Elke dag moet er bij ons op de redactie in alle talen van Europa gebeld worden met de overlevenden, nabestaanden en veteranen van de geschiedenis. Vandaag sprak Stefanie de Brouwer met Henry Bardin uit Bengy-sur-Craon.
Henry Bardin is 83 en is oud-verzetsstrijder. Daar heeft hij geen spijt van. Als 17 jarige boerenknecht in Bengy-sur-Craon betekende het einde van een dag hooien en koeien melken het begin van zijn werk in de Résistance. Hij heeft zo’n 600 à 700 man de demarcatielijn over geholpen.
Het waren vrijwel allemaal krijgsgevangenen, die de grens overstaken om gedemobiliseerd te worden. Dan konden ze daarna weer naar huis. Op mijn vraag of het ook best joden hadden kunnen zijn die zich uitgaven voor krijgsgevangenen, antwoordt hij dat dat best kan. “Er zat van alles tussen, maar ik vroeg er niet naar. Ik hielp ze naar de overkant en dat was het”.
Bardin was 17 jaar en woonde bij zijn ouders op de boerderij zo’n 3 km van de demarcatielijn verwijderd. Zijn vader was een veteraan uit de Eerste Wereldoorlog, die ervan overtuigd was dat ze allemaal gedeporteerd zouden worden als ze niets deden. Dus ging Henry braaf elke nacht met zo’n 10 tot wel 25 man de grens over en liep vervolgens in zijn eentje weer terug. Hij werkte de hele dag op het land, ging vroeg naar bed, rond 7 uur ’s avonds (“er was nog geen televisie, moet u weten”), en om 11 uur ’s avonds uur riep zijn moeder hem weer uit bed. Hij was eigenlijk nooit bang, behalve als hij in zijn eentje terug moest lopen. In het begin was het niet moeilijk, toen werd de demarcatielijn alleen maar bewaakt door Duitse militairen. Maar die werden allemaal weggeroepen om aan het oostfront te vechten. Toen kwamen de officiële douaniers en dat was andere koek, mensen die wisten wat ze deden, met Duitse herders die goed getraind waren. Toch is hij nooit gepakt, hij heeft geluk gehad naar eigen zeggen.
Er is niets meer over van de boerderij, ze zijn in 74 uitgekocht door Defensie, omdat het militaire oefenterrein in de buurt werd uitgebreid. Het weggetje waarlangs hij altijd liep is er niet meer. Het bosje waar ze doorheen liepen wel. Ik vraag of hij ooit nog contact heeft gehad met de mensen die hij hielp. Hij barst uit: “Iedereen riep: ‘Ik kom ooit terug om je te bedanken!’ Nou, ik heb er geen een gezien!”.
Hij heeft nooit geld gevraagd en dat was eigenlijk vrij bijzonder. Er waren er genoeg bij die het deden als handeltje, die er een hoop geld mee hebben verdiend. Ook waren er bij die mensen gewoon in the middle of nowhere achterlieten, die moesten het maar uitzoeken, en gingen er vandoor met hun bezittingen. Daar leeft niemand meer van, iedereen is dood. Hij is de enige uit de buurt, naast Maurice Renaudat, die het nog kan navertellen. Hij blijft er laconiek onder.
Als ik mijn bewondering uitspreek komt er toch nog wat trots tevoorschijn: “Ja, ik heb ook een diploma, door generaal de Gaulle persoonlijk ondertekend!”. Maar: “Het is ook de roekeloosheid van de jeugd, op mijn dertigste had ik het waarschijnlijk nooit gedurfd.”
Meer over ‘1940 - Frankrijk’:
- Bekijk de hele uitzending ‘1940 - Frankrijk’
- Lees alle weblogberichten over 1940
- Vind meer video, audio en artikelen op de In Europa Atlas: 1940