Het blijft onmogelijk om aan de geschiedenis van de Balkan te komen zonder ervan beschuldigd te worden partij te kiezen. In de tweede reeks van In Europa zal worden ingegaan op de overgang van een extreem verdeeld Joegoslavië naar de communistische eenheidsstaat van Tito. De fascistische Ustasha-staat zal hierin vanzelfsprekend aan de orde komen. Een onderwerp dat in vrijwel iedere al of niet politieke discussie met een gemiddelde Serviër onontkoombaar is.
Tijdens mijn reis door Servië werden we er meerdere malen op gewezen dat ‘wij’ (West-Europa en de VS) alleen oog hebben voor de gruwelen die het Servische volk onder Milosevic heeft begaan en dat we dreigen te vergeten wat er in de tweede wereldoorlog gebeurd is. Deze houding is typerend voor het ‘slachtofferdenken’ in de ex-Joegoslavische landen. Iedere plek in die regio kent minstens vijf verschillende versies van de geschiedenis. Het is waar dat Tito er alles aan heeft gedaan om de periode van bloedige strijd tussen Chetnics, Ustasha en Partizanen weg te schuiven. Dit gebeurde echter wel na een grondige eliminatie van collaborateurs. Zijn Joegoslavische staat van ‘eenheid en broederschap’ kon alleen tot stand komen door het wegstrijken van deze pijnlijke periode. Helaas zou dit verleden met behulp van nationalistische leiders na Tito’s dood weer in extreme mate boven komen.
In afwachting van de tweede In Europa-serie waarbij betrokkenen hun versie van deze geschiedenis zullen geven, hierbij alvast een stukje over de Ustasha-staat en met name de omstreden rol van de katholieke kerk in dit genadeloze regime dat tienduizenden Serviërs, joden en zigeuners het leven heeft gekost.
De nationaalsocialistische Ustasha-partij werd opgericht in 1929 onder leiding van Ante Pavelic. Doel was om het koninkrijk Joegoslavië uiteen te laten vallen en een onafhankelijk Kroatië op te richten, ‘een rijk van god’. Dit als reactie op de ‘Servische dominantie’ in de tijdens Versailles (1919) tot stand gekomen eenheidsstaat.
Het onafhankelijke Kroatië werd hiermee ook een project voor Mussolini. Deze steunde dan ook jarenlang de terroristische acties van de Ustasha. Toen koning Alexander een tribunaal opzette dat de staat moest beschermen tegen separatistische activiteiten van deze groep vluchtte Pavelic naar Rome waar hij samen met Il Duce de eerste stap op de weg naar het uiteenvallen van het rijk voorbereidde; de moord op Koning Alexander I. Na een mislukte eerste poging hiertoe slaagde Pavelic er in 1934 in het staatshoofd van kant te maken. De daarop volgende jaren werden de plannen voor een separatistische opstand vanuit Italië beraamd. Zonder succes.
Na de invasie van Belgrado door de Duitsers op 6 april 1941 riep Pavelic de Kroaten op zich tegen de Serviërs (het Joegoslavische leger) te keren om samen met de Duitsers en de Italianen te vechten. De Joegoslavische regering was al gevlucht, maar steeds meer Kroatische politici bleken al langer afspraken te hebben met de Duitsers en voegden zich bij het fascistische kamp. De dag dat de Duitsers Zagreb binnentrokken, 10 april 1941, riep de Ustasha partij de onafhankelijkheid uit. Dit was de afspraak tussen Hitler en Pavelic. Mussolini kreeg niet wat hij gehoopt had; een aansluiting van Kroatië bij Italië. Wel werd hetdesbetreffende grondgebied van Kroatië en Bosnië-Herzegovina onder de twee fascistische grootmachten verdeeld.
Diezelfde dag nog werd in de locale kranten van Zagreb aangekondigd dat de Serviërs twaalf uur hadden om de stad te verlaten en dat iedereen die Orthodoxen zou verstoppen, zou wordengeëxecuteerd. Pavelic keerde terug uit Italië (waar hij zich tot dat moment had schuilgehouden om aan de doodstraf te ontkomen) en werd persoonlijk gefeliciteerd met de onafhankelijke staat door Aartsbisschop Stepinac. Deze kreeg naast een religieuze ook een militaire functie.
