Aflevering 8: Manon Uphoff en Joost Vandecasteele
Manon Uphoff (1962, foto: Gerlinde de Geus) groeide op als elfde kind in een gezin met dertien kinderen. Het gezin staat centraal in zowel haar debuut, de verhalenbundel Begeerte, als in haar vorige roman Koudvuur. Hoewel ze al van jongsafaan schreef, publiceerde ze pas relatief laat, toen ze 33 was. Het idee voor haar nieuwe roman De spelers heeft lang gegist en is geinspireerd op haar eigen ervaringen: ze werd verliefd op een vluchteling, een deserteur uit het Joegoslavische leger en keerde samen met hem terug naar het door de burgeroorlog verwoeste land. Al eerder gaf Uphoff blijk van haar grote
betrokkenheid bij de gevolgen van de burgeroorlog in voormalig Joegoslavië. In juli 2001 woonde ze samen met collega-schrijvers Ronald Giphart en Rosita Steenbeek de herdenking bij van de val van Srebenica. Het leven van de deserteur in De spelers wordt beheerst door een verlangen naar orde, maar het boek handelt minstens zo zeer over de wijze waarop zijn Nederlandse vrouw Manja reageert op hem, zijn familie en zijn geschiedenis. In de VPRO Gids zei Manon Uphoff daarover eerder dit jaar: ‘Belangrijk was het moment waarop ik besefte dat al die ervaringen hier en in Joegoslavië, dat samenzijn met iemand die die gruwelen als ballast meesleept mij, zonder dat ik het wilde en dacht dat het zou gebeuren, hadden veranderd. Mijn visie op de wereld en mijn plek daarin. Me nieuwe dingen van mezelf hadden laten zien en pijnlijke vragen opriepen. Hoe leef je met elkaar? Wat heb je voor elkaar over en wat wil je voor je zelf houden? Waar zou je een ander eventueel voor in willen ruilen? Of in hoeverre ben je verantwoordelijk voor mensen?’
Zie ook: De redactie spreekt met: Manon Uphoff.
Joost Vandecasteele (1979, foto: Chris van Houts) is een manusje van alles. Hij studeerde theaterregie in Brussel en brak door met zijn monoloog Sparta 2010, waarmee hij de Theater-Aan-Zeeprijs 2002 won. Van 2005 tot 2009 behoorde hij tot het roemruchte theatercollectief Abattoir fermé, maar wellicht geniet hij als comedian zijn grootste bekendheid, onder meer door zijn deelname aan de Comedy Casino Cup in Vlaanderen. Tussendoor vond hij de tijd om enkele verhalen te schrijven, en die zijn nu gebundeld in Hoe de wereld perfect functioneert zonder mij. Zijn beeldtaal is uitgesproken hedendaags: schokkerige snapshots die zo weggeplukt lijken van youtube en allemaal dezelfde claustrofobische,
dystopische sfeer ademen. ‘Vlak naast de wereld die we de onze noemen, bevindt zich die van Joost Vandecasteele’, klinkt het op de flap van zijn debuut. Dat klopt: in zijn wereld is alles harder, rauwer, intenser, grappiger, en geiler dan in de onze. Het decor: een stad. Niet zomaar een stad, maar ‘de grootste grootstad die België ooit gekend heeft’, een soort Brussel tot de derde macht, waar de daklozen de revolutie uitroepen en de shopping mall een doolhof is. De personages: dolende twintigers die zich overgeven aan bandeloze seks en donkere romantiek. De saus: gitzwarte humor zoals alleen Vandecasteele die kan bedrijven. Joost serveert ons met Hoe de wereld perfect functioneert zonder mij ofwel een grimmig beeld van de zeer nabije toekomst, ofwel een messcherpe kritiek op alles wat er misgaat in het heden. Maar zonder ons lastig te vallen met goede voornemens. Ideaal dus voor de eindejaarsperiode.

Heerlijk drie keer gezien iets met boeken.
Wat nu een somber plaatje op zetten of een touw pakken. Nee lezen mensen.
Of kunnen we nog iets leuks bedenken aan het einde jaar?
Bonus Boekenbonnen.
Kasper