| CES: Consumer Electronics Show in Vegas |
Las Vegas. Sin City. Is er een speciale reden waarom ’s werelds
grootste electronicabeurs in de woestijn van Nevada wordt gehouden? Ik
kan er geen verzinnen, behalve misschien dat alles er draait om geld
uitgeven. In de casino’s dan, want op de CES kon je geen gadget
kopen, het is een vakbeurs. Zo vond ik mezelf na een paar dagen in de
lokale Apple Store om een Bluetooth headset te kopen voor m’n iPhone.
Omdat ik zo opgegeild was door alle goodies op de beurs ter grootte
van tachtig voetbalvelden dat ik m’n koopdrift maar elders moest
ventileren.
Was er veel op de CES dat ik blind zou kopen? Nee, bijster
weinig eigenlijk als je het zo vraagt. Het enige waar ik echt naar
uitkijk, draadloos stroom, heeft nog een paar jaar nodig om marktklaar
te raken. Veel nieuwtjes waren leuk maar zijn geen jawbreakers. Met
Blue-ray heb ik geen haast, een grote platte tv heb ik net gekocht en
iPod hoesjes kan ik niet meer zien. De dingen die wel de moeite waard
zijn, zie je in de uitzending.
| CES |
Las Vegas: even weerzinwekkend als fascinerend. Loop je naar de
Eiffeltoren –indrukwekkende kopie-, klop je erop, is hij hol. En je hotel?
Voordat je bij de incheckbalie belandt, moet je je een weg door honderden
gokautomaten banen. Doe dat maar eens met een vliegtuigkoffer. Overal is
licht, overal zijn mensen en vooral; overal is geluid.
En temidden van die gekkigheid gaan wij naar de CES: de Consumer
Electronics Show. De grootste (hoe kan het ook anders)
consumentenelektronicabeurs ter wereld.
Ter illustratie: de oppervlakte van de beursvloer is meer dan 35
voeltbalvelden groot. Mocht je alle producten willen bekijken, dan het
kost je naar schatting 2,5 jaar. Het aantal bezoekers van de CES is gelijk
aan het aantal gokautomaten in Las Vegas: honderdveertigduizend. In 2007
gingen er 32.320 hamburgers over de toonbank.
De CES is immens, net als Vegas zelf. Iedere vierkante milimeter is
gevuld. Iedereen schreeuwt. Iedereen heeft haast. Je zal tenslotte maar
iets missen temidden van al deze lekkernijen. Zo groot, zo lawaaiig en zo
overweldigend, dat je door al het lekkers bijna de echte wereld uit het
oog verliest. Tot je weer op Schiphol staat. Ik had nooit gedacht dat ik
het daar ooit zo stil zou vinden.
Tussen alle snoepgoed en verkoopgeweld vind ik gelukkig mijn eigen held:
Sunny. Een robot bedoeld om les te geven aan autistische kinderen. Wat mij
betreft een voorbeeld van hoe nieuwe technologie ingezet kan worden voor
nobele doeleinden.
De eerste testresultaten? Sunny maakt de blits. Kinderen hangen aan zijn
lippen. Geen wonder, want Sunny weet zoveel, dat je je bijna niet meer
voor kan stellen dat hij geen mens is. Hij verliest nooit zijn geduld en
legt rustig -desnoods tien keer- uit wat de lesstof inhoudt. Autistische
kinderen zien hem als een vriend. Ik ook, na mijn gesprekje met hem. Bizar
dat je oprechte sympathie voelt voor iemand met een stalen constructie.
| CES |
Als je eenmaal lekker gezeteld in de treincoupé zit dan is de trein
op dit moment wellicht het meet comfortabele vervoersmiddel. Lekker
een krantje lezen, een koffie verkeerd erbij en voordat je het weet
ben je op het station.
Maar dat kan nog veel beter ontdekte ik op de CES. Ik mocht een ritje
maken op de bestuurders stoel van BOSS, een prototype robot auto met
ingebouwde computer chauffeur. BOSS rijdt je namelijk veilig naar je
werk zonder dat je zelf hoeft te sturen. Hij weet de weg, herkent
stopborden, omzeilt obstakels en stopt als er een auto van rechts
komt. Je kan dus gewoon dat krantje lezen. Kortom, het heeft de
voordelen van de trein zonder de nadelen. Je hoeft niet door weer of
wind per fiets of bus naar het station en je mist nooit de trein. Je
persoonlijke BOSS met computer chauffeur staat hoogstwaarschijnlijk
over een jaar 10 of 15 altijd klaar vertrek voor je deur geparkeerd.
OK, de BOSS is een prototype uitpuilend van lasers, radars en een
achterbak met een rek vol computers maar de tijd dat we zelf niet meer
sturen zit er snel aan te komen. Althans technologisch gezien. Volgens
een woordvoerder van General Motors zou de automatisch sturende al
binnen een jaar of vijf of tien al realiteit kunnen zijn. Maar zijn
wij mensen daar wel klaar voor? Een testritje met een zelfsturende
BOSS op een speciaal ingerichte parkeerplaats maakte me niet bang maar
ik zou m’n hart vasthouden als ik met zo’n auto het stadsverkeer in
moet. Je moet je eigen veiligheid overgeven aan een machine. Wie gaat
dat als eerste doen? En wat als ik straks met m’n Porsche BOSS door
een software foutje toch achterop een auto knal? Wie is dan
verantwoordelijk? De software fabrikant met zijn foutmelding ‘er is
een onverwachte fout in de software opgetreden’? Of de autofabrikant?
Of ben ik het als eigenaar van de auto? De techniek is in ieder geval
bijna rijp. De uitdaging zit hem echter in de mens. Die zal deze
technologie moeten leren accepteren. En dat zou weleens langer kunnen
duren dan menig fabrikant denkt.


