’, en probeert ze zoveel mogelijk gegevens te verzamelen. Gegevens van haar eigen burgers, maar ook van ons.

Onze Google-zoektermen kunnen opgevraagd worden, telefoonverkeer dat via Amerika loopt (zoals telefoneren via Skype) mag op inhoud bekeken worden, en Europese bedrijven met een vestiging in de VS vallen ook onder Amerikaanse wetgeving waardoor ze gedwongen kunnen worden om persoonsgegevens af te staan. Het lijkt erop dat steeds meer van onze gegevens de oceaan oversteken, zonder dat we weten wat er met die gegevens gebeurt.De afgelopen maanden heeft de Europese Commissie onderhandeld over een nieuw akkoord over passagiersgegevens. Minister Hirsch Ballin heeft besloten dat de Tweede Kamer eerst z’n goedkeuring moet uitspreken over het akkoord.

Jansen & Janssen spreken met europarlementarier Sophie in ‘t Veld, privacywaakhond Jacob Kohnstamm van het College Bescherming Persoonsgegevens en Aleid Wolfsen, PvdA-Tweede Kamerlid. Iedereen is het er over eens dat het nieuwe akkoord geen verbetering is: de termijn dat gegevens bewaard mogen worden is opgerekt en we weten niet wie er allemaal bij kan. Maar betekent dat dan ook dat de Tweede Kamer tegen zal stemmen?

Uitzending: 23 augustus, 22.00 uur, NED3

uitzendinggemist_logo.jpgBekijk hier de uitzending

Lees ook:

Kohnstamm: “Ik hoop dat Tweede Kamer tegen akkoord passagiersgegevens stemt”

“Wat doet een bedrijf met mijn gegevens? Gewoon vragen!”

Dossier Privacy (Holland Doc)

en: “Big Brother in je portefeuille” uit VPRO gids nr. 33

Deze uitzending kwam niet tot stand met medewerking van Buro Jansen en Janssen. Het televisieprogramma Jansen & Janssen is op geen enkele wijze gelieerd aan Buro Jansen en Janssen.



Wat kost ons de grutto?

Wat kost dat nou, zo’n grutto?
De Nederlandse overheid gaf in de periode 2000-2005 in totaal 120 miljoen uit aan de bescherming van weidevogels, waaronder de grutto. Programma’s voor het agrarisch natuurbeheer bestaan echter al langer dan zeven jaar, en er zijn ook in de jaren negentig al tientallen miljoenen euro’s naar de grutto gegaan. Omdat er meerdere soorten weidevogels (zoals de kieviet, de tureluur en de veldleeuwerik) met subsidiegeld beschermd worden, is het lastig precies te berekenen hoeveel een enkele grutto kost. Ook al omdat er veel te doen is over de precieze aantallen grutto’s.

Weten we dan niet hoeveel grutto’s er zijn?
Niet precies. Een vogelpopulatie laat zich moeilijk tellen, en de aantalscijfers zijn altijd stof voor flinke discussie. De officiele schattingen van het CBS en vogeltelbureau SOVON gaan ervan uit dat er in 1990 nog 100.000 broedparen in Nederland het voorjaar en de zomer doorbrachten. In 2004 was het aantal grutto’s teruggelopen tot zo’n 60.000 paren. Sindsdien is de gruttostand nog verder teruggelopen: onderzoeker Wolf Teunissen van SOVON schat het huidige getal op zo’n 38.000 paren. Nog somberder is natuurfotograaf en gruttokenner Danny Ellinger, die op basis van zijn inschatting meent dat er niet meer dan 20.000 paren over zijn. Vast staat dat de gruttopopulatie – ondanks alle inspanningen van boeren en natuurbeheerders en ondanks miljoenen aan subsidiegeld – nog altijd hard achteruit gaat. De grutto staat dan ook op de mondiale lijst van meest bedreigde dieren, in gezelschap van de ijsbeer.

