De laatste aflevering van In Europa - over Spanje 1936 - is door ca. 830.000 mensen bekeken. Voeg daarbij de mensen die de herhalingen op dinsdag zien of kijken via Uitzending gemist en je komt op bijna 1 miljoen kijkers voor de serie! Dat is minder dan Boer zoekt vrouw (ruim 4 miljoen), maar voor een “informatief” programma is het ongelooflijk veel. We moeten het toegeven: we zijn een kijkcijferkanon geworden. In Europa is een van de best bekeken programma’s van Nederland 2. Dat is natuurlijk heerlijk voor het ego van de makers van de serie - maar toen we zo’n beetje uitgebloosd waren, vroegen we ons af: Wat is er aan de hand? Wat hebben we gedaan?
VERSLAAFD
Na de eerste aflevering van In Europa, vorig jaar november kreeg ik maandagmorgen een sms-je van Diederik Hoekstra van onze afdeling Communicatie: “Gefeliciteerd met de prachtige cijfers!” Ik heb hem toen teruggemaild: “Dankjewel. Maar hoe hoog zijn die dan en waar kun je die cijfers vinden?” Ik had namelijk geen idee.
Nu speur ik direct na de douche op maandagmorgen op het net naar de cijfers van de avond ervoor. Ze zijn onveranderlijk hoog, tot zeer hoog. En die ene keer dat ze wat lager waren, rond kerst bijvoorbeeld, had ik toch de pest in. Hoge cijfers werken verslavend. Ik geef het met tegenzin toe. Als je ze eenmaal hebt, wil je ze houden.
Ik had er een goede gewoonte van gemaakt (nogal koket) om als een van de laatsten in Hilversum, de dag na de uitzending niet direct naar de cijfers te informeren. In de eerste plaats omdat je er somber van wordt: VPRO-programma’s scoorden zelden hoog. De kijker laat zich liever wat makkelijker vermaken bij de commerciëlen of bij luchtiger programma’s als Spoorloos. De TV leek zijn tijd als bron van informatie te hebben gehad. Nova en het Journaal - dat was ongeveer het zwaarste wat de gemiddelde kijker aan leek te kunnen.
BAGGER
Maar er was een belangrijker reden dat ik niet zo nieuwsgierig was naar die kijkcijfers. Hoge cijfers blijken niets te zeggen over de kwaliteit van een programma. Anders gezegd: een heel goed bekeken programma is niet meteen ook een heel goed programma. Succesvolle televisie was niet zelden smakeloze bagger.
Toch werden de laatste jaren die dingen in Hilversum onlosmakelijk aan elkaar gekoppeld. Wat een fantastisch programma! Wat een hoge cijfers! De jubel over de “terugkeer” van de publieke omroep is voor een fors deel daarop gebaseerd. Je hoort nog steeds zelden iets over de originaliteit of de kwaliteit van de programma’s. Als het woord “succes” gebruikt wordt, gaat het over de kijkcijfers en vooral over het op RTL4 veroverde “marktaandeel”.
Nu moet ik even oppassen. Voor je het weet, bewijs ik hier dat de hoge kijkcijfers en de populariteit van In Europa niets met de kwaliteit te maken hebben. Nee, nee, In Europa is natuurlijk een intelligent programma van ongeëvenaarde schoonheid etc. Wie zijn wij om dat te ontkennen?
NIEUWE TIJDEN
Maar er is meer aan de hand. De populariteit van Geert Mak is waarschijnlijk de belangrijkste reden dat mensen in het begin zijn gaan kijken. De plaatsing op de zondag op een vast en goed tijdstip werkt daar aan mee. De enorme belangstelling in Nederland voor geschiedenis is een andere reden.
Maar er is ook iets aan het veranderen bij de kijkers. De roep om minder onzin, minder platvloersheid, minder gemakzucht op tv neemt toe. De kijker wil naast Boer zoekt vrouw weer televisieprogramma’s die ertoe doen. Die de blik op de wereld verruimen in plaats van de kijker te smoren in zijn eigen benauwend gelijk.
Die behoefte blijkt ook uit alle lovende (dank u! meer! meer!) emails die we krijgen. Van dat verlangen naar minder infantiele televisie profiteert In Europa. Maar ook het programma direct ervoor: Van Dis in Afrika (warm aanbevolen). En Zembla erna. En op maandag Tegenlicht.
Dus blijf ik maandag kijken naar die cijfers. En begin ik voorzichtig te denken dat het toch te maken heeft met het programma dat we maken. Maar laat het me vooral weten als ik me ten onrechte rijk reken.
Met vriendelijke groet,
Roel van Broekhoven, eindredacteur In Europa
