Archief voor februari, 2010

De kookkunst van Aagje

zondag, 28 februari, 2010

Overmorgen gaan we op weg naar Frankrijk. In de fietssporen van Aagje Bonnema, de vrouw die in 1927 met haar buitenechtelijke kindje op een transportfiets naar het zuiden van Europa trok.

In de twee archiefdozen die we van haar achterneef hebben gekregen zitten heel veel folders, boekjes, papieren, schriftjes etc. Op vrijwel al het drukwerk heeft Aagje haar aantekeningen achtergelaten. Hieruit bleek eerder dat Aagje gedichtjes schreef en ontwerpen voor tuinen maakte. Een ander bijzonder voorwerp is een AVRO kookboekje dat ze tijdens haar reis waarschijnlijk bij zich had. We vinden er voortdurend minieme tekstjes over gerechten die ze gekookt heeft. 

img_2268_2Dennis, onze eigen kok en chauffeur, heeft dagboekaantekeningen en stukjes over het eten onder zijn hoede genomen en was blij verrast. 

Dennis: “Ze kookte eenvoudig, maar dat wil niet zeggen dat ze zo maar wat deed. In tegendeel zelfs. Je ziet dat ze weet hoe ze moet koken. Ik geloof zelfs dat ze in haar bakfiets verschillende kruiden bij zich had. Het allerleukste wat ik heb ontdekt is dat ze onderweg bij mensen aanbood om eten te koken en hun tuinen te verbeteren. Ze was helemaal in de ban van wat ze noemde ‘een jaarrond‘ tuintje, een moestuin die het hele jaar voedsel oplevert. Dit alles deed ze natuurlijk met als tegenprestatie dat ze mocht blijven overnachten.

img_2269_2

Soms was er zo’n leuk contact dat ze meerdere nachten bij iemand bleef logeren. De eerste keer dat dat gebeurde was in het Belgische Roborst, waar ze zowel bij de bierbrouwerij alshet verderop gelegen kasteeltje een aantal nachten verbleef. Vandaar dat we daar dinsdag als eerste naar toe gaan. We gaan Aagje als het ware nog één keer naar de inwoners terugbrengen. We nemen aan dat ze met haar bakfiets een enorme verschijning zijn geweest. Eigenlijk hopen we dat ze op de een of andere manier nog aanwezig is in het dorp. Ik zal de de inwoners sowieso verrassen met een gerecht dat ze daar meer dan 80 jaar geleden al eens gekookt heeft: Rillettes; een grote klassieker van de oude school.  Het is een soort oerpastei: varkensvlees, varkensvet, zout en peper. Ik maak er een klein pateetje van en we eten het lekker bij aankomst met een stokbroodje (en een wijntje).”

Het idee is dat we dinsdagavond onze bussen op het dorpsplein parkeren, twee tafels met bankjes neerzetten en de inwoners een kleine maaltijd aanbieden. 

Liedje van Aagje

vrijdag, 26 februari, 2010

Tussen alle brieven van Aagje Bonnema hebben we ook een aantal kleine gedichtjes gevonden. We denken dat ze die onderweg voor haar kindje schreef. Een soort wiegeliedjes dus. Dennis (onze kok, maar ook gitarist en componist) zal proberen er muziek onder te componeren, zodat we onderweg een liedje kunnen zingen.

Hier is alvast een gedichtje van Aagje.

img000060

 

Van het haantje

Slaap maar zalig in m’n armen dit paleis is al te guur

Weldra waaien zeven winden ons naar een warme boerenschuur

We slapen achtentachtig nachten

Tot het haantje ons daar staat te wachten

Dan is het lente en je zegt ‘bonjour’ tegen de kippen van de boer

 


Aagje Bonnema: vrijgevochten vrouw op de fiets

donderdag, 25 februari, 2010

Uit de nagelaten aantekeningen van Aagje Bonnema hebben we het volgende verhaal kunnen construeren.