De staat bestond uit 3 miljoen Kroaten, twee miljoen Serviërs, en minderheden als Moslims, Slovenen, Hongaren en Joden. Als marionettenregime van de nazi’s begonnen de Ustasha’s aan de systematische zuivering van hun katholieke onafhankelijke Kroatische staat. Dit op Kroatisch grondgebied en delen van Bosnië en Herzegovina. Pavelic verklaarde in 1941; “The Slavoserbs are the rubbish of a nation, the type of people who will sell themselves to anyone and at any price, and to every buyer “. Prominent Ustasha officer Mile Budak voegde hieraan toe; “We shall slay one third of the Serbian population, drive away another [third], and the rest we shall convert to the Roman Catholic faith and thus assimilate into Croats. Thus we will destroy every trace of theirs, and all that which will be left, will be an evil memory of them.”Zoals hieruit blijkt stond het elimineren van de orthodoxe Serviërs voorop, daarnaast werden duizenden joden en zigeuners uitgeroeid. Een groot deel stierf in het concentratiekamp Jasenovac. Volgens het ‘American Institute for Balkan affairs’ kwamen 750.000 Serviërs, 60.000 joden en 26.000 zigeuners om tijdens de Kroatische Holocaust. Professor Edmond Paris van hetzelfde instituut schreef over het regime; “The magnitude and the bestial nature of these atrocities makes it difficult to believe that such a thing could have happened in an allegedly civilized part of the world. Yet even a book such as this can attempt to tell only a part of the story.” Dit citaat uit ‘Partisans and Guerillas’ illustreert deze wreedheid nogmaals; “A good Ustashi,’ he told his men, ‘is he who can use his knife to cut a child from the womb of its mother.”
Volgens bronnen uit concentratiekampen vielen zelfs de monden van de SS-ers open van de wreedheid van dit Ustasharegime. Ze zouden zelfs het bevel hebben gekregen de Ustasha’s af te remmen.
Kruistocht
Er wordt vaak gesproken van de ‘kruistocht van de Kroaten’. Een onafhankelijke en puur Kroatische staat was de hoofdzaak, maar wel in de naam van god.
In 1939 had Eugenio Pacelli, paus Pius XII een aantal Kroatische bedevaarders toegesproken met de woorden. “De hoop op een beter toekomst lacht u toe, een toekomst waarin betrekkingen tussen kerk en staat zo geharmoniseerd zullen worden dat hij tot voordeel strekt van beide.” Twee jaar later zou duidelijk worden welke interpretatie de Ustasha’s hieraan gaven.
In het boek ‘The Vaticans Holocaust’ beschrijft Avro Manhatton hoe de kerk aan de wieg stond van de Ustasha terreur door vanaf het begin de onafhankelijke staat te steunen met als doel de verspreiding van het katholicisme. Meerdere priesters en bisschoppen zouden hebben meegewerkt aan de ontwapening van het Joegoslavische leger. Uit de katholieke pers (Hrvatski Narod, Nedelja, Novis list) blijkt hoe nauw zij hierbij betrokken waren. Daarnaast wordt in dezelfde kranten de revolutie vergeleken met de wederopstanding van Christus. Het katholieke weekblad Nedelja van juni 1941 schrijft; “Christ and the Ustashi and Christ and the Croatians march together through history. From the first day of its existence the Ustashi movement has been fighting for the victory of Christ’s principles, for the victory of justice, freedom, and truth. Our Holy Saviour will help us in the future as he has done until now, that is why the new Ustashi Croatia will be Christ’s, ours and no one else’s.”
Hoewel dit een erg controversieel punt blijft en uit genoeg bronnen blijkt hoe de katholieke kerk zich duidelijk uitsprak en actie ondernam tegen de moordpartijen op joden en andere minderheden, is de vervlechting van kerk en staat in de Ustashastaat een absoluut feit. Uit de grondige research van Cornwell Hitler’s Paus) en velen anderen blijkt hoe het in Kroatië niet alleen om een stilzwijgende goedkeuring van de kerk ging , maar dat deze als fundament van het fascistische regime fungeerde.
