Bij het doorspitten van artikelen over het Franse verzet in WO2 kwam ik een artikel tegen over de ‘Groupe Manouchian’, dat mij herinnerde aan de documentaire ‘Des terroristes a la retraite’ van Mosco Boucault en Denis Peschanski. Het ging hier om een verzetsgroep genoemd naar zijn Armeense leider Missak Manouchian. De groep bestond uit 23 leden waarvan 20 buitenlanders; Armeniërs, Polen Hongaren en Roemenen, waarvan veel Joden die aan de razzia’s van de vélodrome D’hivers in 1942 hadden weten te ontkomen. Anderen waren Spanjaarden en Italianen gevlucht voor het bewind in eigen land. De ‘Manouchians’ maakten deel uit van de ‘Francs Tireurs et Partisans’ (FTP) de immigrantengroep van de Franse communistische partij ‘main-d’œuvre d’immigree’ (MOI). Dit was het gewapende verzet dat naast het vervalsen van papieren en andere administratieve verzetsactiviteiten vanaf 1942 regelmatig aanslagen pleegde op Duitse fabrieken en op prominente SS’ers in en rond Parijs.
Toen in de zomer van 1943 bekend werd dat de Duitsers leden van de FTP/MOI op het spoor waren trok de Communistische partij alle niet-immigranten van de FTP terug uit Parijs. Wat van de georganiseerde en gewapende verzetsbeweging overbleef, was een honderdtal immigranten. Een aantal leiders van de MOI belandden in de martelkamers en al snel ook de namen van de ‘Group Manouchian’ genoemd. De groep werd opgepakt en de Duitsers maakten van de aanloop naar de executie een grootse nazi-propagandacampagne. De stad werd beplakt met duizenden exemplaren van de ‘affiche rouge’ waarop de leden geportretteerd staan naast foto’s van ontspoorde treinen en door kogels verminkte lichamen. De alles om te laten zien dat het verzet bestond uit “communistische stateloze joodse terroristen”. Na een aantal maanden van zware martelingen werden zestien van hen in Mont-Valerien gefusilleerd.
De documentaire ‘Les terroristes a la retraites’ veroorzaakte in 1985 een enorme rel bij de Franse communistische partij en deze kreeg het dan ook voor elkaar de televisievertoning ervan te laten verbieden door de erejury van verzetsleden.
Aan de hand van interviews met de overlevenden gaat de documentaire in op de vraag waarom alleen de niet immigranten van het ‘Parijse front’ werden teruggetrokken. Het vermoeden wordt gewekt dat de leiding van de communistische partij de joodse Manouchian leden bewust in de steek zou hebben gelaten en zelfs aan de Duitsers zou hebben verraden of verkocht. Dit omdat de belangen van de partij en de immigrantengroep steeds minder parallel liepen. Volgens de beschuldigen van Manouchians Meduwe wilde de partij af zijn van al die internationale joden om zich na de oorlog te kunnen profileren als de partij “der Franse gefusilleerden”, de groep die de eer van Frankrijk had gered. Deze theorie is onder anderen gebaseerd op een afscheidsbrief waarin haar man schrijft: “Ik schenk iedereen die me kwaad heeft gedaan vergiffenis, behalve degene die mij heeft verraden om zichzelf te redden en degenen die ons verkocht hebben.”
Hoewel nooit echt duidelijk is geworden in hoeverre deze beweringen gegrond zijn is de Group Manouchian symbool geworden voor de moedige immigrantenparticipatie binnen het Franse verzet dat is ‘vergeten’ door de naoorlogse verzetsveteranen en nooit recht heeft gehad op een verzetspensioen. Wel werd er in 1955 een straat naar hen vernoemd in het 20e arrondissement van Parijs. Ter ere hiervan schreef Aragon het gedicht ‘Strophes pour se souvenir‘, waarop Leo Ferrer zijn lied ‘l’Affiche rouge’ baseerde. Lees ook de laatste brief van Missak Manouchian aan zijn vrouw.
Meer over ‘1940 - Frankrijk’:
- Bekijk de hele uitzending ‘1940 - Frankrijk’
- Lees alle weblogberichten over 1940
- Vind meer video, audio en artikelen op de In Europa Atlas: 1940
