Artikelen van David Lemereis:
| Veilig het web op? |
Bijna elke nieuwe computer wordt tegenwoordig meteen op internet aangesloten,
maar David komt erachter hoe gevaarlijk dat is. Met een veiligheidsexpert ziet
hij hoe snel een computer met allerlei virussen wordt besmet, en wat daar nu
wel en niet aan te doen is.
| Human Area Network |
Het klonk zo spannend en veel belovend. HAM oftewel Human Area Network maakt van je lichaam een ADSL kabel waarbij je via aanraking databestanden met andere mensen kan uitwisselen. Hoewel Microsoft en Sony in het verleden ook experimenteerden met dergelijke technologie gaven ze het op. Het lukte niet om het menselijke netwerk bruikbare snelheid te geven.
Wetenschappers van Nippon Telegraph en Telecom in Japan wisten in hun smartlabs de technologie wel zo te verfijnen dat ze met zo’n drie keer de snelheid van bluetooth via het lichaam en zelfs door kleren en schoenen heen bestanden konden overseinen. Ze noemen de technologie RedTacton.
RedTacton gebruikt het ultra zwakke electrische veld dat ieder mens op het oppervlakte van zijn lichaam uitstraalt. Dat is ook meteen de reden dat RedTacton dataoverdracht door kleren en schoenzolen lijkt heen te gaan. In de werkelijkheid waaien de bitjes en bytjes door het veld rondom je lichaam en dus ook je kleren en schoenen en gaat er geen ’stroom’ door je lichaam.
In de praktijk betekent het dat je bijvoorbeeld een RedTacton zendertje en ontvanger in je mobieltje hebt. Kom je op een sollicitatie gesprek dan zou je bijvoorbeeld je CV vanaf je mobiel door het handenschudden met je mogelijke toekomstige baas meteen naar zijn of haar mobieltje of PC kunnen overseinen. Dat mobieltje met RedTacton hoeft je lichaam ook niet aan te raken. Zolang het zich ongeveer binnen tien centimeter van je lichaam bevindt, werkt de overdracht.
Dat klonk fantastisch en vol nieuwsgierigheid reisde ik af naar het smartlab van NTT in Japan. Wat voor briljante toepassingen zouden ze hebben bedacht? Dat bleek zwaar tegen te vallen. De wetenschappers hadden een verbijsterende technologie uitgevonden maar wisten eigenlijk niet goed hoe ze het konden toepassen. Ze kwamen niet veel verder dan beveiliging. Je draagt een RedTacton kaartje op zak en alleen jij kan bijvoorbeeld door aanraking een kluis- of een autodeur openen. Dat is net zo veilig of onveilig als een sleutel. Je moet namelijk wel een RedTacton kaartje op zak dragen die je net zoals een sleutel kan verliezen. En foto’s of filmpjes van je mobiel via aanraking naar andere mensen overseinen is het ook al niet helemaal. Je zal toch eerst dat mobieltje uit je zak moeten halen om aan te geven welke foto’s je naar wie wil overseinen. Wat is dan nog het voordeel van aanraken? We doen dat toch al lang via bluetooth? Jammer, dat ik daar niet goed over had nagedacht, voordat ik een lange reis naar Japan maakte. NTT heeft met RedTacton een briljante vondst gedaan maar zonder een killer-toepassing betwijfel ik of deze technologie onze levens ooit zal raken.
| CES |
Als je eenmaal lekker gezeteld in de treincoupé zit dan is de trein
op dit moment wellicht het meet comfortabele vervoersmiddel. Lekker
een krantje lezen, een koffie verkeerd erbij en voordat je het weet
ben je op het station.
Maar dat kan nog veel beter ontdekte ik op de CES. Ik mocht een ritje
maken op de bestuurders stoel van BOSS, een prototype robot auto met
ingebouwde computer chauffeur. BOSS rijdt je namelijk veilig naar je
werk zonder dat je zelf hoeft te sturen. Hij weet de weg, herkent
stopborden, omzeilt obstakels en stopt als er een auto van rechts
komt. Je kan dus gewoon dat krantje lezen. Kortom, het heeft de
voordelen van de trein zonder de nadelen. Je hoeft niet door weer of
wind per fiets of bus naar het station en je mist nooit de trein. Je
persoonlijke BOSS met computer chauffeur staat hoogstwaarschijnlijk
over een jaar 10 of 15 altijd klaar vertrek voor je deur geparkeerd.
