Nieuw gedicht van F. Starik: Gras
Gras overwoekert de wereld.
Overal steekt het de kop op, kijk maar
tussen de tegels. Het laat zich niet wegschoffelen,
uitroeien, plattrappen: het gras is overal.
Op het bouwterrein waar dat bord is geplaatst dat lachend
de derde fase aankondigt van uw kindvriendelijke woning
met dat uitzicht, schoon er niets aan de omgeving veranderd is
sinds dat bord er staat, behalve dan het gras eronder, dat hoog
opschoot. Alles is te koop. Bunkers uit de Tweede Wereldoorlog,
koeien, jawel, ik kan u best een koe bezorgen, die lust dat, tasje
van de markt, stervenden die actievoeren tegen de verhoging
van mijn AOW-leeftijd – gras overwoekert allen.
Vannacht is er veel bewolking. Plaatselijk zal het regenen.
Daarna gaat de temperatuur verder omlaag, kan vriezen,
kan dooien. Dan wordt het glad. Dat is allemaal gratis.
Nog een prettige avond. En pas op voor het gras.
Verkiezingsspeech voor Koubaa Libre
door Bart Koubaa
Broeders en zusters, kameraden:
Ik stel u voor: mijn partij!
Koubaa Libre, stem op mij!
Ik stel u voor hierbij:
Mijn loop-niet-in-de-valpartij
Eén nieuwe leuze
Dé juiste keuze: Koubaa Libre!
Broeders en zusters, kameraden
Ik zal u bevrijden van het beschimmelde juk
Van het regenboogcircus en de rechtse ruk
Ik doorprik
uw dagelijkse routine
Ik ben uw vangnet, uw trampoline
Leef en zweef en streef
Koubaa Libre en u zit safe Lees verder »
Iets met boeken, de nachtmerrie
door Ivo Victoria
Ik was te gast in Iets met boeken en ik werd geïnterviewd door Jan Leyers. Naast hem zat Leon Verdonschot. Alles was normaal. Behalve dan dat er naast Jan Leyers een assistente zat, een vrouw van middelbare leeftijd die een opmerkelijke fysieke gelijkenis vertoonde met Hilde Keteleer. De hele tijd fluisterde ze Jan Leyers dingen in het oor. Gouden tips blijkbaar, want alle vragen van Jan Leyers gingen over komkommers. Dat irriteerde mij. Ook Leon Verdonschot wiebelde ongemakkelijk op zijn stoel. Na een tiental minuten komkommervragen, besloot ik in te grijpen. Per slot van rekening gaat Iets met boeken live; wat konden ze doen?
‘Zeg,’ zei ik tegen Jan Leyers. ‘Misschien typisch een muzikantenvraag maareh: kunnen we het misschien ook een beetje over muziek hebben?’
Want, o ja, ik zat niet als schrijver in Iets met boeken maar als muzikant. Noem het paradoxaal voor mij part.
Alleszins. Jan Leyers bleef hardnekkig doorgaan op de komkommerkwestie daarbij gesteund door de Hilde Keteleer-lookalike. Daarop besloten Leon Verdonschot en ik dat het welletjes was en we stapten uit de uitzending, verlieten de studio en ging samen de stad in.
‘Leon, met alle respect maar serieus,’ zei ik.
Leon Verdonschot haalde zijn schouders op en knikte.
We wandelden verder. Het was een uur of vier en de scholen liepen uit. Vrij ongebruikelijk voor een zondagmiddag maar soms heb je van die dagen. De straten vulden zich met scholieren. Sommigen van hen hadden zware ijzeren kettingen in de hand. De sfeer werd grimmig. Aan de overkant van de straat werd een type dat verdacht veel op Joost Vandecasteele leek helemaal in elkaar geramd.
‘En?’ schreeuwde een scholier hem toe. ‘Hoe voelt het nu om in je eigen fokking kortverhaal in elkaar geramd te worden?’ Even wilde ik hem nog corrigeren: het betrof hier uiteindelijk toch een weblogstukje over een nachtmerrie van Ivo Victoria maar alras dacht ik: ach, we moeten nu ook weer niet te technisch worden.
