
Bij de finish van de Giro liep ik vanmiddag langs het hokje voor de dopingcontrole. Er stonden twee fietsen tegen de wand. Binnen zaten dus twee renners met een potje waarin ze moesten piesen.
Hoe zou dat eigenlijk zijn? Ik ben nog nooit op doping gecontroleerd. Niet dat dat bij ons niet gebeurt, integendeel. Bij de meeste wedstrijden is er dopingcontrole, en soms, zoals bij de Waalse Pijl, staan er na de finish chaperones die je meteen aan je taas trekken en niet meer van je zijde wijken tot je geplast hebt. Net echt.
Ik heb alleen nog nooit een wedstrijd gewonnen (dan moet je sowieso ‘naar de doping’) en ik ben ook nooit uit de pot met nummers getrokken (er worden altijd willekeurig een paar rensters aangewezen die moeten plassen - hoe dat precies in z’n werk gaat heb ik nog niet ontdekt).
Whereabouts hoef ik al helemaal niet in te vullen. Dat hoeven alleen rensters met A-status.
(Voor de niet-wielerkenners onder ons: wielrenners, en de meeste andere topsporters, moeten aan het begin van de maand doorgeven waar ze die maand iedere dag zijn, dat zijn hun whereabouts. De dopingautoriteit kan de sporter daarmee op elk moment van de dag vinden, als er out of competition op doping gecontroleerd moet worden. Alsof je op 1 mei al weet dat je woensdag over twee weken om drie uur ’s middags een kopje koffie gaat drinken met een vriendin. Bizar.)
Hoe dan ook. Mocht ik in de nabije toekomst eens op doping gecontroleerd worden, dan bent u natuurlijk de eerste die het hoort. In geuren en kleuren. Want ik ben benieuwd of me dat lukt, op commando in een potje piesen.
——————————————-
Marijn is redacteur bij Holland Sport en wielrenster. Lees meer op www.marijndevries.nl.