Hebben alle inspanningen om de grutto te redden dan geen zin gehad?
In ieder geval heeft het niet genoeg opgeleverd. In de jaren tachtig ontstond het idee om boeren naast boter, kaas en eieren ook natuur te laten produceren. Na een wat moeizame start – veel boeren voelden er weinig voor productie in te leveren tegen natuur – gingen steeds meer boeren in het midden van de jaren negentig over op het tegen betaling ‘maken’ of beschermen van natuur op hun boerenland. Daarbij werd vooral ingezet op het creeeren van meer biodiversiteit in bijvoorbeeld slootkanten en grasstroken en het beschermen van weidevogels als de grutto.

De eerste kritische geluiden over het effect van het agrarisch natuurbeheer voor de weidevogels dateren van 2001. In dat jaar onderzochten de Wageningse onderzoekers David Kleijn en Frank Berendse een aantal gebieden waar weidevogels broedden, zowel in gesubsidieerd gebied als daarbuiten. Het onderzoek, waarvan de resultaten in Nature werden gepubliceerd, kenden een opvallende conclusie: het subsidieren van de boer om weidevogels te ‘produceren’ bleek niet meer weidevogels op te leveren. In sommige gevallen bleek de vogelsoort na toekenning van subsidie zelfs achteruit te gaan.

Stoppen dus met die subsidie?
Nee, daarvan was geen sprake. Niet alleen kwam er felle kritiek op het onderzoek van de Wageningse onderzoekers, ook werd de inspanning om de grutto voor het boerenland te behouden flink opgevoerd. In 2003 startte het project “Nederland Gruttoland”, waarbij 53 speciale ‘gruttoboerderijen’ werden aangewezen, waarin met het zogenaamde mozaiekbeheer geexperimenteerd werd. Maar ook deze experimenten leverde niet het gewenste resultaat op.

Is de teruggang van de grutto alleen de boer te verwijten?
Nee. Hoewel veel onderzoekers betwijfelen of hele intensieve landbouw en weidevogelbeheer wel samen kunnen gaan, wijzen ze ook op andere omstandigheden die slecht uitpakken voor de grutto. Zo worden er regelmatig jonge grutto’s door roofdieren overmeesterd. Maar ook wordt er in landen als Portugal en Frankrijk, waar de grutto voorbijtrekt, nog steeds op de vogel gejaagd.

En nu?
Voorlopig blijft het ministerie inzetten op het maken van natuur op boerenland. Vorig jaar verscheen het ‘actieplan weidevogels’, waarin minister Veerman samen met provincies, gemeenten, boerenorganisaties, natuurbeheerders en vrijwilligers afsprak dat de teruggang van de grutto in 2010 tot staan te brengen en om te buigen in een stijging van het aantal broedparen. Mozaiekbeheer blijft het toverwoord, hoewel de onderzoeksresultaten van dat beheer tot nu toe niet bemoedigend waren.

De kritiek op het agrarisch natuurbeheer blijft intussen aanzwellen. In mei 2007 verscheen er een kritische evaluatie van het agrarisch natuurbeheer van de hand van het Milieu en Natuur Planbureau (MNP), waarin gesteld wordt dat de natuurkwaliteit op het boerenland nog steeds te wensen overlaat en dat de regelingen voor agrarisch natuurbeheer onvoldoende transparant zijn.

Haalt de grutto 2010?
Het lijkt erop dat het gouden ei nog altijd niet gevonden is. De oplossingen die worden aangedragen varieren van het aanpassen van de boerenbedrijfsvoering waarin de grutto hoofdproduct wordt, tot het nabootsen van de jaren vijftig-landbouw in speciale reservaatgebieden voor de grutto, tot en met het experimenteren met een Grutto Positioning System.

Een Grutto Positioning System?
Jazeker, een gps-systeem, speciaal ingericht om de grutto te ontzien. Maar voorlopig klinkt ook bij dit laatste lumineuze idee om de grutto voor het boerenland te behouden hetzelfde refrein als bij de eerdere pogingen: het leek zo’n mooi plan, maar “it wurket noch net sa geweldich”, aldus Jaap Dijkstra van de boerenorganisatie Boerennatuur in het Friesch Dagblad.