Snel ging ik op zoek naar gepast openbaar vervoer om de chaos te ontvluchten. Leon Verdonschot was ik uit het oog verloren. Op de hoek van de Linnaeusstraat en het Oosterpark sprong ik op een veerboot.
‘Gaat deze boot naar huis?’ vroeg ik aan mijn medepassagiers.
‘Nee, we doen alleen maar een rondje door Watergraafsmeer,’ antwoordde een bloedmooi Aziatisch meisje. Ze heette Billie. Ze streelde mijn arm. Zacht.
Toen werd ik wakker. Dat gebeurt mij nu eens altijd wanneer ik bijna gelukkig ben.
Haring
door Thomas Verbogt
De sexwinkel hier op de hoek bestaat niet meer. Het was een ouderwetse winkel. Daarom bleef seks ook met een x gespeld. Het verschil is misschien subtiel, maar sex met een x is toch iets anders dan seks met ks. Ik denk dat eigenaar Nolly zichzelf met pensioen gestuurd heeft. Als hij rond een uur of tien open ging bracht hij maar liefst vijf roodwitblauwe vlaggen op de pui aan. Alsof iedere dag een feestdag was. Een vriend van me zei eens: “Hij verkoopt sex als haring.” Ik zag bijna nooit een klant in de winkel. Nolly zat min of meer de hele dag De Telegraaf te lezen. Had een tevreden uitstraling. Hoe een gemiddelde seksverkoper eruitziet, geen idee, maar Nolly leek er in ieder geval helemaal niet op. Meer iemand uit het jeugdwerk. Sinds een paar dagen is er een nieuwe eigenaar. `Films & muziek’ staat er op de etalage geschilderd. Eerst dacht ik dat het weer om seks ging, hoewel ik niet goed wist wat ik me dan bij die muziek moest voorstellen, maar dat is niet zo. Films en muziek uit het beter genre. Toch is er iets. Ik kan het moeilijk uitleggen. Gisteren stond ik voor de etalage. Daar lag onder meer de film The Reader in, een zeer ernstige film over een verhouding tussen een jonge man en een oudere vrouw met een ingewikkeld oorlogsverleden. Er was een kaartje aan bevestigd met daarop de prijs die laag was. Het bedrag werd begeleid door de woorden `Hupsakee & Weg Ermee!’. Zoiets lees je tegenwoordig zelden meer. Misschien zijn ze afkomstig uit een andere tijd, de tijd van de vorige eigenaar. De kreet wil niet uit mijn hoofd. Bijna bij alles denk ik Hupsakee & Weg Ermee. Het stemt me opgeruimd.
Dood aan de formats
Interview met Jakob Gilles, hoofdpersonage uit Dit is van Mij, de nieuwe roman van Saskia de Coster.
Na Vrije Val, Jeuk, Eeuwige Roem en Held, lanceert de jonge Vlaamse schrijver Saskia de Coster haar vijfde roman: Dit is van Mij. Omdat schrijvers zich best beperken tot het schrijven van boeken en als ze al iets willen uitleggen, vaak nog meer vragen oproepen, namen wij contact op met het hoofdpersonage Jakob Gilles uit Dit is van Mij. Jakob Gilles is een prille dertiger die de aandacht van Saskia de Coster trok en uiteindelijk bereid was zijn verhaal aan haar pen toe te vertrouwen.
Eerst was ook Jakob geen grote praatvaar, om het eerbiedig uit te drukken. We zochten hem een paar keer op in het openbaar zwembad. De laatste keer sprongen we van ellende mee in het water en trokken we samen baantjes. Toen we uit het water klauterden, gebeurde het: de man sprak. Over de gekte van zijn liefde voor fotografe Jade, over de koeien in Roemenië, over het ouderwetse van literatuur en lachen om niet moeten huilen. ‘Tijdens het uitschrijven van Dit is van Mij heb ik uren en uren doorgebracht in een zwembad. Aanvankelijk vond ik het verschrikkelijk, maar toen mijn leven echt helemaal in puin lag, heb ik gaandeweg geleerd er plezier in te scheppen. Van zwemmen word je echt helemaal zen.’
