Aflevering 6: Fleur Bourgonje en Walter Van den Broeck
Fleur Bourgonje komt uit een familie van smeden. Haar grootvader en vader besloegen paarden, repareerden ploegen en maakten afrasteringen. Ze trekt graag de vergelijking met schrijven. Ook schrijvers is ‘onbuigzaam materiaal in het vuur houden’, zegt ze. Van 1970 tot 1980 woonde ze in Latijns-Amerika. Eerst in Chili, tot Pinochet er de macht greep, daarna in Argentinië en Venezuela. Daar werd ze, zoals ze in een essay schreef, ‘bevangen door revolutionair elan’. ‘Ik, de dochter van een Gelderse hoefsmid, loste de schuld van de kapitalistische imperialisten af, en was gelukkig. Het leven bleek zin te hebben’. Ze deed vertaalwerk, studeerde psychologie, deed onderzoek naar prostituees, werkte in de journalistiek. Terug in Nederland begon ze te
schrijven. Ze debuteerde in 1985 met de roman Spoorloos. Naast romans, verhalen en poezie - waarin het thema van verdwijningen niet zelden een rol speelt - schreef ze hoorspelen en het libretto voor twee opera’s: Valparaiso en Flora Tristan. Al die tijd bleef ze zeer reislustig. In haar nieuwe roman Verdwijnpunt, verschenen in een buikbandje met de dichtbundel Hartenbeest, draait het opnieuw om verdwijningen. De verdwijning van een vriendin in het Argentinie ten tijde van de junta, een verdwijning van een Nederlandse vrouw om persoonlijke redenen en een verdwijning van een echtgenote in de sneeuwmassa van de Pyreneeen. De Argentijnse verdwijningen zijn weer uiterst actueel sinds de arrestatie in september van de Nederlands-Argentijnse piloot Julio P., die ervan wordt verdacht medeplichtig te zijn aan de dodenvluchten.
Zie ook: De redactie spreekt met: Fleur Bourgonje.
‘Verkopen. Nu.’ Meer woorden heeft Ruler Marsh, de rijkste man ter wereld, niet nodig om de ‘gigantische bubbel van hybris en gulzigheid’ uit elkaar te laten spatten in de filmische eerste scene van Terug naar Walden, het jongste boek van Walter Van den Broeck. Wat volgt is de eerste crisisroman van de Lage Landen, geëngageerd van kaft tot kaft, zoals we dat gewoon zijn van de schrijver. Van den Broeck debuteerde toen links nog links was en brak door met de roman Brief aan Boudewijn in 1980, waarin hij vanuit de ingewanden van zijn geliefde geboortegrond aan de Belgische vorst tracht uit te leggen
wat er zoal gebeurt in la Flandre profonde. Met veel mededogen, maar ook met aandacht voor de sociale wantoestanden in de arbeiderswijk waar hij is opgegroeid, toont hij de kleinmenselijke beslommeringen en de dagdagelijkse strijd van gewone mensen in een gewoon dorp. Het hoeft dus niet te verbazen dat Terug naar Walden ons ook terugvoert van de haute finance in New York naar de Kempen: de rijkste man ter wereld blijkt een simpele boerenzoon uit Wallem te zijn die geroepen wordt door de Vlaamse klei waaraan hij zich ooit ontworsteld heeft. Het boek beschrijft niet alleen de neergang van een systeem in crisis, het reikt ook een oplossing aan. De titel zegt het zelf: we moeten terug naar Walden, terug van een onpersoonlijke, geglobaliseerde wereld naar een kleinere gemeenschap op mensenmaat.
De redactie spreekt met: Fleur Bourgonje
In haar roman Verdwijnpunt schrijft Fleur Bourgonje over drie verdwijningen: de verdwijning van een vriendin in het Argentinië ten tijde van de junta, de verdwijning van een Nederlandse vrouw die haar huwelijk ontvlucht en de verdwijning van een echtgenote in de sneeuwmassa van de Pyreneeën. De talloze verdwijningen van mensen ten tijde van het militaire schrikbewind in Argentinië zijn weer actueel sinds de recente arrestatie van de Argentijnse-Nederlandse piloot Julio P. Hij is een van de piloten die er van worden verdacht de zogenoemde ‘dodenvluchten’ te hebben uitgevoerd, waarbij politieke tegenstanders levend boven zee uit vliegtuigen werden gegooid. Een van de indrukwekkendste delen van de fragmentarische, beeldrijke roman van Bourgonje - zelf indertijd woonachtig in Buenos Aires - is de weerslag van een gedetailleerd gesprek over die dodenvluchten met een veroordeelde ex-marineofficier. Met Verdwijnpunt, verschenen in één buikbandje met de dichtbundel Hartenbeest, neemt Fleur Bourgonje afscheid. In meerdere opzichten, vertelt ze aan tafel in haar Amsterdamse woning.
door Maarten Slagboom
Was er een directe aanleiding voor dit boek?
