Er gaat altijd wel iets fout, maar zelden was een reportage-reis zo enerverend als die voor het jaar 1943, naar Rusland en Polen. Tijdens een researchreis vorig jaar vonden we een bijzonder fascinerende foto van Lili Steinmüller. Ze staat tot aan haar bovenbenen bekoorlijk te zijn in het water van een Poolse visvijver. Een gewaagde foto voor die tijd, zeker als je weet dat hij genomen werd door een Poolse amateurfotograaf die in hetzelfde dorp woonde waar Lili met haar familie was neergestreken.
Door Roel van Broekhoven
Het was een van de idealen van Himmler, een Germanisierungsgürtel van de Baltische staten tot aan de Krim. Een lange muur van Duitse nederzettingen en het begin daarvan werd gemaakt in Polen. In het Generaalgouvernement in Zuidoost-Polen werd naar hartelust geëxperimenteerd met de Duitse bevolkingstheorieën. Joden werden afgevoerd naar de vernietigingskampen, die het gebied als een slotgracht omringden. Veel Polen (die voor de Duitsers ook een volk van niks waren) werden uit hun huizen gejaagd om plaats te maken voor zogenaamde Volksdeutsche: Duitsers uit Roemenië en Rusland. Zo was de familie Steinmüller in Siemnice terecht gekomen, toen ze hun huis betrokken stond de soep van de vorige bewoners nog lauw warm op tafel. De Polen uit het dorp dienden als werknemers op de boerderijen van de Duitsers, de joden waren voor de komst van de ‘kolonisten’ al afgeslacht en begraven naast de boerderij op de heuvel.
Lang hielden de kolonisten het er niet vol, lastig gevallen door partizanen en ten slotte verjaagd door de binnentrekkende Russen. Maar in de anderhalf jaar dat ze er zaten, slaagde de fotograaf Felix B. erin Lili Steinmüller vele malen te fotograferen. En, zoals de foto laat zien, niet echt tegen haar zin in.
Toen we vorig jaar met de foto’s in het dorpje aankwamen, verzamelde zich al snel een kringetje oude mannen om ons heen. “Aaah, Lili”, verzuchtten ze, waarna ze nog een aantal voor mij onverstaanbare Poolse bijvoeglijk naamwoorden aan de zuchten toevoegden.
Wat is er gebeurd met Lili Steinmüller? Haar familie is voor de Russen gevlucht, maar de broer van Lili was te laat en werd gepakt. De ene helft van het dorp wilde hem executeren, de andere helft vond hem met zijn 14 jaar te jong. En dus bleef hij in leven en vestigde zich later in een dorpje in de buurt. Na veel gezoek slaagden we erin hem te vinden - althans zijn zoon, Zhzislaw, want zijn vader, de broer van Lili, is al in 2001 overleden.
Zhzislaw weet weinig van zijn vader af, hij is nooit in het dorp terug geweest. De schaarse keren als zijn vader over de oorlog sprak, begon hij steevast te huilen. Van een tante Lili heeft de zoon nooit gehoord, de foto’s heeft ook hij niet eerder gezien. Terug in Nederland slagen we erin Lili te achterhalen. Ze is inmiddels 87 en woont in een dorpje in Rusland, 100 kilometer van Smolensk, met de lyrische naam “Achter het moeras”.
We filmen de zoon in het dorp, waar het voormalig dorpshoofd zich Lili nog zeer goed kan herinneren en ook haar broer Lonka, de vader van Zhislaw. Er komen andere foto’s op tafel, pijnlijke ook, met weer andere ooms van Zhzislaw in zwarte uniformen. Het dorp bemoeit zich ermee, nog meer foto’s en veel commentaar op de badpakfoto van Lili.
“Mooi was ze”, herinnert het dorpshoofd zich, “mooi maar Duits en dus voor ons onbereikbaar”. “Zo mooi is ze nou ook weer niet”, smaalt zijn vrouw in gezelschap van drie vlezige dorpsvrouwen, “kijk maar, ze was wat breed van onderen”. En: “Wie zich zo laat fotograferen is niet fatsoenlijk”. Waarop het dorpshoofd nog wel weet te melden (als de vrouwen weg zijn tenminste) dat er nog jaren na de oorlog een naaktfoto van haar van hand tot hand is gegaan in het dorp.
