Een verslag van Roel van Broekhoven en Vladka Medusova over hun zoektocht in het Tsjechische dorp Brodce:
——————–
De mannen van het dorp Brodce, zo’n 200 kilometer ten zuidoosten van Praag, kunnen hun handen niet stilhouden. “Dat is geen Parkinson”, zeggen de vrouwen van Brodce, “alle mannen van boven de zeventig in het dorp hebben hetzelfde.” Eerst merk je het niet. Ze knijpen hard in de tafel of klemmen hun handen vast in hun schoot. Maar na een tijdje gaat zelfs de tafel trillen. Of, als die te zwaar is, slaat het over naar hun schouders en hun hoofd. “Ze horen ook niet zo goed”, waarschuwen de vrouwen van Brodce, “het hoge gekras van jarenlang kristalglas slijpen heeft hun gehoor aangetast.”
Ooit was de glasfabriek de trots van het dorp. Het glas werd geëxporteerd tot naar Japan en Mexico. Maar na de ineenstorting van het communisme is de fabriek gesloten. Sommige mannen kochten hun eigen slijpmachine toen de fabriek sloot. Daarmee slijpen ze nu verder, voor die ene toerist die langskomt en in het gastenboek schrijft: ”Wunderbar! Viel Glück!”
En de mannen knikken trots, vegen met een zakdoek een traan uit hun ooghoek. “Niet omdat ze ontroerd zijn”, haasten de vrouwen van Brodce zich uit te leggen. “Het fijne stof en de splintertjes raken ze nooit meer kwijt uit hun traanklieren”. De mannen halen dan hun schouders op. Zo is het nu eenmaal.
Grote mannen zijn het. Met grote handen en brede gespierde schouders - ook al zijn die wat gaan hangen. Hun huizen herken je aan de kleine kristallen bolletjes op de hekken, die in de zon het licht weerkaatsen. Als ze je hun foto’s laten zien van vroeger, achter hun machines in de fabriek, dan herken je ze ondanks de jaren die sindsdien verstreken. In houthakkershemd, met opgerolde mouwen tot ver boven de spierballen. In hun handen houden ze op de foto’s het liefst die grote vazen. “Weet je dat die wel 26 kilo wogen”, zeggen de vrouwen dan nog steeds trots. En trots halen ze de prachtige vazen, de fijnst geslepen wijnglazen en borden uit de vitrine, die standaard bij elke glasslijper in de woonkamer staat.
Deze mannen waren de kunstenaars binnen de glasindustrie. En toch, hoewel ze de crème de la crème waren van de socialistische arbeiderselite, de voorhoede van de jarenlange planeconomie, mannen die elkaar in de fabriek bestreden in competities voor de beste arbeidersbrigade, toch zijn de mannen geen uniforme modelarbeiders geworden. De onderlinge verschillen zijn groot.
Neem Divis en Ferda. Jarenlang zaten ze in de fabriek tegenover elkaar. Dag in dag uit hebben ze veertig jaar lang als voorzitters van hun eigen brigadegroepje het beste resultaat willen leveren. De twee mannen met tegenstrijdige opvattingen. Divis hoort bij de nog steeds gelovige communisten. Ze lijken allen herkenbaar aan de Honecker-achtige brilmonturen waarachter ze zich verschuilen. Een lichte achterdochtc koesteren ze nog steeds voor de ‘westerse’ bezoeker. Divis leest trots van de knalrode kroniek van de glasfabriek over de gouden tijden van de socialistische arbeid, over de altijd 100% vervulde plannen, over de bedrijfsuitstapjes die hij organiseerde. Naar Bulgarije, Roemenië, Polen - een gelukkige tijd was dat. Divis gelooft er nog steeds in dat alleen harde gezamenlijke arbeid de goede maatschappij kan teweegbrengen. En die was er in overvloed. “Bouwen, bouwen, bouwen - dat was de enige wat we toen wilden.” Ook al betekende het dat we na ons werk met z’n allen vrijwillig een flatgebouw gingen bouwen. Ja, arbeid was er wel genoeg, als je maar wilde. Anders dan deze onzekere tijden. Trots haalt hij twee kristallen glazen uit zijn vitrine en een boekje met patronen die hij allemaal uit zijn hoofd kent. Hij zou zo gewoon glas in kristal kunnen omtoveren, als zijn handen niet zo bibberden.
Na lang zoeken haalt Ferda uit de onderste la een stuk papier: een laureaat voor de beste arbeid in de fabriek. Er belanden oude foto’s op het plastic tafelkleed - de jonge Ferda met een maar liefst 26 kilo zware vaas. Hij haalt nog een medaille uit een klein rood doosje, voor “de beste slijper van de glasfabriek”. Dit stond niet in de kroniek van Divis. Ferda was het zwarte schaap van de fabriek - als leidinggevende liet hij nooit een communist binnen zijn groepje. 40 Jaar lang zaten deze twee mannen tegenover elkaar in de fabriek, 40 jaar lang leidden ze een stille oorlog. Divis tegen Ferda, die te goed was in zijn vak om alleen vanwege zijn overtuigingen ontslagen te worden. En dit terwijl hun vrouwen de beste vriendinnen waren. Nu zwaait Divis elke zondagochtend naar Ferda voordat hij de kerk binnenstapt. Dezelfde kerk die hij voor de revolutie met een grote omweg vermeed.
De zekere tijden zijn voor altijd voorbij, vertelt Ferda, terwijl hij ons rondleidt langs de gouden bron van zijn bijverdienste. Ja, je moet ook wat hebben naast dat geringe pensioen, wijst hij trots op zijn papegaaienkwekerij.
En zo is het dorp na zestig jaar onzichtbaar nog steeds verdeeld in twee kampen die allebei stiekem naar de tijd verlangen toen alles beter was.
Meer over ‘1948 - Tsjechië’?
- Bekijk de hele uitzending 1948 - Tsjechië
- Bekijk alle bijdragen op de In Europa Atlas: 1948
- Bekijk alle weblogberichten over 1948
