Zul je net zien in zo’n week, eindredacteur Roel van Broekhoven is in het buitenland en was vanaf dinsdag slecht bereikbaar. Maar als direct verantwoordelijke reageert ook hij graag op de kritische noten die in de Volkskrant te lezen waren. Hieronder leest u de reactie die hij samen met researcher Edmond Hofland schreef. En natuurlijk blijven we nieuwsgierig naar uw mening. Dus schroom niet en laat het ons weten, dat kan via ineuropa@vpro.nl of voor eenieder leesbaar direct onder dit bericht.
Rest ons te melden: tot zondag, 21.05 uur op Ned2! En vergeet vooral ook niet te luisteren naar de collega’s van OVT die zondagochtend met onder andere historicus H.L. Wesseling nog even terug zullen komen op de discussie die deze week ontstond. Om 10 uur op Radio 1.
Klik op de link hieronder om de reactie van eindredacteur Roel van Broekhoven en researcher Edmond Hofland te lezen.
De pot verwijt de ketel
Afgelopen dinsdag plaatste de Volkskrant een tweefrontenaanval op de serie In Europa van de VPRO naar het gelijknamige boek van Geert Mak. Het Von Schlieffen-plan revisited lijkt het wel en hoe het met dat plan is afgelopen weten we inmiddels. Het is goed dat historische publicaties in welke vorm dan ook debat entameren. Dat is een van de doelen van het project In Europa. Het is goed om te bedenken dat het hierbij niet alleen gaat om een 35-delige televisieserie naar aanleiding van een boek, maar ook om een website met levendige discussies, het eveneens wekelijkse radioprogramma OVT, waarin gedebatteerd wordt met o.a. historici over de thematiek van de televisie-uitzending van die avond. Dit alles leidt tot interesse voor en een gevoel van betrokkenheid bij Europa en haar geschiedenis in brede lagen van de bevolking.
Voorwaarde voor een redelijk debat is wel dat wanneer er zulke grote verongelijkte woorden zoals de historicus Willem Melching gebruikt, je mag hopen dat er zorgvuldig is gekeken en correct wordt geciteerd. Van een beroepshistoricus mag je dat verwachten. Dat valt helaas een beetje tegen. Ook na lezing van zijn tweede artikel dat afgelopen donderdag werd afgedrukt.
In de eerste plaats richt Melching zich met zijn kritiek op de verkeerde persoon. Je hoeft maar éven te wachten op de aftiteling van een aflevering en je kunt zien dat niet Mak de maker is, maar een redactie van makers, researchers, producers, cameramensen, editors etc. Die redactie is met Geerts boek aan de slag gegaan. Ruim 1.200 pagina’s zijn vertaald naar 35 afleveringen van 35 minuten, waarbij elke aflevering een jaartal als uitgangspunt neemt. Bij dat jaartal wordt een thema gekozen dat verder reikt dan dat jaartal zelf. Mak treedt slechts op als verteller, gastheer en adviseur, maar laat ons daarbij gelukkig alle ruimte. Wij verbeelden de ondertitel van Maks boek: reizen door de twintigste eeuw. Televisiemaken is een ander vak dan boeken schrijven. Dus de stevige verwijten die Melching maakt had hij aan ons moeten richten.
Het is duidelijk waar bij Melching de schoen wringt: hij is beroepshistoricus en kijkt met de blik van de wetenschapper die in een boek alle ruimte en tijd heeft om zijn bevindingen uit te venten - maar bij het maken van televisie ligt dat anders. En dat hij meer verstand heeft van boeken lezen dan van het maken van televisie, laat hij goed zien. Het is, zoals de emeritus hoogleraar geschiedenis Henk Wesseling in Trouw zegt, best mogelijk dat er hier en daar wat ‘fout’ is gegaan, maar naar hij gelooft, gaat het uiteindelijk om de vraag of geschiedenis op televisie iets anders is dan geschiedenis in een wetenschappelijke verhandeling. ‘In een uitzending van 35 minuten kun je natuurlijk niet alle nuances overbrengen.’ Anders gezegd, Melching is een pointilist en houdt zich niet bezig met vergezichten. Daar staat tegenover dat televisie een andere en wel degelijk informatieve waarde heeft. Televisie kan soms in beelden van enkele seconden meer nuances, paradoxen en complexe gevoeligheden overbrengen dan een schrijver in tientallen pagina’s. Juist dat is ook de kracht van de bundeling van woord en beeld in dit project.
