RSS FEED / PODCAST

RSS FEED

De proloog


8.00 uur: La Valse d’Amelie (wekker).
8.30 uur: Ontbijt.
10.00 uur: Check die tijdritfiets! Maten zijn goed, oefenen maar. Parcours verkennen: een rondje van 3,9 kilometer in het Middellandse Zeekustdorpje Gruissan.
10.15 uur: Dus. Zo voelt dat (wiebelig). Voor ‘t eerst van m’n leven rij ik op een tijdritfiets (dat ziet er, als je het goed doet, zo uit). Niet vergeten dat je remmen NIET naast je versnellingen zitten (zoals op een normale racefiets)!
10.30 uur: Liggen op het ligstuur lukt ook (hoewel de wind me bij iedere vlaag een stukje naar rechts tikt).
10.45 uur: Durf ik liggend die rotonde te nemen? (Ja.) En waag ik het liggend van dat viaduct af, waar ik onderaan de wind vol in de zij krijg? (Nee.)
11.17 uur: Ploegleider B. meldt zich. Met de startlijst. Ik start om 15.41 uur, als derde van onze ploeg.
12.15 uur: M’n maag rommelt. (Zenuwen?) Lunch.
13.15 uur: Pootjes omhoog, op bed.
14.20 uur: Plassen, snelpak (dat is een soort hansopje, een wielerpak uit één stuk, speciaal voor tijdritten) tot m’n middel aan, plassen, elastiekje in m’n haar, plassen, bidon met hersteleiwitten klaarmaken, plassen en naar de start. Het waait keihard. Zeker windkracht vijf (oeioeioei).
14.55 uur: Verzorger T. propt voor ik er erg in heb twee watjes met een soort van Dampo-achtig spul voor optimaal geopende luchtwegen in m’n neusgaten (watjes in m’n neus! Ik lijk wel een echte prof) en ik zet m’n iPod op maximaal volume.
14.56 uur: Warming-up. Op de roller, naast ploeggenoot A. die een kwartier voor mij start. Ploeggenoot C. komt hijgend aanrijden, zij heeft haar proloog er al op zitten.
15.15 uur: Zweten onder het toeziend oog van fotograferend en filmend publiek.
15.20 uur: Toch maar stoppen met warming-uppen nu. Je moet niet te laat aan de start verschijnen, tenslotte (ik ben echt veel te vroeg, maar ik kan niet rustig meer blijven zitten).
15.21 uur: Ik snuit de watjes uit m’n neus. Een snotsliert volgt. Snelpak meteen onder het slijm. Getver.
15.29 uur: De officials contoleren m’n fiets (tijdritfietsen moeten aan bepaalde standaardmaten voldoen: zo mag je bijvoorbeeld niet te ver naar voren of naar achteren zitten). Kloppen de kaders? Ja.
15.31 uur: Kriebels in m’n buik. Nummer 64, die voor mij start, fietst continu heen en weer in de startstraat (ga nou eens gewoon voor me staan, tante! Hier word ik doodnerveus van!)
15.32 uur: Als ik maar niet van het podium val… (Een tijdrit start altijd op een podium. Daar rij je vanaf, zodat je al een beetje vaart hebt. Ziet er wat mij betreft niet on-eng uit als je dat voor het eerst moet doen.)
15.33 uur: Mag ik al bijna?
15.34 uur: Nog zes wachtenden voor u (als ik maar niet van het podium val…).
15.36 uur: Nog vier wachtenden voor u (als ik überhaupt maar niet val. Door de wind, of door een stomme manoevre).
15.38 uur: Nog twee wachtenden voor u. Mijn fiets wordt het podium op getild en ik mag op een houten klapstoeltje plaatsnemen (als ik maar geen laatste word! Dat lijkt me nog erger dan van het podium vallen. Hoewel…).
15.39 uur: Nog één wachtende voor u. Bibberend zit ik op het klapstoeltje (was het maar voorbij).
15.40 uur: Ze gaat. Ik ben. Ik klim op mijn fiets, die stevig wordt vastgehouden door een vriendelijke Fransman. Voeten in de pedalen (please, klik er meteen in!), ik wrik maar het lukt niet. Zenuwachtig frunnik aan mijn overschoentje. Ik probeer het weer, het lukt weer niet (aaaarghhh! Ik kan toch niet zonder vastgeklikte schoenen wegrijden?!). Ik duw: klokk, vast. Oef. “Twenty seconds to the start… Ten (ik zet druk op de pedalen)… Five, four, three (ik druk nog meer), two, one, start!”
15.41 uur: Ik ben weg. Staan, staan, staan, zitten. Liggen. Cadans vinden. Rotonde. Neem ik liggend. De kustweg; de wind tikt tegen m’n achterwiel. Harder Marijn, harder. Niet denken, stampen. Volgende rotonde, met een iets scherpere bocht. Durf ik te liggen? Nee. De weg loopt iets omhoog, ik ga staan en maak tempo. Wind in de rug. Opschakelen, snelheid maken. Viaduct af. De ervaren tijdrijders doen dat liggend. Ik pak m’n stuur breed, onderaan in de bocht krijg ik zijwind en ik wil goed kunnen corrigeren. Geen slecht idee, de wind klapt vol op m’n fiets en ik maak een zwieper. Maar het gaat goed. Laatste stuk door het dorp. Eindelijk heb ik een goed ritme te pakken. Beetje laat. Nog vijfhonderd meter. Nog tweehonderd. Staan, eindsprintje. Klaar. In 5 minuten en 16 seconden (maar dat hoor ik pas later, net als dat ik niet laatste ben (jeuh!) en dat m’n gemiddelde 44,6 kilometer per uur is).
15.47 uur: Klaar. Raar. Maar wel leuk raar!

(Regina Bruins wint in 4 minuten en 48 seconden. Ik word 48ste. Klik hier voor de hele uitslag.)

———————————————

Marijn is redacteur bij Holland Sport en wielrenster. Lees meer op www.marijndevries.nl.



Reageer op dit bericht

FOTO'S