Aartsbisschop van Zagreb Alojzije Stepinac zou nog voor het binnenvallen van Joegoslavië door de Nazi-troepen tegen prins Paul gezegd hebben; “The most ideal thing would be for the Serbs to return to the faith of their fathers, that is, to bow the head before Christ’s representative (the Pope). Then we could at last breathe in this part of Europe, for Byzantinism has played a frightful role in the history this part of the world.”Een aantal dagen na de onafhankelijkheidsverklaring zegende dezelfde aartsbisschop de nieuwe leider Pavelic met de woorden; “God, who directs the destiny of nations and controls the hearts of Kings, has given us Ante Pavelic and moved the leader of a friendly and allied people, Adolf Hitler, to use his victorious troops to disperse our oppressors and enable us to create and Independent state of Croatia. Glory be to God, our gratitude to Adolf Hitler and loyalty to our Poglavnik, Ante Pavelic.”
De nieuwe Kroatische staat werd met groot enthousiasme ontvangen door een groot deel van de geestelijkheid. Pavelic stelde een ‘religieus equivalent’ van hem aan waarvoor Stepinac als vervent anticommunist en fanatiek verspreider van het katholicisme de aangewezen persoon was. Deze werd dan ook hoofd van het comité dat orthodoxen ertoe dwong zich tot het katholicisme te bekeren. Daarnaast was hij verantwoordelijk voor het straffen van degenen die dit weigerden.
In nieuwe wetten werd vastgesteld dat de Ustasha staat gebaseerd was op de katholieke kerk en waar het bekeren van Orthodoxen verplicht was. “Law concerning the conversion from one religion to another”. Het bureau voor religieuze zaken was belast met alle zaken aangaande de bekering van orthodoxe Serviërs. Als nieuwe katholiek zou je vrijgesteld worden van arrestatie, onteigening en executie. Maar dit bleek vaak een valse belofte.
De Ustasha zette speciale tribunalen op, zodat degenen die ‘het nieuwe Kroatië’ niet accepteerden, gearresteerd, gedeporteerd naar concentratiekampen en geëxecuteerd konden worden. Het voornaamste doel was duidelijk: een volledige eliminatie van de orthodoxe Serviërs. In 1941 vond een dergelijke zuivering plaats in Glina, waar meer dan zeshonderd orthodoxe mannen ouder dan vijftien jaar afgeslacht werden. Er zouden nog talloze van dergelijke gevallen volgen.
Controversieel was het bezoek van Pavelic vier dagen na de slachtingen in Glina aan het Vaticaan in 1941. De fascistische leider wordt hartelijk ontvangen door Pius XII die verklaart de Ustasha staat ‘de facto’ te erkennen als “bastion tegen communisme.” Ook zou de paus in een telegramwisseling de dictator op nieuwjaarsdag 1943 gezegend hebben met de woorden: ”Everything that you have expressed so warmly in your name and in the name of the Croatian Catholics we return gracefully and give you and the whole Croatian people our apostolic blessing.”
Dat bisschoppen, priesters en andere vertegenwoordigers van het ‘juiste geloof’ zelf militaire functies uitoefenden is onbetwijfelbaar. Zo was de Franciscaan Mate Mogus was de eerste Ustasha commandant in het Udbina district. Hij gaf met de volgende woorden het signaal voor de slachtpartij in deze regio; “Look people, at these 16 brave Ustashi, who have 16.000 bullets and who will kill 16.000 Serbs, after which we will divide among us in a brotherly manner the Mutilic and Krbava fields”. In Herzegovina was priester Marko Zovko verantwoordelijk voor de moord op 200 Serviërs en vervulden veel priesters vervulden hoge functies in de concentratiekampen. Zo zijn er talloze gevallen te noemen waarbij de geestelijkheid actief deelnam aan het terreurregime.
De moordpartijen bleven niet buiten de kerk. Ustasha’s bestormden zo nu en dan met veel geweld een orthodoxe kerk. Een groot deel van het Servisch-orthodoxe erfgoed werd vernield, geplunderd of getransformeerd tot een katholieke kerk. Eén vierde van de orthodoxe priesters werd publiekelijk vermoord, vaak opgehangen, om de toeschouwers van bekering te overtuigen. Dan volgden de ‘bekeersessies’ in dorpen waarbij de priesters altijd vergezeld waren door gewapende Ustasha. Ook kwam het voor dat de slachtoffers gekruisigd werden.