OK, de BOSS is een prototype uitpuilend van lasers, radars en een
achterbak met een rek vol computers maar de tijd dat we zelf niet meer
sturen zit er snel aan te komen. Althans technologisch gezien. Volgens
een woordvoerder van General Motors zou de automatisch sturende al
binnen een jaar of vijf of tien al realiteit kunnen zijn. Maar zijn
wij mensen daar wel klaar voor? Een testritje met een zelfsturende
BOSS op een speciaal ingerichte parkeerplaats maakte me niet bang maar
ik zou m’n hart vasthouden als ik met zo’n auto het stadsverkeer in
moet. Je moet je eigen veiligheid overgeven aan een machine. Wie gaat
dat als eerste doen? En wat als ik straks met m’n Porsche BOSS door
een software foutje toch achterop een auto knal? Wie is dan
verantwoordelijk? De software fabrikant met zijn foutmelding ‘er is
een onverwachte fout in de software opgetreden’? Of de autofabrikant?
Of ben ik het als eigenaar van de auto? De techniek is in ieder geval
bijna rijp. De uitdaging zit hem echter in de mens. Die zal deze
technologie moeten leren accepteren. En dat zou weleens langer kunnen
duren dan menig fabrikant denkt.
| Zooop |
Zooop is het Franse woord voor Vroeeem zoals je dat in cartoons tegenkomt. Dat is een mooie naam voor de rappe electrische auto van Madame Courrèges. Die Calimero auto heeft namelijk een topsnelheid van 180 km per uur en accelereert bloedje snel. Hoe snel weet ik niet precies maar wat acceleratie betreft doet de Zoop zeker niet onder voor menig supercar. Bovendien heeft de Zooop ook nog eens een actieradius van 450 kilometer voordat je weer bij moet ‘tanken’.
En dat is nou precies de reden waarom ik denk dat de electrische auto zo langzaam van de grond komt. Tanken is het grote probleem. Met mijn benzine auto ben ik na een paar honderd kilometer binnen een minuut of vijf bijgetankt en weer onderweg. Maar hoe los ik dat op met een electrische auto als ik op een vakantie rit op weg ben naar Polen? Ik zie me niet bij een Tankstelle langs de autobahn in Duitsland vijf of zes uur wachten voordat de accu’s vol geladen zijn. Even terzijde dat iedere tankstelle vele hectares groot zou moeten zijn om de honderden en duizenden wachtende auto’s een oplaad parkeerplaats te bieden. Dat gaat van ze levensdagen niet werken.
Kortom, de techniek zal de prestaties en actieradius van de electrische auto zondermeer verbeteren maar het echte probleem zit hem in de infrastructuur, net zoals dat een bezwaar vormt bij auto’s op waterstof. Waar kan je dat tanken? Misschien is een soort ‘dockingstation’ voor electrische auto’s een oplossing. Je komt aanrijden op het ‘elektrostation’ en geheel automatisch wordt het zware accuplatform in je auto verwisseld met een verse, met volgeladen accu’s. Iets in die trend anders zie ik voorlopig geen electrische, heilige koeien het landschap verschonen.
| 3D print |
“En meneer, gaan we dit in toekomst printen?” vroeg ik aan de man van
TNO terwijl ik mijn mobiel uit mijn zak haalde. “Ja,” luidde het
antwoord resoluut. Het is nauwelijks voor te stellen maar we staan aan
de vooravond van een revolutie. Binnen een jaar of tien of vijftien is
het heel goed mogelijk dat je electronische apparaatjes thuis op een
3D printer uitprint. Dat is bijna niet voor te stellen maar de
revolutie is al in volle gang. Een vriendin van mij zat laatst bij de
tandarts voor een kroonbehandeling. De tandarts nam 3D foto’s van haar
kies en een half uur later was de kroon klaar. Wetenschappers in
Amerika printten recentelijk de eerste werkende, flexibile batterijen
met ‘gewone’ inkjet print technologie. Zonnepanelen, RFID tags en
zelfs kleuren TFT schermen worden nu ook met dergelijke technologie
geprint. Dit jaar nog komt fabrikant Desktop Factory uit met de eerste
betaalbare 3D printer voor 5000 dollar. De verwachtingen zijn dat de
prijzen van dergelijke printers in de komende jaren zullen kelderen.