Wat heeft u over de brug gehaald om je leven naar een roman te laten vertalen door de Vlaamse schrijfster Saskia de Coster?
Toen Saskia contact met me opnam, was ik eerst ook niet helemaal overtuigd of ik wel in een boek wilde. In boeken moet je je volledig overgeven. Letterlijk. Je hele wereld wordt gewoonweg de eigendom van anderen. Iedereen wil wel graag zijn ziel opensnijden op televisie, maar in een boek, dat is toch iets anders. Televisiebeelden waaien voorbij, woorden lijken dieper te gaan.
Het moet een vreemd gevoel zijn geweest voor jou om je leven terug te vinden op papier.
Ik ben daar enorm van geschrokken, vooral van de ontknoping. Toen Saskia mij confronteerde met wat er zich in mijn leven had afgespeeld in woorden, was dat toch even slikken. Soms lijkt alles goed te gaan en heb je het gevoel dat je leeft aan 100%. En dan opeens, totaal onverwacht, knal je tegen een muur. Nu alles netjes staat neergeschreven en ik mijn eigen verhaal heb kunnen lezen, besef ik dat die knal onvermijdelijk was. Hoe meer ik Jade probeerde te vergeten, hoe meer ze mijn leven in nam. Dat kon niet blijven duren. Ik zat te dicht op het hier en nu gedrukt om de dingen in perspectief te kunnen zien. Uiteindelijk zijn we allemaal gevangenen van onze tijd.
En in ‘Dit is van mij’ hebt u zich voor de tweede keer in de netten van Jades veeleisende liefde laten vangen.
Zo zie ik dat niet. In Dit is van mij staat het relaas neergeschreven van hoe ik naar de afgrond reed, maar op uiterst blijmoedige wijze. Nu kan ik er bewust uithalen wat ik toen onbewust beleefde. Dat werkt eerder bevrijdend. Lees verder »
‘Scheepsrecht’ en ‘Requiem’, door Bas van Putten
Ga scheep en schal de dove golven na
Zeg amen en gehoor het recht van zwijgen samen
Dicht binnenskamers muren vol met laatste regels zei je ooit
Straf drukkend je gebeden
Tot ons de nabestaanden nagesproken door een middelaar
Een die van luister het was niets sprak en met schouders schampend
Armen strekkend metend wist de hoogste golf tien meter hoogstens zei:
Maar hij is niet verzopen
droomde het alleen bij wijze van
Wij lachten want zo was het ook: hij kon van binnenvijvers oceanen stomen
Met een zeegezicht
Kijk dan: vader is niet meer
de wind is voort
Heeft als een luchtwals alles gladgestreken
Zie hoe, zei hij, bij nacht de hemel is gevallen in het witte water
En dat mijn vader had gelogen zei hij ook: zijn kunst zag hoog op hoger neer
Zoals een trotse landschapsschilder bergen zag; von oben
Intussen dit, bij alle dichten, alle wetenschap:
Misschien de sterren van nabij
Misschien wel even klein als ze van verre leken
Misschien dan kleiner dan de woorden die hun vuur opstookten
zelfs te raken
Bij avond eb lopen we samen oog in oog
Waar is de maan vraagt mij mijn kind
Ik zeg de maan is van het schilderij gevallen
Maar in de hemel ver boven het doek
Daar woont ons moedertje
Dat kwaad van leven in het vuur gesprongen
Tussen de kleine sterren zie je wel?
Nu ziet mijn zoon; de maan is links van mij
Buiten mijn schilderij
Lacht als een kind
En leent zijn schijn indachtig aan de wolken
licht hun zonnige stranden
Geeft wat je me beloofde
En daar de vader
