Artikelen van Linda Hakeboom:

Viganella

De zon schijnt in Viganella

De burgemeester is zo blij als een kind. Uit zijn aktekoffertje komt een laptop tevoorschijn, met daaraan een afstandsbediening. Niet voor allerlei bekende apparaten, televisieschermen of videorecorders. Nee, deze burgemeester bestuurt de zon.

Viganella is een klein bergdorpje in het noorden van Italië. Het ligt in een diep dal, omringd door twee hoge bergen. 83 dagen per jaar, van november tot februari, schijnt er de hele dag geen zonlicht. Niet goed voor de gemoederen. Van winterdepressies schijnt nog net geen sprake te zijn, maar een vrolijke boel? Allerminst.

Dat kan zo niet langer, besloot de burgemeester. Hij bedacht iets waarvan de meeste mensen in eerste instantie dachten dat het nooit zou lukken. Een spiegel die hoog boven het dorpje hangt, zou voor weerkaatst zonlicht kunnen zorgen. En zo geschiedde. Samen met een bevriende burgemeester van een dorpje verderop, plaatste Pierfranco Midali een spiegel van veertig vierkante meter in de bergen. Op 1100 meter hoogte hangt het gevaarte. Een computergestuurd systeem zorgt ervoor dat de spiegel altijd in de goede hoek staat om altijd zonlicht op het dorpsplein te hebben. Volautomatisch zonnetje, dus.

Maar voor speciale gelegenheden, bestuurt Midali de spiegel zelf. Zo kan hij niet alleen het dorpsplein verlichten, maar ook het huis van een dame die vandaag negentig wordt. Bij wijze van cadeautje.

Maar heeft de spiegel echt iets veranderd in Viganella? Het is nu precies een jaar geleden dat het bergdorpje in het zonnetje werd gezet. Ik ga terug om te kijken of de inwoners van het pittoreske dorpje er nu blij van zijn geworden. Geeft de nieuwe zonnestraal echt een lichtere kijk op het leven?

| linda hakeboom | zaterdag, 9 februari 2008 | 22:25 | reageer! | tags: Ontwerp, Uitzendingen, Zon, uitzending8
Ikbenstil.nl

Stille compu

50 dB geeft mijn decibelmeter aan als ik hem bij mijn oude computer houd. 50 dB. Dat klinkt heftig, maar valt relatief mee als je je bedenkt dat het geluid dat van een gewoon gesprek afkomt ongeveer 60 dB is. Een computer moet dus geen problemen opleveren, is de eerste conclusie. Maar wat je je niet beseft, is dat een gesprek een tijdelijke geluidsbron is. De computer is een constante bromtoon op de achtergrond.

De hele dag 50 dB aan je hoofd. Geen momentje rust aan je hoofd. Ook al heb je het idee van wel, als je collega’s hun mond houden. Mis, dus.

Er zijn wetenschappers die stress toeschrijven aan het geluid dat van je computer afkomt, of zelfs een ‘algeheel onbehagen’. Niet iedereen wil zo ver gaan. Maar dat de herrie ongemerkt je concentratievermogen vermindert, daar zijn deskundigen het over eens.

Stil maken dus, die handel. Het lijkt zo eenvoudig. Duur is het niet. Een geluidsarme computer zou in de winkel zo’n tien euro meer kosten. Dus wat staat fabrikanten nog in de weg? Juist. Consumenten kiezen voor de goedkoopste computer met de beste specificaties. Of een computer herrie maakt, daar denken de meeste kopers in eerste instantie niet over na.

Ik had het me ook niet beseft. Mijn computer heb ik stil laten maken in de speciale ‘stiltewinkel’ Ikbenstil.nl. 120 euro. Heel mooi gedaan. Maar de volgende keer dat ik een computer aanschaf leg ik toch eerst mijn oor er tegenaan. Bespaart me een hoop kopzorgen.

| linda hakeboom | zaterdag, 2 februari 2008 | 13:14 | 8 reacties | tags: Electronica, Geluid, Uitzendingen, uitzending7
CES

Las Vegas

Las Vegas: even weerzinwekkend als fascinerend. Loop je naar de
Eiffeltoren –indrukwekkende kopie-, klop je erop, is hij hol. En je hotel?
Voordat je bij de incheckbalie belandt, moet je je een weg door honderden
gokautomaten banen. Doe dat maar eens met een vliegtuigkoffer. Overal is
licht, overal zijn mensen en vooral; overal is geluid.