Elk geschiedverhaal baseert zich op bronnen en voor elk verhaal worden keuzes gemaakt. Er zijn geen definitieve boeken of films over Hitler of de DDR. Als je voor het één kiest betekent dat niet dat je het ander ontkent of voor onwaar houdt. Geen enkele historicus, ook wij niet, pretendeert dé waarheid in pacht te hebben. Eén waarheid is geen waarheid, zou Melching moeten weten. Ook wij hebben die niet in pacht, maar met behulp van historici, tijdgetuigen, nazaten en schitterend beeldmateriaal geven we wel een interpretatie van de afgelopen eeuw in Europa. Wij maken niet dé geschiedenis van Europa, maar wij nemen de kijker mee in Europa. Een beeldscherm kun je niet vullen met voetnoten en voor het weergeven van de laatste stand van zaken in historische discussies is een vakblad een beter podium.
Gelukkig hebben we in aflevering “1906”, waar Melching zijn pijlen op richt, niet gekozen voor Der Untertan van Heinrich Mann bijvoorbeeld – dat zou pas een cliché zijn: Duitsers als meelopers en conformisten neerzetten -, maar wel voor de Hauptmann von Köpenick, omdat je daarmee lijnen naar het heden kunt uitzetten hoe sommige mensen met geschiedenis omgaan. Kijk naar het gezelschap van oud-werklozen uit de voormalige DDR dat elke week dit toneelstuk op straat speelt. Zo valt er met de Hauptmann von Köpenick filmisch veel meer mee te doen. Zo’n scène laat zien hoe mensen verleden beleven. En dat toont precies aan dat geschiedenis op televisie vertellen niet alleen een andere vorm vereist, maar ook andere mogelijkheden biedt die niet zozeer de pretentie heeft om wetenschappelijk te zijn, maar wel om de kijker deelgenoot te laten zijn van een gemeenschappelijk verleden. Geschiedenis is immers verhalen vertellen, en bij televisie zoek je naar onderwerpen, mensen, gebeurtenissen waarbij beeld en tekst elkaar aanvullen. Het maken van scherpere keuzes is daaraan inherent. Keuzes die worden gemaakt vanuit het uitgangspunt van de aflevering.
Melching is niet onbekend met het maken van keuzes. Hij kiest uit de serie wat hem goed uit komt, alleen citeert hij onwetenschappelijk, slordig en soms fout bovendien. Mak noemde in zijn bijdrage afgelopen donderdag enkele voorbeelden. De uitvinder Franz Reichelt wilde in 1912 met zijn grote pak, waarmee hij op de balustrade van de Eiffeltoren staat te klapwieken, wel degelijk vliegen om als een albatros over Parijs te zweven. De commentator van het filmpje bevestigt duidelijk hoorbaar dit in een andere bron gevonden gegeven. Zoals Wesseling al opmerkte is er inderdaad wel een keer wat fout gegaan en Mak bevestigde de enkele omissie die wij hebben gemaakt. Dat wij die toegeven bevalt Melching evenmin. Kijkers wezen ons daar ook al op. Welwillend. Melching gebruikt termen als ‘hilarisch dieptepunt’. Hij schept er vreugde in. Maar het meest verbazingwekkende blijft dat een wetenschapper al een gemakzuchtig oordeel velt op basis van een paar afleveringen. Van een echte deskundige waar hij zichzelf toe rekent en die hij ons in zijn stuk aanbeveelt zou je op beter mogen hopen.
Roel van Broekhoven en Edmond Hofland (resp. eindredacteur en researcher In Europa)
