Wat vooraf gaat - De luxe van de eenzaamheid
In de vijftien jaar die zijn verstreken sinds de eerste uitzending van De Avonden hebben we de beschikking gekregen over de mobiele telefoon en over het internet. Het zijn uitvindingen die zo alledaags zijn geworden, zich zo snel in ons leven hebben genesteld, dat we ons nauwelijks afvragen hoezeer ze ons leven hebben veranderd. Probeer maar eens mobiel niet bereikbaar te zijn in een wereld waarin iedereen dat wel is. Probeer maar eens te leven zonder emailadres.
De computer kwam ons leven binnen als het ideale gereedschap voor de solipsist: personal computer. Binnen de grenzen van het apparaat kon je de wereld zo inrichten als jij wilde. Nu is de computer vooral een apparaat om mee te communiceren. We mailen, chatten, houden profielen bij op Facebook en Hyves, bloggen over onze kinderen of de boeken die we graag lezen, twitteren dat we onze heg snoeien, een luier verschonen of naar de dokter gaan om ons eczeem te laten behandelen. We delen ons bereidwillig mee aan de wereld, ons niet bewust van wat we daar tegelijk mee opgeven. De vrijheid om niet zichtbaar te zijn. De vrijheid om buiten bereik van een telefoon te zijn. Je hele sociale netwerk is met één druk op de knop bereikbaar. Altijd. Overal. Alsof in je huis een feestje wordt gevierd dat nooit meer voorbij gaat.
Tegen de slagregen van prikkels die we de hele dag krijgen toegediend zijn ook tegenstromingen op gang gekomen. Slow beperkt zich niet alleen tot eten. Er bestaat ook zoiets als slow reading. Er zijn trage vakanties voor mensen die niet op zoek zijn naar het met een elastiek om hun enkels van een rots springen. Er is een boek, Stilte als antwoord van Sara Maitland, waarin minutieus wordt onderzocht wat het voor een mens betekent om eenzaam te zijn, losgekoppeld van de moderne ratrace. Er bestaan sociëteiten waar de telefoon bij de deur moet worden ingeleverd en waar radio, televisie en internet taboe zijn. En het is niet voor niks dat het woord ontvrienden het nieuwe woord van het jaar 2009 was. Onze virtuele netwerken bleven maar uitdijen. Eerst werden we op Hyves toegevoegd door vrienden, buren, familie, daarna kwamen mensen die we niet zo heel goed kenden, en intussen krijgen we vriendschapsverzoeken van mensen met wie we niet bevriend zijn. Er hoeft dus geen relatie meer te zijn tussen je echte vriendenkring en je virtuele. Misschien is dat de kritische grens die het ontvrienden heeft doen ontstaan. De grens is bereikt.
Moderne technologie heeft ons leven versnipperd, heeft onze aandachtsspanne verkort, onze concentratie verminderd. “Schrijven is niet het probleem, maar het bevechten van de tijd om in te schrijven,” verzuchtte schrijver Adriaan van Dis bij de opening van de Boekenweek. Het je onttrekken aan de wereld vergt een steeds grotere inspanning in een wereld die langs zo veel verschillende kanalen ons dagelijks leven binnendringt. Het disconnected zijn is een luxe-artikel geworden dat niet iedereen zich kan veroorloven.
Ledigheid versnippert de geest, schreef de Romeinse dichter Lucanus. Het moderne leven versnippert de geest, zou je daar nu van kunnen maken. We zijn overal tegelijk, aan de telefoon met onze moeder, onze mail aan het checken, we zien op een avond tientallen flarden van allerlei televisieprogramma’s die we niet de moeite waard genoeg te vinden om uit te kijken, en ondertussen kijken we nog snel even of er nog nieuws is en speuren we op Facebook of Twitter naar wat onze vrienden en bekenden die dag gedaan hebben. We amuseren en informeren ons dood, om met Neil Postman (zie verderop) te spreken. We versnipperen onze aandacht en blijven met lege handen achter. Wie overal is, is nergens, merkte Martialis al op, een andere Romeinse dichter. De zestiende-eeuwse aartsvader van het essay, Montaigne, haalt hem aan in zijn Over ledigheid, waarin hij het volgende schrijft: “Toen ik mij niet lang geleden op mijn landgoed terugtrok, vastbesloten om mij, in zoverre dat mij mogelijk was, om niets anders te bekommeren dan hoe ik het weinige dat me nog van het leven restte, in rust en afzondering door zou brengen, leek het me dat ik mijn geest geen grotere dienst kon bewijzen dan hem in staat te stellen zich in totale ledigheid met zichzelf bezig te houden, tot zichzelf te bepalen en in zichzelf rust te vinden.” Die afzondering leverde het vuistdikke boek Essays op. Voor een niet ongefortuneerde man of letters in de zestiende eeuw moet het vele malen makkelijker zijn geweest om die afzondering tot stand te brengen. Hoe doet iemand dat in onze tijd? In een wereld die van je verwacht dat je online bent? In een wereld die bereikbaarheid van je eist?