Aagje is van goede komaf en woonde aan de Amsterdamse grachten. Haar familie had fortuin gemaakt in de handel. Ze schrijft ergens over ‘vaders hete ijzer dat hij tot goud smeedde’, dus we vermoeden dat het iets met ijzer, staal of legeringen te maken heeft gehad.

gooilust

De familie had een buiten waar ze in de zomer vertoefden. Daar heeft Aagje een grote liefde opgedaan voor (moes)tuinen. Er staan veel zinnen in haar brieven als: ‘Oh liefste, je had de struik vol van Aalbes moeten zien, zoo knapvol sap, zoo heerlijk zoetbitter’. Die liefste waar ze haar brieven aan schrijft is de vader van haar zeven maanden oude zoontje Theo. Deze Lodewijk is, voor zover we het nu kunnen overzien, de zoon van de fietsenmaker in de buurt van het zomerhuis. Met hem heeft ze in de winter van 1925-1926 een zeer amoureuze verhouding aangeknoopt, waar Theo dus uit is voortgekomen. Nadat Aagje, in verre afzondering van haar familie, haar kind ter wereld heeft gebracht, hoopte ze nog een tijdje dat ze weer in haar ouderlijk gezin zou worden opgenomen. Dit bleek een misvatting te zijn. Toen ze een keuze moest maken tussen haar familie of haar kind is ze van de ene op de andere dag op haar bakfiets naar het zuiden gereden. 

Waarschijnlijk voelde Aagje zich sowieso niet helemaal thuis in het sjieke gezin. Ze schrijft over haar grote liefde voor ‘de eenvoudige mensch’ en diens ‘voeling met plant en dier’. Haar droom was dat iedereen  ’een jaarrond tuintje’ zou hebben, een moestuintje dat het hele jaar eten gaf. Ook het feit dat ze een pijp rookte lijkt ons een typische aanwijzing dat ze zich van haar familie wilde afkeren. Pijprokende vrouwen waren vroeger niet zeldzaam, rijke vrouwen die pijp rookten wel. 

In de stapels papieren vinden we een heleboel tekeningetjes van tuintjes. Op een van de tekeningen staat de naam Roborst geschreven. We denken nu dat Aagje, om onderweg wat geld bij te verdienen, mensen hielp bij het aanleggen of verbeteren van hun tuintjes. Voor ons is het nu een uitdaging om te kijken of we het tuintje in Roborst kunnen terugvinden. Vandaar dat we daar volgende week als eerste heen zullen rijden. 

In de fietssporen van Aagje Bonnema

dinsdag, 23 februari, 2010

‘t Is de oudtante van Bart Janssen uit Rotterdam. Aagje Bonnema. Zo heet ze. Een bijzondere vrouw. En niet omdat ze een pijp rookt, dat deden wel meer vrouwen in de jaren ’20, schijnt. Nee, het zijn de brieven en aantekeningen waarin we een bijzonder beeld van haar krijgen. In de handgeschreven brieven aan geliefde Lodewijk Driessen komt ze naar voren als een vrijgevochten, zelfverzekerde en avontuurlijke vrouw. Geïnspireerd door het literaire werk (en leven) van de Franse schrijfster George Sand besluit ze in 1927 naar haar geboortehuis in Frankrijk af te reizen. Op een bakfiets! Met haar buitenechtelijke zoontje. Zelf hebben we een vermoeden dat dit kind er vooral de reden van was dat ze naar het buitenland vluchtte. 

Bart Janssen heeft ons de spullen gegeven in de veronderstelling dat zijn oudtante ook in Limoges is geweest. Daar hebben wij tot nu toe echter nog geen bewijs voor gevonden (behalve op een lijstje van mogelijke plaatsen die ze wil aandoen). Volgens ons is ze niet verder dan Noord-Frankrijk gekomen. Maar omdat ze ons nu al dagen lang bezig houdt hebben we besloten ons project geheel aan deze vrouw te wijden. En dus zullen we proberen de route te achterhalen die ze in 1927 heeft afgelegd, zodat we volgende week een aantal plekken kunnen opzoeken. Wie weet is er nog iets van haar terug te vinden. 

De komende dagen zullen we een aantal passies van Aagje bespreken. In ieder geval hebben we een paar gedichtjes gevonden, waarvan we denken dat het kinderliedjes voor haar zoontje zijn. En ze deed iets met tuinen. 

img_1707

Oh ja, we hebben deze aflevering inmiddels de volgende titel meegegeven: In de fietssporen van Aagje Bonnema. En haar foto hangt op mijn prikbord!

We hebben er zin in. Heel veel zelfs!

Laatste update: de eerste plek waar we gaan stoppen is Roborst in Oost-Vlaanderen. Daar heeft is ze bij een brouwerij geweest die inmiddels is omgebouwd tot hotel. Dat leek ons wel wat.