Virtueel vastgoed

Linda samen met Anshe Chung in Wuhan

Huizen worden nagebouwd, hele binnensteden en ook musea –inclusief collectie- zijn er te vinden. Een paar jaar geleden kwam de virtuele wereld Second Life op. Binnen no-time telde je als bedrijf niet echt mee als je geen vestiging in deze ‘tweede wereld’ had. Maar ook thuis werd Second Life een manier om de realiteit te benaderen, alleen dan op je eigen manier. De manier om je leven precies zo in te richten als je zelf wilt.

Inmiddels neemt de hype rond Second Life af, maar andere virtuele werelden staan alweer te springen om hun doorbraak te maken. Voor mijn werk houd ik die werelden natuurlijk in de gaten. Ik probeer ze ook uit. Maar persoonlijk heb ik er niet meer mee dan dat. In tegenstelling tot Ailin Graef, die in Second Life ‘Anshe Chung’ heet. Zij maakte een virtueel evenbeeld, maar ontdekte ook dat er meer in virtuele werelden zit dan alleen ‘een spelletje spelen’.

Graef bouwt virtueel vastgoed. Het blijft niet bij zomaar een paar huizen. Ze maakt in opdracht musea en bedrijfspanden na, maar ontwikkelt ook privé-eilanden en –noem eens wat- onderzeeërs. Ze begon met tien dollar, ontwierp een paar kledingstukken en daarna vastgoed, en bezit nu een enorm kantoorpand met honderd werknemers in Wuhan, China. Ze is de eerste die miljonair werd door te ‘werken’ in virtuele werelden.

Als ik haar ontmoet ben ik onder de indruk. Deze dame is slim met nieuwe ontwikkelingen omgegaan. Ze zag het niet als een bedreiging, maar juist als een kans. Ailin Graef had als een van de eersten door dat zij niet alleen een virtueel leven op kon bouwen, maar ook haar ‘echte’ leven drastisch kon veranderen. Op internet is ze een heldin. Een virtuele beroemdheid. Maar voor mij is ze een echte beroemdheid.

| linda hakeboom | vrijdag, 28 december 2007 | 19:42 | 9 reacties | tags: China, Second Life, Uitzendingen, Wuhan, uitzending2
I have au

Cameraploeg op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing

‘I have au’, is het laatste dat ik nog uit mijn mond krijg. Te gek. Ik ben in China.

Ik mag als eerste journalist ter wereld een kijkje nemen in het gloednieuwe kantoor van Anshe Chung, een Chinese multi- multimiljonair, die haar geld verdient in virtuele werelden. Juist. Hoe ze dat doet? Chung ontwerpt, bouwt en verkoopt virtuele huizen aan rijke westerlingen. Ze is de grootste vastgoedhandelaar ter wereld, die geen enkel ‘echt’ bestaand huis heeft verkocht. Ongelooflijk toch?

Ik kan niet wachten om haar te spreken, maar ben zo ziek als een hond. Mijn keel doet zo’n pijn dat ik nauwelijks kan praten. Mijn interviewafspraak heb ik nu al drie dagen voor me uitgeschoven.

‘Ben je bang dat je voor niets naar China bent gevlogen?’ vraagt de cameraman die me volgt. Ik schrik van zijn vraag. ‘Nee joh, dit is zo weer over.’, antwoord ik luchtig. Maar diep van binnen vraag ik me wel af wat ik hier doe. Met een keelontsteking aan de andere kant van de wereld voel ik me ineens heel alleen.

Ik besluit een dokter te zoeken. Op straat houd ik iedereen aan. Vrouw, man, kind, bejaard.. met handen en voeten probeer ik uit te leggen dat ik een keelontsteking heb. Een vriendelijke man van –ik schat- eind tachtig, schuift op een bankje zijn noodles naar binnen als ik aan kom lopen. Ik wijs naar mijn keel zeg dat ik ‘ill’ ben. Hij denkt even na en wuift dan driftig met zijn hand naar rechts. Ik bedankt hem voor zijn hulp en zet koers naar rechts.

Maar los van het feit dat Chinezen geen woord Engels spreken, blijkt hun non-verbale communicatie heel anders dan de mijne. Drie straten verderop –als ik op een parkeerterrein uitkom- kom ik er namelijk achter dat het wuivende gebaar van de oude man niet betekende dat ik naar rechts moest, maar dat hij niet weet waar een ziekenhuis is.

Gelukkig staat er op mijn mobiele telefoon een vertaalprogramma dat een aantal standaard Chinese zinnetjes opratelt. Een daarvan is ‘I need a hospital’. Een chinees stemmetje vraagt zo voor mij de weg en ik vind inderdaad een ziekenhuis. Meteen een goed voorbeeld van wat nieuwe technieken en slimmigheden ons alledaagse leven kunnen betekenen.

Tien minuten later en tien euro armer, stap ik het ziekenhuis uit met een tas vol medicijnen. Half westers en half Chinees. Op hoop van zege dan maar. Op naar mijn multimiljonair.

| linda hakeboom | vrijdag, 21 december 2007 | 00:55 | 12 reacties | tags: China, Peking, Travel, Vertaalmachine, uitzending1
 
weblogs.In de Ban van het Ding