De eerder aangehaalde Amerikaanse denker en criticus Neil Postman, die in de jaren tachtig opzien baarde met zijn studie Amusing Ourselves to Death, begin jaren negentig opgevolgd door Informing Ourselves to Death, geselt in zijn boeken de opkomst van de massamedia en de ongezonde consumptiedrift waarmee we ons overgeven aan het gebruik van die media. Een aantal jaren geleden verscheen van hem het boek Technopoly: the surrender of culture to technology. Hij laat daarin zien hoe de functie van nieuwe technologische vindingen langzaam is veranderd. De eerste werktuigen die de mensheid uitvond, stelden ons in staat dingen te doen die we voorheen niet, of alleen heel moeizaam konden, maar uitvinding van die nieuwe technologieën betekende geen verandering van onze cultuur, betekende niet dat wij als mensen voorgoed anders waren geworden. Dat gebeurde pas met latere technologische innovaties, en in steeds groter mate. Het instrument wordt niet langer alleen door ons gebruikt, het instrument bepaalt ons, definieert ons. “Tools (…) attack the culture. They bid to become the culture,” schrijft Postman. “We have become blind to the ideological meaning of our technologies,” een technologie bovendien die “without a moral center” is. Waar het werktuig voorheen de slaaf van de gebruiker was, is nu de gebruiker de ondergeschikte van het werktuig, betoogt Postman. Het is de meest radicale visie op de opkomst van massamedia en nieuwe communicatiemiddelen denkbaar, maar er zit onmiskenbaar een kern van waarheid in zijn analyses. Nieuwe technologische vindingen veranderen ons leven veel fundamenteler dan we kunnen of durven toegeven.
Wie zich vol overgave stort in die eindeloze poel van beelden, elkaar in razend tempo opvolgende nieuwsfeiten, communicatiemogelijkheden en andere verlokkingen die oude en nieuwe media ons bieden, geeft niet zichzelf vorm, maar raakt zichzelf kwijt, stelt de Duitse filosoof Peter Sloterdijk in zijn studie Sferen. De virtuele wereld vormt een inbreuk op onze sfeer, ontneemt ons het vermogen “psychische ruimte te creëren”. We versnipperen in mogelijkheden, raken ons middelpunt kwijt. “Waar alles middelpunt is geworden, bestaat geen geldig middelpunt meer; waar alles boodschappen verstuurt, gaat de vermeende centrale afzender in de wirwar van die boodschappen verloren.” Hij noemt ons tijdperk een tijd waarin “een oorlog van informatiewaren” woedt. We informeren ons de hele dag door, middels alle kanalen die de techniek ons aanreikt, in zo’n hoog tempo dat we onszelf verliezen in die maalstroom. Bovendien: we zijn niet autonoom in onze keuze deel te nemen in het netwerk. Ons sociale netwerk dwingt ons connected te zijn. Willen we deel uitmaken van de wereld waarin we leven, dan zullen we op de hoogte moeten zijn van wat aan ons gemaild wordt, getwitterd wordt, aan wat onze vrienden ons meedelen op Facebook en aan wat er in de wereld gebeurt. We moeten ons as it happens infomeren over de toestand van de wereld, waar vroeger het eenmaal daags lezen van een krant en bekijken van één nieuwsuitzending volstond.
Het is wat je de paradox van het mobiele telefoon- en internettijdperk zou kunnen noemen: naarmate de communicatiemogelijkheden toenemen, neemt de kwaliteit van die communicatie af. Overvloed maakt het waardevolle schaars. Nieuwste loot aan de stam van chatmogelijkheden is het fenomeen chatroulette. Je zet je webcam aan en je wordt virtueel voorgesteld aan iemand anders op aarde die eveneens achter z’n webcam zit. Als wat je ziet je niet aanstaat, klik je op next, zodat weer een nieuwe chatkandidaat zich aan kan dienen. De gemiddelde tijd die twee mensen op deze wijze met elkaar doorbrengen is vijf seconden. Dat is veelzeggend. Menselijke relaties die de snelheid van technologische snelheid spiegelen. Snelheid is de nieuwe afgod.






mooi stuk. hoewel ik pro internet ben. omdat het gegeven dat je iets zelf kunt produceren en op een blog kwijt kan zo mooi is. ik geloof in DIY. maar de drukte en afleiding is soms teveel.