
Elke dag op de webredactie betekent een stroom van vragen beantwoorden. Over een mogelijke DVD-uitgave, over onze vermeende linkse of rechtse bevooroordeeldheid, over de DVD-uitgave, over onze uitspraak en/of spelling (webred: sorry!) en over de DVD-uitgave. Soms zit er er een vraag tussen van meer inhoudelijke aard, zoals deze:
Goedendag redactie,
Een vraag over de uitzending van 3 februari: aan wie verkochten de NAZI’s de zgn. Entartete Kunst, een grote inkomstenbron volgens de reportage.
Gaat dat om de situatie van voor 1939, het begin van de oorlog, en werd deze kunst naar het buitenland verkocht, of werd de kunst ook nog tijdens de oorlog verkocht, en zo ja: aan wie?
Deze vraag wordt niet beantwoord in de t.v.-reportage, en hij maakt mij wel nieuwsgierig.
Groeten,
F.M. te H.
Na de “Entartete Kunst”-tentoonstelling werden tienduizenden kunstwerken door de Nazi’s vernietigd. Praktisch tot in het idiootste detail werden velen ervan gebruikt als materiaal voor brandweeroefeningen. Deze waren vooral de mindere werken, de stukken met weinig monetaire waarde. Zo pragmatisch was men wel: een beetje ontaarding was niet verkeerd als dat de staatskas kon spekken. Geld was sowieso een belangrijk thema in de nationaal-socialistische kunstbeleving. Bij veel van de tentoongestelde “Entartete Kunst” werd de bezoeker ingewreven dat de artistieke troep met zijn duurbetaalde belastingcenten was betaald. Blijkbaar toen ook al een populair thema.
Werken die het regime geld konden opleveren, werden doorverkocht. Een deel daarvan bleef in Duitsland: Hermann Gring had bijvoorbeeld een zeer omvangrijke collectie. Voor de internationale markt contracteerden de Nazi’s Theodore Fischer van het veilinghuis Galerie Fischer te Luzern in Zwitserland. De Zwitser had goede contacten en verkocht onder andere werken van Paul Gauguin, Van Gogh en Picasso - veelal aan verzamelaars in Amerika.
Ik heb niet kunnen uitvinden of er nog veel is gehandeld in de oorlog, maar aangenomen mag worden dat behalve roofacquisities de kunsthandel in Europa redelijk stil heeft gelegen. Joden met interessante collecties wisten met de verkoop van kunststukken hun familie uit het kamp te redden of zelfs een uitweg uit het Duitse Rijk te betalen. Louis de Rothschild werd gedwongen zijn collectie voor een spotprijs van de hand te doen voordat hij het land mocht verlaten. Na negen maanden gevangenschap gaf hij eindelijk toe en konden de nazi’s volhouden dat het hier een eerlijke handel betrof. Geen roof maar koop. Veel van deze “koopjes” kwamen na de oorlog weer in de Sovjet-Unie terecht. Met het binnentrekken van het Rode leger werd de rover de beroofde. Maar dat laat ik voor een andere keer.
Ook een vraag? Mail het aan ineuropa@vpro.nl
Meer over ‘1937 - München’:
- Bekijk de hele uitzending ‘1937 - München’
- Lees alle weblogberichten over 1937
- Vind meer video, audio en artikelen op de In Europa Atlas: 1937