En temidden van die gekkigheid gaan wij naar de CES: de Consumer
Electronics Show. De grootste (hoe kan het ook anders)
consumentenelektronicabeurs ter wereld.
Ter illustratie: de oppervlakte van de beursvloer is meer dan 35
voeltbalvelden groot. Mocht je alle producten willen bekijken, dan het
kost je naar schatting 2,5 jaar. Het aantal bezoekers van de CES is gelijk
aan het aantal gokautomaten in Las Vegas: honderdveertigduizend. In 2007
gingen er 32.320 hamburgers over de toonbank.

De CES is immens, net als Vegas zelf. Iedere vierkante milimeter is
gevuld. Iedereen schreeuwt. Iedereen heeft haast. Je zal tenslotte maar
iets missen temidden van al deze lekkernijen. Zo groot, zo lawaaiig en zo
overweldigend, dat je door al het lekkers bijna de echte wereld uit het
oog verliest. Tot je weer op Schiphol staat. Ik had nooit gedacht dat ik
het daar ooit zo stil zou vinden.

Tussen alle snoepgoed en verkoopgeweld vind ik gelukkig mijn eigen held:
Sunny. Een robot bedoeld om les te geven aan autistische kinderen. Wat mij
betreft een voorbeeld van hoe nieuwe technologie ingezet kan worden voor
nobele doeleinden.

De eerste testresultaten? Sunny maakt de blits. Kinderen hangen aan zijn
lippen. Geen wonder, want Sunny weet zoveel, dat je je bijna niet meer
voor kan stellen dat hij geen mens is. Hij verliest nooit zijn geduld en
legt rustig -desnoods tien keer- uit wat de lesstof inhoudt. Autistische
kinderen zien hem als een vriend. Ik ook, na mijn gesprekje met hem. Bizar
dat je oprechte sympathie voelt voor iemand met een stalen constructie.

| linda hakeboom | vrijdag, 25 januari 2008 | 17:05 | reageer! | tags: CES, Electronica, Las Vegas, Travel, Uitzendingen, uitzending6
Serious games

Palestine
Serious games. De naam zegt het eigenlijk al: serieuze spellen. Dat klinkt
niet erg spannend. Maar daar gaat het in dit geval ook niet om. Serious
games zijn niet alleen op de entertainmentwaarde gericht, maar vooral
bedoeld om je iets bij te brengen. ‘Edutainment’ heet dat dan. Vooral
bedoeld als lesmethode voor scholieren. In de klas, welteverstaan.

Tot nu toe waren serious games vrij suf. Dat kwam voornamelijk omdat de
grote gameontwikkelaars er nog niet genoeg brood in zagen. Met de nodige
gevolgen van dien: slappe graphics, geen verhaallijn.

Maar neem nou de Denen. Zij zien wel brood in deze serieuze tak van sport.
‘Global Conflicts: Palestine’ is zo’n serious game die net een stapje
verder gaat. Oké, Grafisch gezien kan het nog steeds niet opboksen tegen
de echt grote jongens, maar het ziet er al heel aardig uit. Levendig
genoeg voor menig scholier, in ieder geval.

In ‘Palestine’ speel je een journalist die vanuit Jeruzalem het
Midden-Oostenconflict verslaat voor zijn krant. Aan de hand van quotes van
zowel Israëli als Palestijnen, die je op straat verzamelt, schrijf je je
verhaal. Pro Palestina, pro Israël, of juist neutraal. Die keuze is aan
jou. En dat is het ‘m nu juist.

De verhalen van mensen die je in het spel spreekt, zijn gebaseerd op echte
verhalen uit Jeruzalem. Van mensen die er echt leven, die dagelijks met
het geweld om moeten gaan. In het meest gunstige geval heb je sympathie
voor beide kanten en begrijp je dus ook waarom zo’n conflict zo lang
voortduurt.

Wereldproblemen zijn ingewikkeld. En misschien wel niet in een lesboek te
beschrijven. Voelen hoe de schoen wringt, doe je al iets meer in dit spel
‘op’ de straten van Jeruzalem. Maar of het echt iets gaat bijdragen? Dat
zien we pas aan volgende generaties scholieren.

| linda hakeboom | zaterdag, 19 januari 2008 | 07:24 | 9 reacties | tags: Games, Uitzendingen, uitzending5
Fablab

FabLab

Het heet een Fablab, en bestaat uit een set machines van bij elkaar zo’n 30.000 dollar, waarmee zo niet alles, dan toch veel kan worden ontworpen en gerealiseerd.” Zelf maken wat je nodig hebt. In het Fablab werk je met machines die je normaal alleen in de industrie tegenkomt. Het is een plaats waar je dingen kunt ontwerpen en maken waar je normaal alleen van kan dromen. Dat is wat de Fablabs over zichzelf zeggen. En dat blijkt ook wel.

