
Zondagochtend negen uur, dat is toch geen tijd om van start te gaan in een wielerkoers. In het holst van de nacht stond ik al naast m’n bed. Slaperig reed ik Zwolle uit. Het begon ook nog te regenen.
Ik ben niet zo’n ochtendmens, moet u weten. En van regenkoersen hou ik ook niet. Met mijn gemoed even zwaar als de loodgrijze hemel reed ik richting Roden. Langzaam klaarde het op. Er was geen mens op de weg. Damp hing boven de velden. Ook een nat Drenthe is mooi.
Toen ik Roden binnen reed, zag ik het meteen: circus! Daar werd ik helemaal vrolijk van. Maar het circus was natuurlijk nog in diepe rust, na de ongetwijfeld enerverende voorstelling van zaterdagavond. Hoewel…
Giraf aan de wandel
RODEN – Lichte consternatie zondagmorgen in Roden. Daar liep een giraf over de Norgerweg. Het dier van circus Belly Wien bleek losgebroken en dat terwijl de tweede omloop van de wielerronde rond het Ronostrand naderde. (…)
De etappe van vandaag begon met een afdaling van bijna dertig kilometer. De eerste negen kilometer waren over een steil smal paadje tussen rotswanden door. Wie verzint nou zoiets?
Het peloton stond duidelijk nerveus aan de start: een kwartier voor vertrek hadden alle rensters zich al verzameld – terwijl we normaal pas een paar minuten van tevoren aanwezig zijn. Iedereen wist: je moet vooraan zitten in de afdaling. Want daar gaat het gebeuren, daar gaat al een groepje wegrijden. En daar loop je ook de minste kans om in een valpartij verstrikt te raken.
De inwoners van startgehucht Aunat (je kon er niet eens een bakske krijgen, zo klein was het) waren duidelijk te spreken over het evenement op hun dorpspleintje: iedereen was uitgelopen. De man van de muziek greep z’n kans en zette de vogeltjesdans op.
Nanananananana nanananananana (…)
Een ploegentijdrit, dat is nog eens andere koek. Poeh hee, wat was dat zwaar vandaag.
(Bij een ploegentijdrit moet elke ploeg een parcours, in dit geval 34,5 kilometer, zo snel mogelijk afleggen. Iedere ploeg start met alle zes de rensters. Die rijden in een treintje of in een waaier achter elkaar – afhankelijk van waar de wind vandaan komt.
De grap bij een ploegentijdrit is dat je niet even kunt uitrusten in het wiel, zoals bij gewone etappes vaak het geval is. Je moet continu volle bak geven. Alleen als iedereen dat doet, rij je een goede tijd. Dat maakt een ploegentijdrit zo zwaar. Er moeten minimaal drie rensters tegelijk over de streep komen, de klok wordt stil gezet als de laatste van het trio gefinisht is. Er mogen dus drie rensters ‘lossen’ tijdens de rit, als ze het tempo niet meer vol kunnen houden.)
Onze ploegentijdrit was in alle opzichten adembenemend. Dat ontdekten we tijdens de verkenning in de auto. We startten met een acht kilometer lange klim. Daarna kwam een afdaling over smalle weggetjes door velden vol klaprozen, met slecht wegdek en een harde wind die steeds uit een andere hoek leek blazen omdat de weggetjes zo slingerden. Draaien en keren door (…)
Oh nee… Ik voel in de zak van m’n roze bodywarmer: leeg. Terwijl daar zojuist nog mijn rugnummer 58 in zat. Oh nee!
We hebben net koffie gedronken in een barretje in startplaats Rieux Minervois. Daar is ploegleider B. ons onze nummers komen brengen. Na de koffie rolde ik het stuk papier op en stak het in mijn zak. Ik sprong op de fiets richting ons kampement. Snel snel, het was al wat laat: nog maar veertig minuten tot de start.
(Wielrenners slaan altijd een kampement op bij de start. Daar komen de ploegleiderswagens te staan en de materiaalvrachtwagen. Uit de vrachtwagen komen de fietsen, die netjes worden opgesteld. En luie stoelen, voor elke renster één. Daar hangen we in tot het tijd is om te starten. Soms verlaten we onze stoelen even om te plassen. In de bosjes, of achter een container, bij gebrek aan beter.)