Dan slaat om onverklaarbare redenen de stemming om. De dorpelingen weigeren nog met ons te praten, duwen ons weg, zeggen niks meer. We hebben teveel aandacht besteed aan de familie van het dorpshoofd: men is jaloers, denkt dat hij ervoor betaald krijgt. Het feit dat cameraman Martijn foto’s heeft gemaakt van de lokale dronkenlap heeft ook geen goed gedaan: dit is een fatsoenlijk dorp, waarom moeten ze onze dronkenlap dan laten zien? Als dan de lokale kruidenier, die ons al licht godsdienstwaanzinnig voorkwam, begint rond te bazuinen dat wij ongelovige atheïstische honden zijn, is het pleit beslecht. Voor we op een mestkar het dorp worden uitgekruid, druipen we af.
We nemen Zhzislaw mee voor een lange treinreis naar Achter het moeras, het dorp waar Lili moet wonen. Als een kleine jongen heeft het dorpshoofd nog giechelend een boodschap voor haar ingesproken, verlegen maar trefzeker. Weet je nog Lili, herinner je me nog? Als zijn vrouw komt aanlopen, bloost hij en begint driftig daar te harken waar het absoluut niet nodig is.
De reis naar Achter het moeras voert door Wit-Rusland, waarvan we het bestaan even vergeten waren, zodat we uit de trein geplukt worden en teruggestuurd om een transitvisum te halen. Als de trein twee dagen later wederom met ons het grensstation binnenglijdt, zijn ze ons nog niet vergeten. Weer mogen we met de 10 koffers uitstappen en wachten, terwijl buiten de trein op een ander onderstel wordt getakeld voor het iets smallere Russische spoor. Het heeft te maken met alle camera-apparatuur, maar uiteindelijk spreekt een roodharige cheffin het verlossende woord: “Gaat U maar, wij weten het ook niet”.
We struikelen met de 10 koffers trap op, trap af en godzijdank, de trein staat er nog. Maar als we op het raam kloppen en de conducteur de deur open zwaait, begint de trein te rijden. Ik gooi me met bagage en al de trein in, maar die maakt zo snel vaart dat de rest van de crew het wel kan schudden. Maar we hebben buiten de Poolse conducteur gerekend die onverwijld aan de noodrem trekt en ons, terwijl de trein sissend tot stilstand komt en passagiers in de gang over elkaar heen tuimelen, lachend de trein binnen helpt. Vanuit de voorste wagon komt dan de Russische wagenmeester aanrennen, een knalrood hoofd, van woede spugend tegen zijn Poolse collega. maar wij zijn aan boord en horen de uren erna van de Poolse conducteur dat aan boord van de trein van Warschau naar Moskou “de oorlog eigenlijk nooit is afgelopen”. De Poolse en Russische bemanningsleden bestrijden elkaar al jarenlang in een listig spel vol treiterijen en soms heftige ruzies.
Wij zitten goed, en slapen tot station Smolensk. Op het verlaten stationsplein staat een enkele Lada, de straten zijn zo midden in de nacht leeg en het enige hotel dat plek heeft, is niet veranderd sinds de val van de Muur. Bruin namaakhout, bloemetjessprei en een wastafel die al jaren twijfelt of hij aan de muur zal blijven hangen. Het water is bruin en in een kamer (de mijne) staat een oude Oost-Duitse ijskast die meer herrie maakt dan de wasmachine thuis als die op volle kracht centrifugeert.
De volgende morgen zien we Smolensk bij dag. Een in mist gehulde industriestad, zo onmiskenbaar Russisch; ook hier lijkt niets veranderd sinds 1989. Nog 107 kilometer naar Lilly en zoals de hele reis al giet het ook vandaag weer van de regen. Victor heet onze chauffeur en als hij lacht - en hij lacht veel - zie je jezelf weerspiegeld in zijn gouden voortanden.
(wordt vervolgd)
Meer over ‘1943 - Polen’:
- Bekijk de hele uitzending ‘1943 - Polen’
- Volg the making of ‘1943 - Polen’ op het weblog
- Vind meer video, audio en artikelen op de In Europa Atlas: 1943

