Kijkend naar de aflevering van afgelopen zondag trof mij de aanblik van Valle de los Caidos, het kolossale praalgraf van Franco. Vorig jaar stond ik zelf op die berg, half lacherig, half stomgeslagen, kijkend naar wat je alleen in Noord Korea of de boeken van Tolkien verwacht.
Zo gauw je uit Madrid geraakt treft het herdenkingskruis je meteen. Het is met zijn 152 meter het grootste ter wereld. Ter vergelijking, het Jezusbeeld van Rio de Janeiro is slechts 38 meter en de Utrechtse Domtoren een povere 112.
Ik was op reis met een paar van mijn Spaanse vrienden en al in de auto bleek dat de Burgeroorlog ook dwars door de kleine volkswagen liep.
Meer over ‘1936 - Spanje’:
- Bekijk de hele uitzending ‘1936 - Spanje’
- Lees alle weblogberichten over 1936
- Vind meer video, audio en artikelen op de In Europa Atlas: 1936
Daniel heeft een grootvader die aan Franco’s zijde had gevochten. Misschien niet helemaal overtuigd, maar goed, het is oorlog en je moet wat. Na het geschuifel langs de fronten en wachtposten op door God verlaten plekken, keerde opa Garcia veilig terug naar Madrid om verder te werken als autoreparateur. Jorge’s opa daarentegen had een heel ander pad gekozen. Als overtuigd communist had hij aan de Republikeinse kant gevochten en vluchtte na de overwinning van Franco naar Frankrijk om vanuit daar de strijd tegen de fascisten voort te zetten. Opa Aroca werd uiteindelijk een (postuum) gedecoreerd guerrilla. De verschillen tussen Goed en Kwaad liggen voor Jorge een stuk duidelijker en harder dan voor Daniel, wiens kijk op de zaak duidelijker relativerender is.
“Ah, ja iedereen deed maar wat, je moest maar net zo in een rood of rechts nest geboren worden Als er eenmaal oorlog is zijn je keuzes ontnomen.” Een zin die nog steeds een ongemakkelijk half uur in een krappe auto kan garanderen.
“Onzin, de regering was legitiem en iedereen wist het. Het was een complot van die vervloekte katholieken en rechtse zwijnen.” Jorge laat dit soort zaken wat minder gemakkelijk los en kent zijn feiten goed. Feiten als wapens, boeken als munitie, en elk gesprek als een volgende veldslag. Gelukkig is er op de plek zelf teveel te zien om je met het foute verleden van elkaars grootouders bezig te houden, de werkelijke demon ligt diep in de berg.
Het eerste wat je opvalt, is de soevereine positie van het complex. Het plein kijkt uit over de vlakte van Madrid als ware het vaders’ stoel in een ouderwetse huiskamer. Alles hier lijkt aan Franco’s voeten te liggen.
Vervolgens het kruisbeeld. Zoals ik al zei, het is groot. Maar de werkelijke afmetingen zijn eigenlijk onvatbaar. Aan de voet staan op elke hoek beelden van heiligen, als kwade reuzen, zwijgend instemmend. Hun afmetingen zijn zo enorm dat ze je simpelweg afleiden van alle mensenlevens en wandaden die er voor hun bouw nodig zijn geweest. De grootte maakt zo’n indruk dat je je allereerst tot de imposante omvang moet verhouden alvorens je toe kan komen tot andere, meer kritische, gedachten. Bijvoorbeeld hoe idioot het ondernemen van het bouwen überhaupt is. Laat niet gezegd zijn dat de fascistische esthetiek niet werkt.
Kijkend vanaf de balustrade zie je aan de voet van de berg een klooster liggen. Het ligt er knusjes bij, als ware het Franco’s eigen oksel waar het zich in nestelt. Het heeft de bewoners van het complex nooit gestoord dat er in hun achtertuin 20.000 dwangarbeiders aan het werk waren. Waarschijnlijk omdat het een monument was voor ¡Caídos por Dios y por España!” , de gevallenen voor God en Spanje, zoals er te lezen staat.
In de basiliek (Het kreeg die officiële status van Paus Johannnes XXIII) heerst een gewijde stilte. Het geheel is groter dan de Sint Pieter maar is met enige trucs officieel toch kleiner. Een klein deel van de ruimte is niet door een priester geheiligd en is daarom geen onderdeel van de basiliek. Woeste engelen houden de wacht, zwaard in de hand. De fascistische hang naar letterlijkheid levert zo een passende verbeelding van Franco’s huwelijk tussen leger en kerk. Bij het altaar staat Onze Lieve Heer al te wachten, in blank hout vervat houdt hij de wake bij de graven van Franco en Pimo de Rivera. Elke dag liggen er verse bloemen, daar ziet een Francistische stichting wel op toe.
Een blik in de folder vertelt je niets over de omstandigheden waaronder dit geheel tot stand is gekomen, alsof de wil van het volk de basiliek spontaan tevoorschijn heeft getoverd. Het Spanje dat Franco bedacht had mag hier ongestoord voortleven. Verse bloemen, de Heere Jezus en dagelijkse aanbidding.
Mijn vrienden hebben al deze fascisto-kitsch onderhand wel gezien.. “Hier tio Pepe (oom peppe, Franco’s koosnaam) deze is voor jou“. Een mobiele telefoon wordt boven het graf gehouden en een druk deuntje schelt eruit. Het is het lied van de Republiek, het lied van Franco’s tegenstanders. Het is niet precies wraak maar het is iets.
