
Terwijl ik kijk naar een stukje van de uitzinnige twee dagen durende uitvaart van Kim-Jong-il vraag ik me af hoe het protocol was als hij moest poepen. Werd zijn door God geschonken drol met een gouden lepel uit zijn kont geschept waarna huilende vrouwen de drol in stukjes verdeelden en opaten omdat ze geloven dat je daardoor eeuwig zal leven? We zullen het nooit weten. Wat we wel weten is dat de uitvaart van Kim Jong-il het leukste televisieprogramma ooit is. En er zitten niet eens draaiende stoelen in.

Terwijl de rouwstoet met voorop de kist voorbij trekt staan tienduizenden mensen op het plein te huilen alsof hun leven ervan af hangt. En ironisch genoeg is dat ook zo. Deze mensen móeten huilen, en er is geen damschreeuwer die deze mensen uit elkaar zou kunnen drijven. De kist wordt gevolgd door een auto met daarop een megagrote pica van hun overleden idool. Ik werd er een beetje jaloers van, Kim had het toch maar mooi voor elkaar. Wel eeuwig zonde dat hij met al zijn bovennatuurlijke superpowers niet heeft kunnen regelen om aanwezig te zijn op zijn eigen uitvaart, want hij had het fantastisch gevonden. Wat een feest.
De livestream die ik bekijk is niet ondertiteld, maar dat is geen probleem want er wordt enkel gehuild. En verdriet klinkt in iedere taal hetzelfde. Noord-Koreanen zijn wel veel beter in verdriet dan andere landen. Ze lijken er echt lol in te hebben, het is dan ook hun enige exportproduct. Wel vermoed ik dat het steeds dezelfde huilende mensen zijn die in beeld gebracht worden, maar dat kan ook aan mij liggen. Ik heb vaker moeite om Asians uit elkaar te houden. De rouwstoet en beelden van het plein worden af en toe onderbroken door een haperende verbinding met de studio van de staatstelevisie alwaar een vrouwelijke presenteer-robot weer even moet huilen. Ze trekt het slecht.

Al met al geef ik deze uitvaart vier sterren. Het is leuk om naar te kijken en productioneel zit het erg goed in elkaar. Wel jammer dat er niet zoveel leuke liedjes in zitten.

+f(png)/image.png)
+f(png)/image.png)
28 december 2011