‘Toen ik voor een Vrij Nederland-reportage door Zuid Afrika reisde, stuitte ik op bijzondere rotstekeningen. Rotstekeningen waarop steeds hetzelfde dier wordt afgebeeld. Een hartenbeest, een soort antilope. Het intrigeerde me. Die antilope, zo wil het verhaal, is vanwege z’n snelheid in staat door toedoen van een in trance geraakte sjamaan het contact tussen de levenden en de doden tot stand te brengen. Hij is als het ware een boodschapper van woorden tussen die twee werelden. Vervolgens ben ik naar de Pyreneeën gegaan, om in die veredelde schaapskooi waarover ik ook in m’n boek schrijf, te werken aan een nieuwe gedichtencyclus. De taal als antilope. De antilope als boodschapper tussen levenden en doden. Ik werd in die schaapskooi echt besprongen door herinneringen aan verdwenen personen. Ik raakte eigenlijk zelf in trance.’
Aflevering 5: Thomas Verbogt en Ivo Victoria
‘Geziene auteur, veel geprezen, maar telkens wordt gemeld dat je ten onrechte zo onbekend bent. Het is raar als het zo vaak wordt gezegd’. Zegt Robert van Noorden, hoofdpersonage in het boek Verdwenen tijd tegen een schrijver die hij ontmoet. Die
schrijver had zomaar hun schepper Thomas Verbogt (foto: Amke) kunnen zijn, ook een geprezen schrijver met een langzaam groeiende schare liefhebbers. Gestaag bouwt hij al bijna dertig jaar aan een oeuvre dat behoorlijk constant is, zeker wat de thematiek betreft. Hij schrijft romans, verhalen, columns en toneelstukken. Thomas Verbogt (1952) groeit op in Nijmegen, waar achtereenvolgens de strips van Kuifje, On the road van Kerouac en de muziek van The Beatles, The Who en de Stones grote indruk op hem maken. Hij studeert Nederlands, maar maakt de studie niet af. Zijn eerste verhalen publiceert hij in het Nijmeegse literaire tijdschrift De Schans, dat hij vanaf 1975 maakt samen met Nop Maas, de huidige Reve-biograaf. In 1981 debuteert hij met de verhalenbundel De feestavond. In Verbogts werk gaat het opvallend vaak over tijd. Verloren tijd, verspilde tijd, verdwenen tijd, gedroomde tijd. In 2003, na het verschijnen van Het ongeluk, zei hij dat je dat boek kon besluiten als een afsluiting van een serie romans over tijd, herinnering, nostalgie, onverwerkt verleden. Een afsluiting is het niet geworden, want ook in zijn nieuwste roman Verdwenen tijd - de titel zegt het al - spelen de werking van het geheugen en de wisselwerking tussen heden en verleden een grote rol. De eerste zin is meteen al veelzeggend. ‘Er zijn van die momenten van vroeger die zich anders gedragen dan herinneringen. Ze gaan niet voorbij, ze groeien met je op en worden met je ouder. Soms kijk je ernaar, het kind dat je was en de man die je werd, samen kijk je’.
Zie ook: de column ‘Haring’ van Thomas Verbogt.
Zie ook: De redactie spreekt met: Thomas Verbogt.
Ivo Victoria (foto: Stephan Vanfleteren) is een in Amsterdam wonende Vlaming die er al een ‘leven in de showbizz en de rock ‘n’ roll’ heeft opzitten, althans volgens een van de vele tweets die hij de wereld instuurt. Hij is een verwoed twitteraar en blogt alsof zijn leven ervan afhangt, in die mate zelfs dat zijn internetdagboek recentelijk genomineerd werd voor de Dutch Bloggies, zeg maar de Oscars voor het online schrijven. De legal alien heeft nog maar één boek geschreven, maar er werd wel meteen voor gevochten door zeven uitgeverijen.
Ambo Anthos is met het been gaan lopen en in september werd de roman met de ongewoon lange titel op het grote publiek losgelaten. Hou u vast: Hoe ik nimmer de ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won (en dat het me spijt). Het verhaal laat zich in ongeveer evenveel woorden samenvatten. De hoofdpersoon, Ivo Victoria, blikt terug op een leven van mythomanie en mislukkingen en keert terug naar zijn geboortedorp om een aantal van de leugens recht te zetten die zijn leven de verkeerde richting opstuurden. De bitterzoete vertelling bouwt een spanningsveld op tussen heden en verleden door de thirtysomething man te confronteren met de grootse plannen uit zijn jeugd: de ronde van Frankrijk winnen, de wereld veroveren met een rockband. Op die manier wordt het ook een universeel verhaal over de teloorgang van jeugdige Sturm und Drang. Hoe autobiografisch dat allemaal is, komt u zondag te weten in Iets met boeken.
Zie ook: Kamino (met Ivo Victoria) - Bobby Sands.
Zie ook: Iets met boeken, de nachtmerrie.
Zondag 6 december, in Iets met boeken.
