stad.jpg
Het heeft even geduurd maar eindelijk, eindelijk, lijkt er schot in de zaak te zitten als ik via via het nummer van de assistente van H. te pakken krijg. Ergens in Amerika gaat een telefoon over. Een keer, twee keer, en dan zoals bijna altijd kondigt de piep een verveelde voicemail aan.

“Hi, you’ve reached the voicemail….” De lijzige stem van de assistente sleurt zich door de lijnen naar mijn telefoon, het lijkt ‘r maar net te lukken. Ik haak weer af. De Amerikaanse hang naar een soort passief-agressief woordgebruik is altijd een beetje verwarrend. Ontslaan heet daar “laten gaan”, als blinde ben je visueel uitgedaagd en als men duidelijk wil maken dat het over gekleurde medemensen gaat noem je die ” urban”, het lijkt allemaal iets beschaafder. Het woord “reached”, bereikt, klinkt als een soort prestatie maar ondertussen mag ik voor de zoveelste keer vergeefs mijn boodschap inspreken, wetende dat dit geen reactie gaat opleveren.

H. is een vooraanstaand man met een C.V. als een telefoonboek. Heeft alles gezien en gedaan, op het wereldtoneel gespeeld en belangrijke gebeurtenissen naar zijn hand gezet. Zo’n man heeft klaarblijkelijk wel wat beters te doen dan een interview met ons af te leggen. Een machtige verdedigingslinie van assistenten, co-assistenten, telefonistes, secretaressen en voorlichters staat tussen mij en een man die alleen maar even “OK” hoeft te zeggen. Geen van de verdedigers wil het zover laten komen.

Stug doorploeteren en jezelf niet al te veel beschouwen als een man die het ‘nee’ van een meisje maar niet wil aanvaarden. Weer bellen, weer heb ik de voicemail bereikt en langzaam begint de logica van de ontkenning me over te nemen. Misschien bel ik wel telkens als ze zelf aan de telefoon zit. Misschien belt ze mij wel terwijl ik mijn boodschappen in spreek. Het is een groot misverstand, ze willen wel met me praten. Ik bel nog maar een keer om het allemaal uit te leggen.

Reageer!