Domme grutto

De Nederlandse grutto is waarschijnlijk in een evolutionaire val getrapt. Dit komt wereldwijd veel vaker voor.
Door Elja Looijestijn, VPRO gids nr.32

Ondanks uitgebreide subsidiering loopt de Nederlandse gruttopopulatie al jaren dramatisch terug. Jansen en Janssen praten deze week met onderzoekers, vogelliefhebbers, natuurbeschermers en boeren over het lot van de weidevogel en het nut van gruttosubsidie. Het zou kunnen dat de vogel in een evolutionaire val is getrapt, en de vraag is of subsidies daar iets aan kunnen doen.

Moeder Natuur doet al duizenden jaren haar best om al haar schepsels zo goed mogelijk uit te rusten voor hun leefomgeving. Helaas kan deze tegenwoordig door toedoen van de mens plotseling veranderen. Zo komt het dat sommige dieren door hun instincten benadeeld worden en keuzes maken die nadelig zijn voor het voortbestaan van de soort. Wetenschappers van de Amerikaanse Cornell University bedachten voor dit fenomeen de term ‘evolutionary trap’, oftewel evolutionaire val.

Martin Schlaepfer, Paul Sherman en Michael Runge publiceerden in 2002 het goed ontvangen artikel Ecological and evolutionary traps in het wetenschappelijke tijdschrift Trends in Ecology & Evolution. Daarin staan ook allerlei zielige voorbeelden van dieren die zichzelf soms de dood injagen door hun instincten te volgen. Weidevogels als de grutto broeden bijvoorbeeld graag op open plekken. Agrarische grond is daarom ideaal voor ze, maar vaak worden jonge vogeltjes vermalen door landbouwmachines. Een bepaalde keversoort probeert regelmatig weggooide bierflesjes te bevruchten, omdat die zoveel op de vrouwelijke kevers lijken. Tijdens de daad wordt hij dan overal door mieren gebeten.

‘Diersoorten die in de loop der tijd bepaalde overlevingsstrategieën hebben ontwikkeld op basis van omstandigheden in hun omgeving, ondervinden bij plotseling veranderende omstandigheden soms juist nadeel van deze gedragingen. Met een beetje pech kan zo een hele soort uitsterven’, zegt bioloog Jan Wanink.

De Caribische lamantijn leeft bijvoorbeeld in de winter graag in water dat warmer is dan twintig graden. Daardoor zoekt de zeekoe de warme waters rond elektriciteitscentrales op, buiten zijn normale leefgebied. Maar als er onderhoud aan de centrale gepleegd moet worden is het water ineens veel te koud voor de dieren. De lederschildpad eet vaak plastic zakken die hij aanziet voor kwallen, met fatale gevolgen. De Cubaanse boomkikker berijdt nogal eens vrouwtjes die op de weg doodgereden zijn, en loopt daarbij het risico dat hem hetzelfde overkomt.

Bioloog Wanink deed onderzoek naar vissoorten in het Victoriameer in Afrika, waar nadat de mens er nijlbaars in had uitgezet, het ecosysteem ernstig verstoord werd. ‘De lokale cichlidesoorten hadden een handige manier van voortplanting ontwikkeld: de vrouwtjes broedden de eieren uit in hun bek, zodat veel jonge visjes de gevaarlijke eerste fase van hun leven overleefden. Maar toen die grote roofvis hele volwassen vissen, met hun mond vol jongen, in één keer op ging vreten, gingen veel soorten hard achteruit.’

Ook mensen trappen wel eens in de evolutionaire val. Zo zijn wij dol op vet eten, omdat we daar vroeger maar weinig van konden krijgen en de reserves goed konden gebruiken. Nu leidt deze vetzucht tot hart- en vaatziekten en diabetes.



Next Page »