Iets met boeken, de nachtmerrie
door Ivo Victoria
Ik was te gast in Iets met boeken en ik werd geïnterviewd door Jan Leyers. Naast hem zat Leon Verdonschot. Alles was normaal. Behalve dan dat er naast Jan Leyers een assistente zat, een vrouw van middelbare leeftijd die een opmerkelijke fysieke gelijkenis vertoonde met Hilde Keteleer. De hele tijd fluisterde ze Jan Leyers dingen in het oor. Gouden tips blijkbaar, want alle vragen van Jan Leyers gingen over komkommers. Dat irriteerde mij. Ook Leon Verdonschot wiebelde ongemakkelijk op zijn stoel. Na een tiental minuten komkommervragen, besloot ik in te grijpen. Per slot van rekening gaat Iets met boeken live; wat konden ze doen?
‘Zeg,’ zei ik tegen Jan Leyers. ‘Misschien typisch een muzikantenvraag maareh: kunnen we het misschien ook een beetje over muziek hebben?’
Want, o ja, ik zat niet als schrijver in Iets met boeken maar als muzikant. Noem het paradoxaal voor mij part.
Alleszins. Jan Leyers bleef hardnekkig doorgaan op de komkommerkwestie daarbij gesteund door de Hilde Keteleer-lookalike. Daarop besloten Leon Verdonschot en ik dat het welletjes was en we stapten uit de uitzending, verlieten de studio en ging samen de stad in.
‘Leon, met alle respect maar serieus,’ zei ik.
Leon Verdonschot haalde zijn schouders op en knikte.
We wandelden verder. Het was een uur of vier en de scholen liepen uit. Vrij ongebruikelijk voor een zondagmiddag maar soms heb je van die dagen. De straten vulden zich met scholieren. Sommigen van hen hadden zware ijzeren kettingen in de hand. De sfeer werd grimmig. Aan de overkant van de straat werd een type dat verdacht veel op Joost Vandecasteele leek helemaal in elkaar geramd.
‘En?’ schreeuwde een scholier hem toe. ‘Hoe voelt het nu om in je eigen fokking kortverhaal in elkaar geramd te worden?’ Even wilde ik hem nog corrigeren: het betrof hier uiteindelijk toch een weblogstukje over een nachtmerrie van Ivo Victoria maar alras dacht ik: ach, we moeten nu ook weer niet te technisch worden.
Snel ging ik op zoek naar gepast openbaar vervoer om de chaos te ontvluchten. Leon Verdonschot was ik uit het oog verloren. Op de hoek van de Linnaeusstraat en het Oosterpark sprong ik op een veerboot.
‘Gaat deze boot naar huis?’ vroeg ik aan mijn medepassagiers.
‘Nee, we doen alleen maar een rondje door Watergraafsmeer,’ antwoordde een bloedmooi Aziatisch meisje. Ze heette Billie. Ze streelde mijn arm. Zacht.
Toen werd ik wakker. Dat gebeurt mij nu eens altijd wanneer ik bijna gelukkig ben.
Haring
door Thomas Verbogt
De sexwinkel hier op de hoek bestaat niet meer. Het was een ouderwetse winkel. Daarom bleef seks ook met een x gespeld. Het verschil is misschien subtiel, maar sex met een x is toch iets anders dan seks met ks. Ik denk dat eigenaar Nolly zichzelf met pensioen gestuurd heeft. Als hij rond een uur of tien open ging bracht hij maar liefst vijf roodwitblauwe vlaggen op de pui aan. Alsof iedere dag een feestdag was. Een vriend van me zei eens: “Hij verkoopt sex als haring.” Ik zag bijna nooit een klant in de winkel. Nolly zat min of meer de hele dag De Telegraaf te lezen. Had een tevreden uitstraling. Hoe een gemiddelde seksverkoper eruitziet, geen idee, maar Nolly leek er in ieder geval helemaal niet op. Meer iemand uit het jeugdwerk. Sinds een paar dagen is er een nieuwe eigenaar. `Films & muziek’ staat er op de etalage geschilderd. Eerst dacht ik dat het weer om seks ging, hoewel ik niet goed wist wat ik me dan bij die muziek moest voorstellen, maar dat is niet zo. Films en muziek uit het beter genre. Toch is er iets. Ik kan het moeilijk uitleggen. Gisteren stond ik voor de etalage. Daar lag onder meer de film The Reader in, een zeer ernstige film over een verhouding tussen een jonge man en een oudere vrouw met een ingewikkeld oorlogsverleden. Er was een kaartje aan bevestigd met daarop de prijs die laag was. Het bedrag werd begeleid door de woorden `Hupsakee & Weg Ermee!’. Zoiets lees je tegenwoordig zelden meer. Misschien zijn ze afkomstig uit een andere tijd, de tijd van de vorige eigenaar. De kreet wil niet uit mijn hoofd. Bijna bij alles denk ik Hupsakee & Weg Ermee. Het stemt me opgeruimd.