In Afrika worden Fablabs bijvoorbeeld gebruikt om er huizen te maken die mensen in sloppenwijken zelf op kunnen zetten. Boeren kunnen er ook een apparaatje maken dat het vetpercentage in melk meet. Nog een leuk voorbeeld: in Noorwegen maakten herders een draadloze netwerkzender die ze om de nek van hun kuddedieren hangen, waarmee ze kunnen zien waar de dieren zijn. Nooit je kudde kwijt.

In Amsterdam ligt het nog iets anders. Je kan hier dingen maken, leuke dingen zelfs, en met mooie machines, maar ik zag er geen dingen gemaakt worden die je dagelijks leven direct positief zullen beïnvloeden. Het is nu nog vooral experimenteren en ontwerpen.

Het is er nog niet helemaal. Maar ik denk dat het Fablab-concept tot iets fantastisch uitgroeit. Als het Fablab erin slaagt om (meer) grote industriële machines neer te zetten, kan het een kweekvijver zijn van vernieuwende ontwerpers. Geen mensen die over veel geld beschikken om hun ontwerp aan de man te brengen, maar dat station kunnen passeren door het zelf te doen. Personal fabrication. Het kan een enorme boost zijn voor jonge creatievelingen. En veel inspirerende ideeën naar voren brengen.

Binnenkort ga ik graag nog eens kijken.

| linda hakeboom | donderdag, 3 januari 2008 | 18:17 | 5 reacties | tags: 3D, Fablab, Ontwerp, Personal fabrication, Uitzendingen, uitzending4
WiiJ

WiiJ’s

Spelcomputers worden steeds beter, groter en meer entertaining. Fabrikanten proberen ze steeds meer in ons leven te integreren. Door fitnessprogramma’s te schrijven voor de fitheid. Door online-communities te bouwen voor de interactiviteit. En door muziekprogramma’s, dierenverzorgprogramma’s en programma’s die je hersenen oefenen te schrijven voor de specifieke doelgroep.

Maar de populariteit van spelcomputers reikt ook buiten de huiskamer. In clubs komen ze sinds kort ook voor. WiiJ’s heten ze, dj’s die draaien zonder draaitafel, maar met de afstandsbediening van Nintendo’s Wii.

Timski en Sage heten ze, de twee Nederlandse WiiJ’s die ik ontmoet. Met hun Wii-controllers sturen ze hun zelfontwikkelde WiiJ-programma aan. De draaitafel is overboord. Een laptop is het enige dat ze voor zich hebben staan. Ze kunnen staan waar ze willen.

Omdat de WiiJ’s slechts kleine bewegingen hoeven te maken om de muziek te beïnvloeden, valt het het publiek niet direct op wat ze precies doen. Maar wie het wel opmerkt, staat direct geïnteresseerd te kijken. Timski en Sage kunnen de zaal inlopen en gewoon doorgaan met hun show. Draadloze dj’s, om het maar zo te zeggen.

Ik ben benieuwd wanneer het Wii-autostuur er is.

| linda hakeboom | donderdag, 3 januari 2008 | 18:12 | 3 reacties | tags: Electronica, Uitzendingen, Wii, uitzending3
Virtueel vastgoed

Linda samen met Anshe Chung in Wuhan

Huizen worden nagebouwd, hele binnensteden en ook musea –inclusief collectie- zijn er te vinden. Een paar jaar geleden kwam de virtuele wereld Second Life op. Binnen no-time telde je als bedrijf niet echt mee als je geen vestiging in deze ‘tweede wereld’ had. Maar ook thuis werd Second Life een manier om de realiteit te benaderen, alleen dan op je eigen manier. De manier om je leven precies zo in te richten als je zelf wilt.

