I have au

Cameraploeg op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing

‘I have au’, is het laatste dat ik nog uit mijn mond krijg. Te gek. Ik ben in China.

Ik mag als eerste journalist ter wereld een kijkje nemen in het gloednieuwe kantoor van Anshe Chung, een Chinese multi- multimiljonair, die haar geld verdient in virtuele werelden. Juist. Hoe ze dat doet? Chung ontwerpt, bouwt en verkoopt virtuele huizen aan rijke westerlingen. Ze is de grootste vastgoedhandelaar ter wereld, die geen enkel ‘echt’ bestaand huis heeft verkocht. Ongelooflijk toch?

Ik kan niet wachten om haar te spreken, maar ben zo ziek als een hond. Mijn keel doet zo’n pijn dat ik nauwelijks kan praten. Mijn interviewafspraak heb ik nu al drie dagen voor me uitgeschoven.

‘Ben je bang dat je voor niets naar China bent gevlogen?’ vraagt de cameraman die me volgt. Ik schrik van zijn vraag. ‘Nee joh, dit is zo weer over.’, antwoord ik luchtig. Maar diep van binnen vraag ik me wel af wat ik hier doe. Met een keelontsteking aan de andere kant van de wereld voel ik me ineens heel alleen.

Ik besluit een dokter te zoeken. Op straat houd ik iedereen aan. Vrouw, man, kind, bejaard.. met handen en voeten probeer ik uit te leggen dat ik een keelontsteking heb. Een vriendelijke man van –ik schat- eind tachtig, schuift op een bankje zijn noodles naar binnen als ik aan kom lopen. Ik wijs naar mijn keel zeg dat ik ‘ill’ ben. Hij denkt even na en wuift dan driftig met zijn hand naar rechts. Ik bedankt hem voor zijn hulp en zet koers naar rechts.

Maar los van het feit dat Chinezen geen woord Engels spreken, blijkt hun non-verbale communicatie heel anders dan de mijne. Drie straten verderop –als ik op een parkeerterrein uitkom- kom ik er namelijk achter dat het wuivende gebaar van de oude man niet betekende dat ik naar rechts moest, maar dat hij niet weet waar een ziekenhuis is.

Gelukkig staat er op mijn mobiele telefoon een vertaalprogramma dat een aantal standaard Chinese zinnetjes opratelt. Een daarvan is ‘I need a hospital’. Een chinees stemmetje vraagt zo voor mij de weg en ik vind inderdaad een ziekenhuis. Meteen een goed voorbeeld van wat nieuwe technieken en slimmigheden ons alledaagse leven kunnen betekenen.

Tien minuten later en tien euro armer, stap ik het ziekenhuis uit met een tas vol medicijnen. Half westers en half Chinees. Op hoop van zege dan maar. Op naar mijn multimiljonair.

| linda hakeboom | vrijdag, 21 december 2007 | 00:55 | 12 reacties | tags: China, Peking, Travel, Vertaalmachine, uitzending1
De verhuizing

De verhuizing

Erwin gaat verhuizen. De grootste stressfactor in iemands leven op het overlijden van een direct familielid na volgens de onderzoeken. En dan moet hij ook nog eens een nieuwe tv- en internetaansluiting aanvragen. Als dat maar allemaal goed gaat…

Op het moment dat hij zijn nieuwe huis betrekt werkt de tv-kabel al wel, maar het internetpakket is nog niet gearriveerd. We zien dat Erwin een nieuwe tv heeft besteld via internet. Na lang vergelijken, wikken en wegen is zijn keuze gevallen op een 40-inch lcd-toestel van Sony. Nogal een flinke jongen vindt zijn vriendin maar vooruit dan maar.