Het meest opzienbarend is dat de doe-het-zelvers in hun garages open
source 3D printer projecten van start zijn gegaan zoals de Sugar printer waarbij een 3D printer met suiker
allerlei vormen maakt en de RepRAp. Deze printer moet zich zelf
uiteindelijk voor een habbekrats kunnen repliceren door zich zelf uit
te printen. Dan is er ook nog het fab 2 home 3d printer kit. Voor 2400 dollar koop
je een kit waarmee je eigen 3D printer thuis kan maken. De objecten
die je print zijn nog primitief maar het zijn wel allemaal tekenen aan
de wand.
| Moleculair koken |
De chefkok Moshik Roth heeft er een hekel aan dat hij in de media als stikstof-kok door het leven gaat. Moleculair koken gaat niet over stikstof of enig ander stofje. De moleculaire gastronomie is het koken met kennis van natuur- en scheikunde. Toch kiest men graag voor het spektakel van stikstof, zoals op deze foto. Indrukwekkend en leuk om te zien. Maar dat is niet wat Moshik Roth voor ogen heeft. Het draait om bizarre en heerlijke gastronomische smaaksensaties, hij wil vooral het onderste uit de smaakkan van zijn ingrediënten halen.
Het moleculair koken doet me gek genoeg aan Photoshop denken. De mogelijkheden van Photoshop zijn namelijk uit te breiden met plugin filters waarmee je de gekste effecten op je foto’s kan loslaten. Je herkent het gebruik van filters door beginnende Photoshopper aan hun beelden. Ze gebruikten filtertje zus en zo. Bekijk het werk van gevorderde Photoshoppers en je ziet de meest fantastische beelden zonder dat je de filtertruukjes proeft al hebben ze die misschien wel gebruikt.
Zo is het ook met moleculair koken. Stikstof is een moleculair kooktrucje dat er spectaculair uitziet. Maar als je een eitje uit de keuken van Moshik Roth proeft, dan weet je niet dat het ultieme smakende eitje twee uur lang op 69 graden Celcius is ‘gekookt’. Het is een leuk weetje, maar uiteindelijk draait het alleen maar om de smaak en niet om de truc. Dat is moleculair koken volgens Moshik Roth.
| Electrische speeltjes |
Objecten als de Easy-glider en een Hoverboard testen is geen werk maar spel. Met die electrische speeltjes een beetje in Amsterdam rondscheuren. Wat wil je nog meer? Van beide voertuigen had ik op het web al filmpjes gezien en dat beloofde veel spelplezier.
Des te groter was de teleurstelling toen ik voor het eerst de gashendel van de Easy-glider open gooide. Er gebeurde wel wat maar het was niet veel. Aan het geluid te horen slipte er iets in het mechaniek dat het wiel van de Easy-glider aan moest drijven. Electrisch aangedreven voertuigen horen zo ver ik weet minimaal geluid te maken.
Met het gepruttel viel wel te leven, want eenmaal op gang werd het beestje rustig. Te rustig. Ik wilde geen rust, ik wilde power. En dat had de Easy-glider zelfs met een volle accu veel te weinig. Op een stukje vals plat begon hij tegen te sputteren. Dit leek wel een hele zware job voor hem. Het werd met de minuut erger. Logisch, de accu liep ook als een razende leeg. Geen idee hoeveel kilometer ik werkelijk heb gereden, maar voor mijn gevoel haalde ik de tien niet eens. En dan wordt het spel opeens werk. Dan moet je als journalist een oordeel over het testobject vellen. Een flutding is je eerste conclusie, maar dat oordeel zat me toch dwars.
