Stukjes nrc.next
donderdag, 11 juni, 2009nrc.next dinsdag 9 juni
Paniek op de terp. Tijdens mijn ochtendwandeling is de Britse meneer langsgekomen. Hij heeft Mary, mijn gastmoeder op de terp, heel serieus een briefje overhandigd. Daarop staat de naam van de burgemeester en zijn telefoonnummer. De Britse meneer heeft gezegd dat ik de burgemeester moet opbellen. En nu zit ik dus met het briefje voor mijn tent. Waarom zou ik moeten bellen? Eerlijk gezegd schrok ik er wel van. Ik heb namelijk een stukje over het mopperende Britse echtpaar geschreven. Dat ze hun buren zo leugenachtig vonden, omdat die zich bij de gemeente hebben laten inschrijven, terwijl ze hun huis alleen als vakantiewoning gebruiken.
Geloof me, het zijn natuurlijk ook aardige mensen met koffie en cake, maar ze klaagden echt over van alles. Daar heb ik vervolgens iets kleins uitgepikt en opgeschreven. En nu zit ik met bonzend hart op mijn campingstoeltje. Ik besluit de burgemeester nog maar niet te bellen.
De volgende ochtend staat de Britse meneer weer voor mijn tent. Hij kijkt me doordringend aan: “Do you have five minutes?”. Nu zul je het hebben. Ik zeg: “Yes”. “Good”, zegt ie, want hij gaat het uurwerk in de klokkentoren opwinden en misschien vind ik het leuk om mee te gaan. Op de weg naar boven vervalt hij weer in één grote klaagzang. Dat de kerk zo slecht wordt onderhouden en dat de post zo slecht bezorgd wordt. Ik begin er de charme wel van in te zien.
nrc.next woensdag 10 juni
Voor mijn tent ligt een klein flesje met een urine-kleurige vloeistof. Er zit een briefje op: “Chris, koud! Hier een glas 15 jr. oude single malt. Sterkte. Kadambari.” Ik bekijk het flesje aandachtig, draai de dop eraf en ruik voorzichtig aan de halsopening. Het tintelt in mijn neus: sterk spul. Nadat ik de helft heb opgedronken vraag ik me af of er een kwaadaardige opzet in het spel kan zijn (“Tentmoord in Terpdorp”). Waarschijnlijk niet want ik word de volgende dag gewoon weer wakker.
Die middag staat er een vrouw bij de tent. Of ik de man van de krant ben. Dat ben ik. Nou, zij is de vrouw van de whisky. Ze is teruggekomen omdat ze wil weten hoe ik de eenzaamheid op de terp ervaar. Haar komst is natuurlijk in tegenspraak met haar vraag, maar ze legt uit wat ze bedoelt: ze wil weten of ik mezelf al ben tegengekomen. Ik vind dat een moeilijke vraag. De eerste dagen deed ik erg mijn best om voor de tent te gaan zitten en met mezelf in gesprek te raken: “Zeg Chris” “Ja” “Hoe is het?” “Mwa” “Oh”. De eenzaamheid levert dan weinig op. Bovendien kan ik het eigenlijk prima met mezelf vinden. Ik lees wat, eet een appel, geniet van de rust en kijk wat voor me uit. Neen, ik ben meer het type dat zichzelf tegenkomt wanneer hij anderen ontmoet.
nrc.next donderdag 11 juni
Met niets of niemand iets te maken. Dat vinden de mensen in dit dorp heel erg belangrijk. Ook de boerin waar ik een kopje thee drink. “Als ik ‘s ochtends in mijn blote kont door de achtertuin wil lopen,” zegt de vrouw, “dan kan dat.” Ze praat verder, maar dat hoor ik niet. Ik sta even stil bij een schijnbaar universeel vrijheidssymbool: in de blote kont door een achtertuin lopen. Waarom willen vrije mensen altijd in hun blote kont door achtertuinen lopen? En waarom zegt deze mevrouw dat? Weet ze dan niet dat ik haar nu in mijn hoofd door haar achtertuin zie lopen, in haar grote blote kont? En wat doet ze daar dan? Alleen maar lopen? Nee, dat denk ik niet. Deze vrouw wil iets te doen hebben. Schoffelen ofzo. Of grasmaaien. Maar waarom in een blote kont grasmaaien? Het waait hier altijd, dus dat gemaaide gras is ook vogelvrij. Is het niet fijn als je je ook vrij kunt voelen in een strakke heupslip of, en dat heeft mijn voorkeur bij deze mevrouw, in iets wat ze nu al aan heeft, dus gewoon een ondergoedje, een paar sokken, instapschoenen, een broek en een trui? Goed, ik geloof dat de mevrouw het inmiddels al een tijdje over iets heel anders heeft. Eens kijken of ik weer kan inhaken in het gesprek.