Erwin koos bewust voor lcd. ‘De verschillen tussen lcd- en plasmatoestellen zijn zo klein geworden dat je voor een groot formaat scherm niet meer hoeft uit te wijken naar een plasmascherm. Plasma heeft bovendien als nadeel dat het wat lastiger kijken is bij daglicht.’ Erwin heeft ook een Playstation 3 staan omdat hij daar Blu-ray films op kan kijken. Blu-ray is de beoogde opvolger van de dvd met nog scherper beeld en beter geluid. Net als in de jaren tachtig met de videorecorder is er echter een strijd gaande tussen verschillende formaten, in dit geval Blu-ray versus HD-DVD. ‘Ik raad iedereen nu aan om die strijd nog even af te wachten. Ik koos voor nu voor een Playstation 3 met Blu-ray speler, omdat je daar ook games op kunt spelen.’
Er staat nog een kastje naast Erwins televisie: een Apple tv. Dit stelt hem in staat de muziek, films en foto’s die hij op zijn Apple computer heeft staan, op zijn tv in de woonkamer te bekijken en beluisteren. Die bestanden haalt zo’n Apple tv via de draadloze internetverbinding in zijn huis op van de computer. En dus staat het kastje nog uit, want het internetpakket dat Erwin heeft besteld bij UPC, is nog niet gearriveerd.
Geen internet, dat is voor Erwin die vrijwel altijd online is een akelige situatie. Hij vraagt David om assistentie. Want tot het moment dat zijn pakket wel arriveert kan hij gebruik maken van het draadloze internetsignaal van een van zijn buren. Alleen is het signaal nogal zwak. David laat daarop zien hoe je met slechts een wifi-stick en een bierblikje een provisorische schotelantenne kan maken die het ontvangstbereik versterkt. En het werkt. Erwin ook weer blij.

| erwin van der zande | vrijdag, 21 december 2007 | 00:01 | 1 reactie | tags: Electronica, Verhuizen, uitzending1
Onbehoorlijk vlieggedrag

David on the plane

Ik heb altijd iets met vliegen gehad. Logisch want mijn vader vloog als boordwerktuigkundige voor de KLM. Mijn broer en ik waren niet bij vliegtuigen weg te slaan. Ik moet dan ook een jaar of acht zijn geweest toen ik vol trots in de achtertuin in mijn eerste vluchtsimulator stapte. Mijn vader had uit houtrestanten een zeepkist vluchtsimulator inclusief stuurknuppel voor me in elkaar getimmerd.

Menig uur vloog ik door fantasie gedreven door het luchtruim van onze achtertuin. Dan keek ik uit het vliegtuigraam zonder glas over het groene gras en waande ik me helemaal in de wolken.
Het enige wat er echter aan ontbrak om het nog echter te doen lijken was een horizon meter, zo’n metertje die aangeeft of je kist ten op zichte van de horizon wel horizontaal vliegt. Die had ik perse nodig omdat ik juist zoveel in de wolken vloog. Dan zie je niet of je wel veilig horizontaal vliegt.

Gelukkig was ik redelijk handig en met een schaar had ik uit een blikje de vleugelvorm van een vliegtuig uitgeknipt. Maar dat was niet genoeg. Hij moest de werkelijkheid simuleren. Na veel gepruts had ik het vleugelvormpje met een spijker op het cockpit dashboard getimmerd zodat deze kon schanieren en met een paar touwtjes aan de stuurknuppel verbonden. Trok ik de knuppel naar links voor een bocht dan bewoog het blikken vleugelvormpje ook naar links alsof mijn kist schuin hing ten op zichte van de horizon. Dat was net echt. Ok, je steeg dan wel niet op vanuit de achtertuin maar toch. Met de kinderfantasie kom je heel makkelijk los van de grond.

Aanboord van de 1 op 1 cockpit van de Boeing 737 in de eerste aflevering had ik die fantasie helemaal niet nodig. De combinatie van werkende cockpit instrumenten en het vliegen in een virtueel luchtruim via het internet is zo verbijsterend realistisch dat het heel dicht bij de werkelijke vliegprocedures komt. Je moet je dan ook strak aan die procedures houden want anders krijg je op je kop. Dat merkte ik toen ik achter de stuurknuppel ging zitten en omhoog, omlaag, rechts en links door het virtuele luchtruim zwabberde. Binnen een minuut werden we door de hobby luchtverkeersleiding opgeroepen. Ergens op zolder in Nederland moet die luchtverkeersleiding meneer op zijn computer hebben gezien dat ik als een luchtpiraat door het ruim zwalkte. Het was bijna een onwerkelijke ervaring. We werden namelijk onmiddelijk op onze vingers getikt en berispt voor ons onbehoorlijke vlieggedrag.

| david lemereis | donderdag, 20 december 2007 | 23:51 | 6 reacties | tags: Travel, Vliegsimulator, uitzending1
 
weblogs.In de Ban van het Ding