Inmiddels neemt de hype rond Second Life af, maar andere virtuele werelden staan alweer te springen om hun doorbraak te maken. Voor mijn werk houd ik die werelden natuurlijk in de gaten. Ik probeer ze ook uit. Maar persoonlijk heb ik er niet meer mee dan dat. In tegenstelling tot Ailin Graef, die in Second Life ‘Anshe Chung’ heet. Zij maakte een virtueel evenbeeld, maar ontdekte ook dat er meer in virtuele werelden zit dan alleen ‘een spelletje spelen’.

Graef bouwt virtueel vastgoed. Het blijft niet bij zomaar een paar huizen. Ze maakt in opdracht musea en bedrijfspanden na, maar ontwikkelt ook privé-eilanden en –noem eens wat- onderzeeërs. Ze begon met tien dollar, ontwierp een paar kledingstukken en daarna vastgoed, en bezit nu een enorm kantoorpand met honderd werknemers in Wuhan, China. Ze is de eerste die miljonair werd door te ‘werken’ in virtuele werelden.

Als ik haar ontmoet ben ik onder de indruk. Deze dame is slim met nieuwe ontwikkelingen omgegaan. Ze zag het niet als een bedreiging, maar juist als een kans. Ailin Graef had als een van de eersten door dat zij niet alleen een virtueel leven op kon bouwen, maar ook haar ‘echte’ leven drastisch kon veranderen. Op internet is ze een heldin. Een virtuele beroemdheid. Maar voor mij is ze een echte beroemdheid.

| linda hakeboom | vrijdag, 28 december 2007 | 19:42 | 9 reacties | tags: China, Second Life, Uitzendingen, Wuhan, uitzending2
I have au

Cameraploeg op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing

‘I have au’, is het laatste dat ik nog uit mijn mond krijg. Te gek. Ik ben in China.

Ik mag als eerste journalist ter wereld een kijkje nemen in het gloednieuwe kantoor van Anshe Chung, een Chinese multi- multimiljonair, die haar geld verdient in virtuele werelden. Juist. Hoe ze dat doet? Chung ontwerpt, bouwt en verkoopt virtuele huizen aan rijke westerlingen. Ze is de grootste vastgoedhandelaar ter wereld, die geen enkel ‘echt’ bestaand huis heeft verkocht. Ongelooflijk toch?

Ik kan niet wachten om haar te spreken, maar ben zo ziek als een hond. Mijn keel doet zo’n pijn dat ik nauwelijks kan praten. Mijn interviewafspraak heb ik nu al drie dagen voor me uitgeschoven.

‘Ben je bang dat je voor niets naar China bent gevlogen?’ vraagt de cameraman die me volgt. Ik schrik van zijn vraag. ‘Nee joh, dit is zo weer over.’, antwoord ik luchtig. Maar diep van binnen vraag ik me wel af wat ik hier doe. Met een keelontsteking aan de andere kant van de wereld voel ik me ineens heel alleen.

Ik besluit een dokter te zoeken. Op straat houd ik iedereen aan. Vrouw, man, kind, bejaard.. met handen en voeten probeer ik uit te leggen dat ik een keelontsteking heb. Een vriendelijke man van –ik schat- eind tachtig, schuift op een bankje zijn noodles naar binnen als ik aan kom lopen. Ik wijs naar mijn keel zeg dat ik ‘ill’ ben. Hij denkt even na en wuift dan driftig met zijn hand naar rechts. Ik bedankt hem voor zijn hulp en zet koers naar rechts.

Maar los van het feit dat Chinezen geen woord Engels spreken, blijkt hun non-verbale communicatie heel anders dan de mijne. Drie straten verderop –als ik op een parkeerterrein uitkom- kom ik er namelijk achter dat het wuivende gebaar van de oude man niet betekende dat ik naar rechts moest, maar dat hij niet weet waar een ziekenhuis is.

Gelukkig staat er op mijn mobiele telefoon een vertaalprogramma dat een aantal standaard Chinese zinnetjes opratelt. Een daarvan is ‘I need a hospital’. Een chinees stemmetje vraagt zo voor mij de weg en ik vind inderdaad een ziekenhuis. Meteen een goed voorbeeld van wat nieuwe technieken en slimmigheden ons alledaagse leven kunnen betekenen.

Tien minuten later en tien euro armer, stap ik het ziekenhuis uit met een tas vol medicijnen. Half westers en half Chinees. Op hoop van zege dan maar. Op naar mijn multimiljonair.

| linda hakeboom | vrijdag, 21 december 2007 | 00:55 | 12 reacties | tags: China, Peking, Travel, Vertaalmachine, uitzending1
 
weblogs.In de Ban van het Ding