Het historisch materiaal van deze periode is een opsomming van beestachtige gruweldaden die aan de orde van de dag waren tijdens dit regime die zelfs de misdaden van het Duitse naziregime overtroffen in wreedheid. De primitieve manier van moorden en martelingen met hamers, messen en dergelijke instrumenten maakte concentratiekampen als Jasenovac wel tot de meest inhumane (in hoeverre kan dit?) in Hitler’s Europa. Geschat wordt dat er tijdens dit regime 770.000 orthodoxe Serviërs, 60.000 joden en 25.000 zigeuners zijn vermoord.
Zoals alles in de Balkengeschiedenis worden ook deze cijfers betwist door onderzoekers die beweren dat Serviërs deze gebruikt hebben om het nationalistisch fanatisme te voeden in de latere Balkanoorlog. Joodse slachtoffers zouden zijn meegeteld in de aantallen Servische slachtoffers.
Tegengeluid van de kerk?
Zoals in iedere dictatoriaal regime was het voor individuen levensbedreigend zich tegen het gezag te keren. Zo ook voor deze priesters en bisschoppen. Dit rechtvaardigt echter niet de passieve houding van de kerkelijke instituties als geheel.
Wel moet vermeld worden dat er enorme controverse bestaat in de bronnen over deze periode. Zo zijn een aantal brieven die Aartsbisschop Stepinac aan Pavelic schreef zeer in strijd met eerdere verklaringen en zijn functie als ‘bekeerder’. Zo zou hij in juli 1941 geschreven hebben; “As an Archbishop and representative of the Catholic Church I am free to call your attention to some events that touch me painfully. I am sure there will be hardly anyone having the courage to point to them, so it is my duty to do it. I hear from various sides about inhuman and cruel treatment of non-Arians…” Volgens zijn bewonderaars zou Stepinac Joden en Serviërs katholiek hebben laten worden om ze de nazi-vervolging te besparen. De beschuldigingen van de kerk in het Ustasha-bewind worden door deze verdedigers gezien als het erfgoed van Tito’s communistische propaganda.
Opvallend is in dit geval dat de bisschop de Ustasha zelfs na de inval van de partizanen is blijven steunen. Zijn bisschoppelijk paleis zou zelfs gediend hebben als schuilplek voor de Ustasha’s in hun guerilla oorlog tegen Tito. Uiteindelijk werd hij door de communisten berecht tot 16 jaar cel. Hij stierf in 1960. Bij de onafhankelijkheid van Kroatië in 1991 werd de bisschop gerehabiliteerd en zeven jaar erna zalig verklaard door Johannes Paulus II. Cornwell haalt in zijn boek het feit aan dat Pius XII alle betrokkenen in het proces tegen Stepinac geëxcommuniceerd heeft. Stepinac werd symbolisch voor zowel de beschuldiging als de verdediging van de Rooms-katholieke kerk in het Ustasha-regime.
Daarnaast is een groot aantal betrokken priesters en bisschoppen na de oorlog veroordeeld. Maar ook hebben velen dankzij de beschermende hand van het Vaticaan Tito’s straf weten te ontlopen. Paus Johannes Paulus II gaf op 22 juli 2003 in en Banja Luka een toespraak bij het klooster waar de Franciscaan Tomislav Flipovic Majstorovic, bekend als ‘broeder Satan’, in 1942 woonde. Hij was een leidend figuur in de massamoord op Servische dorpelingen en was commandant in Jasenovac. De paus vroeg in zijn oproep tot etnische verzoening om vergeving voor wat ‘door de kinderen van de kerk’ de Serviërs joden en zigeuners in de Tweede Wereldoorlog is aangedaan.
Meer over ‘1945 - Joegoslavië’:
- Bekijk de gehele uitzending op deze website
- Lees hier alle weblogberichten over de uitzending ‘1945 - Joegoslavië’
- Lees alle bijdragen op de In Europa Atlas: 1945