Ik had het gevoel dat mijn ervaring met de Easy-glider totaal niet rijmde wat ik op die filmpjes zag. Daar leek de Easy-glider leuk, stil en snel genoeg om je aardig mee te vermaken. Mijn Easy-glider voelde echter als een maandagmorgen model. Er was gewoon iets niet goed of het was echt een flop. Normaal gesproken zou ik de leverancier bellen. Vragen of dit de werkelijke belofte van de Easy-glider was. Maar dit was al de tweede keer.
Een maand of twee eerder zou ik hem ook al testen. Ik ontving precies dezelfde Easy-glider als nu. Toen had hij er echt helemaal geen zin in en liet dat luidkeels weten. Helemaal nagekeken kreeg ik dit exemplaar weer toegezonden. Perfect in orde volgens de leverancier. Maar ik vertrouw het nog steeds niet. Ik kan me gewoon niet voorstellen dat een Zwitserse fabrikant een dergelijk product op de markt brengt. Hij heeft te weinig vermogen, een zeer beperkte actieradius en maakt rare geluidjes. Zonde, want de Easy-glider heeft potentieel. Maar als ze per ongeluk tot twee maal toe een maandagmorgen model aanleveren dan houdt het voor mij ook op. Sorry, deadline is deadline.
| Onbehoorlijk vlieggedrag |
Ik heb altijd iets met vliegen gehad. Logisch want mijn vader vloog als boordwerktuigkundige voor de KLM. Mijn broer en ik waren niet bij vliegtuigen weg te slaan. Ik moet dan ook een jaar of acht zijn geweest toen ik vol trots in de achtertuin in mijn eerste vluchtsimulator stapte. Mijn vader had uit houtrestanten een zeepkist vluchtsimulator inclusief stuurknuppel voor me in elkaar getimmerd.
Menig uur vloog ik door fantasie gedreven door het luchtruim van onze achtertuin. Dan keek ik uit het vliegtuigraam zonder glas over het groene gras en waande ik me helemaal in de wolken.
Het enige wat er echter aan ontbrak om het nog echter te doen lijken was een horizon meter, zo’n metertje die aangeeft of je kist ten op zichte van de horizon wel horizontaal vliegt. Die had ik perse nodig omdat ik juist zoveel in de wolken vloog. Dan zie je niet of je wel veilig horizontaal vliegt.
Gelukkig was ik redelijk handig en met een schaar had ik uit een blikje de vleugelvorm van een vliegtuig uitgeknipt. Maar dat was niet genoeg. Hij moest de werkelijkheid simuleren. Na veel gepruts had ik het vleugelvormpje met een spijker op het cockpit dashboard getimmerd zodat deze kon schanieren en met een paar touwtjes aan de stuurknuppel verbonden. Trok ik de knuppel naar links voor een bocht dan bewoog het blikken vleugelvormpje ook naar links alsof mijn kist schuin hing ten op zichte van de horizon. Dat was net echt. Ok, je steeg dan wel niet op vanuit de achtertuin maar toch. Met de kinderfantasie kom je heel makkelijk los van de grond.
Aanboord van de 1 op 1 cockpit van de Boeing 737 in de eerste aflevering had ik die fantasie helemaal niet nodig. De combinatie van werkende cockpit instrumenten en het vliegen in een virtueel luchtruim via het internet is zo verbijsterend realistisch dat het heel dicht bij de werkelijke vliegprocedures komt. Je moet je dan ook strak aan die procedures houden want anders krijg je op je kop. Dat merkte ik toen ik achter de stuurknuppel ging zitten en omhoog, omlaag, rechts en links door het virtuele luchtruim zwabberde. Binnen een minuut werden we door de hobby luchtverkeersleiding opgeroepen. Ergens op zolder in Nederland moet die luchtverkeersleiding meneer op zijn computer hebben gezien dat ik als een luchtpiraat door het ruim zwalkte. Het was bijna een onwerkelijke ervaring. We werden namelijk onmiddelijk op onze vingers getikt en berispt voor ons onbehoorlijke vlieggedrag.