Bijna bij mijn luie stoel aangekomen, voel ik dus in mijn zak. Nummer weg. Kuuuuuuuut!! Die is eruit gewaaid. Het is wederom windkracht vijf, alles waait (…)
8.00 uur: La Valse d’Amelie (wekker).
8.30 uur: Ontbijt.
10.00 uur: Check die tijdritfiets! Maten zijn goed, oefenen maar. Parcours verkennen: een rondje van 3,9 kilometer in het Middellandse Zeekustdorpje Gruissan.
10.15 uur: Dus. Zo voelt dat (wiebelig). Voor ‘t eerst van m’n leven rij ik op een tijdritfiets (dat ziet er, als je het goed doet, zo uit). Niet vergeten dat je remmen NIET naast je versnellingen zitten (zoals op een normale racefiets)!
10.30 uur: Liggen op het ligstuur lukt ook (hoewel de wind me bij iedere vlaag een stukje naar rechts tikt).
10.45 uur: Durf ik liggend die rotonde te nemen? (Ja.) En waag ik het liggend van dat viaduct af, waar ik onderaan de wind vol in de zij krijg? (Nee.)
11.17 uur: Ploegleider B. meldt zich. Met de startlijst. Ik start om 15.41 uur, als derde van (…)
Bij de finish van de Giro liep ik vanmiddag langs het hokje voor de dopingcontrole. Er stonden twee fietsen tegen de wand. Binnen zaten dus twee renners met een potje waarin ze moesten piesen.
Hoe zou dat eigenlijk zijn? Ik ben nog nooit op doping gecontroleerd. Niet dat dat bij ons niet gebeurt, integendeel. Bij de meeste wedstrijden is er dopingcontrole, en soms, zoals bij de Waalse Pijl, staan er na de finish chaperones die je meteen aan je taas trekken en niet meer (…)
Dit is een stukje speciaal voor de echte wielerliefhebber. En voor de echte documentaireliefhebber.
Voor mijn werk mocht ik vorige week naar de schitterende film Stars and Watercarriers kijken, van regisseur Jørgen Leth. Misschien kent u hem wel, van zijn meesterwerk A Sundag in Hell, over Parijs - Roubaix.
Stars and Watercarriers is een stuk minder bekend, maar zeker niet minder mooi. Prachtige beelden uit de Giro d’Italia van 1973. Toen de renners nog stopten bij kroegjes, die helemaal leeg plunderden en weer verder reden. Toen de renners nog reden met hun stuur even hoog als het zadel. Toen Eddy Merckx het peloton domineerde.
Prachtige films kijken en er nog voor betaald krijgen ook: wat heb ik toch heerlijk werk. En als het even kan, deel ik dat graag natuurlijk. Want het mooie is, u hoeft alleen maar hier te klikken om de documentaire ook te kunnen zien. Drieënnegentig minuten genieten. Veel plezier!
————————————————
Marijn is redacteur bij Holland Sport en wielrenster. Lees meer op www.marijndevries.nl.
De paardenbloemen staan in bloei. Daar kwam ik gisteren tussen Nunspeet en Elburg ineens achter.
Met het verlaten van de Veluwse bossen, ontwaakte ik uit mijn gepeins dat vaak samen gaat met het malen van de benen. Het zal het felle zonlicht zijn geweest dat me wakker maakte. Ik hief mijn hoofd op, keek om me heen en dacht: paardenbloemen! Velden vol. Helder blauwe lucht, schapenwolken, en groen met heel veel geel daaronder.
Wat mooi. Waarom had ik dat niet eerder gezien?
Omdat ik een week lang alleen met wedstrijden bezig was geweest. Denk ik. Tijdens het koersen zie je (…)
Sommigen moeten kotsen als ze op de Muur van Hoei finishen. Ik moest janken.Zo diep was ik gegaan. Zo opgelucht was ik dat het voorbij was.
Ik had vreselijke verhalen gehoord over de Muur van Hoei. Ik wilde me niet bang laten maken. Had ik besloten.
Maar toen ik er de eerste keer tegenop (…)